Meer geduld, minder stress

  • 2053 woorden
  • leestijd is 11 minuten
  • Foto: Eric van den Elsen
We weten wel dat ongeduld niet helpt, zo’n rij gaat heus niet sneller. Waarom vinden we het dan toch zo moeilijk om rustig af te wachten? Terwijl de beloning groot is.

‘…En dan volgt nu een keuzemenu. Heeft u vragen over een van onze producten? Toets 1. Heeft u vragen over een betaling? Toets 2. Heeft u vragen over de verzending? Toets 3…’ Ik heb helemaal geen vraag, maar mijn klacht – een verkeerd kledingstuk ontvangen; geen smokingjasje maar een zeegroen badpak met voorgevormde puntcups – heeft geen aparte toets. Dan maar de keuze voor een medewerker.
‘Er zijn nog vier wachtenden voor u…’ Er barst een instrumentale synthesizerversie van La Bamba los in mijn oor.

TEST
Doe de test »

Hoe ongeduldig ben je?

Tegen de tijd dat Vera-wat-kan-ik-voor-u-doen opneemt, staan de vlekken in mijn nek: ik heb wel wat beters te doen dan hun fout oplossen! Geduld hebben – in de definitie van de Amerikaanse psycholoog Sarah Schnitker ‘kalm blijven bij frustratie of in nood’ – is niet alleen voor mij een opgave. Dat blijkt uit een poll op psychologiemagazine.nl die door bijna vierhonderd lezers werd ingevuld.

De meesten van hen hebben vooral moeite met wat Schnitker interpersoonlijk geduld noemt: kalm blijven in de omgang met irritant gedrag van andere mensen, zoals moeilijke collega’s of lastige kinderen. Wat de meeste ongedurigheid oproept: als anderen te lang doorpraten zonder een punt te maken (66%), traag zijn (58%) of klagen (42%).

2 seconden

Naast interpersoonlijk geduld onderscheidt Schnitker twee andere vormen. De ene is rustig blijven bij dagelijkse frustraties. Zo zegt 42% van de poll-deelnemers geagiteerd te raken als ze tevergeefs proberen iets te repareren; 33% ergert zich, net als ik, in wachtrijen, bijvoorbeeld voor een kassa, en 29% wordt ongedurig in een file. De andere is geduld in moeilijke tijden; 17% vindt het lastig om een ziekte of financiële problemen ‘uit te zitten’.
Waarom vinden we geduldig zijn zo moeilijk? En worden we met z’n allen steeds ongeduldiger?

‘We zijn drukker geworden,’ zegt hoogleraar Catrin Finkenauer, die aan de Universiteit Utrecht onderzoek doet naar zelfcontrole, een belangrijke component van geduld. ‘En soms lijkt het of we door dat drukker-zijn ook meer moeite hebben met frustraties.’ Niet voor niets geeft 85% van de deelnemers aan de poll aan dat hun ongeduld vooral ingegeven wordt door de situatie – haast hebben, gestrest of moe zijn – en niet door hun karakter. ‘De context speelt daarbij een cruciale rol,’ zegt Finkenauer. ‘Mensen met fijne banen in fijne huizen met fijne kinderen die nooit onvoldoendes halen of ziek zijn, hebben meer energie om geduldig te zijn en zelfcontrole aan de dag te leggen dan mensen in minder gunstige omstandigheden.’

Onze snelle hightechsamenleving heeft dan ook stevige invloed. ‘Ongeduld blijkt bij mensen snel toe te nemen met de groei van technische innovatie,’ zegt de Amerikaanse geduldonderzoeker David DeSteno, hoogleraar aan de Northeastern-universiteit. Dat beaamt klinisch psycholoog Schnitker, die verbonden is aan het theologisch onderzoeksinstituut Fuller: ‘Technologische vernieuwingen veranderen onze verwachtingen van hoe snel iets moet gaan. En als we langer moeten wachten dan verwacht, neemt ons geduld af, zo blijkt uit onderzoek. In een wereld van apps en technologie waar alles stante pede mogelijk is, vergeten we dus gemakkelijk dat de belangrijkste dingen in het leven – zoals relaties en karaktervorming – tijd kosten. We zijn gewend geraakt aan instant bevrediging en beloning.’
Lang geleden moesten mensen soms weken wachten op een brief van een familielid in het buitenland, tegenwoordig vinden we e-mail al te traag en willen we direct een reactie via WhatsApp. Online bestellingen kunnen vandaag nog worden bezorgd, een date is geregeld met één swipe op je Tinder-app, series als The Crown en de nieuwe plaat van Anouk zijn binnen handbereik dankzij Netflix en Spotify. Tenminste, als die niet te traag zijn. De Indiaas-Amerikaanse computerwetenschapper Ramesh Sitaraman analyseerde het downloadgedrag van 6,7 miljoen gebruikers van een streamingdienst. Hoelang waren ze bereid om geduldig te wachten op een film? Het antwoord: twee seconden. Na vijf seconden gaf een kwart het op, na tien was de helft van de bezoekers vertrokken. Uit onderzoek door de Temple-universiteit in Philadelphia blijkt dan ook dat studenten die veel tijd doorbrengen op hun smartphone ongeduldiger en impulsiever zijn dan studenten die minder afhankelijk zijn van hun mobieltje.

Gezonder

Je zou kunnen denken: jammer, maar wat dan nog? Ware het niet dat geduld ons zoveel goeds heeft te bieden. Niet voor niets is geduld al eeuwenlang een begerenswaardige deugd volgens allerlei filosofen en religies.
Beroemd is natuurlijk het experiment dat Stanford-psycholoog Walter Mischel in de jaren zeventig met peuters deed: hij legde een marshmallow voor hun neus en vertelde hun dat ze die mochten opeten, maar dat ze er twéé kregen als ze twintig minuten konden wachten. De kinderen die de verleiding konden weerstaan om het snoep direct in hun mond te stoppen, bleken het in hun latere leven veel beter te doen.
Bijna alle geduld-onderzoeken maken gebruik van een soort volwassenenvariant op Mischels experiment, met geld als beloning. Het kunnen weerstaan van directe voldoening is een graadmeter voor geduld. En wie geduld heeft, is beter af in het leven. Het meest overtuigende bewijs daarvoor levert wellicht een Nieuw-Zeelands onderzoek waarin duizend mensen 32 jaar lang werden gevolgd. Degenen die zich als 5-jarige konden beheersen waren als volwassene gezonder, minder vaak verslaafd aan drugs of alcohol, ze stonden er financieel beter voor – ze legden vaker geld opzij, hadden een eigen woning, spaarden voor een pensioen – en ze waren minder crimineel: hun namen kwamen minder vaak voor in de databases van de politie.
Geduldige mensen zijn ook nog eens het gelukkigst, blijkt uit een onderzoek door Sarah Schnitker; ze hebben minder depressieve en negatieve gevoelens. Dat zou weleens te maken kunnen hebben met hun vermogen beter om te gaan met stressvolle situaties, maar het kan ook komen doordat ze sowieso beter met mensen kunnen omgaan.
‘Mensen zijn de belangrijkste bronnen van stress én troost in het leven,’ zegt Schnitker in een toelichting. ‘De Psychologie Magazine-poll waaruit blijkt dat mensen het meest ongedurig worden van andere mensen, is daarmee in lijn. Ik zie dan ook in mijn eigen onderzoek dat degenen die geduldig kunnen omgaan met anderen, het gelukkigst zijn en gezondst.’ Ook zijn ze minder eenzaam. Misschien zijn ze dat alles, zo denkt Schnitker, omdat het heel wat geduld vraagt om vrienden – met al hun eigenaardigheden en fouten – te behouden. Geduld maakt dat je tekortkomingen van anderen tolereert. Daardoor kun je meer generositeit, compassie, dankbaarheid aan de dag leggen en ben je vergevingsgezinder.

"Geduldige mensen blijken in onderzoeken het gelukkigst en gezondst"

-

Kleinere beloning

Geduld stelt ons bovendien in staat ambities te realiseren. In Schnitkers onderzoeken bleken geduldige proefpersonen meer inspanningen te leveren om hun doelen te bereiken dan ongeduldige types. Vooral proefpersonen met interpersoonlijk geduld waren na afloop ook tevredener met de bereikte doelen. En dat is nóg een belangrijke verklaring waarom geduldige mensen gelukkiger zijn in het leven.
Blijft de vraag waarom geduldig zijn toch zo moeilijk is. Dat heeft te maken met de werking van ons brein, zegt neurowetenschapper Wouter van den Bos, die aan het Max Planck Institute for Human Development in Berlijn onderzoek doet naar geduld en puberhersenen. Iets wat in de toekomst speelt, lijkt ons kleiner toe: ‘Net als een boom aan de horizon kleiner lijkt dan een persoon van twee meter die voor je staat,’ zegt Van den Bos. ‘Stel dat je voor een laptop spaart, maar vrienden vragen of je zin hebt om een weekendje mee naar Spanje te gaan; dan lijkt de beloning van het krijgen van de laptop kleiner, ook al weet je dat je die eigenlijk liever wilt dan een weekendje weg.’
Voor wie in een wachtrij staat, geldt hetzelfde mechanisme: hij kan kiezen tussen geduldig wachten tot hij aan de beurt is – de langetermijnbeloning – of uit de rij stappen en onmiddellijk worden beloond met het verlossende gevoel dat het wachten voorbij is.

Gevoel benoemen

Gelukkig is geduld te trainen. Psychologe Sarah Schnitker was de eerste die, met een onderzoek onder zo’n zeventig studenten, aantoonde dat ook ongedurige personen geduldiger kunnen worden. De helft van haar proefpersonen kreeg een tweewekelijkse training waarin ze leerden hun gevoelens te benoemen, er regie over te krijgen, en te mediteren. Ook leerden ze hoe te reframen, oftewel een andere betekenis aan een situatie te geven. Ze moesten zich bijvoorbeeld voorstellen hoe een andere bezoeker in de bioscoop tegen hun stoel zat te schoppen en dat vervolgens negatief en positief uitleggen: ‘Wat zijn mensen toch irritant! Snappen ze niet dat ik naar de film wil kijken?’ of ‘Ik heb zelf waarschijnlijk ook een keer per ongeluk tegen de stoel van degene voor mij geschopt, dus misschien deed hij het ook niet expres.’
Vergeleken met de controlegroep én de nulmeting vóór de training bleken de getrainde studenten geduldiger, maar alleen op interpersoonlijk gebied. Daarnaast voelden ze zich minder depressief en zeiden ze meer positieve emoties te hebben zoals geluk, dankbaarheid en compassie.

Alles met links doen

Een meer traditionele manier om geduld te trainen (zie ook het kader op pagina 24) is via zelfcontrole. Hoogleraar Finkenauer omschrijft het als ‘de vaardigheid om gedachten, gevoelens en gedrag aan te passen aan wat jijzelf en de omgeving van je verlangen en het kunnen bijsturen van dat gedrag’. Die vaardigheid is belangrijk bij het uitstellen van je directe verlangens. Zelfcontrole heeft veel te maken met wilskracht, die als een spier te trainen is. ‘Alles wat ingaat tegen je gewoonte traint zelfcontrole,’ zegt Finkenauer. ‘Dus voor rechtshandigen alles met links doen: deur openen, computermuis bedienen, iets pakken uit de ijskast. Wie dat twee weken volhoudt, heeft daarna een betere beheersing over zijn impulsen. Ook op andere gebieden.’
De strategieën van de kinderen die indertijd het marsmallow-experiment goed doorstonden, vallen ook hieronder, zegt neurowetenschapper Van den Bos. ‘Sommigen probeerden tijdens het wachten niet naar de marshmallow te kijken. Ze draaiden zich bijvoorbeeld om of deden hun ogen dicht.’ Of ze deden hun best om de situatie op een manier te presenteren (reframen): ‘Als je je probeert voor te stellen dat de marshmallow van plastic is gemaakt, wordt het wachten ook makkelijker.’ Wie in een rij staat te wachten en denkt: waarom gaat er niet nog een kassa open? zal zich meer ergeren dan wie denkt: mooi, heb ik nog even de tijd om mijn mail op mijn telefoon te checken.

Tel je zegeningen

Zelfcontrole heeft wel een nadeel – het kost veel moeite. Tenminste, als je het enkel aanpakt met cognitieve strategieën zoals de wetenschap die lang heeft aangeraden: je verlangens wegredeneren, jezelf niet in de verleiding brengen, reframen, doorzetten. Emoties werden daarbij gezien als bedreigingen van zelfcontrole, omdat ze – woede bijvoorbeeld – vaak leiden tot impulsief gedrag. Ten onrechte, vindt DeSteno. Hij pleit ervoor om bepaalde emoties juist te cultiveren. ‘Zoals dankbaarheid, de emotie die ten grondslag ligt aan samenwerking. Als iemand ons helpt, zijn we dankbaar en roept dat een behoefte tot wederkerigheid op; we willen iets terugdoen.’ Daardoor zijn we én minder op onszelf én minder op het nu gefocust, en dat maakt ons volgens de Amerikaanse onderzoeker minder gevoelig voor instant bevrediging.
DeSteno zette een reeks experimenten op om aan te tonen dat dankbaarheid leidt tot meer geduld. Hij bracht drie groepen proefpersonen in een bepaalde stemming doordat hij hen een situatie liet beschrijven: een die hen gelukkig maakte, een die alledaags was of waarin ze dankbaarheid voelden. Vervolgens kregen ze – als variant op het marshmallow-experiment – de keus tussen lagere geldbedragen direct cash in de hand of hogere bedragen in de toekomst. Degenen in een neutrale en een gelukkige stemming waren allebei even ongeduldig; maar de dankbaren konden vaker het geduld opbrengen om te wachten op een hogere beloning.
Voor compassie gold een vergelijkbaar effect. ‘Deze emoties hebben ons eeuwenlang geholpen om sociale relaties op te bouwen doordat ze al te egocentrische of luie impulsen tegengaan,’ verklaart DeSento. Zijn advies: tel je zegeningen en houd dankbaarheidsdagboekjes bij, want volgens hem is dat de vruchtbaarste weg naar een geduldiger leven.
Dus wie ’s ochtends bij het opstaan even de tijd neemt om zich gelukkig te prijzen met zijn bloedjes van kinderen, of op het werk bewust dankjewel zegt voor die heerlijke meegebrachte cappuccino, kan later op de dag de klantenservice van een online warenhuis aan. Of die trage collega. En zelfs de file terug naar huis. Met al het geduld van de wereld.

Bronnen: S. Schnitker, An examination of patience and well-being, The Journal of Positive Psychology, 2012 / L. Dickens, D. DeSteno, The grateful are patient, Emotion, 2016 / T. Moffitt, A gradient of childhood self-control predicts health, wealth, and public safety, PNAS, 2011 / E. Reuben e.a., Procrastination and impatience, Journal of Behavioral and Experimental Economics, 2015 / H. Wilmer, J. Chein, Mobile technology habits, Psychonomic Bulletin and Review, 2016

Top-10: hiervan worden we gek

378 mensen deden mee aan een poll. Van de volgende situaties worden we zó ongeduldig, dat het ergernis bij ons oproept:

  1. Mensen die heel lang doorpraten zonder een punt te maken 66%
  2. Mensen die traag zijn, bijvoorbeeld langzaam lopen 58%
  3. Klagende mensen 44%
  4. Als ik iets probeer te maken of repareren – band plakken, schilderij ophangen, knoop aannaaien – maar het lukt niet 42%
  5. Lange wachtrijen, bijvoorbeeld in de supermarkt 33%
  6.  Slepende vergaderingen 31%
  7. Trage bediening in een restaurant 29%
  8. Files 29%
  9. Vertragingen in het openbaar vervoer 23%
  10. Als anderen moeite hebben om iets te begrijpen wat ik hun wil leren of uitleggen 23%

Nog meer weetjes:

  • Ik vind mezelf geduldiger dan gemiddeld: 54%
  • Hoe geduldig ik ben, wordt meestal meer bepaald door de omstandigheden – bijvoorbeeld haast of vermoeidheid – dan door mijn karakter: 85%
  • Ik denk dat (on)geduld meer een vaststaande karaktertrek is: 35%
  • een eigenschap is die je kunt ontwikkelen of trainen: 65%

Zo kweek je meer geduld: 4 gouden tips

1 Mindful mediteren
Mindfulness-meditatie is een manier om controle over je aandacht te krijgen en te leren niet impulsief te handelen; dat zegt psycholoog Lotte Janssen van het Radboud Universitair Medisch Centrum voor Mindfulness. Iedere dag mediteren maakt je geduldiger. En als je geregeld mediteert op momenten dat je niet ongeduldig bent, kun je het gemakkelijker toepassen op momenten dat ongeduld dreigt.
Neemt ongeduld toch de overhand? Doe dan de 3-minuten-ademoefening: geef ongeveer een minuut lang bewust aandacht aan de emoties die je op dat moment voelt, aan je gedachten en aan lichaamssensaties. Ga vervolgens bewust met je aandacht naar je ademhaling en volg die een minuut. Breid daarna je aandacht weer uit naar je hele lichaam. Het effect: je stapt uit je automatische reactie en kunt na afloop besluiten hoe je wilt reageren.

2 Compassie hebben
Wekt iemand anders je ongeduld? Bedenk welke eigenschappen je deelt met die persoon; dat bevordert compassie. Het derde-persoonseffect, noemt hoogleraar Catrin Finkenauer dat. ‘Omdat je niet alleen door je eigen ogen naar de situatie kijkt maar ook door de ogen van de ander, verzuip je niet in je eigen moeras. De wereld is groter dan jij alleen. En dat geeft je meer mogelijkheden om te handelen.’

3 Dankbaar zijn
Dankbaarheid maakt dat we minder op onszelf en op het nu zijn gericht. Want wie dankbaar is, wil iets terugdoen en dat moment ligt doorgaans in de toekomst. Simpelweg dankbaar zijn helpt volgens psycholoog David DeSento om in het algemeen geduldiger te zijn. Het maakt niet uit waarvoor je dankbaar bent, als het maar gemeend is: je zegeningen tellen, dankjewel tegen iemand zeggen, elke dag in een dagboekje opschrijven waarvoor je dankbaar bent.

4 Anders presenteren
Merk je dat iets of iemand ongeduld bij je oproept, probeer dan te reframen: presenteer de situatie op een andere manier. Vaak heeft die andere presentatie een positievere betekenis. Komt een vriendin bijvoorbeeld weer eens te laat op een afspraak, denk dan niet: verdorie, ze verdoet mijn tijd, maar: mooi, dan kan ik nog even de krant lezen.

auteur

Daphne van Paassen

» profiel van Daphne van Paassen

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

De valkuil na een burn-out

Annegreet van Bergen, auteur van 'De lessen van burn-out', schoot afgelopen zomer opnieuw in de stre...

Lees verder
Branded content

Niet meer moe, 7 tips voor meer vitaliteit

Na een lange werkdag ben je al snel geneigd op de bank te ploffen met de afstandsbediening en een gl...

Lees verder
Kort

Laat het los, moeders

Vaders zijn meer dan ooit betrokken bij de opvoeding, en toch vinden veel moeders dat ze het beter k...

Lees verder
Interview

Gezondheidspsycholoog Kelly McGonigal: ‘We zouden positiever naar stress moeten kijken’

Lees verder
Artikel

Mindfulness: zen of onzin?

Lees verder
Artikel

‘Overgewicht is niet altijd je eigen schuld’

Lees verder
Artikel

Hoe word je meer geduldig?

Lees verder
Artikel

Onderzoek: hoe (on)geduldig zijn we?

Lees verder
Artikel

Waarom druk zijn gelukkig maakt

Lees verder