Toen ik hoorde dat Psychologie Magazine al 40 jaar bestaat, concludeerde ik ouder ben dan dat hele magazine – wat ongelooflijk is, maar toch waar.

Coachfinder

Vind een betrouwbare coach via Coachfinder

Coaching is een belangrijke stap in zelfontwikkeling. Maar de juiste coach vinden blijkt nog niet zo eenvoudig. Coachfinder helpt je in je zoektocht naar een coach die bij je past.

Vind je ideale coach

Ik moet zes zijn geweest toen het eerste nummer verscheen. Ik herinner me dat niet, al kan het best dat mijn ouders ervan wisten, want ze hadden alletwee psychologie gestudeerd. Dat was toen nog een moeilijk woord voor mij, het werd meestal ‘spiegologie’.

Wie was ik toen ik zes was? Ik kon ­lezen, schrijven en Minnie Mouse tekenen. Mickey Mouse ook, dat was namelijk Minnie zonder strik. Ik zat in groep drie, in de klas bij juffrouw Douma.

Op een keer vonden we op het schoolplein een pornoboekje – ik herinner de paniek van juffrouw Douma toen ze ons daar geïnteresseerd in zag bladeren. We moesten het meteen inleveren, wat jammer was, want er stonden vrouwen in met enorme piemels.

Toen ik zes was, dacht ik dat een waxinelichtje een baxinelichtje heette, en een wagon een bagon. Maar ik wist al wel dat het ‘boterham’ was, en niet ‘broterham’. Kortom, ik wist al veel, maar natuurlijk vooral veel niet.

Speciaal voor dit jubileumnummer leek het me een goed idee om jullie, lezers, mee te nemen op een tocht door de kennis die ik de afgelopen veertig jaar heb opgedaan over de mens, het bestaan en de wereld. Lees en leer! Of lees en denk: dat wist ik allemaal al lang.

Even een disclaimer vooraf: het is best een negatieve lijst geworden – alsof alle levenslessen te maken hebben met dingen die, om het maar eens met een officiële psychologische term uit te drukken, kut zijn.

Er bestaan wel positieve levenslessen, denk ik, maar ik denk ook dat je die vaak al aantreft op huisdecoratiespulletjes uit de live-laugh-love-hoek. Maar goed, ik eindig met een paar positieve levenslessen zodat je dit verhaal toch met een prettig gevoel achter je kunt laten.

Goed, ik begin.

Kritiek die helemaal uit het niets komt, is vaak jaloezie

Soms maak je mee dat iemand eens even heel eerlijk gaat zeggen wat hij van jou of jouw werk vindt. ‘Ik ben maar even eerlijk…’ wordt er dan vaak bij gezegd. Dit is een enorme rode vlag. Want alleen als je iemand rechtstreeks vraagt om kritiek zit je te wachten op eerlijkheid.

De eerlijkheid van de spontaan eerlijke persoon is nooit dusdanig eerlijk dat hij/zij ook toegeeft dat hij/zij jaloers is. De eerlijkheid wordt altijd verpakt als een onvermijdelijkheid, iets wat nu eenmaal geuit moet worden.

Wat ik wel eens heb gehoord: ‘Ja sorry, ik heb ­helemaal niets met wat jij doet! Ik zeg het maar gewoon.’ En ook: ‘Ik vond jou vroeger altijd heel irritant, maar nu minder. Of vind je het vervelend dat ik dat zeg?’

Vaak blijkt diegene iets te willen wat jij hebt. Leuk werk, een leuke relatie, een leuk kind.

Het hoeft niet met 
iedereen te klikken

Ik heb het als een bevrijding ervaren toen ik me realiseerde dat sommige mensen mij niet lagen. En dat dit dus ook betekende dat ik sommige mensen niet lag.

Dat is verder niet erg, dat heeft met voorkeuren te maken. Ik hou tenslotte ook niet van boerenkool en ik accepteer dat dat zo is. Ik ga dus geen moeite doen om de rest van mijn leven boerenkool toch lekker te vinden.

Het mooie is dat als je eenmaal accepteert dat iemand je type niet echt is, je eigenlijk veel leuker en normaler met diegene om kunt gaan. Want er ligt geen druk meer op de relatie.

Ik heb het zelfs wel eens meegemaakt dat ik iemand al mentaal had ingedeeld onder de noemer ‘boerenkool’ en dat het toen tóch nog leuk werd. Misschien moet ik boerenkool, het gerecht dus, ook nog eens een kans geven.

Het heeft geen zin om vervelende mensen te vergeten

Er zijn mensen die boerenkool zijn en blijven. Ik heb wel eens een bijzonder onaangenaam gesprek gehad met een vrouw. De vrouw moest mij interviewen, dus het was een onnatuurlijke situatie, maar toch denk ik dat er wel iets universeels uit te leren valt.

De vrouw die mij interviewde had misschien een rotdag, maar ik dacht dat ze mij haatte en door een hoofd­redacteur op mij afgestuurd was, tegen haar zin. Ze kon het niet eens opbrengen om nep-geïnteresseerd te doen. 
Ik kreeg buikpijn van de vrouw.

Enfin, na dit interview dacht ik: de zoetste wraak zou zijn als ik deze vrouw helemaal zou vergeten. Dus geen wraakgevoelens ontwikkelen, maar het mentaal zo spelen dat deze persoon geen enkele rol meer speelt.

Flash forward naar twee jaar later. ­Iemand die me vagelijk bekend voorkomt stapt op me af, en zegt: ik heb je wel eens geïnterviewd. Op dat moment realiseerde ik me dat dit de interviewer van het interview from hell was.

En dat ik haar inderdaad was vergeten, volgens plan. Alleen, toen herinnerde ik me haar weer en had ik er alsnog niets aan.Grotere levensles in dezen: je kunt je rotmomenten maar beter ‘een plekje geven’ (kots) dan ze ‘ontkennen’ (ook kots).

Wacht soms maar even

Soms denk je ineens dat je een intensieve cursus pottenbakken moet doen. Ikzelf heb dit gedacht. Waarom wilde ik dit? Tja, ik had een soort visioen over hoe ik er dan ook heel goed in zou zijn en hoe ik een vrouw zou worden die in een linnen gewaad naar een kleischuurtje zou lopen, elke ochtend, om daar een pot op de draaischijf te laten ontstaan.

Een beetje Ghost, maar dan zonder Patrick Swayze. Mijn leven zou heel erg ordelijk zijn en ik zou bijvoorbeeld ook lunchen met vezelrijke groentegerechten, waarna ik weer naar mijn kleischuur zou afdrijven.

Het is goed om te dromen, maar het is ook goed om soms even een paar weken te wachten met de uitvoering van een plan. Want soms trekken dromen gewoon weer voorbij, net als wolken.

Of nee, begin maar gewoon

Niet dat je hier iets aan hebt, maar soms moet je ook maar gewoon beginnen. Veel plannen blijven hangen in de droomfase, omdat het eigenlijk heel eng is om de droom werkelijkheid te laten worden, want de werkelijkheid blijkt altijd minder dromerig en daarnaast loop je ook de kans totaal te mislukken.

Zoals je overal kunt lezen, kun je maar beter beginnen en mislukken dan niets doen. Maar goed, om het even concreet te maken: vaak krijg ik de vraag hoe ik begin met schrijven.

Nu heb ik nooit last gehad van een knipperende cursor op mijn scherm en nul woorden. Maar ik weet natuurlijk heus niet altijd hoe ik moet beginnen.

Mijn advies is daarom: begin in het midden. Schrijf eerst maar eens die dingen op waarvan je weet: die moeten er sowieso in. Het begin en het eind komen later wel. Misschien ben ik wel hier begonnen met het schrijven van dit stuk, weet jij veel.

Dit is een breder toepasbaar advies: kijk bij onoverkomelijke taken eerst even of er een klein onderdeel is dat wel te doen is.

Een treurige geliefde lijkt aantrekkelijk maar is het niet

Even een totaal ander onderwerp. Veel mensen kennen een periode in hun leven dat zij verliefd zijn op een moeizaam zuchtende man of een zachtjes huilende vrouw.

Het is heel zielig voor die geliefde dat hij/zij het moeilijk heeft, laat dat gezegd zijn. Maar de treurnis moet geen factor in hun aantrekkelijkheid zijn. Dat het dat soms toch is, komt volgens mij door het volgende: een gezellige lachebek lijkt haar/zijn vrolijkheid vrijelijk rond te strooien, en daarmee is zij/hij ‘van iedereen’.

Een treurwilg is daarentegen alleen af en toe vrolijk tegen jou en dat maakt dat je je bijzonder en onmisbaar voelt. Daarnaast stralen treurwilgen altijd iets heel diepzinnigs uit, wat ook op jou afstraalt.

Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met de grote waarde inzien van de vrolijke vrouw/man. Vrolijkheid is niet oppervlakkig, vrolijkheid is een talent, een gave, en iets waar je zelf ook vrolijk van wordt.

Je moet uitspreken wat je wilt

Ik denk dat dit in veel zelfhulpboeken staat, maar ik zeg het toch maar even. Als je iets wilt, dan is het handig als je dat ook uitspreekt. Dan weten anderen dat ze aan jou moeten denken als er iemand gezocht wordt als presentator van het Achtuurjournaal / verzorger op de kinderboerderij / CEO van Philips.

Het helpt ook voor jezelf. Ik heb ooit op een papiertje geschreven: ‘Ik wil graag schrijven over taal. Ik wil cabaret maken.’ Het ziet er een beetje dom uit als je het zo opschrijft, maar het is ook een truth bomb en een wake-up call.

Natuurlijk is ‘uitkomen voor wat je wilt’ geen garantie voor succes, maar het is denk ik wel een eerste voorwaarde.

Een pas is beter dan een top

Stel dat je van wandelen houdt – en dat hou je waarschijnlijk want je hebt jaren corona achter de rug en je bent een lezer van Psychologie Magazine.

Stel dat je ook wel eens in de bergen wandelt. Dan zul je merken dat er door alfaman-achtige types is bepaald dat je toppen moet bereiken. Als je de top van een berg bereikt, dan mag je je naam in een schriftje zetten en voelen dat je iets hebt bereikt.

Welnu, ik ben hier om te vertellen dat je geen enkele top hoeft te bereiken. Bij het bergwandelen gaat het namelijk om de bergpassen. Dat zijn de routes die de Romeinen al namen om van plek A naar plek B te komen.

Het zijn slingerende paden die je tussen de bergtoppen doorvoeren. Aan de andere kant van de pas zie je ineens hoe het uitzicht is veranderd.

Je bent in een nieuwe wereld en je wordt misschien wel begroet door fluitende bergmarmotten. Op de bergpas zijn geen schriftjes om iets in op te schrijven. Jij alleen weet dat je de mooiste en efficiëntste route hebt genomen, waarbij je ego is achtergebleven in het dal.

En ik zeg het er voor de zekerheid maar even bij: dit principe geldt voor het hele leven, niet alleen voor het bergwandelen. Zoek naar nieuwe uitzichten, niet naar pieken.

Laat je kind iets schilderen

Als laatste een praktische tip vooral handig voor mensen met kinderen, maar als je geen kind hebt, kun je ook een leenkind vragen dit voor je te doen – neem hiervoor dan wel een kind dat houdt van schilderen.

Goed, wat is het idee? Kinderen produceren enorm veel kunst. Deels omdat ze dat moeten, deels omdat het een menselijke drang is om kunst te maken. Sommige tekeningen bewaar je, andere gooi je weg en een enkele keer lijst je iets in. Allemaal prima.

Maar nu heb ik even een next level idee dat ik graag wil delen. Neem een tafel, bijvoorbeeld je bureau. Zet de tafel op z’n kant. Koop goede acrylverf en goede kwasten. Roep het kind, en zeg: ‘Wil jij voor mij een schilderij maken op de onderkant van deze tafel?’ Grote kans dat het kind heel blij is met deze eervolle, grote opdracht. Zij of hij schildert de onderkant van de tafel vol. Je laat het schilderij drogen en zet de tafel weer rechtop.

Elke keer dat je op de grond ligt (omdat je iets moet zoeken, of omdat je yoga doet, of omdat je even uitgestrekt moet huilen om iets) zie je ineens dat geweldige schilderij. O ja, denk je.

Wat fijn dat er mensen bestaan die zonder plan en vol overgave een hele tafel­onderkant kunnen vol schilderen met dinosaurussen en huizen en tekstballonnen en een zon!

Dit waren de dingen die Paulien Cornelisse weet. Als je erachter wilt komen waar zij over twijfelt, wat haar totaal onduidelijk is en wat zij ver­bijsterend vindt, kom dan kijken naar haar voorstelling ‘Aanstalten’. Speel­lijst op www.pauliencornelisse.nl