Christian Torres had het goed voor elkaar. Na een succesvolle schoolcarrière kreeg de 21-jarige Amerikaan een baan als politieman in New York City. Hij was trots op zijn uniform en sprak met passie over zijn werk. In het weekend speelde hij graag een potje football in het park. Daar blonk hij volgens zijn vrienden in uit; de politieman was atletisch en snel. Torres kwam uit een goede familie, had een huis en een verloofde.

Wat echter niemand wist, was dat hij er naast zijn politiewerk een tweede carrière op na hield: die van bankrover. Met zijn buit schafte hij een nieuwe auto aan, kocht hij een diamanten verlovingsring voor zijn vriendin en betaalde hij zijn studieschuld af. Na zijn laatste rooftocht werd hij in de kraag gevat. Hij had een plastic zak bij zich met daarin 113.000 dollar en zijn vermomming: een bolhoed en een blonde pruik. In plaats van anderen achter de tralies te zetten, belandde Torres er zelf. Hij werd veroordeeld tot tien jaar cel.

Bang voor uitsluiting

Geheimen, bijna iedereen heeft ze. Meestal geen compleet dubbelleven zoals politieman Christian Torres.

Maar ieder mens heeft wel informatie die hij voor anderen verborgen houdt, concluderen geheimenonderzoekers. Dat je een affaire hebt met een collega bijvoorbeeld, of een vrij heftig seksverleden. Dat je onder behandeling van een therapeut bent, je spaargeld stiekem in het buitenland hebt geparkeerd of vroeger de grootste pestkop van de klas was.

Uit een onderzoek op psychologiemagazine.nl waaraan ruim vierhonderd mensen meededen, blijkt dat 94 procent van de bezoekers ten minste één geheim heeft. Bijna de helft heeft er zelfs meer.

Maar waarom houden we sommige zaken eigenlijk angstvallig verborgen? Bij politieagent annex bankrover Christian Torres is het duidelijk: hij zou anders achter de tralies verdwijnen. De belangrijkste reden is echter dat we bang voor negatieve reacties van anderen zijn, zegt geheimenonderzoeker Andreas Wismeijer van de Universiteit van Tilburg: ‘Dat je strenggelovige ouders je zullen afwijzen als ze erachter komen dat je homo bent, dat je vrouw je verlaat als ze ontdekt dat je vreemdgaat, dat je vrienden je niet meer willen zien omdat je je kinderen af en toe een klap geeft.’

De angst om afgewezen te worden zit volgens Wismeijer diep in ons wezen ingebakken. ‘In de oertijd hadden we grotere overlevingskansen in groepen. In je eentje kun je niet jagen, ben je een makkelijker prooi voor roofdieren, kun je je niet voortplanten. Eén onderzoeker formuleerde het mooi: “evolution equated exclusion with extinction” – de evolutie stelde uitsluiting gelijk aan uitsterven.’ En daarom zijn we er nog steeds hypergevoelig voor.

De dingen die we geheim houden, zijn dan ook vaak niet de leukste. Natuurlijk, geheimen kunnen ook een positieve inhoud hebben: je bent door naar de volgende sollicitatieronde voor een geweldige baan en kunt dat nog niet vertellen aan je huidige collega’s, je bent net een paar weken zwanger of je hebt een ontzettend leuk verrassingsfeestje voor je partner georganiseerd. Maar de meeste geheimen betreffen toch dingen waarvan we denken dat anderen er negatief over zullen oordelen, zegt onderzoeker Catrin Finkenauer van de Vrije Universiteit. ‘Het zijn dingen waarvoor we ons schamen, dingen waarvan we denken dat als anderen ze weten, ze ons niet leuk meer vinden.’

Neem bijvoorbeeld ‘Veer’, die op het internet­forum geheimenvan.nl schrijft: ‘Mijn geheim draag ik al twee jaar, drie maanden en tien dagen met me mee en dat is dat ik spijt heb van mijn kind. Ik kan het aan niemand vertellen. Ik wou dat ik nooit een kindje had gekregen en dat ik de tijd terug kon draaien. Ik denk er iedere dag aan als ik mijn dochter in bad doe, of op de fiets zit, of als ik naar haar kijk. Soms denk ik wel eens als ze in bad zit: als ik haar nu loslaat, dan is het over… Nu ik het opschrijf schrik ik van mijn eigen gedachten maar het is echt waar. Ik denk dat ik de enige ben die dit heeft, want ik heb nog nooit van iemand anders ­gehoord dat hij of zij spijt heeft van zoiets als het krijgen van je kind! Dat kan toch niet!? Ik ben een vreselijke moeder!’

Opvallend positieve reacties

Maar is de angst voor afwijzing gerechtvaardigd? Reageren mensen echt zo negatief als we ons geheim onthullen? Op het forum zijn de reacties op de ‘vreselijke moeder’ mild. Bijvoorbeeld: ‘Beste Veer, ik vind het heel moedig van je dat je je hierover uitspreekt. […] Ik kan mij niet voorstellen dat je de enige bent die met een dergelijk geheim rondloopt.’ En: ‘Lief meiske, ik denk dat jij heel snel hulp moet zoeken voor er iets gebeurt met je kindje.’

Mensen overschatten inderdaad vaak hoe teleurgesteld of veroordelend anderen zullen reageren, laat de Amerikaanse geheimenonderzoeker John Caughlin van de University of Illinois weten in een e-mail. Hij ontdekte dat toen hij ruim driehonderd mensen sprak die een geheim hadden als ‘ik woon nu twee jaar bij mijn kamergenoot en hij weet niet dat ik homo ben’, ‘ik heb nog steeds gevoelens voor mijn eerste liefde’ en ‘als kind ben ik misbruikt door een familielid’.

Twee maanden later vroeg hij of ze hun geheim hadden onthuld en zo ja, hoe de reacties waren geweest. Wat bleek? Over het algemeen waren die ­positiever dan de proefpersonen hadden verwacht. Finkenauer: ‘Mensen overdrijven hoe erg anderen hun geheim zullen vinden. Het is net als wanneer je een puistje hebt; jij vindt het een ramp terwijl het anderen misschien niet eens opvalt.’

Maar niet iedere onthulling wordt met open armen ontvangen. Bij een kwart van de mensen uit Caughlins onderzoek was de reactie op hun bekentenis net zo negatief als ze verwachtten, of zelfs nog erger. Juist de mensen die zich vooraf het meest zorgen maakten over de onthulling, kregen het het zwaarst te verduren. Reden genoeg dus om toch voorzichtig te zijn, vindt Caughlin.

En er is nog een ander probleem, zegt de Amerikaanse geheimenonderzoekster Anita Kelly: als je schaamtevolle geheimen over jezelf onthult, plak je jezelf publiekelijk een bepaald etiket op. Dat van winkeldief of vreemdganger bijvoorbeeld. Daardoor ga je jezelf ook meer op die manier zien. Als voorbeeld vertelt ze in haar boek The psychology of secrets over een vrouw die de pijnlijke beslissing neemt om aan collega’s te vertellen dat ze is verkracht. Kelly: ‘Deze vrouw zal zichzelf wellicht dan meer als slachtoffer gaan zien, omdat ze denkt (terecht of onterecht) dat haar collega’s haar nu ook op die manier beschouwen.’

Verzwijgen moet je leren

Het vermogen om iets geheim te houden is trouwens niet iets waarmee we worden geboren. Dat bewezen onderzoekers met een grappig experiment. Ze lieten kinderen van verschillende leeftijden twee stickers zien. De ene was mooi, met glitters; de andere beige en saai. Daarna introduceerden ze een gemene pop die het stickerexemplaar zou afpakken dat de kinderen het liefste wilden hebben. Toen de pop aan de 4- en 5-jarigen vroeg welke sticker hun favoriet was, logen ze of weigerden ze te antwoorden. Maar de 3-jarigen waren nog niet in staat hun voorkeur voor zich te houden en wezen de glittersticker aan.

VU-onderzoekster Finkenauer: ‘Jonge kinderen snappen nog niet dat je dingen geheim kunt houden. Zij zien nog geen onderscheid tussen zichzelf en anderen. Ze denken dat anderen hetzelfde denken en voelen als zij.’

Een bekend voorbeeld hiervan is het kind dat tijdens verstoppertje spelen de handen voor de ogen houdt en denkt dat anderen hem zo niet kunnen zien. Op het moment dat een kind iets geheim kan houden, snapt het dat ‘ik’ iemand anders is dan ‘jij’, vertelt Finkenauer. Geheimen dragen dus bij aan de autonomie van een kind en zijn een normaal onderdeel van de ontwikkeling. ‘De eerste geheimpjes die kinderen hebben gaan vaak over bezittingen: een geheime verstopplek, een geheim dagboek…’

Vanaf een jaar of 12 krijgen de geheimen een andere inhoud. Zo was er in Finkenauers onderzoek onder adolescenten bijvoorbeeld een puber die een ster wilde worden, maar dat niet aan anderen vertelde uit angst dat ze hem raar zouden vinden. En een jongen van 15 die voor zijn ouders verborgen hield dat hij naar de hoerenbuurt was geweest en daar seks had gehad. Finkenauer: ‘We vroegen ons af of pubergeheimen ook bijdragen aan onafhankelijkheid, net zoals kindergeheimen dat doen. En we ontdekten inderdaad dat adolescenten die geheimen voor hun ouders hebben, zich autonomer voelen. De schaduwzijde daarvan is wel dat deze pubers een slechtere relatie met hun ouders hebben.’

Ook als volwassene kunnen geheimen helpen om je persoonlijke grenzen af te bakenen, schrijft Anita Kelly in The psychology of secrets. Door intieme informatie over jezelf te onthullen, geef je namelijk een stukje macht uit handen. ‘Als je persoonlijke informatie over jezelf aan anderen vertelt, kan dat je kwetsbaar maken. In relaties weten individuen met een hogere status meer over degenen met een lagere status dan andersom. Machteloze groepen, zoals gevangenen en psychiatrische patiënten, hebben vaak weinig privacy.’ Een baas weet dan ook vaak meer over zijn werknemers dan andersom.

Een band scheppen

Met geheimen beschermen we overigens niet alleen onszelf. We hebben ook geheimen om anderen te sparen. Zo neemt ‘Lonely’ op het online forum van Psychologie Magazine haar ouders in bescherming als ze bekent: ‘Mijn familie denkt dat ik vrienden in overvloed heb en ieder weekend een drukbezette agenda, maar niets is minder waar. […] Het alleenzijn went op een gegeven moment wel, maar als je ieder weekend denkt “was het maar vast maandag, dan kon ik tenminste gaan werken en heb ik wat te doen”, is het niet meer echt leuk te noemen… Ik zeg hierover niets tegen mijn familie, het zou mijn ouders onnodig pijn doen want ze denken dat ik gelukkig ben. Maar ik “leef” niet echt, ik ben gewoon mijn tijd aan het uitzitten.’

Verder gebruiken we geheimen om banden met anderen te smeden. ‘Geheim’ betekent namelijk lang niet altijd dat niemand ervan afweet. Geheimen die je met ten minste één ander persoon deelt, noemen onderzoekers gedeelde geheimen. Ongeveer negen op de tien mensen hebben zo’n gedeeld geheim, terwijl slechts drie op de tien mensen geheimen hebben die alleen zijzelf kennen – zogenaamde individuele geheimen.

Ook ‘Aagje’ heeft een gedeeld geheim. Op het ­forum op psychologiemagazine.nl schrijft ze: ‘Reeds jaren, ik kan me niet herinneren hoelang al, kunnen mijn man en ik in de mailbox van mijn schoonbroer neuzen. We volgen die mailbox dan ook op de voet. We willen wel stoppen met neuzen, maar zijn te nieuwsgierig. Niet dat er veel spectaculairs te lezen valt, maar ja, we zitten wel in zijn privé… Dit mag gewoon nooit uitkomen.’

Finkenauer: ‘Geheimen kunnen mensen samenbrengen. Een filosoof zei eens: “There is nothing more intimate than doing secrecy together.” Als je iemand een geheim vertelt, communiceer je dat je er vertrouwen in hebt dat de ander met die informatie kan omgaan.’

Andersom werkt het ook, vervolgt ze: ‘Als jij iets voor mij geheim houdt, vertrouw je me blijkbaar niet genoeg. Mensen ervaren dat als uitsluiting.’ Finkenauer ontdekte dat als mensen denken dat hun partner of puber geheimen voor hen heeft, ze minder tevreden zijn over hun relatie met die persoon. ‘Dat is trouwens onafhankelijk van de vraag of die geheimen écht bestaan. Mensen kunnen dat helemaal niet goed voorspellen.’

Snel doorverteld

Een laatste reden om je mond te houden? De meeste geheimen worden doorverteld, zegt Catrin ­Finkenauer. ‘Zodra je iets hoort wat je raakt, is de kans groot dat je het aan iemand anders vertelt. Waarom? Daar zijn verschillende verklaringen voor. Het kan ons helpen om het een plekje te geven, om afstand te creëren of het zelf te verwerken.’

Belgische onderzoekers ontdekten bijvoorbeeld dat als mensen iets hoorden wat ze raakte, ze het in 66 tot 78 procent van de gevallen doorvertelden. Hoe emotioneler de gebeurtenis, hoe vaker en met hoe meer mensen ze de informatie deelden.

Hoe snel informatie zich kan verspreiden, toonde ook een onderzoek aan onder 33 eerstejaars psycho­logie­studenten. Ze kregen een rondleiding door het mortuarium van een ziekenhuis, waarbij ze onder andere hersenen en andere organen te zien kregen. Na drie dagen moesten de studenten rapporteren hoeveel mensen ze over het bezoek hadden verteld, en aan hoeveel mensen zij het op hun beurt weer hadden doorverteld, enzovoort. Wat bleek? Na ongeveer een week wisten bijna negenhonderd mensen van het bezoek aan het mortuarium af!

Het helpt jammer genoeg niet om te benadrukken dat iemand iets niet mag doorvertellen, zegt Finken­auer. ‘Als je mensen expliciet de opdracht geeft er niet over te praten, wordt de aandrang om dat te doen juist alleen maar groter.’

Lezersgeheimen

Wat is voor ú een reden om uw geheim niet te vertellen? vroegen we aan vierhonderd bezoekers van psychologiemagazine.nl. De meesten blijken iets geheim te houden omdat het onderwerp te persoonlijk is (80%) of omdat ze bang zijn voor de reacties van anderen (78%). Meer dan de helft houdt zijn mond om anderen te ontzien (58%).

Het liefst houden we ons geheim helemaal voor onszelf (69%). Als we ons geheim wél vertellen, vertrouwen we het liever toe aan volslagen onbekenden (44%) dan aan onze eigen partner (40%), vrienden (39%) of familie (31%).

Waar die geheimen over gaan? De topdrie: relaties, zoals ruzies of twijfels over de toekomst ervan (50%), seksuele onderwerpen (40%) en negatieve gevoelens zoals minderwaardigheid (22%).[/wpgpremiumcontent]