Hij zit in de derde klas van het gymnasium, in het chique Amsterdam Oud-Zuid. Hij is er de enige met een Marokkaanse achtergrond. Maar nee, schudt Abdelmoumen Aknin – open gezicht, beginnend snorretje –, hij heeft geen moeite met de ‘hockeywereld’ waarin hij nu vertoeft. Hij voelt zich er thuis en bovendien, je gaat niet naar een school vanwege de achtergrond van je medeleerlingen, maar om te leren. Omdat je iets met je leven wilt.

Abdelmoumen (14) weet wat hij met zijn leven wil: cardioloog worden. Een mooie professie die voor een fraai inkomen zorgt én een boel voldoening geeft. Hij is goed in de exacte vakken, dus dat gaat wel lukken. Al lijkt de gemeentepolitiek hem ook leuk. ‘Als wethouder dan – da’s interessanter dan het burgemeesterschap.’

En hij weet waarover hij het heeft, want tot vorig jaar zomer ging Abdelmoumen drie jaar lang iedere zondag van elf tot half drie naar imc Weekendschool. Daar kwamen gastdocenten uit de meest uiteen­lopende vakgebieden hem en zijn klasgenoten laten zien wat hun werk inhield. Zo heeft Abdelmoumen leren reanimeren, sterren gekeken en filosofielessen gehad, van gastdocenten die dat werk in het echt doen.

Maar het klapstuk was toch wel dat hij een dag

op stap was met Ahmed Aboutaleb. In juni 2006 reikte deze, nog als wethouder van Onderwijs, de diploma’s uit op de Weekendschool-vestiging in Amsterdam-West. Abdelmoumen maakte bij die gelegenheid een paar slimme opmerkingen en werd daarop uitgenodigd om eens met Aboutaleb mee te lopen. Abdelmoumen, glunderend: ‘Daarna werd hij staatssecretaris, maar onlangs mocht ik toch komen. Ik ben in zijn ministersauto meegereden, heb bij een vergadering gezeten en met hem geluncht.’

Tussen dokter en schoonmaker

De jaren op imc Weekendschool hebben Abdelmoumen een aardig beeld gegeven van wat hij allemaal zou kunnen worden. Iets wat niet ieder kind in een achterstandswijk als Bos en Lommer vanzelfsprekend meekrijgt. Als je ouders schoonmaker zijn en je ooms vakkenvuller, kun je nog wel bedenken dat je dokter wilt worden, maar als de universiteit toch niet haalbaar blijkt – wie vertelt je dan dat je ook laborant kunt worden?

‘Kinderen in achterstandswijken denken vaak in uitersten,’ zegt Heleen Terwijn. ‘Als je geen dokter kunt worden, word je dús schoonmaker. Ze krijgen van thuis en school wel de boodschap mee dat ze het ver moeten schoppen, maar ze zien om zich heen heel weinig voorbeelden. Veel kinderen zijn ook niet gewend om actief richting te geven aan hun leven, het is meer afwachten “hoe hoog je mag”. De school en de cito-toets bepalen dat en zij ondergaan het.’

Tien jaar geleden richtte psycholoog Terwijn de Weekendschool op. Ze begon met één vestiging, in Amsterdam-Zuidoost, waar ze eerder voor de gemeente onderzoek had gedaan naar de oorzaken van schooluitval. ‘De uitkomsten daarvan waren behoorlijk deprimerend – veel jongeren voelden zich zó gemarginaliseerd. Vooral kinderen die naar het vmbo gaan, blijken het gevoel te hebben dat stukje bij beetje hun opties verdwijnen. Ik wilde ze laten zien dat iedereen iets van zijn leven kan maken. Dat je op ieder niveau iets leuks en nuttigs kunt doen, iets wat bij jou past. Oók met een vmbo-diploma.’

Terwijn vond handelshuis imc bereid om de organisatie te sponsoren, en vroeg het nabijgelegen ­Academisch Medisch Centrum lesruimtes ter beschikking te stellen. Bij volgende vestigingen ging de school op dezelfde manier te werk: er werden sponsors gezocht – er zit geen cent overheidsgeld in de Weekend­school –, en in elke vestigingswijk werd een bedrijf gezocht dat de kinderen fysiek onderdak wilde bieden. Zo komt de vestiging waar Abdelmoumen heen ging, iedere zondag bijeen in het ­Nederlandse hoofdkantoor van ibm. Waarmee de kinderen direct een wereld leren kennen die buiten hun psychische territorium ligt. Ook dat draagt bij aan wat Terwijn ziet als het doel van de Weekendschool: dat de kinderen de maatschappij gaan zien als iets waarvan ook zij deel uitmaken, en niet als een bolwerk dat voor hen gesloten is.

Juist ook boefjes

Inmiddels zijn er door het hele land negen vestigingen van imc Weekendschool, en staat er een tiende in de steigers. Alle vestigingen staan in achterstandswijken. Binnen die wijken benadert het weekendschoolteam ook nog eens basisscholen met veel achterstanden.

Maar dan houdt de selectie ook op: daarna kan in principe ieder kind dat gemotiveerd is om drie jaar lang iedere zondag naar school te gaan én van wie de ouders akkoord zijn, meedoen. De school is immers nadrukkelijk niet alleen voor de allerslimsten bedoeld. Terwijn: ‘Een van onze oud-leerlingen vond filosofie het leukste vak. Hij is nu automonteur en gaat zijn eigen bedrijf beginnen. Dat vind ik super. De Weekendschool is óók algemeen vormend. Per vestiging komen tweehonderd vrijwilligers per jaar lesgeven. De effecten daarvan zijn breder dan toekomstoriëntatie alléén.’

Ook hoeven de kinderen niet eerst een ‘bewijs van goed gedrag’ te overleggen. ‘Soms horen we van een school: “Neem die maar niet, dat is zo’n boef”,’ vertelt Nicole Verhoef, locatiemanager van de vestiging in Amsterdam-West. ‘Maar dan zeggen wij: júist! Geef dat kind nieuwe kansen. En vaak pakt dat goed uit, dan zie je zo’n kind omslaan. Dat heeft er misschien ook wel mee te maken dat onze benadering altijd positief is. We zeggen niet “Doe niet zo vervelend”, maar: “Hé, dat kun je veel beter!”’

‘We benoemen talenten, vertellen de leerlingen wat hun sterke punten zijn,’ vervolgt Terwijn. ‘Daarmee geven we ze nieuwe perspectieven. Ze ontdekken dat ze ergens goed in kunnen zijn. En dan eens niet alleen in schooldingen als lezen en schrijven, maar ook in vaardigheden als samenwerken, abstract denken of leidinggeven.’ Met een lachje: ‘In het tweede jaar werken we zes weken aan een film. Dan is er altijd wel een kind dat de andere kinderen uit bed belt “omdat het anders nooit op tijd af komt”. Over zo’n organisatietalent zijn we natuurlijk enthousiast, en de leerling gaat met die complimenten verder.’

Alle Weekendschoolleerlingen zijn leergierig, al kost het soms even voordat dat zichtbaar wordt, weet Terwijn. Soms durven ze in het begin nog geen vraag te stellen, maar staan ze dan opeens op om hun mening te geven. Er is voor vragen ook tíjd hier – en bovendien lopen er gastdocenten rond die thuis zijn in de materie. Terwijn: ‘Op de basisschool horen kinderen vaak: “Dat is wel een heel ingewikkelde vraag.” Hier zeggen we: “Hee, leuk, dat gaan we uitzoeken!” Dat kan een enorme stimulans zijn. Juist kinderen die wél vwo-potentieel hebben, kunnen zich in een achterstandsmilieu geïsoleerd gaan voelen. “Intellectuele eenzaamheid” heb ik dat weleens genoemd. Hier is nieuwsgierigheid normaal en wordt er iets mee gedaan.’

Echte toga’s

Zondagochtend iets voor elven. Grote drukte bij de ingang van de Amsterdamse rechtbank. Het tweede jaar van de vestiging Amsterdam-West – 24 kinderen uit groep 8 van de basisschool – is net per bus gearriveerd voor hun laatste les binnen het vak Recht. Vandaag zullen ze in praktijk brengen wat ze de zondagen hiervoor op het ibm-hoofdkantoor hebben geleerd: ze gaan een rechtszaak naspelen, in een heuse rechtszaal, met toga’s aan en befjes voor.

Maar eerst natuurlijk een rondleiding door het gebouw, met speciale aandacht voor het cellencomplex. Een geüniformeerde parketwacht voert de leerlingen door veiligheidssluizen naar de kelder en geeft uitgebreid uitleg. Daarbij schuwt hij geen vakjargon. Maar de kinderen hangen aan zijn lippen. Als hij vraagt of iemand weet wat een rechter-commissaris is, en wat het verschil is tussen een verdenking en schuldig, lepelt de groep moeiteloos de juiste antwoorden op.

Na de rondleiding volgt de voorbereiding op de rechtszaak. Dat gebeurt in groepjes: de kleine ‘rechters’ kruipen bijeen, net als de ‘advocaten’ en de ­‘officieren van justitie’. Onder leiding van de gastdocenten gaan ze de casus doorspreken: twee pubers zijn vandaag zogenaamd gedaagd omdat ze hun school in brand zouden hebben gestoken. De gedaagden in kwestie – twee acteurs – zijn net onder toeziend oog van de kinderen in de kelder afgeleverd, voor de vorm razend en tierend. ‘Het was nagespeeld, maar ze vloekten wel echt!’ giechelt een jongetje. De secretaresse van de Weekendschool zal voor de halfblinde getuige spelen.

‘Het belangrijkste is dat wij rechters straks de ­betrouwbaarheid van de getuige achterhalen,’ zegt gastdocente Heleen Patijn – in het dagelijks leven zelf rechter aan deze rechtbank – tegen haar groepje. ‘Met welke vragen komen we daarachter?’ Verlegen doet een van de leerlingen een suggestie. ‘Misschien een heel goede vraag,’ zegt Patijn. ‘Waarom wil je dat precies weten?’

Vervolgens wijdt ze de kinderen in in de geheimen van de eedsaflegging. ‘Als je in God of Allah gelooft, steek je twee vingers op en leg je de eed af. Als je niet in God gelooft, doe je de belofte.’ Dan, tegen het gehoofddoekte meisje dat straks de zaak zal voorzitten: ‘Durf je dat? Het gaat je lukken, geen probleem.’ Als de zitting eenmaal begonnen is, loopt ze de hele tijd met een brede grijns achter de rechterstafel heen en weer, adviezen en complimentjes uitdelend. Het plezier straalt eraf.

Inderdaad, het ís leuk, zegt ze na afloop. De kinderen zijn zo enthousiast, zo gretig. Zo trots ook, als het goed gaat. ‘Laatst nog kwam er op een Weekendschool-bijeenkomst een oud-leerling naar me toe. “Weet u me nog? Weet u me nog? Gymnasium!”, zei hij.’

Onderling netwerk

Die jongen was Abdelmoumen Aknin. Hij komt nog regelmatig bij Weekendschool-activiteiten. Als begeleider van de kinderen die er nu lessen volgen bijvoorbeeld. ‘Daar heb ik eerst een training voor gekregen.’ Ook bezoekt hij regelmatig bijeenkomsten speciaal voor alumni, zoals de oud-leerlingen worden genoemd. Onlangs was er een dag over netwerken. Daar konden ze allemaal vertellen wat ze later wilden worden, en elkaar vervolgens advies geven.

Het was een nuttige dag voor hem, vertelt Abdelmoumen, want hij ontmoette er Mehdjebien Khan, die al wat langer geleden aan de Weekendschool ‘afstudeerde’ en inmiddels klaar is met de middelbare school. ‘Zij had geneeskunde willen gaan studeren, maar ze is twee keer uitgeloot, ze doet nu medische biologie. Maar ze had wel allemaal tips voor me. Bijvoorbeeld dat je ook aan de decentrale selectie kunt meedoen, en dat universiteiten daarbij niet alleen naar je cijfers kijken maar ook naar je cv. Het is dus zinnig om allerlei maatschappelijke dingen naast je school te doen. Goed om te weten.’

Dat contact tussen leerlingen en alumni en tussen alumni onderling maakt inmiddels vast onderdeel uit van de succesformule van de school. ‘Juist van elkáár kunnen ze ook veel leren,’ stelt Terwijn. ‘Als wij zeggen dat het belangrijk is je school af te maken en door te leren, komt dat al snel betuttelend over. Een oud-leerling van 19 die komt vertellen dat hij via een bijbaantje als vakkenvuller nu van die supermarkt een opleiding tot bedrijfsleider krijgt, maakt met een verhaal over doorzetten veel indruk.’

Maar ook zonder dat educatieve effect ziet Terwijn ‘haar’ alumni graag terugkeren. ‘Omdat het aangeeft dat ze trots zijn op wat ze doen. Dat ze stáán voor hun keuzes, vol zelfvertrouwen zijn. En daar is het ons om begonnen.’

Meer informatie

www.imcweekendschool.nl.

In januari 2008 bestaat IMC Weekendschool tien jaar. De IKON is momenteel bezig met een documentaire over de school die begin volgend jaar op televisie zal komen.[/wpgpremiumcontent]