‘Ik kan alles nog prima zelf,’ zegt je vader, die sinds het overlijden van je moeder duidelijk niet goed voor zichzelf zorgt en tussen steeds meer rommel leeft. ‘Ga je nu alweer naar huis?’ vraagt je oude moeder teleurgesteld nadat je de hele dag bij haar bent geweest. ‘Thuiszorg is niet nodig,’ houden je ouders koppig vol, ‘we hebben jou toch om ons te helpen?’

Leuk ouder worden – Hoe doe je dat?

Een langer leven komt steeds meer binnen handbereik. De vraag is of we het ook echt wíllen. Immers:...

Lees verder

Als je ouders ouder worden

Als hun ouders ouder worden, lopen volwassen kinderen tegen heel diverse problemen aan, zegt psychologe Marjan de Vries, auteur van het boek Het is en blijft familie. Van de gevoelde verplichting om hun ouders vaker te bezoeken tot het overnemen van de financiën, van hulpbehoevende ouders die geen hulp willen tot vaders en moeders die juist zoveel aandacht vragen dat het onmogelijk is daaraan te voldoen.

Toch hebben de meeste problemen die dan naar boven komen één ding met elkaar gemeen: ze bestaan eigenlijk al veel langer. ‘Heb je een goede band met je ouders, en hebben ze je in het verleden met genoeg zorg omringd en je de ruimte gegeven om een eigen leven te leiden, dan is de relatie vaak beter opgewassen tegen de veranderingen van het ouder worden,’ zegt De Vries.

Maar problemen die al bestonden, worden versterkt of extra zichtbaar als ouders oud worden. Bijvoorbeeld doordat de relatie met hen verandert nu een van hen ziek is of overlijdt, doordat ze met pensioen gaan of bepaalde dingen niet meer kunnen doen, of door aftakeling van hun geheugen en andere ouderdomskwaaltjes.

Claimende moeder, koppige vader

Dat je moeder zich graag met je bemoeit, wist je bijvoorbeeld allang. Maar nu ze is gestopt met werken en dus veel meer tijd heeft om zich met je leven bezig te houden, begint het een probleem te worden. En dat je vader weleens koppig kan zijn, is evenmin nieuws; sterker, dat kon je wel waarderen. Maar nu zijn gezichtsvermogen erg afneemt en hij toch nog steeds wil autorijden, loop je pas echt tegen die koppigheid aan.

Sociaal geriater en huisarts Paul van Dijck geeft workshops voor volwassen kinderen die tobben met hun kwakkelende ouders. Hij ziet vooral veel problemen ontstaan als kinderen moeite hebben het karakter van hun ouders te accepteren. En een karakter kan op oudere leeftijd ook nog weleens extra scherpe kantjes krijgen, weet hij. ‘Vaak gebeurt dat wanneer de partner overlijdt en diens corrigerende invloed wegvalt. Iemand kan zich bijvoorbeeld ineens de grootste zorgen gaan maken over allerlei kleine dingen, wanneer hij zijn partner niet meer heeft voor de nodige relativering en geruststelling.’

En zo, zegt Van Dijck, veranderen sommige moeders in een ‘prinsesje Nooitgenoeg’ zodra ze weduwe worden. ‘Eerst vervulde haar partner haar behoefte aan aandacht, maar als hij er niet meer is, gaat zo iemand dezelfde aandachtsspelletjes spelen met haar kinderen. Bijvoorbeeld door “Je komt nooit” te zeggen terwijl je er drie keer per week bent, of: “Moet je nú alweer gaan?”’

Ook de bestaande rollenpatronen tussen ouders en kinderen hebben invloed op hun band op latere leeftijd. Wanneer een kind nog jong is, is de verhouding scheef: het kind is afhankelijk van zijn ouders, en de ouders bepalen wat goed voor hem is. Vanaf het moment dat het kind op eigen benen staat, heeft er een rolverschuiving plaats.

Ouders en kinderen staan dan steeds meer op gelijk niveau, en leren – als het goed is – om elkaar steeds meer te zien als onafhankelijke individuen, met eigen gedachtes, wensen en behoeften. Kinderen mogen hun eigen beslissingen nemen en fouten maken; ouders staan niet meer op een voetstuk, maar zijn mensen met hun eigen tekortkomingen en hun eigen geschiedenis.

Irritaties

Wanneer ouders nog te zeer vastzitten in hun rol van beter wetende volwassene, geeft dat wrijving als ze ouder worden, is Van Dijcks ervaring. ‘Ik ken bijvoorbeeld gezinnen waarin de ouders altijd alles hebben gedaan voor de kinderen, ook toen die al volwassen waren. Als deze ouders dan ouder worden en hulp nodig hebben, zie ik dat ze verwachten dat hun kinderen hetzelfde terugdoen. Thuishulp wordt geweigerd; het is toch een schande als de kinderen er niet voor hen zijn, zoals zij er altijd voor hun kinderen waren?’

Zo kweek je meer geduld: 4 gouden tips

Geduldige mensen zijn het gelukkigst en hebben minder depressieve en negatieve gevoelens, blijkt uit...

Lees verder

Met ouders die écht oud worden, komt het bovendien tot een tweede rolverschuiving. Langzaam worden ze afhankelijker van anderen en krijgen ze steeds meer te maken met verlies: verlies van gezondheid, geheugen, werk, verlies van vrienden en familieleden die overlijden. Wanneer ouders het ­lastig vinden om hun eigen achteruitgang te accepteren, hebben ze er vaak ook moeite mee om hulp of advies aan te nemen van hun kinderen.

Andersom is het voor kinderen soms moeilijk om hun ouders te gaan zien als bejaarde mensen die niet meer alles kunnen. Die trager worden, een verhaal drie keer vertellen of moeite hebben om de nieuwe afstandsbediening onder de knie te krijgen. Het is dan vaak lastig om niet ongeduldig en geïrriteerd te raken, maar te accepteren dat dit nu eenmaal hoort bij ouderdom.

Loyaal willen zijn

Acceptatie en begrip zijn dan ook sleutelwoorden in de omgang met ouder wordende ouders, vinden Van Dijck en De Vries eensgezind. Aan hun karakter en ouderdomskwaaltjes is immers weinig te doen. En ook de ingesleten gezinspatronen zijn nog maar moeilijk te veranderen. Klinkt voor de hand liggend.

Waarom is het dan soms zo verdraaid lastig zodra het om onze eigen ouders gaat? In de relatie van kinderen met ouders komt vaak schuldgevoel om de hoek kijken, erkent De Vries. ‘Er ontstaat toch een soort rekening in je leven. Hoe betaal je ooit terug wat je ouders voor je hebben gedaan?’

Naar onze ouders hebben we immers een sterk gevoel van loyaliteit, een begrip dat uitgebreid is beschreven door de Hongaars-Amerikaanse psychiater Ivan Boszormenyi-Nagy, en dat veel duidelijk maakt over de ouder-kindrelatie. Met onze ouders zijn we existentieel verbonden, zegt Nagy.

Een band die niet ongedaan te maken is: zelfs als je geen contact meer met ze hebt of als ze niet meer leven, blijf je een kind van je ouders. De loyaliteit aan hen is daarom onvoorwaardelijk en altijd aanwezig, ook als je ouders er nooit voor je waren of je slecht hebben behandeld.

Slachtofferrol

In eerste instantie investeren ouders bovendien veel meer tijd en energie in hun kinderen dan ­andersom. Kinderen beseffen dat, zegt Nagy, en proberen daar van jongs af aan iets voor terug te doen. Ze willen graag dat hun ouders trots op hen zijn, en maken hen graag gelukkig.

Een baby lacht naar zijn ouders, een kind maakt een mooie tekening en doet zijn best op school, een volwassene komt op bezoek en helpt met een verhuizing. Door die sterke, altijd aanwezige loyaliteit en de wil om onze ouders tevreden te stellen, zijn we dus extra gevoelig voor hun wensen, behoeftes, claims of nukken.

Sommige ouders weten die loyaliteit en het schuldgevoel van hun kind precies aan te boren, is de ervaring van De Vries. ‘Zoals claimende ouders, die een slachtofferrol aannemen en zeggen: “Ik heb toch altijd alles voor je gedaan? Nou vraag ik een keer iets aan jou, en krijg ik stank voor dank.”’

Het ene kind is gevoeliger voor die manipulatie dan het andere, zegt de psychologe. ‘Je ziet vaak dat het kind dat het minst goed is in grenzen stellen, de meeste zorg op zich neemt. Meestal zijn dat de oudste kinderen, die zich het meest verantwoordelijk voelen.’ Uiteindelijk kan zo’n scheve verhouding leiden tot wrijving met andere broers of zussen, of later bovenkomen bij het verdelen van de erfenis. Het is dus zaak om veel te overleggen met elkaar, en te kijken naar ieders draagkracht en specialiteit.

Geen verwijten, maar interesse

Bij ouders heeft elk kind immers een eigen plekje, zegt De Vries. ‘Pietje is bijvoorbeeld goed voor de financiën, Marie voor de verzorging, en het lievelingskind kan veel meer potjes breken. Niet iedereen is even gelukkig met die rolverdeling. Maar je kunt er ook van profiteren: als de ouders alles aannemen van Pietje, dan kan hij het ook ter sprake brengen als de kinderen zich zorgen maken.’

‘Daarnaast is het belangrijk om duidelijke grenzen te stellen en die aan te houden,’ vult Van Dijck aan. Als je eenzame moeder dus klaagt waarom je niet wat vaker kunt komen, terwijl je al de benen uit je lijf rent om er voor haar te zijn, dan is het de kunst om goed over te brengen hoe vaak je er wél kunt zijn, en wanneer je toch echt naar huis moet.

Als kind doe je er goed aan je af te vragen wat je wilt bereiken, adviseert De Vries. ‘Wil je verandering? Dat wordt lastig als je ouders al zeventig of tachtig zijn. Je kunt ook zeggen: ik wil bepaalde dingen uitgepraat hebben. Bijvoorbeeld dat je weinig waardering krijgt voor je hulp, of dat je niet goed tegen het commentaar van je moeder kunt. Dat kan wél lukken, als je het maar op een niet-verwijtende manier weet te brengen.

Verwijten verbeteren de relatie namelijk niet en je krijgt er geen erkenning mee. De kunst is om vanuit belangstelling te communiceren, om samen te bekijken hoe je problemen en ergernissen kunt oplossen. Als er bijvoorbeeld van jou als dochter hulp wordt verwacht terwijl aan je broer niets wordt gevraagd, dan kun je zeggen: ik merk dat ik het lastig vind als enige hiervoor verantwoordelijk te zijn. Zou mijn broer ook af en toe de boodschappen kunnen doen?’

Overigens is er meestal geen sprake van opzet van de kant van de ouders, wil de psychologe nog wel even benadrukken. ‘Vaak hebben ze niet door dat ze bijvoorbeeld op je schuldgevoel werken. Als iets je dwarszit of als je je zorgen maakt, doe je er het beste aan om erover te praten. Je kunt echt meer bespreken dan de meeste mensen zouden denken.’

Uw ouders kunnen er niets aan doen dat ze…

  • … dingen vergeten die geen samenhang hebben, zoals data, namen en adressen.
  • … minder flexibel worden en minder goed plannen kunnen maken, en daardoor langer erover doen om iets te ondernemen.
  • … het moeilijker vinden om dingen tegelijk te doen, zoals thee zetten terwijl ze een gesprek voeren.
  • … minder goed een gesprek kunnen voeren. Ze zijn sneller afgeleid en vinden het lastiger om de grote lijn van het gesprek vast te houden.
  • … niet snappen of telkens vergeten hoe nieuwe apparaten werken, zoals computers, fotocamera’s en gsm’s.

Dat alles is het gevolg van verval in het brein, met name in de temporaalkwab, hippocampus en frontaalkwab. Ook gaat het werkgeheugen achteruit. Zulk gedrag hoort dus gewoon bij het ouder worden.

Zo blijft de verhouding respectvol

  • Praat voordat het écht nodig is al een keer met alle gezinsleden over situaties die kunnen voorkomen. Wat zijn de wensen en behoeftes van je ouders als ze niet meer voor zichzelf kunnen zorgen? Wat als een van hen overlijdt? Zo ben je beter voorbereid als zo’n situatie zich echt voordoet.
  • Probeer je bemoeienis – of misschien wel je neiging tot betutteling – te beperken. Sociaal geriater Paul van Dijck: ‘In principe geldt het zelfbeschikkingsrecht. Als de ouders zeggen dat ze zich prima redden, dan moeten kinderen dat respecteren. Tenzij de ouders echt geen inzicht hebben in hun situatie en er gevaar dreigt, bijvoorbeeld bij verkeerd of niet innemen van medicijnen. Eigenlijk is het net zoals in de omgang met kleine kinderen: kijk wat ze aankunnen, en geef hulp bij dingen die moeilijk gaan.’
  • Probeer vaker samen iets te doen. Van Dijck: ‘Als kinderen op bezoek komen wordt er meestal de hele middag koffie gedronken en gepraat en gepraat. Maar zo wordt het een beetje “opzitten”. Vooral ouderen in een verzorgingstehuis hebben vaak niet veel nieuws te vertellen. Ga samen iets leuks doen, zoals een stukje wandelen, en maak het praten daaraan ondergeschikt.’
  • Wees nieuwsgierig naar de achtergrond van het gedrag van je ouders, in plaats van je eraan te ergeren.
  • Bied af en toe hulp aan zonder er veel woorden aan vuil te maken. Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik breng jullie volgende week wel met de auto naar die bijeenkomst.’ Of neem spontaan een pan soep mee waarvan je weet dat ze die heel lekker vinden.