Het EQ van Sanne Wallis de Vries: ‘Ik ben geworden wie ik was’

Zelfkennis, zelfbeheersing, empathie, jezelf motiveren en betrokkenheid: het zijn de vijf kenmerken van emotionele intelligentie. Om succesvol te zijn, is emotionele intelligentie belangrijker dan een hoog IQ, beweren sommigen. Een nieuwe serie over mensen die in hun werk een groot beroep moeten doen op hun sociale vaardigheden.

‘Ik kan het helemaal niet, playing hard to get. De meeste vrouwen kunnen het wel goed, dat zit ze in het bloed’, zegt Sanne Wallis de Vries in haar eerste cabaretprogramma Sop. ‘Ik had vroeger van die vriendinnetjes van een jaar of zes, die konden het al. Dan kwam er zo’n buurjongetje vragen of ze buiten kwamen spelen. Stonden die meisjes daar met de deur in hun hand te dralen: “Kweenie, misschien morgen.” Die jongetjes vonden dat juist leuk: goh, misschien morgen! Maar als ze daarna bij mij langskwamen, gilde ik: “Jaaaaaaaaaah, buiten spelen, buiten spelen, jaaaaah, mam, waar zijn me laarzen?!” Als eerste klom ik in een boom, de jongetjes beteuterd achterlatend. Tja, dat was dan ook weer niet de bedoeling.’

Later bleef dat zo, in cafés eindigde ze altijd met de 40-plussers met van die Circus Custersjasjes aan. ‘Hé, neuken?’ ‘Ja, best.’

De scène was uit haar eigen leven gegrepen, zegt Sanne Wallis de Vries nu een paar jaar later. Ze is zojuist op een oude fiets komen aanwaaien op de Amsterdamse Nieuwmarkt. Ze praat gemakkelijk, serieuzer dan je zou denken en met hoge, heldere stem. Om meteen haar eigen woorden

te evalueren en te relativeren. Als ik moet lachen om iets wat ze vertelt, kijkt ze blij verbaasd.

‘Ik weet nog goed hoe die scène in Sop tot stand kwam. Een vriendin had een jongen ontmoet en ik was heel benieuwd wat er gebeurd was. Bleek dat ze gewoon naar huis was gegaan! Ik wilde dat ook kunnen. Ik vond het mooi als vrouwen een beetje mysterieus en afstandelijk doen. Terwijl ik in die periode meteen zonder na te denken met iemand mee naar huis ging of andersom.’ Sanne Wallis de Vries gebruikt wel vaker scènes uit haar eigen leven. Ze heeft de twee cabaretprogramma’s Sop en Zin zelf geschreven. Met een bloknootje fietst ze door de stad of ligt ze in bed nieuwe sketches te verzinnen. Ze luistert en kijkt goed naar anderen en verbaast zich over zaken die anderen normaal schijnen te vinden. Snel relativeert ze weer: ‘Dat is natuurlijk niet helemaal waar, want lang niet iedereen vindt alles gewoon, maar ik verbaas me wel veel. Over gekke woorden of over hoe mensen met elkaar omgaan. Maar het is natuurlijk ook een soort bril die je opzet: als je alles maar gewoon vindt, vind je ook niets grappig.’

Ze merkt dat ze inmiddels dertig is geworden. De thema’s uit Sop zijn aan het vervagen. Toen ze laatst de cd weer eens beluisterde, hoorde ze het vol verbazing aan. ‘Ik wist bij god niet meer wat er zou komen. Dat vond ik eigenlijk wel gezond: ik heb het blijkbaar achter me gelaten, ik ben er klaar mee.’ In die zin werkt het schrijven therapeutisch. ‘Dingen verwerken, dat doet schrijven toch met je. Maar ik vind het niet goed of leuk om een theaterprogramma te gebruiken als therapie. Ik zal nooit met het publiek delen waar ik last van heb, of wat er vroeger is gebeurd, en dat maar telkens vertellen tot ik er vanaf ben. Dat kan ik echt niet aanzien bij anderen. Dan denk ik: nou en? Schrijf het in je dagboek. Beginnende cabaretiers doen het wel eens, maar het is een soort vergissing.’

Het schrijven van haar eigen programma’s doet ze dan ook heel rationeel en gestructureerd. Op zijn tijd iets luchtigs, dan weer een zwaarder lied, met een duidelijke lijn en regie. ‘Misschien lijken sommige thema’s wel op dingen die in mijn eigen leven zijn gebeurd, maar het is altijd bewerkt, het is altijd een act. Ik merk het nu in de lessen stand-up comedy die ik geef: mensen vertellen allerlei dingen over zichzelf en proberen het zo realistisch mogelijk na te vertellen. Dan vinden ze dat zelf heel grappig en op een verjaardag is dat ook best leuk, maar het is geen theater. Je lacht maar zelden heel hard om dingen die gebeuren. Wat het leuk maakt, is jouw visie erop, de draai die je eraan geeft.’

Ik vind dit en ik vind dat

In haar eigen leven houden de typische dertigersvraagstukken haar bezig. Geen loslopende mannen meer, maar voor het eerst van haar leven samenwonen met een man, de cabaretier Thomas van Luyn. Op zoek naar een huis. Haar studentenkamer in de Amsterdamse Pijp voldoet niet meer. ‘Mensen die op bezoek komen, zijn vaak verbaasd: woon je hier nog steeds? Ik wil gewoon een keer een echt huis, een beetje ruimte. Alles gebeurt bij mij thuis in dezelfde kamer: komt er een zakelijke fax, dan probeer ik me daarnaast heel hard te ontspannen.’

Dat ze geen twintiger meer is, merkt ze ook aan haar ideeën voor haar derde programma, dat gepland staat voor de herfst van 2002. Het zwart-witdenken wordt minder. ‘Ik moet om heel andere dingen lachen dan vroeger. En ik denk bij veel meer dingen ‘Nou en?’ In Sop zit nog een, hoe noem je dat, een soort tough-heid. Ik vind dit en ik vind dat en ik houd me staande.’ Zekerheden die ze eerst had over haar werk, veranderen weer. Ze heeft ze minder nodig. ‘Ik heb bijvoorbeeld lang het idee gehad dat ik alle rust en ruimte nodig heb voor ik opga. Ik wilde helemaal niemand zien. Tot het moment dat je iemand in je kleedkamer hebt die maar doorkletst, en je vervolgens een geweldige voorstelling speelt. Het hoeft niet meer zo rigide.’

Korter praten gaat niet

Sanne Wallis de Vries leert zichzelf in haar werk steeds beter kennen. Ze merkt dat ze steeds ‘wakkerder wordt op aarde’. ‘Hoe langer ik dit vak doe, hoe beter ik weet hoe ik er zelf in sta.’ Zo leerde ze via een omweg waar ze haar eigen humor moest zoeken. ‘Eerst ging ik allemaal dingen verzinnen, in de hoop dat het leuk was. Maar soms bleef de zaal stil als ik het vertelde. Dan schrik je je helemaal rot. Ik was buiten mezelf aan het zoeken naar grappige dingen? Op een gegeven moment viel het kwartje: ik moet niet buiten mezelf zoeken naar grappige dingen, maar met mezelf komen, met wat ik toch al ben. Ik ben grappig, daar gaat het om. Ik moest echt een weg afleggen om uiteindelijk te zien dat ik het al in me had. Ik ben gewoon geworden wie ik was.

‘Als je in een toestand verkeert waarin je grappig bent en alert en entertainerig, kun je bijna alles maken. Ik voel me op zo’n moment totaal vrij, alsof je even iets groter bent dan in het normale leven. Dan is het zelfs leuk als je gewoon vertelt dat je boodschappen hebt gedaan. Maar dat kost wel jaren. Veel schrijven, optreden, grenzen overschrijden.’ Haar moeder had het haar al eerder kunnen vertellen. ‘Die zegt vaak: als we geweten hadden dat dit een beroep is, hadden we tegen je gezegd dat je jezelf moet blijven. Van jongs af aan trok ik al gekke bekken en wist ik dat daar om gelachen werd. Humor is voor mij altijd een manier geweest om aandacht te krijgen en mijn plek te vinden in een groep.’

Ook in het dagelijks leven leert ze zichzelf steeds beter kennen. Zei ze enige tijd geleden in een interview nog dat ze het soms moeilijk vindt om met mensen om te gaan, nu merkt ze dat het makkelijker gaat. Boos was ze vaak, gefrustreerd dat anderen haar niet snapten. ‘Ik kan dat nog wel hebben, maar ik begrijp steeds beter dat mijn perceptie ook mijn perceptie is. Terwijl ik vroeger dacht: waarom begrijpt niemand me toch? Ik praat helder en duidelijk en ik zeg zinnige dingen! Ik begrijp steeds beter dat mensen me misschien wel verstaan, maar er anders over denken. Ik vind namelijk vaak dat ik gelijk heb. Het frustrerende is dat ik denk dat ik opkom voor het algemeen belang. Ik zeg dingen niet omdat ik zo graag mijn mond wil opentrekken, maar meer omdat ik denk: het is op dit moment en in deze situatie goed om dit te zeggen.’ Lacht: ‘Ik heb natuurlijk een helicopterview.’ Dat had ze al als klein meisje. Als er spanningen thuis waren bijvoorbeeld. ‘Als kind luisterde ik altijd heel goed. Ik vond dat ik de enige was die iedereen begreep en dacht: als ik het nou maar goed uitleg, dan wordt iedereen weer blij.’

Het is niet voor niets dat ze haar tweede programma Zin begint met te vertellen: ‘Als ik niet ben uitgepraat, heb ik niet gezegd wat ik bedoel. Korter praten gaat niet, dat heb ik geprobeerd, maar dat gaat niet, dan ben ik gewoon nog niet klaar.’

De touwtjes in handen

Zelfkennis is ook iets wat bij het vak hoort en waarin ze is getraind. ‘Je wordt geacht het hele scala aan menselijke emoties te kunnen spelen. Dan put je uit wat je zelf meemaakt, je leert je emoties op te zoeken. In trainingen vind ik het ook heel goed als er emoties naar boven komen. Leer ze maar herkennen, leer ze maar hanteren. Je moet ze kunnen gebruiken, daar gaat theater over. Maar heel erg gaan staan voelen op het podium, daar geloof ik niet in. Dat is niet interessant, dat is geen communicatie.’

Het komt nog wel voor dat ze op het podium geraakt wordt. ‘Maar dat komt dan meer doordat ik me kut voel, doordat ik moe ben of vind dat het niet goed gaat. Dan dringen zich allerlei bijgedachten op, zie ik opeens iemand in het publiek die zit te gapen. Maar als het lekker gaat, zit ik niet tussentijds te evalueren, maar ben ik alleen aan het entertainen en aan het jongleren met mijn materiaal. Het is een bepaalde overgave, maar ook weer niet helemaal in een gekte schieten of als een debiel energie geven. Je leert langzaam de touwtjes in handen te krijgen.’

Komend seizoen moet ze voor het eerst de touwtjes gedeeltelijk uit handen geven. Dit keer geen eigen programma, maar een rol in de musical Foxtrot van Annie M.G. Schmidt. Vanaf 1 september staat ze vier maanden op de planken met Paul de Leeuw en Jenny Arean. Ze speelt Lisette, een ietwat pinnige nachtclubdanseres en -zangeres uit de jaren dertig. Ter voorbereiding volgt ze nu lessen tapdansen en zang. ‘Ik vind zingen op het podium best eng. Ik lul wel makkelijk, maar op zo’n moment gebeurt er iets anders met me. Ik kan brutale dingen zeggen, maar als ik ga zingen, word ik plotseling heel kleintjes.’

Ze vindt het leuk om nu eens alleen de uitvoerende kant van het vak te doen. ‘Bij je eigen programma ben je bedenker, schrijver en uitvoerder. Het zwaarste vind ik die overgangsperiode van het schrijven naar het theater. Dat heb ik nu niet. Het lijkt me wel raar om iets te spelen wat door een ander is gemaakt. Ik ben benieuwd hoe dat gaat.’ n

De EQ-test

Als cabaretier moet je over een grote emotionele intelligentie beschikken: je moet dagelijkse situaties omzetten in iets grappigs, menselijke gektes typeren, inspelen op je publiek. Hoe scoort Sanne Wallis de Vries op de vijf dimensies van emotionele intelligentie?

Zelfkennis

‘Hoe langer ik dit vak doe, hoe beter ik mezelf leer kennen. Maar het is niet zo dat mijn karakter helemaal af is.’ Wallis de Vries ziet steeds meer parallellen tussen hoe ze nu is en hoe ze als kind was. ‘Als mijn moeder naar mijn show komt kijken, zegt ze: “Ik zie jou gewoon als kind weer terug.” Hoe ik nadenk, dat ik altijd heel erg kon piekeren. Maar ook mensen nadoen en grappig willen zijn.’

Score:

Zelfbeheersing

Het aanwenden van je eigen emoties en ze gecontroleerd gebruiken op het podium is haar vak, en dit leert ze steeds beter. ‘Bijvoorbeeld me over mezelf heenzetten als ik moe ben, of chagrijnig.’ Wel heeft ze nog altijd stress voor ieder optreden. Een beetje geërgerd over zichzelf: ‘Het is ook altijd hetzelfde, vlak de voorstelling denk ik: waarom doe ik dit, ik wil naar huis, naar mijn moeder. Maar na vijf minuten is die zenuwachtigheid weg. Dat moet ik nou toch eens onthouden.’

Score:

Empathie

In de recensies van Sop werd geschreven dat Wallis de Vries een ‘zesde zintuig heeft voor de zwakheden van de mens’. Wat vindt ze daar zelf van? ‘Ik meen wel vaak te zien wat er met iemand aan de hand is, maar ik weet niet of dat zo bijzonder is. Mensen kunnen met ontboezemingen komen die ze zelf heel raar en geheim vinden, maar waar ik niet zo van sta te kijken. Het komt waarschijnlijk door het theatermaken, en door kijken en luisteren. Het lijkt dat hoe meer ik mezelf leer kennen, des te minder ik me verbaas over anderen.’

Score:

Zelfmotivering

Ook al is het schrijven van programma’s een relatief eenzaam beroep, met het vinden van ideeën en met het schrijven heeft ze geen moeite. Ze vindt dat ook een van de leukste gedeelten van haar werk. ‘Ik ben de koker waar het allemaal uit moet komen.’

Score:

Betrokkenheid

In cabaret wordt betrokkenheid vaak geassocieerd met politiek engagement, iets waar Sanne Wallis de Vries zich verre van houdt. ‘Dan denk ik: ben je wel betrokken als je een grap over Els Borst maakt? Ik geloof dat ik juist heel erg betrokken ben en dat dit blijkt uit het feit dat ik me bezighoud met mensen, met hoe ze zich gedragen. Ik heb alleen geen boodschap. Ik vind dat iedereen het helemaal zelf moet uitzoeken. Niet uit onverschilligheid, maar omdat ik het pretentieus vind te denken dat je dat voor een ander kunt doen.’

Score:

auteur

Heleen Peverelli

» profiel van Heleen Peverelli

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Weg met boosheid en schaamte

Zelfkennis, zelfbeheersing, empathie, jezelf motiveren en betrokkenheid: het zijn de vijf kenmerken ...
Lees verder
Artikel

Het EQ van Sanne Wallis de Vries: ‘Ik ben geworden wie...

Zelfkennis, zelfbeheersing, empathie, jezelf motiveren en betrokkenheid: het zijn de vijf kenmerken ...
Lees verder
Training

Coach worden: de eerste stap

Ontdek de eerste stappen om coach te worden.
Lees verder
Training

Coach worden: de eerste stap

Ontdek de eerste stappen om coach te worden.
Lees verder
Interview

Het EQ van Mylène d’Anjou: ‘Mijn onzekerheid is...

Als cabaretière gebruikt ze haar emotionele intelligentie om contact te leggen met haar publiek. Ze...
Lees verder
Artikel

Humor op het prikbord

Op een cartoon is te zien hoe een hoogleraar gepassioneerd college geeft over de zin van het bestaan...
Lees verder
Interview

Hilary Mantel: ‘Ik houd het deksel stevig dicht’

Extreem gevoelig noemt Hilary Mantel zichzelf, en borrelend van onderdrukte boosheid. Ze schrijft hi...
Lees verder
Artikel

Leren omgaan met je gevoelens: het begint op school

Is leren omgaan met onderlinge verschillen niet net zo belangrijk als leren rekenen en lezen? Vele h...
Lees verder
Interview

Ad Vingerhoets: ‘Het kan mode zijn om te huilen’

We zijn de enige diersoort die huilt met tranen. Maar waarom precies, is een raadsel. Ad Vingerhoets...
Lees verder
Advies

Ik werk onregelmatig en wil afvallen

Zelfkennis, zelfbeheersing, empathie, jezelf motiveren en betrokkenheid: het zijn de vijf kenmerken ...
Lees verder