De wetenschap van gezichtenlezen

Verreweg de meeste mensen hebben in een fractie van een seconde een gevoel bij een gezicht, en een oordeel over het karakter van de bijbehorende persoon. Dat ontdekte psycholoog Alexander ­Todorov van de Princeton-universiteit toen hij aan proef­personen gezichten liet zien die op heel veel punten steeds maar heel kleine beetjes van elkaar verschilden. Vervolgens analyseerde hij hun reacties op al die subtiele verschillen in kaaklijnen, neuzen, monden, stand en volheid van wenkbrauwen, jukbeenderen, kleur van de huid en ga zo maar door.

Zo ontdekte hij bijvoorbeeld dat we gezichten met stevige wenkbrauwen en omlaag wijzende mondhoeken als minder betrouwbaar en dominanter zien dan gezichten met ronde wenkbrauwen en smallere neuzen. En dat we iemand met een brede mond en grote ogen eerder als extravert bestempelen dan iemand met een kleine mond en onopvallende wenkbrauwen.

Gezichtenlezen doen we dus allemaal. Maar kloppen onze oordelen wel?

Schapen en leeuwen

Al eeuwenlang proberen mensen op basis van andermans gezichtskenmerken in te schatten met wat voor types ze te maken hebben. Ben je gezegend met blonde krulletjes en een bleek gelaat, dan heb je vast een schaapachtig karakter, dachten de oude Grieken. Een volle bos haar en een

Log in om verder te lezen.