Toen ze twintig maanden oud was, werd de Koreaanse Minke door haar Nederlandse ouders geadopteerd. Als klein kind was ze continu bezig met het feit dat haar biologische moeder haar had ‘weggedaan’. ‘Ik was ervan overtuigd dat mijn echte moeder mij een stom kind vond, en in Nederland wilde ik steeds maar laten zien dat ik wél lief was. Op een bepaalde leeftijd begrijp je het wel – mijn moeder was alleenstaand, ze had geen geld, ze kon niet voor me zorgen – maar je vóelt het nog niet.’

In de videofilm ‘Vertrouwen in adoptie – hechten en loslaten’ worden de verhalen verteld van Minke, Irene (20), Istv n (7) en Cleo (1,5), allemaal geadopteerd in hun eerste of tweede levensjaar. Dat lijkt jong genoeg om alles te vergeten en je te nestelen in de warmte van het huiselijk leven van je nieuwe ouders, maar dat blijkt niet het geval te zijn. De wetenschap dat je echte ouders je hebben afgestaan, is voor de meesten een rotsblok dat een leven lang meegezeuld moet worden.

De ouders van Istv n, die hun zoon uit Hongarije haalden toen hij twintig maanden was, spreken van een intens verdriet en een existentiële woede

bij hun zoon. Zijn Nederlandse moeder vertelt: ‘Ik heb me nooit gerealiseerd dat die afwijzing, het als kind niet kunnen opgroeien bij je ouders, je leven verder bepaalt. Die afwijzing omhult hem, die is er altijd. Het verdriet en de woede die hij toont in zijn driftbuien hebben niets meer met ons te maken, maar alles met dat ‘ooit’. Alleen wordt het ons wel recht in het gezicht gezegd.’

Ook Irene, die geadopteerd werd uit Colombia toen ze acht maanden was, kan ontzettend fel worden. En ook zij denkt dat dat samenhangt met het feit dat ze als baby misschien erg gekwetst is. ‘Ik laat gewoon niet met me sollen.’ Toen ze ook nog ging puberen, werd ze wel erg opstandig en ging ze haar eigen regels stellen. Haar moeder vertelt dat ze opbokste tegen een muur. ‘Op een gegeven moment kwam je er niet meer door. We begrepen elkaar niet. Uiteindelijk is ze weggelopen.’

De angst afgewezen te worden, is voor ouders net zo reëel en overheersend als voor de geadopteerde kinderen. Veel ouders zijn bang het niet goed te doen. Cleo’s moeder merkte bijvoorbeeld dat haar kind zich in het begin niet eens over het hoofd liet aaien. Ze vertelt: ‘Toen ze zestien maanden was en net bij ons was, wilden wij haar babytijd inhalen, terwijl zij al naar meer zelfstandigheid zocht. Dat maakte me onzeker, je voelt steeds zo’n angst dat ze je niet wil.’

Zoals Cleo nu al naar een eigen weg zoekt, zoekt Minke op haar vierentwintigste eindelijk goedkeuring bij zichzelf in plaats van bij anderen, Istv n zoekt naar eilanden die veilige havens vormen en Irene zoekt naar een stabiel leven na de storm die ze doormaakte.

Eindelijk is er een video over adoptie die nu eens niet gaat over de zoektocht naar de biologische ouders, maar over het zoeken naar jezelf in je eigen verleden, gepaard gaand met alle angsten, onzekerheden en problemen die daarbij naar boven komen. Want, zoals Istv n’s moeder verduidelijkt: ‘Wij mogen dan grote eilanden zijn, moeras zal er altijd blijven.’

Vertrouwen in adoptie hechten en loslaten Ton Wolswijk, Utrecht.

Te bestellen bij Metropolis Film, tel. 030-2342130 ƒ60,-[/wpgpremiumcontent]