‘Mijn lunch met collega’s liep uit,’ verontschuldigt Barbara Fredrickson zich wanneer ze bijna een half uur later dan afgesproken verschijnt. Sinds haar eigen onderzoek uitwees dat je er gelukkiger en gezonder van wordt, steekt ze bewust tijd in activiteiten die haar een goed gevoel geven, zoals sociale contacten. Vervolgens geeft ze haar volle aandacht aan het interview. Een vriendelijk gezicht in een lichte werkkamer, dat zorgvuldig naar de juiste woorden zoekt.

Fredrickson is een voorloper: begin jaren negentig deed ze al onderzoek naar positieve emoties, tien jaar voordat de positieve psychologie in zwang kwam. ‘Maar dat zie je niet terug in mijn publicatielijst. Het was in het begin heel moeilijk om mijn onderzoek gepubliceerd te krijgen doordat niemand zich ervoor interesseerde.’
In die tijd werden emoties nog gezien als onmeetbaar en onbelangrijk. De weinige emotie-onderzoekers die er waren, richtten zich op de negatieve emoties, zoals angst, boosheid en depressie. ‘Ik vroeg me af waarom niemand het belangrijk vond om te weten waarom wij ons vrolijk en aangenaam voelen. Dat onontgonnen terrein trok me aan, het was een intellectuele puzzel.’
Van negatieve emoties, zoals angst, boosheid en walging, is bekend dat ze onze aandacht vernauwen zodat

Log in om verder te lezen.