‘Hier kan een mens toch niet wonen?’ In de stem van de Duitse Jettel Redlich klinkt wanhoop en afgrijzen door, als ze met haar hutkoffers uit de auto in het stoffige zand stapt. Zojuist is ze vanuit Duitsland aangekomen op een van god en iedereen verlaten boerderij in de Keniase savanne, waar ze met haar man Walter en dochtertje Regina een leven zal moeten opbouwen. Móeten, want het is 1938 en het joodse gezin Redlich is – na een hartverscheurend afscheid van dierbaren – nog net op tijd gevlucht uit hun geliefde vaderland.

In Duitsland was Walter advocaat en voerden ze intellectuele gesprekken op societyfeestjes, in Kenia ploeteren ze om uitgedroogde runderen in leven te houden en moeten ze maar zien hoe de maïsplanten sprinkhanenvrij blijven. ‘Het zou raar zijn als je in zo’n situatie geen last hebt van heimwee’, zegt psycholoog Tony van Vliet. ‘Ik ken mensen die al heimwee krijgen als ze in dezelfde straat honderd meter verderop gaan wonen, dus door zo’n enorme cultuurschok, die ook nog eens ongewild is, móet je wel van slag raken.’

Van Vliet herkent in de film de verschillende fasen die iemand met heimwee doorloopt. ‘Heimwee is in feite een

aanpassingsprobleem, en vooral bij Jettel zie je dat goed. In het begin van de film blijft ze haar Duitse societykleding dragen en bitst ze tegen Owuor, hun Keniase kok, dat hij maar Duits moet leren spreken. Daarmee sluit ze zich af voor de nieuwe situatie waarin ze verkeert; dat doen mensen met heimwee wel vaker. Ze houden vast aan hun oude patronen, omdat ze niet in staat zijn om te gaan met hun nieuwe omgeving.’

Naarmate de film vordert, raken de Redlichs steeds meer ingeburgerd in Kenia. Van Vliet: ‘Je ziet bij Jettel bijvoorbeeld dat ze haar kleding aanpast aan het klimaat en dat ze de taal leert spreken. Ze maakt ook steeds meer contact met de mensen die daar wonen. Dát is het belangrijkste tegengif tegen heimwee: het aanknopen van nieuwe relaties. Hoe wezenlijker die nieuwe relaties zijn, hoe meer de heimwee naar de achtergrond verdwijnt. Op een gegeven moment zie je dat gebeuren: Walter wil dat Jettel meeverhuist naar de stad Mombasa, omdat hij daar een baan in het Engelse leger heeft gekregen, maar Jettel wil op de boerderij blijven. Ik vind dat een magisch moment: Jettel realiseert zich dat ze op de boerderij betekenisvolle relaties heeft opgebouwd met mensen die ze niet zomaar in de steek wil laten.’

De film bestrijkt ongeveer tien jaar uit het leven van de Redlichs, waardoor allerlei prachtige Afrikaanse locaties in beeld komen en zich veel ontroerende momenten van afscheid voordoen. ‘Maar’, zegt Van Vliet, ‘na zo’n afscheid zie je ook weer mooie momenten van nieuwe ervaringen, van verwachting.’ Het leerzaamst van de film vindt Van Vliet de scène waarin Owuor, de kok, na jaren van trouwe dienst afscheid neemt van de Redlichs. Hij doet dat door ’s nachts buiten in z’n eentje met de hond van de familie in zijn armen te wachten tot zonsopgang, om vervolgens met droge ogen in de richting van de zon te lopen. Zonder de Redlichs vaarwel te zeggen. ‘Het is belangrijk om rituelen te hebben voor dit soort momenten. Wie afscheid neemt van zijn oude omgeving, komt in een vacuüm terecht: je vertrouwde relaties ben je kwijt, je nieuwe relaties zijn nog niet begonnen. In die structuurloze toestand geven rituelen houvast. Ik vind dit ritueel van Owuor prachtig. In zijn wereld geldt dat afscheid nemen niet hoeft: de herinneringen aan de mensen die je liefhebt, neem je toch altijd met je mee.’ n

Nowhere in Africa

(Nirgendwo in Afrika)

• Regie: Caroline Link

• Met: Juliane Köhler, Merab Ninidze en Sidede Onyulo

• Vanaf 24 april in de bioscoop

• De film is in maart bekroond met de Oscar voor beste buitenlandse film[/wpgpremiumcontent]