De meest voorkomende ongewenste gedachten:

  • Jezelf verwonden of pijn doen, bijvoorbeeld met een mes (genoemd door 39 procent); van iets afspringen, zoals een hoog gebouw of brug, of voor de trein (38 procent); met de auto tegen iets oprijden (38 procent)
  • Een ander verwonden of pijn doen (35 procent); iemand ergens vanaf duwen (21 procent). Opvallend vaak genoemd: een baby laten vallen of tegen de muur gooien
  • Ongepaste, kwetsende opmerkingen maken tegen een vreemde (26 procent) of tegen familieleden (20 procent)
  • Seksuele handelingen met iemand met wie dat ongepast is (17 procent)
  • Een wapen gebruiken; iets zeggen wat in strijd is met je morele opvattingen; vloeken of obscene dingen zeggen in het openbaar (15 procent)

Ook genoemd: ‘mijn huissleutels of telefoon in het water gooien’; ‘in het openbaar vervoer aan de noodrem trekken’; ‘mijn tong in de mixer steken’, ‘zomaar iets heel raars doen bij mensen die ik niet goed ken, zoals op tafel klimmen en gaan dansen’; ‘tijdens een gesprek denken aan seks met mijn gesprekspartner, terwijl ik dat helemaal niet wil’.

Vroeger werd gedacht dat intrusieve gedachten verborgen verlangens lieten zien, maar nu denken deskundigen daar gelukkig anders over, zegt psychiater Menno Oosterhoff deze maand in Psychologie Magazine: ‘Het zijn juist gedachten aan dingen die je absoluut níét wilt, maar daardoor een soort aantrekkingskracht uitoefenen. Hoe groter het taboe op bepaald gedrag voor jou is, hoe groter de kans dat juist daarover intrusies optreden.’ En dat is heel normaal: ook internationaal onderzoek laat zien dat ruim 9 op de 10 mensen dit soort gedachten heeft.

Gruwelijke gedachten: we hebben bijna allemaal intrusies

Tijdens het autorijden denken: wat als ik nu aan mijn stuur trek? In een flits zien hoe je je gelief...

Lees verder

Toch praat ruim de helft (51 procent) daar nooit over, blijkt uit het onderzoek van Psychologie Magazine. Mensen schamen zich ervoor (30 procent) of vinden zichzelf slecht omdat ze dit soort dingen denken (28 procent). Een groot deel schrikt ervan (37 procent) of probeert de gedachte weg te drukken (39 procent).

De meest voorkomende reactie is om zo’n gedachte niet serieus te nemen (44 procent), en dat is volgens Oosterhoff ook wat je het best kunt doen: ‘Intrusies wegdrukken maakt ze alleen maar erger. Je kunt het best een soort onverschilligheid ontwikkelen en ze gewoon voorbij laten gaan.’