Het is een voormalige kerk in een grote stad, op een winderige, afgelegen plek die geheim moet blijven. Als je de elektronische beveiliging en de portier bent gepasseerd, kom je in een grijze, hoge, gemeenschappelijke ruimte. Er is een poging gedaan het gezellig te maken met wat vlaggetjes, kindertekeningen en een plastic glijbaantje. Aan een tafel midden in het immense vertrek zitten twee jongetjes van een jaar of negen stilletjes te spelen met een gameboy.

De slaapkamers zijn simpel. Een stapelbed, een kast, een wastafel. Maar de vrouwen die hier komen, klagen niet. ‘Ze zijn al blij dat ze eindelijk rust hebben. Niemand die zegt: “Ik had liever een betere matras,” zegt de dienstdoende sociaal pedagogisch medewerker. De tijdelijke bewoonsters zijn jarenlang geslagen door hun man, geterroriseerd, vernederd, bedreigd. Zoals Sara (52), die tien jaar geleden uit Syrië vluchtte voor haar man die haar en haar kinderen sloeg en misbruikte. ‘Hij is als een steen. Hij heeft geen gevoel.’

Hier, op de locatie voor langer verblijf van de Blijf Groep, voelt ze zich eindelijk veilig. Tien jaar zat ze ergens in de provincie verborgen, maar zelfs daar wist haar ex haar te vinden. ‘Dan werd ik gebeld en hoorde ik plotseling

Log in om verder te lezen.