Oud en wijs

Heel oud worden is niet per definitie prettig: de ouderdom komt met verlies en ­gebreken. Toch kunnen veel hoogbejaarden nog flink genieten. Vijf honderdplussers etaleren hun levenswijsheid.

Mentale veerkracht

In Nederland leven 1400 honderdplussers. Zij zijn uitzonderlijk oud, maar ook de gemiddelde Nederlander leeft steeds langer. Dit hebben we te danken aan groeiende welstand, toegenomen hygiëne, meer medische mogelijkheden en minder rokers. Volgens het cbs zal de levensverwachting tussen 2005 en 2050 nog verder stijgen: van 77,2 naar 81,5 jaar voor mannen en van 81,6 naar 84,2 jaar voor vrouwen. We leven dus lang. Maar zijn we op hoge leeftijd wel gelukkig?

TEST
Doe de test »

Is het tijd voor een nieuwe baan?

‘Het vraagt mentale veerkracht om op erg hoge leeftijd nog lol te hebben in het leven,’ weet geriater Henk Kruithof. ‘Oude mensen leven in een hele andere wereld dan die waarin ze zijn opgegroeid. De meeste personen die ze hebben gekend, zijn er niet meer. Eenzaamheid speelt een grote rol bij hoog­bejaarden. Bezoekjes verlichten die eenzaamheid een beetje, maar het gemis van overleden vrienden en geliefden blijft. Door de groeiende afhankelijkheid wordt het ook steeds moeilijker om de eenzaamheid te bestrijden door zelf initiatieven te ontplooien. Het gevolg is vaak gemopper, waardoor bezoekers wegblijven en de eenzaamheid juist verergert. Uiteindelijk is het de kunst om met jezelf samen te zijn.’

Ook in andere opzichten leven honderdjarigen nu in een wereld die sterk afwijkt van die waarin ze werden geboren. De

techniek heeft de afgelopen decennia bijvoorbeeld een gigantische ontwikkeling doorgemaakt. ‘Toch is de wereld in essentie niet veranderd, en vitale ouderen zijn meegegroeid naar het huidige tijdperk,’ zegt Henk Kruithof. ‘Ze zijn gewend aan het leven in de eenentwintigste eeuw. Zo zullen steeds meer vitale ouderen e-mailen en internetten. Bejaarden krijgen pas last van de moderne tijd als belangrijke ontwikkelingen hen ontgaan én als ze daardoor vervreemden van hun omgeving.’

Hoogbejaarde mensen leven echter niet alleen in een veranderde wereld, hun wereld is ook kleiner. Met het klimmen der jaren slinken de mogelijkheden. Een honderdjarige kan waarschijnlijk niet eens meer naar de kruidenier om de hoek.

Daar worden mensen volgens Henk Kruithof echter niet ongelukkig van, zolang ze er maar in slagen om hun levensdoelen aan te passen. ‘Op hoge leeftijd krimpen de levensdoelen. Er wordt niet meer gestreefd naar een promotie, het lopen van de marathon of de aanschaf van een tweede huis in Frankrijk. Maar daarmee hoeft de levenslust niet verloren te gaan. Gelukkige ouderen halen hun levensvreugde uit heel kleine dingen. Ze kijken uit naar de warme maaltijd van twaalf uur en het koekje bij de thee drie uur later. Of ze genieten van de liefdevolle aandacht van een kleinkind dat af en toe langskomt.’

Gelukkige ouderen kunnen hun huidige leven (met alle beperkingen) dus aanvaarden. Maar er is meer. Ze moeten ook vrede hebben met het verleden en de manier waarop ze dit zelf hebben ingevuld.

‘Om ­tevreden oud te worden, is het belangrijk elke levensfase tevreden af te sluiten,’ meent Henk Kruithof. ‘Aanvaard dat de dingen zijn gelopen zoals ze zijn gelopen. Accepteer dat zwaarte en verdriet bij het leven horen, net als vreugde en genot.’ Als dit lukt, dan kun je op hoge leeftijd nog erg gelukkig zijn. Kruithof: ‘Hoogbejaarden kunnen relativeren, zijn emotioneel onafhankelijk en ook iets milder. Ze lachen regelmatig en de meerderheid zegt zelfs net zo vrolijk te zijn als in hun jonge jaren.’n

‘Ik denk graag terug aan mijn beste vriend’

Anton Arentshorst (100) heeft zijn eigen appartement in een Amsterdams verzorgingstehuis.

‘De vogels vullen de stilte, ik luister graag naar ze. Verder doe ik weinig. Mijn ogen werken niet meer zo goed. Ik heb radio en televisie in huis, maar luister zelden. Heel af en toe krijg ik bezoek van een kennis. Mijn leven is op rolletjes verlopen, misschien door mijn positieve instelling. Ik ben altijd vrolijk gestemd en geniet van de dagelijkse dingen. Een lekkere maaltijd bijvoorbeeld, met een goed glas witte wijn erbij.

Ik ben een natuurmens en houd van de zee. In mijn jonge jaren was ik dagelijks op het water. Dan zat ik om half zeven ’s ochtends in mijn bootje en roeide door de Amsterdamse grachten naar Ouderkerk aan de Amstel. Vanaf het water zag ik de stad ontwaken. De rust van het gekabbel en de stilte van de straat vond ik ontspannend. Zo laadde ik mij op voor de nieuwe werkdag. Na mijn roeironde had ik dan net genoeg tijd om te verschijnen op de bank waar ik in dienst was.

Ik ben nooit verliefd geweest. De warmte van een eigen gezin is mij onbekend, ik weet niet wat het is om kinderen te missen. Doordat ik een gezelschapsmens ben, heb ik altijd veel vrienden gehad. Die steunden me toen ik mijn twee zussen en twee broers verloor door ziektes en een motorongeluk. Dankzij mijn vrienden heb ik verlies altijd goed kunnen doorstaan. Vriendschap vond ik altijd erg belangrijk, maar al mijn vrienden heb ik overleefd. Mijn beste vriend Joop nam me vaak mee op mooie autotochten. Dan reden we richting Duitsland. Nu hij er niet meer is, mis ik zijn gezelschap het meest. Ik denk graag aan hem terug.

Ik heb geen angst voor de dood en heb geen wensen meer. Het zou prettig zijn als de mensen straks aan me terugdenken als een vriendelijke kerel die graag wat voor een ander overhad. Ik geloof in de hemel en weet dat veel vrienden mij bij de hemelpoort zullen opvangen.’

‘Angst voor het onbekende ken ik niet’

Lies van der Boom (102), woont in een verzorgingstehuis in Zeeland.

‘Op mijn negentigste kreeg ik borstkanker. De dokter adviseerde een borstbesparende operatie, maar ik wilde mijn borsten niet meer. “Eraf,” zei ik, “ze zijn niet meer nodig.” Dertien kinderen heb ik ermee gevoed. Twee daarvan heb ik verloren, ook aan kanker. Door mijn leeftijd kan ik met verlies omgaan, maar ik had liever de plaats van mijn kinderen ingenomen. Het is de bedoeling dat zij mij overleven en niet andersom. Daar heb ik moeite mee. Vooral toen mijn kleindochter op weg naar een feestje werd aangereden door een inhalende tegenligger. Camilla was 25 en op slag dood, de tegenligger mankeerde niets. Zo onrechtvaardig. Mijn verdriet probeer ik te verwerken door erover te praten, vaak met de kinderen.

Ik neem het leven zoals het komt, geluk en verdriet horen daarbij. Ik leef met de dag. Het leven is beperkter geworden. Ik kijk uit naar de warme middagmaaltijd, en mijn drie avonden jokeren zou ik niet meer willen missen. Als ik nog iets te wensen overhad, zou ik graag willen lopen en de plek opzoeken waar ik ben geboren. De kleine boerderij met onze levensmiddelenwinkel ernaast. Achter op het erf stond de schuur waar mijn vader huisbrandolie verkocht.

Ik woon nog steeds in mijn geboortedorp en zal er ook sterven. Daardoor lijk ik honkvast, maar dat klopt niet. Ik houd van avontuur en reizen. Ik heb mooie landen gezien, zoals Nieuw-Zeeland waar mijn dochter woont, en Amerika waar mijn oudste zoon Wim woont. Ik kan overal aarden, en heb nooit last van heimwee. Angst voor het onbekende ken ik niet, dat zou mijn leven beperken. Wim dacht er destijds net zo over. Hij vertrok in de jaren vijftig naar Canada, helemaal alleen. Daar was ik verdrietig om, maar het gaf mij de gelegenheid om mijn gevoelens en gedachtes op papier te zetten, en de mooiste brieven ooit te schrijven.’

‘Altijd probeer ik de humor erin te houden’

Lena de Dood (106), woont in een verzorgingstehuis te Oudorp.

‘Hoewel mijn kinderen graag bij me komen, heb ik mijn eenzame momenten. Dan doe ik de televisie aan. Ik kijk graag naar schaatsen en voetbal, AZ is mijn favoriete club. Of ik blader door een tijdschrift. Zo blijf ik op de hoogte van het koningshuis, ik ben erg koningsgezind.

Van huis uit heb ik altijd meegekregen dat familie een bindende factor is. Dit heb ik ook doorgegeven aan mijn eigen kinderen. Ze zien elkaar regelmatig en dat vind ik belangrijk. Je hebt elkaar nodig en vindt in moeilijke tijden steun bij familie. Voor mij was het geloof altijd de rode draad in mijn leven, daar haalde ik kracht uit. Ook toen mijn man onverwacht aan een hartaanval overleed tijdens een vakantie in Spanje, en ik alleen op onze boerderij verder moest.

Ik merk steeds vaker dat ik snel moe word, en ben niet meer de gangmaakster die ik ooit was. Mijn moeder spoorde mij altijd aan. “Toe Lena, toe Lena,” zei ze en dan maakte ik haar aan het lachen door zomaar iets geks te doen. Altijd probeer ik de humor erin te houden, dat relativeert zoveel in het leven.

Ik kom niet vaak meer buiten, maar ik vind het nog steeds fijn om de frisse lucht op te snuiven en de natuur te ervaren. Als boerendochter groeide ik op in de buitenlucht, tussen de fruitbomen, de kievits en de graanvelden. Mijn kinderen zette ik al vroeg op de schaats. Zelf vond ik het heerlijk om over de bevroren sloten te glijden, dat gaf een gevoel van vrijheid. Het ijs was ook een ontmoetingsplek voor vrienden en vriendinnen, van wie ik allemaal afscheid heb moeten nemen. Dat is een nadeel van echt oud worden, ik overleef ze allemaal. Dat heb ik heel lang verschrikkelijk gevonden, maar inmiddels berust ik in mijn lot.’

‘Zwijgen om de lieve vrede, dat doe ik niet meer’

Zuster Epiphana (106), woont in een klooster in Uden.

‘Mijn jeugdherinneringen heb ik altijd levendig gehouden. Daar krijg ik energie van, het houdt mij jong. De levensvreugde haal ik uit het geloof. Dat heeft mij geholpen om het leven te verwerken, en de moed gegeven om moeilijke momenten te doorstaan.

Het lastige van ouder worden, is de afhankelijkheid van anderen. Ik kan me heel hulpeloos voelen. Omdat ik niet meer kan lopen, moet elk koffiekopje mij worden aangereikt, iedere boterham worden gesmeerd. En als ik wil wandelen, moet iemand mij voortduwen. Door een boek te lezen, verzet ik mijn gedachten en ebben die frustraties weg.

Ik heb geleerd om voor mezelf op te komen. Vroeger zweeg ik liever om moeilijkheden te voorkomen. Dat doe ik niet meer. Soms doet iemand onaardig tegen mij. Dan reageer ik niet, maar neem ik eerst de tijd om over de situatie na te denken. Was dit onrechtvaardig, of had ik zelf mijn dag niet? Als ik vind dat de schuld toch bij de ander ligt, kom ik er de volgende dag op terug. Anders kan ik niet meer met die persoon praten en blijft het tussen ons ongemakkelijk. Die verantwoording moet een mens aan zichzelf afleggen. Zo blijf ik tevreden met mezelf.

Mensen zijn vaak zó op zichzelf gericht. Daardoor zijn ze niet in staat om echt contact te maken met de ander. Bij een conflictsituatie blijven ze in een gevechtshouding steken, omdat ze hun beperkingen niet kunnen toegeven. Dat vind ik onvolwassen.

Ik ben erg trouw aan mezelf, dat heeft mijn moeder mij meegegeven. In de oorlog heb ik in het verzet gezeten, ik voelde dat ik het moest doen. En als missiezuster wilde ik mensen helpen, zonder ze tot het geloof te bekeren. Ik volgde mijn hart. Door de jaren heen heb ik een sterke intuïtie ontwikkeld door mensen te observeren, ik weet precies hoe de vork in de steel zit.’

‘Elke dinsdagmiddag erger ik me nog fijn aan alle politici’

Jan van der Giessen (108), de oudste man van Nederland, woont zelfstandig in zijn huis te Schiebroek.

‘Mijn zoon Jan, van 67, woont nog bij mij. Hij verzorgt me en kookt elke dag. In de namiddag voor het avondeten drinken we samen een glaasje kruidenbitter. Ik moet er niet aan denken om in een verzorgingstehuis te wonen en mijn zelfstandigheid te verliezen. Mijn leven is klein en bestaat uit de achterkamer, waar ik op de tast van het bed via de tafel naar mijn stoel loop. Ik kan niet meer goed lopen en zie erg slecht. Zolang ik zit, ben ik het mannetje, maar zodra ik opsta, ben ik niets meer waard.

Vanaf mijn twaalfde rook ik. Eerst sigaretten, daarna sigaren en nu rook ik nog vier keer per dag pijp. Daar haal ik mijn genot uit, net zoals het stukje chocolade bij de thee. Het parlementaire vragenuurtje is vaste prik, elke dinsdagmiddag om twee uur. Dan kan ik me weer fijn ergeren aan al die politici. Die opwinding houdt me kien. Ik ben altijd politiek bewust geweest en was jaren lid van de gemeenteraad.

Als hoofdinspecteur bij een verzekeringsmaatschappij heb ik altijd het credo van mijn vader nagestreefd: een dag is om te werken. Hij had zijn eigen winkel in huishoudelijke artikelen en levensmiddelen. Het was een harde werker en een eerlijk mens, met een goed vertrouwen in de medemens. Daar ben ik mee opgegroeid en zo ben ik ook geworden.

Vaak dacht ik dat ik eerder zou gaan dan mijn vrouw. Ze overleed 22 jaar geleden in haar slaap. Ik mis haar nog steeds. Vijftig jaar lang was ik gelukkig met haar. Voor mij hoeft het niet meer zo. Ook al ben ik een optimist en laat ik het hoofd nooit hangen, op deze leeftijd wil ik niemand meer tot last zijn.’

Dit vind je misschien ook interessant

Interview

Mijn moeder heeft alzheimer

Wat doet het met een gezin als een van de ouders begint te dementeren? Anna Myrte Korteweg interview...
Lees verder
Interview

Mijn moeder heeft alzheimer

Wat doet het met een gezin als een van de ouders begint te dementeren? Anna Myrte Korteweg interview...
Lees verder
Interview

Sanny Verhoeven-Ruis over de boeken die haar hebben geraakt

Presentatrice en YouTuber Sanny Verhoeven-Ruis kiest de boeken uit haar kast die haar het meest hebb...
Lees verder
Interview

Sanny Verhoeven-Ruis over de boeken die haar hebben geraakt

Presentatrice en YouTuber Sanny Verhoeven-Ruis kiest de boeken uit haar kast die haar het meest hebb...
Lees verder
Artikel

Ouder worden

Een foto van een jonge, breed lachende man. Plotseling begint zijn haargrens te wijken, wordt zijn g...
Lees verder
Artikel

Plezier: je bent ervoor gemaakt

Genot is goed voor ons. Als de natuur niet had gewild dat we seks hebben of snoepen, had ze er wel v...
Lees verder
Artikel

Hechte familiebanden

De vergrijzing bereikt in het jaar 2040 de top. Ongeveer één op de vier personen in Nederland zal ...
Lees verder
Artikel

Wat is wijsheid?

Wijze mensen grossieren in mooie eigenschappen: ze kunnen goed luisteren, evalueren en advies geven....
Lees verder
Advies

Hoe word ik tevredener en hoe leer ik dat een ander?

Heel oud worden is niet per definitie prettig: de ouderdom komt met verlies en ­gebreken. Toch kunn...
Lees verder
Artikel

De schommelstoel als medicijn

Zacht heen en weer gewiegd worden is niet alleen rustgevend voor baby's, maar ook voor ouderen.
Lees verder