Hedy was mijn buddy, mijn eerste echte liefde. We zijn achttien jaar samen geweest. Het was een onwerkelijk gevoel toen ze zwanger raakte, ik wilde eigenlijk geen kinderen. Maar toen het eenmaal zover was, voelde ik me al snel heel betrokken. Ik ging mee naar de vroedvrouw, smeerde haar buik in met olie, masseerde haar rug als ze pijn had. We beleefden het echt samen.

Ze was bijna twee weken over tijd, maar Hedy nam zich nog steeds voor om thuis te bevallen. Op de dag dat de weeën begonnen, waren we er helemaal klaar voor. De verwarming een graadje hoger, kaarsjes aan, een baarkruk midden in de kamer. Het duurde lang voordat ze volledige ontsluiting had; toch mocht ze na een tijdje gaan persen van de verloskundige. Op de stoel, zittend, staand… En ik helpen natuurlijk, zo goed als ik kon. Op een bepaald moment zag je dat ze geen kracht meer had, de baby kon volgens de verloskundige niet verder dalen in het bekken. Met onze eigen auto zijn we toen heel snel naar het ziekenhuis gereden.

De gynaecoloog besloot onmiddellijk dat het een keizersnee moest worden, Hedy’s bekken was te smal en ze moest meteen naar de o.k. Het hartje van de baby klopte nog, Hedy’s bloeddruk was goed, ze was alleen kapot van al die uren dat ze weeën had opgevangen. De gynaecoloog maakte de indruk dat het allemaal goed zou komen. Mij stuurden ze naar een ander kamertje om van die groene operatiekleding aan te trekken. 

Log in om verder te lezen.