Loes Luca ‘Humor heeft me altijd gered’

Ze komt uit een familie van sterke vrouwen. En zelf is Loes Luca (53) ook niet voor een kleintje vervaard. Maar toen haar man haar verliet, ging ze toch even ‘heel rare dingen doen’. Zes levensvragen aan een zorgzame comédienne.

Wie ben je?

‘Ik ben beslist geen hulpeloos vrouwtje, zo’n tiepje dat de hele tijd loopt te piepen: “Mimimimi!” Ik weet precies hoe ik haar op toneel moet spelen: helemaal hittepetitterig met hoge hakken, altijd korte rokjes aan, lekkere benen en veel opsmuk, altijd kerels om je heen, en je hoeft maar “ahh!” te roepen of er staan mannen naast je die je vastpakken. Homo’s vinden mijn mimimi-vrouwtje fantastisch. Zij vinden dat de ultieme vrouw. Ik heb ze wel door hoor, die homo’s. Ze willen niets liever dan zelf zo zijn: al die grenzeloze aandacht van mannen krijgen. Ik geniet ervan zo’n dametje neer te zetten, maar zelf ben ik absoluut niet zo. Nee, ik ben op zo’n moment een vent die een vrouw speelt.

Stoere, zelfstandige, ambitieuze vrouwen die ergens voor stáán, die hebben mij altijd omringd. De mannen waren in mijn jeugd in geen velden of wegen te ­bekennen. Mijn oma was De Grote Matrone: het opperhoofd dat de familie bestierde. Ook mijn andere oma, mijn overgrootmoeder en mijn moeder waren stoer. Als er wat was, dan wáren ze er voor elkaar, ze losten dingen op. Ik kom uit zo’n

Rotterdamse volksbuurt waar iedereen dicht op elkaar zit en waar je op elkaar aangewezen bent.

Mijn moeder was verkoopster bij de Hema en zorgde voor het inkomen; op mijn vader konden we nooit bouwen. Hij was lui, met zichzelf bezig, een pain in the ass voor ons. Hij was de miskende kunstenaar. Hij had nooit werk, verdiende nooit geld. En de kroeg was duur, hè. Hij lustte ze wel.

Papa Luuk loog alles bij elkaar. Er is een mooi woord voor: pseudologia fantastica. Dat je gaat geloven in je eigen leugens. Mijn vader belazerde zelfs z’n eigen broer. Kocht-ie de allergoedkoopste sigaren, friemelde hij wat aan de uiteinden, en verkocht-ie ze als zeer speciale, zogenaamd handgemaakte havanna’s aan z’n broer. Die er met open ogen intrapte. Mijn vader liet ook kaartjes drukken: “L.H. Luca, handelaar in antiek”. Terwijl hij helemaal niet handelde in antiek. Hij had veel gevoel voor drama. In de tram deed hij alsof hij invalide was en stonden mensen voor hem op.

Ik adoreerde hem. Hij was knap: mooie kop, mooi zwart haar, mooi sportschoollijf, echt zo’n Hollywoodacteur. Hij was altijd met zijn kuif bezig, en zijn handen, hè, hij vond het belangrijk dat zijn handen goed verzorgd waren. Hij was een vader die sprookjes maakte. Hij kon mozaïeken, borduren, kleden knopen, legde tafels in met luciferhoutjes. En hij maakte konsolletjes! Die hadden iets magisch: eerst had je niks, maar dan goot hij ergens vloeibaar gips in en werd het opeens zo’n prachtige console die hij dan goudkleurig schilderde. Vervolgens versierde hij het met mooie bloemetjes. Ik was daar helemaal vol van. Hij was de knapste, mooiste, fijnste en artistiekste ­vader van het noordelijk halfrond, en die had niemand, die had ík.

Maar of hij lief was? Ik dácht toen dat hij lief was, ik wílde dat hij lief was, maar eerlijk gezegd weet ik niet of hij lief was. Hij was te veel met zichzelf bezig. Ik werd geacht te luisteren naar zijn verhalen. Ik stamelde vaak maar een beetje terug: “Goh, oooh, jaahh, goh, oohh, neeh, jahhh, echt??” Ik was een onzeker kind. Ik stotterde. Ik dacht vaak dat ik te dom was. Toen later mijn dochter Nina werd geboren, wilde hij ook haar geen aandacht geven – híj wilde die aandacht. Bij zijn overlijden, een paar jaar later, heb ik hem in z’n kist een tekening van Nina in handen gedrukt: “Ziezo, in de hemel zullen ze weten dat jij opa bent.”

Mijn moeder en ik hebben mijn vader heel lang laten begaan. Uit liefde. Hij wilde zo graag bij ons blijven, in ons veilige nest. Ondanks alles hielden we van hem. Je wilt er niet aan, hè, als blijkt dat degene die je zo liefhebt helemaal niet zo leuk is, daar word je natuurlijk niet blij van. Dat stop je weg.

Maar hij werd steeds onmogelijker. Hij simuleerde dat hij in de war was en dat hij zich niet meer kon bewegen. Mijn moeder in paniek de psychiater bellen. Op een heel negatieve manier probeerde hij aandacht te trekken. Hij deed allerlei dingen achter de rug van mijn moeder, en hij ging ook met jongens naar bed. Die jongens nam hij mee naar huis. Ik was twaalf, hij sliep altijd boven in mijn kamer, ik sliep bij mama in bed. Ze vertelde me dat hij met ze ging vrijen. Ik dacht: “Niet waar, die zijn gewoon aan het dammen of schaken!” Mijn moeder vond het niet fijn, maar ze kon er niks tegen doen. Hij had haar wijsgemaakt dat dit de beste manier van samenleven was en dat de oude Grieken het ook al zo deden. Hij kon lullen als Brugman.

Toen ik zestien was en besefte dat ik al wel een brommer had, maar dat mijn vaders vriendjes daar nog niet oud genoeg voor waren, ben ik vertrokken. Ik liet de mulo na drie jaar voor wat-ie was en ging als au pair naar Parijs. Daarna heb ik een paar jaar bij een goede vriend gewoond, die was een paar jaar ouder dan ik, hij was mijn vervangende vader. Hij maakte veel goed.

Ik ging aan het toneel, dáár was ik als onzeker zenuwpeesje nou wél honderd procent zeker van, al vanaf mijn negende wilde ik dat. Omdat ik gevoel voor drama heb, net als mijn vader. Ik ben geboren om te behagen en te entertainen. Ik wil met m’n kont schudden en mensen in een goeie stemming brengen. Humor, hè, daar ben ik goed in. Humor heeft mij altijd gered in moeilijke situaties. Maar ik heb me ook de tering gewerkt. En als het moest, dan blufte ik: gewoon zeggen dat je iets kunt, terwijl je het nog niet kunt. Maar dan wel gematigd bluffen, hè, je moet er nog wel uit kunnen komen. Hogerop komen in dit werk waar ik van houd, dát heb ik altijd gewild. Mijn vader zat vaak te mokken dat hij miskend was en niks had bereikt. Dat is mij gelukkig niet over­komen.’

Waar geloof je in?

‘Zorgzaam zijn: goed zorgen voor jezelf én anderen. Als de mensen op aarde wat meer voor elkaar zouden zorgen, zou er niet zoveel narigheid zijn. Laatst heb ik een zwerver die hier voor de deur op straat moest slapen, bij mij in huis een bed gegeven. Dan lig je in bed en denk je: “O god, straks staat-ie met een mes op m’n keel.” Dus zijn mijn man en ik in onze dustertjes de hele nacht op de bank gaan zitten. Toch zou ik ’t zo weer doen. Ik ben echt zo’n oude hippie die uitgaat van het positieve in de mens. Al wordt mijn tas gejat, dan denk ik nog: “Ach, er zijn er maar een paar die dit doen. De meerderheid is eerlijk.”

Maar in het zorgen schiet ik misschien te veel door, hoor. Dan ren ik over mensen heen. Ik ben ook druk en onrustig, zo’n type met een verhoogde schildklierwerking. Ga ik dingen voor mensen regelen die ze misschien niet écht willen. Zeg ik: “Is jouw vakantie niet al twee jaar geleden? Moet je niet eens op vakantie? Waar wil je naartoe? Weet je wat, ik regel het!” En voor je het weet heb ik een reisje voor je geboekt. Ik kan een enorme bemoeial zijn.’

Wat was een keerpunt?

‘In 1993, het jaar dat mijn vader overleed, besloot mijn vorige man op iemand anders te gaan liggen. Het was nooit in me opgekomen dat hij vreemd zou kunnen gaan, ik was overdonderd, diep getroffen, op mijn zwakste moment. Ik dacht altijd dat ik een verstandige vrouw was die werkelijk álles in goede banen kon leiden, maar dat viel dus vies tegen. Ik ging totaal onderuit. Deed heel rare dingen. Mijn vrienden moesten op mijn handen gaan zitten, anders pakte ik voortdurend de telefoon om mijn man de huid vol te schelden en te eisen dat hij terugkwam. Ik wilde poep bij hem op de ramen gaan smeren. Niet omdat ik het niet alleen kon redden, maar omdat ik vind: elkaar in de steek laten, dat doe je niet. Je mag niet opgeven in het leven, nooit. “Jij, mij, Loes, in de steek laten, dat kan toch niet, ik ben toch leuk?”

Met pijn en moeite heb ik me erdoorheen geslagen. Veel roken en drinken en vrienden zien. Totdat je beseft: het moet toch ook iets opleveren, zo’n verschrikking? Toen kwam er, heel simpel, een nieuwe liefde: Harald. We zijn nog steeds samen.’

Wat zou je willen veranderen?

‘Ik zou willen kunnen loslaten. Ben ik niet zo’n ster in. Mijn dochter Nina is net de deur uit en Harald en ik zouden nu best graag voor de helft van het jaar in een ander land willen wonen, omdat het je geest verruimt: alles is daar anders, niemand kent je daar, je hebt daar een soort vakantie van je leven. Maar ik weet niet of het er van gaat komen: kan ik het hier allemaal wel loslaten?

Ik kan bijvoorbeeld niet weg zolang mijn moeder nog leeft. Ik heb een tijdje geleden een huis voor haar geregeld, hier vlak achter me. Haar wil ik dicht bij me houden. Als je een band hebt opgebouwd, dan geef je niet op, hè, dan blijf je elkaar steunen tot het bittere eind.’

Hoe is het om ouder te worden?

‘Mijn onzekerheid wordt minder. Vroeger zat ik de hele nacht door te leren als ik de volgende dag in de studio opname had, en was ik heel zenuwachtig dat ik iets fout zou doen of dom zou overkomen. Nu merk ik dat ik profijt begin te trekken van mijn ervaring.

Gisteren bijvoorbeeld, trad ik op met een stel ­muzikanten die nog niet eerder met elkaar hadden gespeeld. Ik lees nog steeds geen noten en dat zal ik nooit meer leren ook, maar van de acht nummers die we speelden, heb ik er zes gewoon helemaal in the pocket zitten. Die ken ik van binnen en van buiten. Zij zetten in, ik begin een beetje mee te zingen, ik zie de glimlach bij het publiek verschijnen, en ik denk: “Ja, lekker!” En dan komt er een moeilijk nummer, My heart belongs to daddy, en het hele orkest stort in, behalve de drummer en ik, wij gaan gewoon lekker door: “Pa-pa-pa-doe-dap-a-doe-péng-péng-wap-dóe!” En dan trekken we uiteindelijk toch weer al die muzikanten mee. Hartstikke top.’

Wat heb je geleerd van de liefde?

‘Dat je niet alles bij één persoon kunt vinden. Vroeger was ik gauw verveeld. Mijn relaties duurden maximaal drie jaar; na twee jaar wilde ik al niet meer, vond ik het saai worden. Ik dacht altijd dat het beter kon. Daar ben ik nu klaar mee. Ik kijk nu naar wat voor mij het allerbelangrijkste is. Als je dat bij elkaar kunt vinden, is het goed. Voor die andere dingen mag je best andere mensen opzoeken.

Wat ik dan het allerbelangrijkste vind? Kom ik weer: voor elkaar zorgen. Zo saai is het toch echt, hoor: dat je ervoor zorgt dat het leven van de ander ook aangenaam is. Harald en ik denken mee in elkaars leven, of het nu om grote beslissingen gaat of om alledaagse dingen. “Tot hoe laat moet jij werken? Negen uur? O, nou, dan doen we het toch zo en zo met eten?”

Misschien, héél misschien, vind ik zorgen wel zo belangrijk omdat mijn vader nooit voor mij zorgde. In therapie zou je daar achter kunnen komen. Ik heb nog nooit bij de psychiater gelopen, gelukkig maar, daar wordt niemand beter van. Ik blijf heel graag met mijn dikke reet op het beerputdeksel zitten.’

Loes Luca staat vanaf 13 september in de theaters met de reprise van haar onewomanshow Moordwijven. Meer informatie: zie www.kikproductions.nl

auteur

Edwin Oden

Ik schrijf heel graag. Het liefst mooie interviews waarin je de geïnterviewde ten diepste leert kennen. Daarnaast ben ik erg geïnteresseerd in de ontdekkingen die worden gedaan in de psychologie. Neem bijvoorbeeld het breinonderzoek, waar revolutionaire technieken de laatste jaren geweldige inzichten hebben opgeleverd.

» profiel van Edwin Oden

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Lachlexicon: deze vormen van lachen zijn er

In de dagelijkse omgang lachen we meer dan we denken. Niet alleen omdat we alles zo leuk vinden, maa...
Lees verder
Artikel

Lachlexicon: deze vormen van lachen zijn er

In de dagelijkse omgang lachen we meer dan we denken. Niet alleen omdat we alles zo leuk vinden, maa...
Lees verder
Advies

We hebben een groot verschil in libido

Mijn man en ik zijn al vijf jaar samen, we passen goed bij elkaar en werken aan een toekomst. Het pr...
Lees verder
Advies

We hebben een groot verschil in libido

Mijn man en ik zijn al vijf jaar samen, we passen goed bij elkaar en werken aan een toekomst. Het pr...
Lees verder
Artikel

Emancipatie in de humor

Met schuine moppen hoef je bij vrouwen niet aan te komen. Het zijn mannen in de kroeg die dergelijke...
Lees verder
Artikel

De evolutie van de lach en de glimlach

De lach: de zoete emotie van de ziel Wat is lachen eigenlijk en waarom kunnen we het niet laten? Als...
Lees verder
Artikel

Mannen zijn toch (iets) grappiger

Ze komt uit een familie van sterke vrouwen. En zelf is Loes Luca (53) ook niet voor een kleintje ver...
Lees verder
Verhaal

Vier je leven

Op vakantie is het simpel om jezelf en de wereld te relativeren. Maar dat speelse gevoel kun je ook ...
Lees verder
Artikel

Waarom lachen we?

Wat is de functie van een giechel of schaterlach? En waarom lachen vrouwen meer dan mannen? Over de ...
Lees verder
Artikel

De dubbele boodschap van de glimlach

Het kán een teken zijn van plezier. Maar het betekent ook: ‘Vind me aardig’, of: ‘Jij bent de...
Lees verder