Ik was een trage aanpasser, pas in 2006 kocht ik een digitale camera. En ik had meteen spijt. Want wat een intimiderende hoeveelheid foto’s kreeg ik opeens in handen. Honderden bevroren seconden uit één kleuteroptreden! Toch leek hét moment me steeds net ontsnapt. Ook daarom was de beeldenvloed die uit mijn nieuwe camera stroomde me minder dierbaar dan de kiekjes waarmee ik mijn albums tot dan toe had gevuld. Ze hadden allemaal iets inwisselbaars gekregen.

Zo gezond is klein geluk: de voordelen van blijmakers

Kleine geluksmomentjes zijn enorm goed voor onze gezondheid en welzijn, blijkt uit onderzoek. Maar w...

Lees verder

Angst voor ouder worden

Ongeveer eenzelfde gevoel overviel me toen ik afgelopen weken een stapel recente boeken las die over veroudering gingen. Beter gezegd, over de vraag hoe je die veroudering zo lang mogelijk voor je uit kunt schuiven. Want volgens de meeste auteurs kunnen we dat de komende jaren massaal gaan doen: heel lang jong blijven. De wetenschap heeft inmiddels zoveel kennis opgedaan over de processen achter veroudering dat we aan de vooravond staan van een periode waarin al dat verval sterk vertraagd en wellicht zelfs teruggedraaid kan worden.

Dat dat in principe mogelijk is, concluderen de auteurs uit reeksen experimenten – vermakelijke maar ook zeer onaangename. Zo haalt de Belgische arts Kris Verburgh in zijn boek Veroudering vertragen onderzoeken aan waarin oude ratjes aan jonge werden vastgenaaid, waarna hun bloedsomlopen zich verenigden. Het leverde Frankenstein-achtige monstertjes op, maar hoera, door de toevoer van al dat jonge bloed werden die oude ratjes wel meetbaar jonger.

Voor wie dat aaneennaaien niet ziet zitten: de Amerikaanse wetenschapsjournalist Bill Gifford meldt in Piepjong dat het om ouder worden tegen te gaan inmiddels niet meer nodig lijkt fysiek met een jeugdiger soortgenoot te versmelten. Recent onderzoek suggereert dat geregelde toediening van ‘jong’ bloedplasma hetzelfde effect heeft. Waarschijnlijk doordat er een stof in zit die de celvernieuwing stimuleert. Met een beetje geluk kunnen de kapitaalkrachtigen onder ons binnenkort al aan de dagelijkse bloedtransfusie.

Enthousiasmedip

Wie het ouder worden vreest en geen moeite heeft met zulke Dracula-achtige verhalen, kan zijn hart dus ophalen in de boekhandel. Waar de ene verouderingsauteur nog ingetogen voorspelt dat de meeste hedendaagse baby’s met gemak de honderd zullen halen, schreeuwt de ander dat duizend jaar worden binnenkort best denkbaar is. Massaal ouder dan Methusalem – geweldig, niet?

Maar ik dacht na het doorploegen van die stapel boeken over ouder worden vooral met schrik: hele decennia erbij! Want wat is dan nog – mijn foto’s indachtig – de waarde van elk van die afzonderlijke jaren? Zie je daar na de eerste pakweg 75 überhaupt nog onderscheid in?

School en studie afgerond, gezwolgen in je eerste grote liefdes, carrière gemaakt, kinderen gebaard en ouders begraven… Welke mijlpalen kunnen daarna je levenspad nog markeren? Het zwemdiploma van een achterkleindochter, de geboorte van een bet-achterkleinzoon? Ik kan me slecht voorstellen dat een mens daar keer op keer hetzelfde enthousiasme bij ervaart.

En dat klopt ook wel, lees ik bij Kris Verburgh. Na ons zeventigste worden we volgens hem vatbaarder voor verveeldheid. Dat komt doordat onze hersenen met het klimmen der jaren minder dopamine gaan aanmaken. Aangezien die neurotransmitter een rol speelt bij gevoelens van motivatie en beloning, is het niet vreemd dat we op hogere leeftijd minder snel warmlopen voor iets nieuws.

Maar daarvoor ziet verouderingsoptimist Verburgh natuurlijk meteen een oplossing: een dopamine-supplement. Daarmee blijven zelfs honderdplussers volgens hem te porren voor de vele uitdagingen van het leven.

90 is mooi genoeg

Dopaminepilletjes om boven de honderd onverminderd enthousiast te blijven? Mijn twijfel wil nog niet echt wijken. Ik plaats dan ook een groot uitroepteken in de kantlijn als Bill Gifford ergens tegen het einde van zijn boek – na lange passages over de levensverlengende effecten van vasten, koude baden en op zijn tijd een lichte dosis gif – de Amerikaanse filosoof Ernest Becker aanhaalt. Het idee van de dood is de grote drijfkracht achter menselijk handelen, schreef Becker; juist de angst voor het einde maakt dat we niet lui op ons gat blijven hangen.

Ook Steve Jobs – geen filosoof, wel vele malen meer beroemd – sprak zich volgens Gifford positief uit over de dood. De Apple-baas zag er de aanjager van verandering in. Wie weet waren we nog steeds met priegelige toetstelefoons in de weer als Jobs – die vijf jaar geleden op zijn 56ste overleed – had gedacht dat hij de 156 zou halen.

Hoe dan ook, kennelijk ben ik niet de enige die het gevoel heeft dat de 85 jaren die een vrouw van mijn leeftijd momenteel mag verwachten, voor mij stuk voor stuk meer waarde hebben dan de eindeloze reeks die zieners me voorspiegelen.

Sterker: waarschijnlijk denken de meeste mensen zo over ouder worden. Dat concludeert geriater Marcel Olde Rikkert, hoogleraar in Nijmegen, uit een enquête die Nederlandse scholieren hielden onder zowel jongeren als ouderen. Het merendeel van beide groepen gaf aan dat ze zouden bedanken wanneer ze een leven tot 150 jaar kregen aangeboden. Olde Rikkert schrijft daarover in zijn ‘handboek’ Jong blijven & oud worden: ‘Vrijwel iedereen vond een goed gevuld leven tot 80 of 90 jaar genoeg.’

Leven met een doel

Zelfs in de Verenigde Staten wordt semi-onsterfelijkheid niet met louter gejubel ontvangen. De Amerikaanse geriater Linda Fried schreef in 2014 al in het literair-cultureel tijdschrift The Atlantic dat de toenemende levensduur er maatschappijbreed vooral angst oproept. Niet alleen omdat een sterke groei van het aantal inactieven onbetaalbaar dreigt te worden. Mensen schrikken er ook voor terug omdat niemand weet wat-ie eigenlijk aan moet met al die extra jaren: ‘We hebben een heel nieuwe levensfase gecreëerd, maar daar nog geen doel voor bedacht.’

Wat extra vervelend is, vervolgde Fried, omdat ons geluk juist voor een groot deel wordt bepaald door het idee dat ons leven een doel heeft. Wie niet meer het gevoel heeft iets bij te dragen aan de wereld, wordt al snel bevangen door een gevoel van zinloosheid. Dat was dan ook precies waar Frieds gepensioneerde patiënten geregeld over klaagden. Fysiek ging het misschien best goed met ze, maar geestelijk voelden ze zich een stuk minder.

Zo geef je je leven betekenis

We streven allemaal naar een zo gelukkig mogelijk leven. Stop daar maar mee, schrijft de Amerikaanse...

Lees verder

Onderbenut potentieel

De oplossing lijkt simpel: laat mensen langer doorwerken. Wat bejaarden dan misschien aan heilig vuur missen, compenseren ze wel met levenservaring en relativeringsvermogen. En zo hoeven ze niet doelloos weg te kwijnen – win-win voor iedereen.
Maar nee, dat is te eenvoudig gedacht. Want dat gevoel van doelloosheid slaat vaak al ruim vóór ons pensioen toe, zegt de Duitse psychologe en verouderingsonderzoekster Ursula Staudinger: ‘Werkgevers verwachten nauwelijks nog iets van oudere werknemers en investeren niet meer in ze.’

Heel dom van die werkgevers, laat Staudinger telefonisch weten vanuit New York, waar ze leiding geeft aan het Columbia Aging Center. ‘Zestigers van nu zijn wat lichamelijke en geestelijke gezondheid betreft te vergelijken met vijftigers van veertig jaar geleden. Mensen blijven langer jong en houden langer hun potentieel. Dat wordt dus onderbenut.’

Flexibele geest

Natuurlijk, geeft Staudinger toe: onder bejaarden zijn wel degelijk mensen die het stereotype bevestigen dat je met het klimmen der jaren verstart. ‘Daar is geregeld de rigiditeit te zien waarvan jongere mensen gek worden.’ Maar daarbij moeten we volgens haar goed beseffen hoe de huidige generatie bejaarden is opgevoed.

‘Ze kregen bijgebracht dat de maatschappij op een bepaalde manier in elkaar zat en dat iedereen daar een vaste rol in had. Eigen initiatief werd zelden gestimuleerd, laat staan op latere leeftijd weer gaan studeren. De meesten hebben dus nooit geleerd hun kennis te blijven testen en bij te stellen.’

Voor de bejaarden van de toekomst geldt dat veel minder. Ze zijn opgegroeid in een dynamischer wereld en weten dat je snel naast de maatschappij komt te staan als je bepaalde ontwikkelingen niet bijhoudt. Zolang ze hun openheid daarvoor weten vast te houden en geregeld nieuwe dingen oppakken, zegt Staudinger, kunnen ze tot op hoge leeftijd geestelijk fris en flexibel blijven. ‘Als je je brein maar blijft uitdagen, blijft het lang fit. Het is namelijk veel plastischer dan we vroeger dachten.’

Weg met routine

En dat geldt op ieder opleidingsniveau, voegt ze nadrukkelijk toe. ‘Wij hebben bijvoorbeeld onderzoek gedaan bij mensen die lopendebandwerk deden in een autofabriek. Daar zagen we duidelijk cognitief verschil tussen werknemers die altijd dezelfde handelingen verrichtten en mensen die geregeld andere onderdelen monteerden.’ Staudinger ziet dus wel een toekomst voor zich waarin ook oudere werknemers kansen krijgen.

Tot die tijd moeten we streng zijn voor onszelf, adviseert de psychologe: ‘Zorg zelf dat je je blijft ontwikkelen. Zodra je merkt dat routine de overhand neemt, wordt het tijd om nieuwe taken op te pakken. En ook buiten je werk moet je iedere dag even uit je comfortzone komen. Overwin dus je weerstand en lees dat boek dat niet direct in je straatje past, praat met die mensen met wie je nauwelijks iets gemeen hebt.’

Paarse jurk, rode hoed

Even klonk het me heel mooi in de oren. Als ik er maar hard aan trek, kan ik straks een nuttige = gelukkige honderd-plusser worden. Dus hup, op naar de volgende uitdaging! Toen overviel me een enorm gevoel van anticiperende vermoeidheid. Waar was mijn rustige oude dag gebleven? De jaren waarin ik voornamelijk boeken van vroeger herlas en loom door mijn plakboeken ging dwalen, die albums vol overbelichte maar dierbare foto’s?

De echte troost kwam van Hanne Laceulle, die aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht promotieonderzoek doet naar goed ouder worden. Haar proefschrift is nog niet af, maar de hoofdboodschap staat wat Laceulle betreft al: we moeten onze oude dag meer als levensfase op zich leren waarderen.

‘Er zijn momenteel twee dominante beelden als het om ouder worden gaat,’ zegt Laceulle. ‘Het ene noem ik het “vervalverhaal”: ouder worden is een proces van onontkoombare achteruitgang, dus van ellende en verlies. Het andere is het “trotseerverhaal”: als je er maar hard aan werkt, kun je best jong blijven. Wat mij aan beide verhalen stoort, is dat succesvol ouder worden wordt afgemeten aan standaarden die horen bij jongere fasen. Je moet vlot, vitaal en beweeglijk blijven.’

Culturele verlegenheid

En dat terwijl je volgens Laceulle ook – juist – als je traag en krakkemikkig wordt, naar sommige maatstaven heel succesvol kunt zijn. ‘Hoe goed kun je dan omgaan met dat verlies en je toenemende kwetsbaarheid? Hoeveel liefdevolle zelfacceptatie heb je dan tot je beschikking?

Dat klinkt misschien passief, maar dat is het niet. Mensen moeten zoiets actief leren, ze kunnen wat dat betreft op latere leeftijd nog enorm groeien. Maar daar hebben we nu nog te weinig oog voor. Er heerst in onze samenleving wat ik noem een grote “culturele verlegenheid” rond ouder worden.’

Gelukkig ziet ze dat de laatste jaren wel voorzichtig veranderen. Zoals de bloei, ook in Nederland, van afdelingen van de Red Hat Society. Een internationale beweging van vijftigplusvrouwen die geregeld samenkomen in paarse jurken en met rode hoeden op. ‘Een vorm van ludiek verzet tegen de bestaande perfectiedwang,’ zegt Laceulle. Net als de voorzichtige trend onder middelbare vrouwen om grijze haren grijs te laten: ‘Ook een soort culturele tegenbeweging.’

Nieuw én plezierig

Mijn eerste grijze haren lekker grijs laten, een rode hoed kopen, en vlijtig oefenen op een lach en een traan bij elk verschijnsel van verval dat me de komende decennia bespringt. Op de een of andere manier stemde de gedachte daaraan me vrolijker dan het idee dat ik een supersenior kan worden als ik vanaf nu maar dagelijks koude baden neem en boeken lees die me niet aanspreken.

TEST
Doe de test »

Hoe dankbaar ben je?

Wacht, maakte geriater Marcel Olde Rikkert daar ook geen zinnige opmerkingen over in zijn boek? Hij haalde de fun theory aan. Die stelt kort gezegd dat je mensen nog zo goed kunt vertellen wat gezond gedrag is, maar dat ze dat pas in praktijk brengen als ze er ook plezier aan beleven. Ga voor een fitte oude dag dus vooral op zoek naar nieuwe bezigheden waaraan je plezier beleeft, luidt zijn advies. Kijk, dát klinkt pas echt naar blije bejaarden.

5 redenen waarom ouder worden leuk is

De natuur heeft weinig op met oudere mensen; zodra onze vruchtbare jaren voorbij zijn, investeert ze niet meer in onze overleving. Tenzij je daar dan zelf hard aan gaat werken, zul je dus snel achteruitgaan. Vijf redenen om vanaf je middelbare jaren stevig op levensverlenging in te zetten:

1. Je wordt gelukkiger

De menselijke gelukscurve heeft een U-vorm: ze is hoog in onze jonge jaren en op latere leeftijd, maar laag in het midden. Het dieptepunt van ons levensgeluk ligt statistisch gezien rond ons 46ste. Na die overgangsjaren – voor de meeste vrouwen letterlijk – hebben we dus een grote kans op groeiend welzijn. Zelfs kwetsbare ouderen waarderen hun leven gemiddeld nog met een 7 tot 7,5, zegt geriater Marcel Olde Rikkert.

2. Je wordt slimmer

Weliswaar neemt ons vermogen nieuwe problemen op te lossen af na ons veertigste, maar daartegenover staat het doorgroeien van onze op ervaring gebaseerde intelligentie. Oudere mensen zijn daardoor, zolang ze hun vaardigheden op peil houden, beter in het oplossen van complexe problemen dan jongeren.

Maar die toenemende traagheid dan? Die komt niet door cognitieve achteruitgang, betoogden taalwetenschappers van de universiteit van Tübingen in 2014; dat oudere mensen vaak meer moeite hebben om bijvoorbeeld op een woord te komen, komt gewoon doordat er veel meer in hun geheugen is opgeslagen. In tests waarin het niet op snelheid aankomt, maar op toepassing van al aanwezige informatie, scoren ouderen zelfs beter dan jongeren.

3. Je krijgt meer plezier in seks

Diverse onderzoeken toonden aan dat de seksfrequentie weliswaar daalt met het ouder worden, maar dat de kwaliteit van de vrijpartijen stijgt. Vooral vrouwen zijn na hun vijftigste meer tevreden over hun seksleven, bleek in 2013 uit grootschalig Brits onderzoek.

4. Je bent in goed gezelschap

Vroeger waren oudjes in de minderheid en kon de maatschappij ze dus probleemloos negeren. Maar nu de bevolkingspiramide een bevolkingskubus begint te worden, met een nog altijd aandikkende toplaag, ‘veroudert’ de maatschappij mee. En daar profiteert iedereen van. Ouderen zijn namelijk minder crimineel, gedragen zich gemiddeld vriendelijker en behulpzamer, en zeuren volgens onderzoekers minder dan jongeren.

We doen vaak alsof twintig de perfecte leeftijd is, maar, zegt verouderingsonderzoekster Ursula Staudinger: ‘Een maatschappij waarin twintigers overheersen is verschrikkelijk. Op die leeftijd laten we ons leiden door testosteron en egocentrisme.’

5. Je hebt de maatschappij iets te bieden

Na onze middelbare leeftijd breekt volgens de Duits-Amerikaanse psycholoog Erik Erikson de periode van generativity aan. Dat is de levensfase waarin persoonlijke ambitie langzaam plaatsmaakt voor de behoefte de wereld een beetje mooier te maken en kennis aan een volgende generatie over te dragen.

Waarom gaan we eigenlijk dood?

We hebben een wegwerplichaam, daar komt het volgens geriater Marcel Olde Rikkert op neer. Twee miljoen jaar natuurlijke selectie heeft ertoe geleid dat de diersoort mens zich in de meest wonderlijke omstandigheden kan voortplanten. Maar zodra de vruchtbare jaren van een mens voorbij zijn, vindt de evolutie het ook welletjes. Individuen die daarna nog ouder worden, leveren de soort geen genetisch voordeel meer op. Vandaar dat ons ‘onderhoudsprogramma’ rond ons veertigste op een lager pitje komt te staan.

Bij de een gaat het ouder worden daarna sneller dan bij de ander; onze individuele genen en leefstijl maken beslist verschil. Maar uiteindelijk is het verval niet te stoppen, schrijft Olde Rikkert in Jong blijven & oud worden: want de essentie van veroudering is ‘opstapeling van allemaal vormen van schade die eerder in het leven zijn opgedaan, met onvoldoende reparatie ter compensatie’.

Dat levert zo’n ‘enorme variatie aan schaderoutes’ op, dat het volgens hem nauwelijks zin heeft te proberen een van die routes af te sluiten. Het uitroeien van kanker zou de mensheid in totaal ‘maar’ drie jaar winst opleveren. Zoals hij mooi noteert aan het slot van zijn boek: ‘Niet de individuele mens, maar de menselijke soort is onsterfelijk.’[/wpgpremiumcontent]