Vriendin B was een sterke en stabiele persoonlijkheid met wie ik veel kon lachen. Tot ze Mark leerde kennen. In het begin overlaadde hij haar met aandacht. Maar hoe langer ze samen waren en hoe verliefder B op hem werd, hoe meer tegenstrijdige signalen hij gaf. Soms leek hun band perfect en praatte hij over samenwonen, dan weer liet hij zomaar een week niets van zich horen, of was hij kritisch en geïrriteerd.

Haar leven begon steeds meer om Mark te draaien. De gesprekken die ik met B had, gingen vrijwel alleen nog maar over hem. Wat was er gebeurd met deze vrolijke, levenslustige vriendin, die nu een neurotisch, piekerend wrak was? En waarom hield Mark haar op afstand, terwijl hij duidelijk ook gevoelens voor haar had?

Avonden kunnen we doorpraten over dit soort liefdesmysteries. Hoe komt het dat we helemaal voor iemand kunnen vallen, maar na verloop van tijd afkoelen en alleen nog maar irritante trekjes zien? Dat we onszelf soms totaal wegcijferen in de liefde, terwijl we toch zelfverzekerde, goed functionerende volwassen mensen zijn? En waarom vallen sommige mensen áltijd voor de verkeerde?
Maar er is een theorie die veel

van ons gekke gedrag of dat van onze partner logisch maakt: die van onze volwassen hechtingsstijlen. ‘Het is de meest omvattende theorie om relaties en relatieproblemen te begrijpen,’ zegt de Vlaamse seksuologe Rika Ponnet enthousiast. Een groot deel van haar boek Blijf bij mij is eraan gewijd. Als mede-eigenaar van een relatiebureau zit ze al twee decennia lang op de eerste rij bij het ontstaan van nieuwe liefdes. ‘Ik krijg vaak de vraag: ik ben nog steeds alleen, ik val altijd voor de verkeerde. Terwijl dat meestal slimme mensen zijn, met veel zelfinzicht. Maar wanneer ik naar hun hechtingsstijl kijk, wordt hun gedrag meteen begrijpelijk.’

Zorgzaam en liefdevol

De behoefte aan hechte relaties zit diep verankerd in onze genen, aldus de Amerikaanse psychiater Amir Levine en psychologe Rachel Heller. Ook zij schreven een boek over hechtingsstijlen, Attached. In de tijd van onze verre voorouders waren we sterk afhankelijk van elkaar en konden we het moeilijk in ons eentje redden. Mensen die iemand hadden die van hen hield, overleefden vaker en gaven hun voorkeur voor intieme banden door via hun genen. Zo ontstond ons hechtingssysteem, met bijbehorend gedrag dat zorgt dat we dicht bij onze geliefden willen zijn voor veiligheid en bescherming.

Hoewel iedereen dus een basisbehoefte aan hechte banden heeft, verschillen we in de manier waarop we daar uiting aan geven: onze hechtingsstijl bepaalt hoe we omgaan met intimiteit in de liefde. Ruwweg de helft van de bevolking heeft een veilige hechtingsstijl. Deze mensen zijn op een vanzelfsprekende manier zorgzaam en liefdevol, hebben geen moeite met intimiteit en piekeren weinig over de liefde. Twintig procent heeft een angstige stijl, in de volksmond beter bekend als ‘verlatingsangst’. Zij hebben veel behoefte aan intimiteit en zijn tegelijkertijd erg gevoelig voor signalen van afwijzing, waardoor ze veel kunnen piekeren over hun relaties. Een kwart heeft een vermijdende stijl – ‘bindingsangst’. Zij ervaren intimiteit als een verlies van hun onafhankelijkheid; liefde is al snel verstikkend en ze proberen altijd een zekere afstand te houden. De overige drie tot vijf procent behoort tot een vierde, zeldzame categorie: een combinatie van angstig en vermijdend. Deze mensen zijn onzeker over de liefde van hun partner én voelen zich ongemakkelijk bij intimiteit.

Slechte partners

Met sensitieve, liefdevolle ouders ontwikkelen kinderen meestal een veilige hechtingsstijl, dachten wetenschappers lange tijd. En met onvoorspelbare, overbeschermende of afstandelijke ouders kunnen ze onveilig gehecht raken. Die patronen liggen dan vast en worden door mensen meegenomen naar hun volwassen relaties.

Inmiddels is duidelijk dat de band met onze ouders weliswaar een rol speelt bij de totstandkoming van onze volwassen hechtingsstijl, maar dat ook veel andere factoren daarop van invloed zijn. Zo komt er steeds meer bewijs voor een genetische aanleg. Ook ervaringen met andere familieleden en vriendschappen spelen een rol. En natuurlijk wat we meemaken in de liefde: relaties met ‘slechte’ partners kunnen bindingsangst en verlatingsangst aanwakkeren, terwijl een relatie met een lieve, zorgzame partner ons ‘veiliger’ maakt.

Onze hechtingsstijl ligt dus niet vast: die kan – een beetje – veranderen. In een onderzoek waarbij mensen vier jaar lang werden gevolgd, bleek bijvoorbeeld een op de vier in die periode van stijl te zijn veranderd. Wie een onveilige stijl heeft en zich daarvan bewust is, kan die omzetten richting ‘veilig’ gedrag. En een veilige stijl is zeker iets om na te streven: uit stapels onderzoek blijkt dat deze mensen het gelukkigst zijn in hun relaties.

Een beetje bindingsangst

De meeste mensen herkennen zichzelf in meer of mindere mate in een van de stijlen. Steeds meer onderzoek bevestigt ook dat het geen statische hokjes zijn, maar dimensies waarop we hoger of lager kunnen scoren: hoe prettig of onprettig we ons voelen bij intimiteit, en hoe zeker of onzeker over de liefde en beschikbaarheid van onze partner. ‘Veiligen’ voelen zich zeker in de liefde en prettig bij intimiteit; ‘angstigen’ voelen zich prettig bij intimiteit maar onzeker over de liefde; ‘vermijders’ voelen zich zeker over de liefde maar onprettig bij intimiteit. Daarbinnen zijn eindeloos veel gradaties.

‘Alle veilig hechtende mensen hebben een vermijdende of angstige ondertoon,’ zegt seksuologe Rika Ponnet. Of die trekjes zich manifesteren, hangt mede af van hun geliefde. Een partner met bindingsangst kan iemands angstige trekjes aanwakkeren, terwijl een claimende, jaloerse partner met verlatingsangst de ander vermijdender kan maken.
‘Hoe meer iemand richting het uiterste van een van de twee dimensies zit, hoe problematischer het voor die persoon is om een duurzame relatie aan te gaan,’ zegt Ponnet. Wat niet wil zeggen dat de stijlen pathologisch zijn, benadrukken de Amerikaanse psychiater Levine en psychologe Heller; het zijn eerder basisinstincten. Het is dus echt geen boze opzet als onze partner zich claimend gedraagt of ons juist op afstand houdt.

Ontdek hieronder je eigen hechtingsstijl en die van je partner, én welke impact die heeft op je relatie(s).

Een angstige hechtingsstijl (verlatingsangst)

Mensen met verlatingsangst willen veel samenzijn en lichamelijk contact. Alleen-zijn maakt ze ongelukkig en onrustig, weet seksuologe Rika Ponnet. ‘Ze vinden het dan ook moeilijk om uit een slechte relatie te stappen.’ En ze raken snel gehecht: één keer zoenen kan er al toe leiden dat ze die persoon niet meer uit hun hoofd krijgen.Tegelijkertijd hebben ze een supersensitief hechtingssysteem, het mechanisme in ons brein dat in de gaten houdt of onze ‘hechtingsfiguren’ wel veilig en beschikbaar zijn. De kleinste aanwijzing dat er mogelijk iets niet goed zit, zien ze al als teken dat het helemaal mis is. Bijvoorbeeld wanneer hun partner een keer de telefoon niet opneemt of een bericht niet beantwoordt. Is hun hechtingssysteem eenmaal geactiveerd, dan kunnen ze pas ontspannen als ze een duidelijke bevestiging hebben gekregen dat hij of zij er echt voor hen is. Ondertussen zien ze alleen nog maar de positieve eigenschappen van hun partner en denken ze dingen als: dit is mijn enige kans op liefde. Een partner die daar adequaat op reageert – bijvoorbeeld met een berichtje ‘Sorry, batterij was leeg en oplader vergeten’ – laat de piekerstroom snel stoppen. In een veilige relatie met een liefdevolle partner vallen angstige trekjes daarom vaak nauwelijks op. Net zoals bij mijn vriendin B: haar angstige hechtingsstijl werd pas zichtbaar toen ze een relatie met een vermijdende man kreeg.

Als iemand met verlatingsangst gedurende langere tijd wisselende signalen krijgt, raakt diens hechtingssysteem chronisch geactiveerd. Dat levert een constant gevoel van angst en obsessie op, afgewisseld met korte periodes van euforie na een geruststelling. Mensen met een angstige hechtingsstijl zijn meestal sowieso vrij onzeker. ‘In een eerste contact stellen ze zich bewonderend op en devalueren ze zichzelf,’ zegt Ponnet. Vaak laten ze de ander de toon van de relatie zetten: als eerste bellen of iets liefs zeggen – waarop ze dan reageren. Ze vinden het moeilijk om te zeggen wat hun behoeften zijn en wat ze dwarszit en willen het liefst dat de ander dat ‘gewoon’ aanvoelt. Om niet direct te hoeven zijn, gebruiken ze indirecte manieren om hun geliefde aan zich te binden, ‘activatie-strategieën’ genoemd. Eindeloos berichtjes sturen bijvoorbeeld. Of spelletjes spelen, bijvoorbeeld hun partner jaloers proberen te maken, dreigen weg te gaan maar ondertussen hopen dat hun geliefde ze tegenhoudt.

Ponnet: ‘Angstig gehechten kunnen vrij claimende, bepalende mensen zijn. Ze leggen veel beslag op hun partner en verwachten een grote betrokkenheid, meer dan de meesten kunnen of willen bieden. Als hun geliefde daar niet aan tegemoetkomt, gaan ze zeuren: jij bent altijd aan het werk; je luistert nooit naar mij. Partners kunnen zo het gevoel krijgen dat het nooit genoeg is.’

Een vermijdende hechtingsstijl (bindingsangst)

‘Mensen met bindingsangst zijn de doeners onder ons,’ zegt Ponnet. ‘Avonturiers, oorlogsfotografen, ceo’s, eenzame cowboys. Maar wat we niet zien is dat die dadendrang vaak een vlucht is, weg van intimiteit. Doen om niet te hoeven voelen. Wat problematisch is, dekken ze toe of duwen ze weg.’
Deze mensen idealiseren een zelfvoorzienend leven vol zelfontplooiing; ze kijken neer op afhankelijkheid en hulp vragen. Wetenschappers gaan ervan uit dat die hechtingsstijl een evolutionair nut dient. In moeilijke tijden is het handig om je niet te veel te hechten, niet te sentimenteel te worden en op je eigen kompas te varen. Vermijdende types hebben net als iedereen behoefte aan intimiteit, maar die behoefte is onderdrukt: ze kunnen er niet goed bij komen. De meesten zijn intimiteit ook niet gewend vanuit hun jeugd. Ze komen uit gezinnen met afstandelijke ouders waar weinig ruimte was voor gevoelens, liefde en verbondenheid.

Ze voelen zich goed als er afstand is, hebben veel ruimte nodig en vinden het moeilijk om zich aan te passen aan anderen. Als hun partners hun behoeftes duidelijk maken of de band willen aanhalen, vinden ze dat al snel gezeur of ervaren het als verstikkend. Mensen met bindingsangst zijn in het begin vaak gelukkig met hun partner maar zodra de relatie hechter wordt, bekoelt de liefde. ‘Ze raken dan afgesneden van hun gevoel,’ zegt Ponnet.
Zoals angstigen onbewuste ‘activatie-strategieën’ hebben om hun partners aan zich te binden, hebben vermijdenden ‘deactivatie-strategieën’ om een teveel aan intimiteit tegen te gaan en hun hechtingssysteem te onderdrukken. Bijvoorbeeld de toekomst zoveel mogelijk openlaten: wel een lange relatie aangaan, maar voortdurend zeggen dat ze ‘nog niet klaar zijn om zich te binden’. Letten op kleine imperfecties van de partner: de manier waarop hij of zij eet of praat, een grote neus of een scheve tand – en daarmee het gevoel laten afkoelen. Lichamelijk contact afhouden. Zich helemaal verliezen in werk en hobby’s.

Ondertussen geloven ze in ‘de perfecte partner’, die ze alleen nog niet hebben gevonden. Of ze idealiseren een ex. Want nadat ze iemand van zich af hebben geduwd en de relatie strandt, gebeurt er iets vreemds: eenmaal op afstand is de dreiging van intimiteit verdwenen en keren de positieve gevoelens terug. Door het idee van ‘de ware’ of ‘een ideale ex’ geloven mensen met bindingsangst dat ze zelf geen aandeel hebben in het mislukken van hun relaties, maar dat ze ‘gewoon steeds de verkeerde’ zijn tegengekomen.

Een veilige hechtingsstijl

Vergeleken met de spanningen en drama’s in het leven van angstige en vermijdende types, lijkt een veilige hechtingsstijl eigenlijk best saai. Deze mensen zijn stabiel en leiden een voorspelbaar leven van samenwonen, werken, trouwen en kinderen krijgen, op vakantie, op bezoek bij opa en oma. Ze zijn niet bang voor intimiteit, maar ook niet bang om alleen te zijn: hier geen knipperlichtrelaties en emotionele achtbanen. Saai of niet – zij hebben de meest bevredigende en gelukkige relaties. Ponnet: ‘Mensen met een veilige hechtingsstijl hebben meestal rust in hun hoofd, iets waar mensen met verlatingsangst of bindingsangst hard voor moeten werken.’

Zij vertrouwen er namelijk op dat hun partners betrouwbaar en liefdevol zijn, schrijven de Amerikaanse psychiater Amir Levine en psychologe Rachel Heller in hun boek Attached. En dat heeft ontelbare relatievoordelen: zo vergeven ze makkelijk en voelen ze zich niet snel aangevallen, waardoor ruzies bijna nooit escaleren. Ze zijn bereid naar kritiek van hun partner te luisteren en hun plannen en ideeën daarop aan te passen. Het kost ze ook geen moeite om hun eigen gevoelens en behoeften te uiten, want ze verwachten dat hun geliefde daar goed mee om zal gaan. Ze zijn direct, manipuleren niet en behandelen hun partner met liefde en respect.

‘Veiligen’ zijn bovendien goed in staat om de juiste partner te vinden. Ze weten dat ze het verdienen om geliefd te zijn en gewaardeerd te worden en knappen daarom af op iemand die dat niet doet – die hen verstikt, spelletjes speelt of tegenstrijdige signalen uitzendt. Ponnet: ‘Veilig gehechte mensen hebben een realistisch zelfbeeld en een realistisch beeld van anderen. Ze komen daarom meestal bij anderen met een veilige stijl terecht.’
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ze immuun zijn voor relatieproblemen. Maar ze hebben wél meer gezonde instincten om hun relatie weer op het juiste pad te krijgen of er zo nodig mee te stoppen.

Combinaties van hechtingsstijlen

Mensen met een veilige hechtingsstijl komen dus vaak bij elkaar terecht. Vervolgens zijn ze langdurig of voor altijd uit de roulatie, omdat ze duurzame relaties aangaan. Mensen met bindingsangst zijn juist oververtegenwoordigd op de datingmarkt: zij hebben meestal korte affaires. Maar onderlinge relaties binnen deze groep zijn zeldzaam, geen van beide partijen doet immers moeite om een hechte band te smeden.

Waar blijven al die mensen met bindingsangst en verlatingsangst dan? Zij zoeken elkaar op, blijkt uit meerdere onderzoeken, terwijl dit in theorie de minst handige combinatie is. Ponnet: ‘Angstige mensen vallen voor de rots in de branding die een vermijdend type op het eerste gezicht lijkt te zijn: iemand die het leven van hen overneemt en hen zo klein laat zijn als zij zich voelen. Mensen met bindingsangst voelen zich het veiligst en sterkst met een partner die zwakker is, omdat ze die op afstand kunnen houden. Voor echte intimiteit is immers gelijkwaardigheid nodig.’
De tegenstrijdige signalen die vermijdende types uitzenden, werken bovendien verslavend voor angstigen. In de loop van de tijd gaan ze de angst, de obsessie en die kleine momenten van euforie wanneer ze bevestigd worden, verwarren met liefde en passie. ‘Zo kan het dat ze stabiele, geschikte partners laten lopen, omdat ze zonder die onzekerheid aannemen dat er geen sprake is van echte liefde,’ waarschuwen Levine en Heller. Ponnet: ‘Angstigen, maar ook vermijdende types vinden mensen met een veilige hechtingsstijl vaak te saai.’
Toch kan juist een relatie met een veilige partner enorm bijdragen aan hun liefdesgeluk. Toen Canadese onderzoekers ontdekten dat koppels waarvan beide partners een veilige stijl hebben, beter functioneerden dan koppels met een onveilige stijl, waren ze niet heel verrast. Wel opvallend was dat stellen met één veilige partner slechts weinig verschilden van die met twee veilige partners: ook deze gemengde stellen hadden weinig ruzie en functioneerden beter dan onveilige koppels. Een veilige partner kan dus alle verschil maken voor iemand met een onveilige stijl.

Beter omgaan met elkaar

Je kunt elkaar wel degelijk helpen om veiliger gehecht te raken. Advies voor ieder liefdestype.

Ik heb verlatingsangst

Zoek een partner die je behoefte aan intimiteit kan vervullen. Denk niet: hoe kan ik mezelf veranderen zodat hij mij leuk vindt? Maar: kan deze persoon mij geven wat ik nodig heb zodat ik gelukkig kan zijn in deze relatie?
Herken vermijdende types en laat ze gaan.
Spreek je eigen behoeften duidelijk uit vanaf dag één. Ga er niet vanuit dat de ander ze aanvoelt. Daarmee bereik je twee doelen: je kan jezelf zijn – wat sowieso gelukkiger maakt – en je ziet al snel of je partner aan die behoeften kan voldoen.
Onthoud dat er genoeg leuke partners zijn. Mensen met verlatingsangst hechten zich razendsnel en zien, met hun hoofd op hol, niet helder meer of dit wel de juiste persoon is. Door je partner te zien als een van de velen, maak je het hechtingssysteem minder gevoelig en concentreer je niet alle hoop op liefde op één persoon.
Geef veilig gehechte mensen een kans. In vergelijking met de drama’s die je gewend bent lijkt een veilige relatie nogal passieloos. Maar oordeel niet te snel: veilige types komen uiteindelijk het meeste tegemoet aan je behoefte aan intimiteit, geven bevestiging en kunnen de signalen die je afgeeft het beste lezen.
Blijf eens een tijdje single om te ervaren dat je het prima alleen aankunt.

Ik heb een partner met verlatingsangst

Stel hem of haar gerust en geef voldoende bevestiging. Hoe veiliger je partner zich voelt, hoe autonomer hij of zij zich gedraagt en hoe minder claimend en verstikkend.
Als een angstige partner je verwijten maakt of eisen stelt, trek je dan niet terug en ga conflicten niet uit de weg. Probeer te achterhalen welke behoefte erachter zit. Dan blijkt bijvoorbeeld dat het te laat komen niet het probleem is, maar de angst dat je hem of haar niet belangrijk genoeg vindt om op tijd voor te komen.

Ik heb bindingsangst

Leer je eigen deactivatie-strategieën herkennen. Als je je ineens alleen nog maar ergert terwijl alles goed ging, denk dan eerst: kan dit een deactivatie-strategie zijn? Zeg tegen jezelf dat je gevoel niet verdwenen is, maar dat je er tijdelijk niet bij kunt komen. En verbreek niet direct de relatie.
Vraag steun en geef steun. Beantwoord telefoontjes en berichten. Als je partner jou als veilige basis ziet, wordt hij of zij vanzelf minder claimend.
Zoek een veilige partner: die maakt je minder vermijdend.
Herken je neiging om je partner te betichten van negatieve bedoelingen en zoek een positievere verklaring voor zijn of haar gedrag.
Maak een lijst met alle positieve eigenschappen van je partner. Herinner je waarom je ook alweer voor hem of haar gevallen bent.
Vergeet die ‘ideale ex’ en gooi het idee van ‘de ware’ overboord. Maak je huidige geliefde tot de ware door moeite te doen, door hem of haar dichtbij te laten komen en deel van je leven te maken.
Probeer zo eerlijk mogelijk te zeggen wat je denkt en voelt. Vertel duidelijk wat je behoeften zijn, zonder je partner bezorgd te maken. ‘Ik wil een paar dagen alleen zijn; niet omdat ik je niet leuk vind, maar omdat ik dat af en toe nodig heb.’

Ik heb een partner met bindingsangst

Claim hem of haar zo min mogelijk: hoe minder je een vermijdende partner claimt, hoe minder vermijdend hij of zij zal worden.
Verwoord je behoeften op een niet-aanvallende manier. Mensen met bindingsangst vatten de behoeften van anderen vaak op als een aanval op henzelf, als kritiek.
Geef complimenten, bevestig hem of haar positief bij een lief gebaar.

Bronnen: A. Levine, R. Heller, Attached, Jeremy P. Tarcher/Penguin, 2010 // R. Ponnet, Blijf bij mij. Hoe we in relaties strijden voor macht en intimiteit, Lannoo, 2012