Ook in haar voorkomen lijkt zij het tegenovergestelde van de mediapsycholoog. Ronkende one-liners komen niet over haar lippen en als zij zichzelf betrapt op het ventileren van een eigen mening, volgt automatisch de slag om de arm en stokt de gedachtegang. Zij is het prototype van de onpartijdige wetenschapper die vindt dat haar onderzoeksresultaten belangrijker zijn dan zoiets subjectiefs als een individuele mening.

Haar laatste boek Het geschenk. Over de verschillende betekenissen van geven heeft grote maatschappelijke relevantie, maar zij lijkt op haar kamer bij de vakgroep Algemene Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht beter op haar plaats, dan op een katheder voor een grote menigte.

Deze afstandelijkheid is Komter goed van pas gekomen toen zij zich bij haar eerste onderzoek bezig hield met een heikel onderwerp als machtsverschillen tussen mannen en vrouwen. Zij koos voor een orginele aanpak en concentreerde zich op een meer subtiele onderstroom van macht: de dingen die nooit bereikt zijn en te vanzelfsprekend lijken om aan de orde te stellen.

Komter: ‘Ik was geïnteresseerd in het tweede gezicht van de macht en heb allerlei echtparen geïnterviewd over de dingen die zij graag zouden willen, maar nooit hebben bereikt. Het aantal onvervulde dromen blijkt bij vrouwen hoger te zijn dan bij mannen, maar het meest opvallend is het web van rechtvaardigingen dat rond dit verschil is geweven.’ Een van deze onzichtbare rechtvaardigingen is het verschil in zelfwaardering van mannen en vrouwen. Komter: ‘Ik heb simpelweg de vraag gesteld welke eigenschappen deze mensen het meest in zichzelf waarderen. Mannen hebben weinig moeite met zo’n vraag en beginnen te vertellen dat ze integer, betrouwbaar of gezellig zijn. Vrouwen daarentegen komen niet zo snel op een goed antwoord en beginnen spontaan enkele negatieve eigenschappen op te sommen. Bij nadere beschouwing van de interviews werd snel duidelijk geworden dat zo’n geringschattende reactie vooral voorkomt bij vrouwen uit de hogere sociale klassen, zonder werk buitenshuis.’

Het man/vrouw-verschil stuurt ook op andere manieren de kijk op de werkelijkheid. Een eventuele noodzaak voor verandering wordt door mannen verkleind, doordat het aandeel dat zij leveren in de zorg voor hun kinderen overschatten. Vrouwen doen overigens hetzelfde, maar wel in minder sterke mate. Komter: ‘Ook de ogenschijnlijke consensus is groot. Mogelijke onvrede wordt toegedekt met rechtvaardigingen als: ‘Daar heeft hij nu eenmaal minder tijd voor’ of ‘Hij is zo onhandig in dat opzicht.’ Mannen geven overigens weer net wat meer van die rechtvaardigingen en hebben meer de neiging ze als onontkoombaar te beschouwen. Ze zeggen bijvoorbeeld dat de evolutie de man nu eenmaal heeft voorbestemd om te jagen.’

Tot slot blijkt dat juist de vrouwen met de meeste onvervulde wensen hun man het meest op hun voetstuk plaatsen. Iedere noodzaak voor een verandering in de taakverdeling tussen de echtelieden lijkt hiermee te zijn weggeslagen, maar ondertussen zijn de verschillende verhalen die worden verteld, moeilijk met elkaar te rijmen. De vrouw van de arts of advocaat is ondanks haar positie als huisvrouw hoog opgeleid en zou graag willen dat de taakverdeling wat minder traditioneel is. Het patroon van legitimering van de huidige situatie is echter zo sterk, dat de ruimte voor verandering beperkt blijft.

Komters onderzoek naar dit onderwerp is alweer tien jaar oud, maar zij denkt dat er in dit opzicht nog weinig is veranderd. Toch hebben de onderzoeksresultaten Komter niet in een activiste veranderd: ‘Ik gloei niet van verontwaardiging omdat mannen en vrouwen de legitimering gezamenlijk in stand houden. Mijn doel is ook niet om de wereld te veranderen, maar ik wil mensen wel bewust maken van deze verschijnselen. Ze moeten verder zelf maar weten wat ze ermee doen.’

De simpele notie dat haar onderzoek vrouwen een handvat heeft gegeven om zichzelf te bevrijden, is evenmin aan Komter besteed: ‘Mijn onderzoek maakt eerder duidelijk hoe moeilijk het is om dingen te veranderen en hoeveel weerstanden er zijn. Je wilt misschien wel anders, maar je zit vast in gewoonten, vanzelfsprekendheden en patronen. Dat blijft natuurlijk een pijnlijke constatering. Ik denk dan ook niet dat mensen gelukkiger worden van die wetenschap. Op lezingen heeft men mij een paar keer gevraagd hoeveel huwelijken op de klippen zijn gelopen nadat ik de mensen had geïnterviewd. Ik heb dat nooit nagevraagd, maar het zou best kunnen dat zoiets gebeurd is.’

Dubbele moraal

De macht der vanzelfsprekendheid trekt niet alleen aan de touwtjes binnen het huwelijk, maar speelt net zo goed mee op het werk. Komter interviewde mannelijke en vrouwelijke leraren, verpleegkundigen en administratief personeel. Komter: ‘Ik stuitte weer op een vergelijkbare dubbele moraal. Op de kraamafdeling van het ziekenhuis, stelde de hoofdzuster zich veel toleranter op ten opzichte van de mannelijke leerlingen. Dingen die vrouwen op een berisping kwamen te staan, werden weggelachen als een man ‘de dader’ was. “Ach God, wat is hij toch onhandig”, heette het dan.’ De mannelijke zorg voor nieuw leven wekt vertedering, zelfs als die niet helemaal adequaat is.

Komter vond ook een verklaring voor het feit dat mannen in een vrouwenberoep vaker doorstoten naar de leidinggevende functies: ‘Mannen hebben sterker het gevoel dat zij aanspraak kunnen maken op zaken als een hoger salaris of een promotie. Bij vrouwen is daarentegen het plichtsgevoel sterker ontwikkeld. Zij kunnen er bijvoorbeeld aan het eind van de dag onder gebukt gaan dat zij geen tijd hebben gehad om met de patiënten te praten, omdat zij dit als een belangrijke taak zien.’ Het sekseverschil blijkt overigens groter te zijn bij administratief personeel. Komter: ‘De mannen in deze sector hebben een enorm gevoel van rechten, maar daar staat een gering plichtsbesef tegenover.’

In het middelbaar onderwijs treedt een ander soort discrepantie op. Komter: ‘Het plichtsbesef blijkt hier het sterkst ontwikkeld te zijn bij part-timers. Zij nemen hun werk uiterst serieus en doen erg hun best, maar missen het gevoel dat zij aanspraak kunnen maken op allerlei zaken.’ Het wrange hierbij is dat het stereotiepe beeld van de part-timers in strijd is met de feiten, want vaak wordt beweerd dat deze groep zich nooit echt helemaal aan de school kan binden. Zij komen daardoor ook niet in aanmerking voor een positie van conrector of iets dergelijks. Toch weigert Komter opnieuw te oordelen. ‘Ik ben niet in de wieg gelegd voor vakbondsvrouw en zeg niet dat dit onrechtvaardig is, want misschien is hun huidige positie wel in overeenstemming met hun capaciteiten. Ook geloof ik niet dat de werkomstandigheden alleen maar goed kunnen zijn als iemand hogerop komt.’

De spiegel van een relatie

Het ‘tweede gezicht van de macht’ begon Komter na dit onderzoek te vervelen: ‘Ik heb eindeloos lezingen gegeven over dit onderwerp, maar nu was ik er klaar mee. Het onderwerp was helemaal uitgekauwd.’ Toch lieten de vraagstukken over verdeling en rechtvaardigheid haar niet los, alleen richtte zij haar pijlen nu op een schijnbaar frivool onderwerp: het geschenk.

Komter: ‘Ik ben op dit onderwerp gekomen door de gesprekken die ik heb gevoerd met de antropoloog Willy Jansen, die nu hoogleraar vrouwenstudies is aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Wij kwamen te spreken over hoe zaken verdeeld werden en wat eerlijk was. Willy vertelde dat zij uit een gezin met negen kinderen kwam en dat er op een gegeven moment slechts drie eieren te verdelen waren. Dit gebeurde altijd volgens vaste regels en procedures, zodat niemand zich misdeeld zou voelen. Dat is ook niet verwonderlijk, want de behoefte aan rechtvaardigheid gaat heel diep. Een kind van vier jaar hecht hier al aan en kan protesteren: “Ja, maar dat is niet eerlijk!”‘

Op dat moment wist Komter dat geven en nemen het onderwerp was waarnaar zij had lopen zoeken: ‘Ik vond het veel leuker dan alles wat ik daarvoor ooit had gedaan. Geschenken zijn zowel concreet als theoretisch interessant. Het was echt liefde op het eerste gezicht en die is nog steeds niet overgegaan. Je kunt er ook eindeloos over praten. Als ik vroeger op een feestje vertelde dat ik onderzoek deed naar machtsverschillen tussen mannen en vrouwen, dan werd ik direct anders aangekeken. Mensen dachten dat ik ze meteen zou doorhebben of ze plaatsten mij in een bepaalde hoek. Macht schrikt af. Tegenwoordig krijg ik echter alleen maar leuke reacties. Geschenken geven en krijgen is zo basaal dat iedereen eraan meedoet en meteen voorbeelden kan aandragen. Een gift raakt iemands identiteit en is nooit helemaal voorspelbaar. Het heeft een verrassingselement.’

De psychologische literatuur over het geschenk kon Komter echter niet bekoren: ‘Geschenken worden door psychologen vaak in de sfeer van kosten en baten getrokken: ik geef jou wat in de hoop daar wat voor terug te krijgen. Nu klopt het dat wederkerigheid een belangrijk aspect is van de geschenkenuitwisseling, maar wie alleen de kosten en baten ziet, zou net zo goed kunnen spreken over ruilverkeer.’

Essentieel voor geschenken is dat het geen platte uitwisseling van goederen of diensten is, maar dat de onderlinge betrekkingen tussen mensen in het geding zijn. In haar boek Het geschenk schrijft Komter: ‘Geschenken zijn op een dubbele manier identiteitsonthullend: ze onthullen niet alleen iets over de identiteit van de gever – smaak, voorkeur, persoonlijkheid – maar ook over de voorstelling die de gever heeft van de identiteit van de ander. Het geschenk is als het ware een looking-glass self: de gift kaatst als een spiegel onszelf terug in het beeld dat wij van de ander gevormd hebben. Giften onthullen eigen identiteitsaspecten en spreken bepaalde aspecten in de identiteit van anderen aan.’

Het geschenk als wapen

Komter: ‘Een geschenk is ook lang niet altijd het mooie, onbaatzuchtige gebaar waar mensen als eerste aan denken. Achter een vrolijke cadeauverpakking kan enorme achteloosheid schuilgaan. Een man die al zijn leven lang een baard had, vertelde bijvoorbeeld dat hij aftershave cadeau had gekregen. Deze gever heeft op deze manier blijk gegeven van zijn wezenlijke desinteresse en dat komt de onderlinge verhouding natuurlijk niet ten goede.’

Wie prijs stelt op het voortzetten van de relatie, kan ook beter niet aankomen met een zelfhulpboek hoe iemand van zijn drankprobleem af moet komen of hoe hij zijn kinderen zou moeten opvoeden. Het geschenk wordt dan een belediging, een wapen, maar dit hoeft geen verrassing te zijn voor wie zich in de etymologie heeft verdiept. Het woord gift heeft dezelfde oorsprong als (ver)gif. De valse gift is ook een bekend thema in sprookjes. Denk maar aan de appel die Sneeuwwitje van haar stiefmoeder kreeg. Ook de Romeinen hadden er een handje van om vergiftigde drankjes uit te delen.

Het geschenk kan ook gebruikt worden om anderen te domineren. Komter: ‘Dit geldt bijvoorbeeld voor iemand die elke keer voor anderen betaalt voor zij daar erg in hebben. Wie te genereus is met dure geschenken en zelf nooit iets aan wil nemen, zorgt ervoor dat de anderen altijd bij hem in het krijt staan en dat is een heel ongemakkelijke positie. De gever is te opdringerig en toont niet het vereiste respect voor de ontvanger. Materiële en immateriële geschenken vormen alleen een goed smeermiddel voor sociale relaties als beide partijen om de beurt geven en ontvangen. Juist doordat de balans steeds naar de andere kant uitslaat, wordt de onderlinge verbondenheid vergroot.’

Geven en ontvangen vormen een goede manier om verplichtingen op de lange termijn aan te gaan. Het is een cyclus van geven, ontvangen en weer teruggeven. Komter: ‘Hierbij telt niet zozeer de economische waarde van de gift, maar de waardering die spreekt uit de persoonlijke aandacht en het gebaar. De sfeer van het geschenk is essentieel en daarom is het ook zo belangrijk dat een gift op de juiste waarde geschat wordt. Ik heb bijvoorbeeld een keer meegemaakt hoe iemand met een geweldig mooi cadeau naar een promotie ging. Bij de overhandiging ging het echter mis, want het cadeau belandde zonder te zijn bekeken, op de tafel. Dat was echt bot en een belediging voor de gever.’

Basaal vertrouwen

De uitwisseling van giften en geschenken kan door de omstandigheden in de knel komen. Komter: ‘Ik ken een vrouw die chronisch ziek is geworden en daardoor niet meer in staat is dingen terug te doen voor de diensten die anderen aan haar willen verlenen. Zij wil liever niet duurzaam dankbaar zijn en slaat een aanbod om voor haar te koken steevast af. Op zich is dit heel begrijpelijk, want het voelt veel prettiger aan als het evenwicht tussen geven en nemen bewaard kan blijven. Toch riskeert deze vrouw een sociaal isolement. Een relatie komt ook onder druk te staan als je een ander niet toestaat jou te helpen als dat nodig is.’

Deze vrouw ziet alleen de dimensie van het gelijk oversteken, maar zij vergeet dat hier de betekenis van onderlinge waardering meespeelt. Het weigeren van een gift komt zo gelijk te staan met het weigeren van de persoonlijke betrokkenheid van de ander. Komter: ‘Wie niet kan ontvangen, durft zich niet kwetsbaar op te stellen en dat is net zo belangrijk als kunnen geven. Voor beide zaken is ook een basaal vertrouwen in je medemens noodzakelijk en dat hebben alleen de mensen die in hun vroege jeugd voldoende ontvangen hebben. Het zou dan ook helemaal niet gek zijn als de dynamiek van het geven en nemen expliciet aan de orde zou worden gesteld tijdens sociale vaardigheidstrainingen.’ Een goede sociale relatie zonder geschenken is ondenkbaar.

‘Wie gul is met geschenken, is vaak in alle opzichten royaal en geeft makkelijk aandacht en complimenten. De gierigaard daarentegen zit niet alleen op zijn centen, maar is in alle opzichten krenterig en isoleert zich van zijn medemensen.’ Volgens de sociaal-psycholoog Aafke Komter vormen geschenken het cement van sociale relaties. ‘Naast het geven, is de kunst van het ontvangen even belangrijk. Het hangt samen met het vermogen je kwetsbaar op te stellen en bij de ander in het krijt te staan.’[/wpgpremiumcontent]