Wie ben je?

‘Een veelvraat – dat is ook de titel van m’n nieuwe cabaretprogramma. Ik vind alles de moeite waard om in me op te zuigen. Ik acteer, ik zing, ik doe cabaret, ik drum.

Het drummen zit er het langst in bij mij. Als kind had ik al een drumstel en had ik in de garage met mijn vriendjes een bandje: No Kidding. Op school deed ik mee aan cabaret- en muziekoptredens. Ik deed ook weleens een typetje, maar ik vond het toch altijd het leukst om achter het drumstel te zitten. Als drummer moet je lef hebben. Je geeft de beat aan, jíj bent degene op wie iedereen leunt. Ik houd van die verantwoordelijkheid. In principe ben ik een loner, iemand die graag alleen op onderzoek uitgaat, zélf verantwoordelijk is voor wat hij bereikt. Ik geloof heel erg dat je je eigen plek kunt afdwingen in het leven.

Vaak krijg ik de bijna verwijtend klinkende vraag: “Wat wil je nou: drummen, acteren, zingen of cabaret?” Mensen willen graag duidelijkheid hebben over wat je doet. Maar ik zou het te beperkt vinden om slechts één vak te hebben. Ik beheers het allemaal, dus kan in alles

iets van mezelf kwijt.

Dat ik net als mijn vader (Kees van Kooten, red.) weleens typetjes doe en satire bedrijf, is niet omdat hij dat wilde; het zit gewoon in me. Mijn ouders hebben mijn zus Kim en mij nooit gepusht. Ons gezin is een klef maar wel leuk zootje. Het enige wat m’n ouders wilden, was dat er bij Kim en mij uit kon komen wat erin zit. Dat is bij ons allebei gelukt, zónder dat we onze vader lopen na te doen, ieder op z’n eigen manier. Kim wil net als mijn vader veel praten over haar werk. Ze vraagt veel feedback van thuis. Ik ben meer iemand die het zelf uitzoekt en op z’n bek durft te gaan.

Wat we allebei van huis uit hebben, is een soort zesde zintuig: we observeren onze omgeving heel scherp. Alles wat we meemaken, kan materiaal zijn voor ons werk. Bijvoorbeeld hoe mensen langs elkaar heen praten: hoe er eigenlijk níét gecommuniceerd wordt. Er bestaan tegenwoordig steeds meer communicatiemogelijkheden, zoals sms en msn, maar de momenten dat mensen tegen elkaar zeggen wat ze écht denken, zijn heel schaars.

Echtheid, authenticiteit, dat is iets waar ik veel waarde aan hecht. Daarom haal ik ook zoveel inspiratie uit dieren, die zijn ultiem zichzelf. Lange tijd eiste ik dat alles en iedereen om me heen maar echt was. Maar inmiddels heb ik gemerkt dat dat gewoon niet vol te houden is. Mensen moeten gewoon af een toe een beetje liegen. Een soort sociale olie is dat. Als je honderd procent eerlijk bent, blijf je eenzaam achter.

Desondanks blijf ik een hekel houden aan te veel onechtheid. Mijn werk, dat moet écht zijn. Ik zing bijvoorbeeld een liedje over bloemen langs de weg, over een verkeersdode. Sommige puristen zeggen: “Niet doen, je moet het zelf meegemaakt hebben om erover te kunnen zingen.” Gelukkig heb ik het zelf niet meegemaakt, maar de emotie die ik erbij heb is wél echt, en dan kan ik er gewoon over zingen, vind ik.

Die hang naar echtheid komt denk ik ook door vroeger. Als kind van een beroemde vader heb ik vaak te maken gehad met mensen die niet geheel zichzelf waren. Om maar m’n vaders aandacht te krijgen, gingen ze zich vreemd gedragen. Op vakantie maakte ik het een keer mee dat mensen ons hele gezin wegduwden om maar bij hem in de buurt te kunnen komen. Dan wilden ze hem aanraken. Of kijken of-ie echt zo gek was als op tv. Mijn vader is een aardige man die dan met iedereen gaat praten. “De mensen die je aanspreken op straat, dat is je publiek, dat is voor wie je het doet en waar je van leeft,” zegt-ie dan. Terecht misschien, maar ik houd er niet van.

Ik zal een voorbeeld geven waarom het soms moeilijk kan zijn een bn’er als vader te hebben. Ik weet nog dat ik op m’n achtste een keer op school kwam en dat alle kinderen opeens wisten dat ik een teddybeer had – Snoopy, die heb ik nog steeds trouwens, al sinds mijn eerste; hij ligt alleen nu niet meer bij me in bed. Maar goed, ik snapte er toen helemaal niks van en raakte helemaal in de war. Die kinderen bleken het van hun ouders te hebben gehoord, en die hadden het weer in een boek van mijn vader gelezen. Het was totaal niet cool een beer te hebben, dus ik vond het helemaal niet leuk dat iedereen dat over mij wist. Zoiets privés gaat toch niemand een moer aan? Ik vind: journalistiek houdt op waar privacy begint. Laatst, toen mijn vader iets schreef over Roman, het zoontje van Kim, heb ik hem erop aangesproken. “Pap, voor jou en Kim en haar man kan het wel heel leuk zijn dat je over Roman schrijft, en ik wil je artistieke vrijheid niet aantasten, maar realiseer je wel dat hij hier zelf niet voor gekozen heeft.”

En nu zoek ik zelf die beroemdheid weer op door op het podium te gaan staan, zeg je. Dat klopt, maar als ik dit beroep zou kunnen doen zonder er beroemd mee te worden, zou ik dat veel liever hebben. Wat ik veel belangrijker vind, is hóé je iets doet; niet wát je doet. Wanneer ik een vrouw ontmoet, wil ik dat ze me eerst leert kennen voordat ze weet wat ik doe. Twee uur met elkaar praten en dat zij dan vraagt: “Maar wat doe jij eigenlijk?” Heerlijk vind ik dat.’

Waar geloof je in?

‘Ik ben niet gelovig. Ik vind het leven zo ontzettend mooi dat je het te weinig eer geeft wanneer je gelooft in een leven na de dood. Eigenlijk is het kleinerend ten opzichte van het leven om te zeggen dat er een leven na de dood is. Goed hè, dat ik dat zeg! Ik veeg hier even in één klap de essentie van het christendom van tafel.

Waar ik wél in geloof, is dat er een bepaalde voorbestemming is. “Het is de bedoeling,” zegt Kim altijd als bijvoorbeeld iemand zich erover verbaast waarom bepaalde mensen een relatie met elkaar hebben gekregen. Prachtig, het heeft iets onontkoombaar moois.

Maar ja, ik blijf nog wel met één probleem zitten: is het ook “de bedoeling” dat jonge mensen uit mijn omgeving zomaar ongeneeslijk ziek worden of verongelukken? Eng vind ik dat: dingen waar je geen verklaring voor hebt en geen controle over kunt uitoefenen.’

Wat was een keerpunt?

‘Dat is vrij langzaam gegroeid bij mij. Het heeft ermee te maken dat ik socialer ben geworden. Ik ben nogal een vechter, en als er vroeger iets niet ging zoals ik wilde, kon ik een schreeuwend, boos en verongelijkt kereltje worden. Op werkgebied heb ik best wat teleurstellingen gehad: slechte distributie, luie platenbazen, onduidelijke afspraken, impresario’s die alleen maar geïnteresseerd zijn in verkoopcijfers en niet in kwaliteit, weinig mensen die naar het theater komen terwijl ik in de zaal zulke leuke reacties krijg. Soms leek het wel alsof ik van hogerhand werd getest: mij eerst een paar keer goed laten zakken om te zien of ik een doorzetter ben. Nou, ik zal ze verbazen daarboven, mochten ze er toch blijken te zitten, ha!

Inmiddels weet ik mijn woede om te toveren in productiviteit. Het werkt veel beter om vragen te stellen aan de ander: “Waarom deed je het zo-en-zo?” Dan ontstaat er echte communicatie, tweerichtingsverkeer, en dat is waar het allemaal om gaat in het leven. Verder ga ik ervan uit dat de mens in principe slecht is, dan komen de goede kanten veel mooier en leuker naar voren. Als je altijd uitgaat van het goede, raak je te vaak teleurgesteld. Een van mijn beste vrienden probeerde het met mijn vriendin toen ik weg was, toen werd ik echt even van m’n sokken geblazen. Ik dacht: “Hè!? We waren toch vrienden?” Maar ik ben geen zwartkijker geworden, hoor. Ik blijf een optimistische pluk-de-dagdebiel.’

Wat zou je willen veranderen?

‘Ik zou willen dat Nederland wat minder horkerig werd. Als ik na twee weken Frankrijk bij Oosterhout de grens over rijd, is het meteen mis. Páts, ze snijden je zomaar de pas af, of laten je niet invoegen. Dan staat er zo’n bord met: “Vanaf hier ritsen”, en nóg doen ze het niet. Ik denk dat we elkaar te weinig gunnen, waardoor iedereen heel ziekelijk z’n eigen territoriumpje probeert af te schermen. Er zit een soort overlevingsdrang achter: uiteindelijk kiezen mensen toch voor zichzelf.’

Hoe is het om ouder te worden?

‘Ik merk niks van mijn leeftijd. Of het moet zijn dat de jongere generatie écht in een andere wereld leeft dan ik. Daaraan merk ik: “O, ik word dus ouder.” Maar dat vind ik alleen maar leuk. Wat misschien is veranderd, is dat ik steeds lekkerder met mijn werk bezig ben. Dat begon eigenlijk een jaar of zeven geleden, toen ik een tijdje had geacteerd en gedrumd, en ineens heel veel zin kreeg om het theater in te gaan met m’n eigen werk. Ik wilde zélf iets vertellen in plaats van meedoen aan de projecten van anderen. Toen ben ik met mijn eigen theatershow begonnen en ben ik cd’s gaan opnemen. Daar voel ik me nu heel prettig bij.’

Wat heb je geleerd van de liefde?

‘Alles. De liefde is de grootste drijfveer bij alles wat ik doe. Ik wil de liefde graag vastleggen. Een gevoel van liefde kan me zo blij maken dat ik er een tekst of een melodie over wil maken. Wat ik mooi vind aan de liefde, is dat je helemaal op één lijn kunt zittten. Zoals samen de slappe lach krijgen, of tegelijk zien hoe een oud en lief mannetje door de supermarkt schuifelt. Zien hoe de snuit van een hond neutraal gaat staan als hij zit te poepen; en dan op exact hetzelfde moment precies hetzelfde denken en voelen, dat is liefde. Heerlijk!

Maar de liefde heeft mij ook geleerd dat liefde op zich niet genoeg is. Je kunt veel liefde voor iemand voelen, maar dat wil niet zeggen dat het makkelijk is elkaars levens te verenigen. Een relatie kan heel leuk zijn, maar als je daardoor niet voldoende trouw aan jezelf kunt blijven, werkt het niet. Ik wil niet té veel concessies doen, maar ook aandacht voor de ander hebben. Dat is soms moeilijk te combineren.

Ik heb op dit moment geen relatie. Of ik weleens eenzaam ben? Neuh, ik heb m’n familie, m’n vrienden, m’n collega’s, en ik ga nog weleens een gezin stichten. Nou ja, één keertje was ik wel eenzaam. Een jaar geleden, toen mijn relatie net uit was, was ik met de feestdagen voor ’t eerst in m’n leven alleen, m’n ouders en beste vrienden waren toevallig allemaal weg. Toen heb ik wel even flink moeten huilen. Maar daar komt dan wel weer een mooi liedje uit! Da’s het mooie aan mijn vak: dat ik soms het nuttige met het onaangename kan verenigen.’

Onlangs verscheen van Kasper van Kooten een dvd-box met drie cabaretprogramma’s. Vanaf 24 april zijn de try-outs van zijn nieuwe show Veelvraat; de première is in oktober 2008. Meer informatie: www.kasper.tv

[/wpgpremiumcontent]