De mythe van de levenscrisis

Heb je de puberteit net gehad, dreigt de quarterlifecrisis. En ben je die te boven, dan hangt de midlifecrisis alweer boven je hoofd. Is ons leven echt zo’n aaneenschakeling van crises? Of glijden de meeste mensen er toch redelijk gladjes doorheen?

Vroeger was het simpel. Óf je was kind, óf volwassen. Wie geluk had, was daarna zelfs nog een paar jaar bejaard, maar zover schopten de meeste mensen het niet. En omdat het gros van de bevolking in elk van die drie levensfasen dagelijks kleine crises ervoer, was er voor Grote Levenscrises weinig plaats.

Dat veranderde in de vorige eeuw. Betere hygiëne en de ontdekking van antibiotica leidden ertoe dat we massaal oud konden worden – en dat in steeds comfortabeler omstandigheden. Eindelijk kregen we massaal de gelegenheid om over het grote verhaal van ons leven te filosoferen.

Het is dan ook geen wonder dat het westerse denken in 1963 werd verrijkt met de levenslooptheorie van Erik Erikson. Deze Duits-Amerikaanse psycholoog onderscheidde tussen geboorte en ouderdom acht ontwikkelingsstadia, elk gekenmerkt door een conflict.

Al waren de opeenvolgende conflicten die Erikson onderscheidde niet per se heftig, toch noemde hij ze ook wel psychosociale crises. En dat sprak zijn tijdgenoten aan. Het leven als een parelsnoer van louterende crises, met als gouden sluitstuk een worsteling die rond je zestigste culmineert in Wijsheid; het paste bij het romantische vooruitgangsgeloof van die jaren.

Toch is de bekendste levenscrisis uiteindelijk niet afkomstig van Erikson. Dan hebben

we het over de midlifecrisis, in 1965 verwoord door de Canadese organisatiepsycholoog Elliott Jaques en meteen omarmd door de media. Waar Eriksons crises vrij abstract bleven, bood Jaques’ crisis aanschouwelijk drama. Ze was in zijn optiek typisch een aandoening voor creatieven die na hun veertigste vreesden niet nóg hoger te kunnen reiken. Mooi materiaal voor romans en speelfilms, en die zagen we de afgelopen halve eeuw dan ook. Met als topstuk de film American Beauty (1990), waarin veertiger Kevin Spacey baas en echtgenote hun vet geeft en in een walm van hasj en sportzweet zijn ondergang tegemoet gaat.

Maar deze vijfvoudig Oscar-winnaar maakte meteen duidelijk dat de glans er wel van af was. De midlifecrisis was een crisis geworden voor buitenwijkbewoners die op hun veertigste nog niks substantieels hadden gepresteerd. Oftewel: een lachwekkend verschijnsel.

Die spot treft inmiddels ook de quarterlifecrisis, waarmee de levensboom begin deze eeuw nog werd opgetuigd. Deze zingevingscrisis zou een groeiend deel van de twintigers en begin-dertigers treffen, en stond vorig jaar centraal in de documentaire Alles wat we wilden. Daarin worden vier eind-twintigers gevolgd die alles mee lijken te hebben, maar desondanks enorm worstelen met hun identiteit. Behalve herkenning riep die documentaire ook irritatie op: hoezo ‘levenscrisis’ – dit was gewoon geneuzel van vier jonge narcisten.

Zijn we misschien gewoon een beetje crisismoe? Zoomen we liever in op mensen met wie het wél goed gaat? Of valt er toch heus in iedere levensfase een specifiek probleem aan te wijzen waarmee een substantieel deel van die groep dan werkelijk worstelt? Een kritische rondgang langs de diverse crises die de afgelopen halve eeuw zijn benoemd.

De puberteit -> Onstuimige overgangsfase van kindertijd naar volwassenheid. Begint tegenwoordig vaak al in de laatste klassen van de basisschool, als de aanmaak van geslachtshormonen op gang komt.

Klachten over pubers zijn van alle tijden, maar dat mediapersoonlijkheden als Dr. Phil ze tot ‘onze ergste nachtmerrie’ bestempelen, lijkt nieuw. Feit is dat de diersoort mens in deze periode vaker dan daarvoor én daarna lichtgeraakt en labiel is, onnadenkend handelt en risicovol gedrag vertoont. Volgens Erik Erikson heeft dat alles te maken met de identiteitsverwarring waarmee we in deze fase worstelen.

Recent breinonderzoek werpt nieuw licht op dit grillige gedrag. Anders dan altijd werd aangenomen, blijkt het menselijk brein aan het eind van de kindertijd nog lang niet uitgegroeid te zijn. Het maakt in de jaren erna juist een enorme verandering door, waarschijnlijk onder directe invloed van geslachtshormonen. De hoeveelheid grijze stof – hersencellen die informatie verwerken – vermindert, terwijl er juist een toename is van de witte stof, die de communicatie tussen verschillende hersendelen verzorgt.

Helaas houden dit snoeien en groeien geen gelijke tred. Bovendien ontwikkelen de hersendelen die te maken hebben met het verwerken van emoties zich sneller dan de delen die over planning en controle gaan. Vandaar die stemmingswisselingen en impulsiviteit. Plus: die enorme gevoeligheid voor kortetermijnbeloningen en het oordeel van anderen.

Al die dingen bij elkaar maken een puber natuurlijk kwetsbaarder voor psychische problemen dan een kind. Toch is volgens onderzoeken ‘maar’ één op de vijf pubers ronduit ongelukkig of in de war. Tachtig procent is dus over het algemeen redelijk positief gestemd. De Nederlandse jeugd komt zelfs al jaren uit onderzoek naar voren als de gelukkigste van Europa. Volgens socioloog Ruut Veenhoven halen we het hoge geluksniveau waarop de gemiddelde puber zich bevindt, pas na ons 65ste opnieuw.

Al met al is de puberteit voor de meeste jongeren dus bepaald niet de natuurramp die we er inmiddels van hebben gemaakt.

De quarterlifecrisis -> Periode van hevige twijfel onder twintigers en begin-dertigers. Staat pas sinds een jaar of tien in de belangstelling; volgens deskundigen omdat deze leeftijdsgroep nu meer keuzestress heeft dan ooit tevoren.

Volgens Erik Erikson vechten we in de vroege volwassenheid – die hij tussen ons 18de en ons 35ste situeert – vooral het conflict uit tussen angst voor intimiteit versus angst voor isolement. Aan welke partner zal ik me binden?

Hedendaagse ‘leeftijdsdenkers’ trekken dat breder en poneren dat we tussen adolescentie en rijpe volwassenheid massaal moeite hebben ons te binden aan wie of wat dan ook: baan, huis, kinderen et cetera. Jongvolwassen zijn is een en al keuzestress, vinden de aanhangers van de quarterlifecrisis (in Nederland ook wel ‘dertigersdilemma’ genoemd).

Zo stelde de Nederlandse psychologe en loopbaanadviseur Nienke Wijnants na gesprekken met dertienhonderd 25- tot 35-jarigen dat 72 procent van hen lijdt onder de hoeveelheid knopen die ze moeten doorhakken. Elke beslissing kan de verkeerde zijn, en de angst om te falen is groot. Brits onderzoek leverde nog dramatischer cijfers op: van de leden van een internet-community voor jongvolwassenen gaf 86 procent aan last te hebben van het gevoel dat ze voor hun dertigste hun hele leven perfect op orde moesten hebben.

Een manco aan deze en vergelijkbare onderzoeken is dat ze zich alleen op hoger opgeleiden lijken te richten, mensen dus die in deze periode net op de arbeidsmarkt zijn en daarmee per definitie nog niet helemaal ingevoerd in het ‘echte leven’. Bovendien leggen ze hun vragen zelden voor aan andere leeftijdsgroepen. Terwijl er reden is te denken dat de keuzestress breder toeslaat. Amerikaans geluksonderzoek wijst uit dat we de laatste decennia allemaal onze aspiraties wat hebben opgeschroefd, en dientengevolge vaker bang zijn dat het leven zal tegenvallen.

Dus: verkeren mensen tegenwoordig tijdens hun jongvolwassenheid echt zo massaal in crisis? De meningen daarover zijn verdeeld. De Amerikaanse psycholoog Jeffrey Arnett behoort tot het kamp van de believers. Hij stelt dat midden-twintig in de westerse wereld overal dé fase voor egocentrisch zelfonderzoek is geworden sinds jong kinderen krijgen uit is en ‘iedereen’ gaat studeren. En zo’n fase kan bij mensen met weinig ‘identiteitskapitaal’ – geen zelfkennis, weinig discipline – heel akelig uitpakken. Maar volgens hem legt het pijnlijk gewroet in eigen ziel bij de meesten uiteindelijk vooral een stevige basis voor levenslang geluk.

Onderzoekscijfers van de Nederlandse socioloog Ruut Veenhoven wijzen echter op een heel ander effect van deze fase van maximale keuzevrijheid. De meeste mensen lijken er juist goed bij te floreren. Juist na ons 35ste, als de meeste mensen zich daadwerkelijk hebben vastgelegd op één baan, één partner en x kinderen, volgt aantoonbaar een behoorlijke geluksdip.

Waarom daar dan nog geen aparte levenscrisis voor is gediagnosticeerd? Misschien wel omdat 35-plussers het gewoon te druk hebben om zich zo’n inzinking te kunnen veroorloven. Wat weer onderstreept dat zo’n crisis ook een luxeverschijnsel is.

De ouderdom -> Periode van achteruitgang en afscheid, gekenmerkt door wanhoop en depressie. Duurt door de gestegen levensverwachting steeds langer.

We willen wel oud worden, maar niet oud zíjn; bejaarden zijn in onze ogen eenzaam, vergeetachtig en zwak. En depressief, zo bleek uit onderzoek onder medicijnenstudenten; 64 procent van de ondervraagde artsen in spe dacht dat onder bejaarden een diepe depressie vaker voorkomt dan onder jongeren.

Allemaal het gevolg van indoctrinatie, stelt de Amerikaanse psycholoog Scott Lilienfeld in zijn boek De 50 grootste misvattingen in de psychologie. Hij wijst erop dat de meeste 65-plussers heel tevreden zijn met hun leven en dat depressie juist het meest voorkomt onder 25- tot 45-jarigen, die – het werd hierboven al aangestipt – in feite de minst gelukkige groep vormen.

En die blije bejaarden zijn geen typisch Amerikaans fenomeen. Socioloog Ruut Veenhoven vond ze ook in Europa. Na de pensionering neemt de levenstevredenheid van de gemiddelde EU-burger toe, waarbij de Nederlandse senior samen met de Deense de allergrootste hoogten bereikt. Na ons 60ste bereiken we eindelijk weer het geluksniveau dat we tot ons 18de hadden. ‘Het ziet ernaar uit dat mensen zich lekkerder voelen in de marge,’ schrijft Veenhoven over die verrassende constatering.

Behalve de wegvallende tijdsdruk spelen waarschijnlijk ook aangepaste verwachtingen en acceptatie daarbij een rol. Bejaard geluk lijkt, anders gezegd, minder hedonistisch van karakter en meer beschouwelijk.

Om toch nog een beetje in mineur te eindigen: een jaar voor de dood daalt ons geluk wél beduidend. Maar gezien het feit dat dat statistisch gezien voor iedereen geldt, is er met een lange laatste levensfase op zich dus helemaal niets mis.n

De midlifecrisis -> Fase van rouw om afgesloten mogelijkheden. Treft in de klassieke uitleg alleen mannelijke veertigers, en dan vooral de creatieven onder hen.

‘Dat was het dan wel zo’n beetje; beter dan dit heeft het leven niet voor me in petto.’ Die gedachte zou bij veel mensen tussen de veertig en vijftig inslaan als de bliksem, en behalve verdriet ook vreemd gedrag oproepen.

Maar volgens de Amerikaanse psycholoog Scott Lilienfeld zijn er geen aanwijzingen voor een daadwerkelijk bestaan van de midlifecrisis. Amerikaanse veertigplussers blijken gemiddeld zelfs gelukkiger dan de dertigers; ze zijn blij dat hun kinderen zelfstandiger zijn, hebben meer gevoel van controle over hun leven dan in het decennium ervoor, en ook over hun relatie zijn ze beter te spreken. Het aantal scheidingen piekt in de VS dan ook niet tussen de 40 en 50 jaar, maar onder begin-dertigers.

In Nederland ligt dat laatste anders; hier scheiden mannen gemiddeld op hun 45ste en vrouwen op hun 42ste, wat wél in het midlifecrisisplaatje past. Ook lijken Nederlanders pas richting hun 50ste op te krabbelen uit de geluksdip die samenhangt met de overbelasting in de periode ervoor. Dat komt waarschijnlijk vooral doordat Nederlanders alles net iets later doen dan Amerikanen: afstuderen, trouwen, kinderen krijgen. Het patroon lijkt echter hetzelfde: zodra de ergste tijdsdruk wegvalt, veert het levensgeluk weer op. Als we dus tegen ons 50ste meer tijd krijgen om terug te blikken, overheerst kennelijk toch het gevoel het er goed van afgebracht te hebben. Veel mensen voelen zich in deze periode zelfs op de toppen van hun kunnen; energieker dan in de periode ervoor, en voorzien van veel meer levenservaring.

En ja, dat geldt ook voor vrouwen in deze leeftijdsfase. Niet dat de overgang ze onberoerd laat; zeker vrouwen die eerder in hun leven al gevoelig waren voor hormoonschommelingen, kunnen in deze periode heftige gemoedswisselingen verwachten. Ook klagen veel vrouwen rond hun vijftigste over slaapproblemen. Maar grootschalig onderzoek heeft inmiddels weerlegd dat vrouwen tijdens de overgang vaker depressief zijn. Evenmin gaat hun geheugen er aantoonbaar op achteruit. Kennelijk zijn de meeste vrouwen dus prima in staat om de ongemakken die deze fase met zich meebrengt, het hoofd te bieden.

auteur

Anne Pek

Gezondheid is zoveel meer dan niet ziek zijn. Het is ook lekker in je vel zitten, zin hebben in dingen, ermee kunnen omgaan als het even tegenzit. Als wetenschapsjournalist volg ik gretig het onderzoek naar alles wat ons geestelijke en fysieke welzijn beïnvloedt, en al sinds 2005 schrijf ik voor Psychologie Magazine over gezondheid in die brede zin.

» profiel van Anne Pek

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Zij pubert, ik groei mee

Redacteur Anne Pek volgt een Gordon-training voor ouders
Lees verder
Artikel

Zij pubert, ik groei mee

Redacteur Anne Pek volgt een Gordon-training voor ouders
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Branded content

Hoe cadeaus geven je relaties kan verdiepen

Natuurlijk draaien kerst en Sinterklaas niet alleen maar om cadeaus, maar de feestdagen zijn wel het...
Lees verder
Advies

We hebben een groot verschil in libido

Mijn man en ik zijn al vijf jaar samen, we passen goed bij elkaar en werken aan een toekomst. Het pr...
Lees verder
Advies

We hebben een groot verschil in libido

Mijn man en ik zijn al vijf jaar samen, we passen goed bij elkaar en werken aan een toekomst. Het pr...
Lees verder
Kort

Slaapprobleem maakt puber drankzuchtig

Heb je de puberteit net gehad, dreigt de quarterlifecrisis. En ben je die te boven, dan hangt de mid...
Lees verder
Artikel

Kun je heftig pubergedrag voorkomen?

Speciaal deze maand: 16 lezersvragen met antwoorden uit de wetenschap
Lees verder
Advies

Mijn zoon (13) kan geen tijdsinschatting maken

Heb je de puberteit net gehad, dreigt de quarterlifecrisis. En ben je die te boven, dan hangt de mid...
Lees verder
Artikel

Help, mijn moeder wordt oud!

Gek: die levenslustige, gezonde moeder kan opeens haar auto niet meer terugvinden op de parkeerplaat...
Lees verder
Artikel

Overleg maakt puber verstandig

Heb je de puberteit net gehad, dreigt de quarterlifecrisis. En ben je die te boven, dan hangt de mid...
Lees verder
Verhaal

Van twintiger naar tachtiger

Wie jong en gezond is, kan zich nauwelijks verplaatsen in kwetsbare bejaarden. Daarom ontwierpen Nij...
Lees verder