‘Ik herken mezelf absoluut niet meer. Waar is de blije, enthousiaste Joyce die zich iedere dag om 20:00 uur plots weer energiek voelt? De sportieve, ondernemende Joyce? Als ik terugdenk aan hoe zij alles in het leven heeft aangepakt, kan ik toch wel trots op haar zijn.’

Begin september 2021 kwam ik thuis van mijn zevende stagedag. Ik plofte neer op de bank en de tranen begonnen over mijn wangen te rollen. Ik pakte mijn telefoon en belde mijn docent. ‘Ik kan niet meer, ik heb het echt niet naar mijn zin en merk dat ik mezelf kwijtraak.’

Die zeven dagen kwam er namelijk niets uit mijn handen: ik sloeg niets op en kon niet meer normaal nadenken. Ik besloot te stoppen met mijn stage, even rust te nemen en in februari 2022 weer verder te gaan met een nieuwe stage. Niet wetende wat er komen ging.

Ik lag hele dagen op de bank en sliep makkelijk 11 uur per nacht, maar de vermoeidheid werd niet minder. Eerder erger. Een leeg, opgejaagd gevoel achtervolgde me en ik kon alleen maar huilen.

Na een gesprek met de huisarts ging ik een intensief traject in om uit te zoeken waar mijn vermoeidheid vandaan kwam. Vijf weken lang had ik iedere week twee afspraken met verschillende specialisten. Voor veel gesprekken, bloedonderzoeken en een echo voor een opgezette lymfeklier.

Gelukkig meestal in mijn eigen stad, maar ik moest ook drie uur reizen voor een slaaponderzoek. En dat terwijl ik niet eens de energie had om van de bank af te komen. In deze vijf vermoeiende weken kwam er niets afwijkends naar voren. ‘Je bent chronisch vermoeid, je moet ermee leren leven,’ kreeg ik te horen.

‘Chronisch vermoeid… Nee, ik ben niet chronisch vermoeid. Er is wél een oorzaak en ik wil uitzoeken wat die is. Ik hoef hier niet mee te leren leven.’

Gefrustreerd stond ik op het punt om een afspraak met een andere ergotherapeut af te zeggen, maar ik deed het niet. Alsof iets in mij wist dat dit wel een goede stap zou zijn.

Terwijl de tranen vanaf het begin van het gesprek alweer over mijn wangen rolden, luisterde deze therapeut naar mijn verhaal. Ze gaf me een veilig gevoel, dus ik durfde alles op tafel te leggen.

Over mijn jeugd, hoe ik me voelde en wat er allemaal in mijn hoofd omging. Het was voor haar al snel duidelijk: ‘Ik denk dat je nog maar een keer naar je huisarts moet. Volgens mij heb je een burn-out.’

Eerst raakte ik in paniek. Een burn-out? Dat kan toch niet? Ik ben pas 21! Maar ik vertrouwde haar en dit voelde als een betere conclusie dan chronische vermoeidheid, dus ging ik terug naar mijn huisarts. Zij bevestigde het: alles wees erop dat ik een zware burn-out had.

Mijn eerste reactie? Huilen. Ik voelde me opgelucht dat er een diagnose was. Dat ik inderdaad niet ‘gewoon’ moe was. Mijn tweede reactie? Boosheid. Boos dat deze uitslag zo lang op zich had laten wachten: voor mijn gevoel hadden deze weken vol onderzoeken me onnodig extra stress opgeleverd.

Ik was ook boos op mezelf. Hoe had ik het zo ver kunnen laten komen? Waarom had ik niet eerder naar mijn lichaam geluisterd? Ik was bang en in de war. Hoe kom ik hier ooit weer uit?

Lees ook de andere blogs van Joyce:

  1. Jong en een burn-out 1: Het moment dat ik omviel
  2. Jong en een burn-out 2: Alleen en in paniek
  3. Jong en een burn-out 3: De steun die nodig was
  4. Jong en een burn-out 4: Hoge pieken en diepe dalen
  5. Jong en een burn-out 5: Op zoek naar een uitdaging
  6. Jong en een burn-out 6: Het einde is in zicht

Massaal moe

‘We zien dat veel studenten uitvallen met vermoeidheidklachten, meer dan vroeger,’ zegt GZ-psycholoog Annemarieke Fleming, die samen met Psychologie Academy de online training Minder moe, meer energie ontwikkelde.

Dat blijkt ook uit de monitoring van het CBS en het TNO: 17,4% van de jongeren tussen de 15 en 25 jaar had in 2022 last van burn-outklachten door het werk. In 2018 was dit nog 13,4%. Vooral bij vrouwen stijgt het aantal hard.