‘Heerlijk om eindelijk verdriet te kunnen voelen’

Dertig jaar lang zweeg de Amerikaanse terrorismedeskundige Jessica Stern (56) over haar verkrachting als jong meisje. Tot ze tien jaar geleden vastliep en het kwartje viel: ze had PTSS. Geen wonder dat ze zo gefascineerd is door gewelddadige mannen.

Ze heeft een voorzichtige glimlach en oplettende ogen. Als we een tijdje met elkaar zitten te praten, zegt ze dat haar iets van het hart moet: ‘Ik ben toch zo opgelucht dat jij geen helblauwe ogen hebt – die had híj namelijk. Het mag dan 41 jaar geleden zijn, ik kan nog steeds geen helblauwe mannenogen aankijken.’

‘Wat naar voor je,’ zeg ik.

‘Ja, maar het is ook een goed teken dat ik er nu over kan praten. Ik ben blij dat ik eindelijk weer in staat ben te voelen wat die verkrachting met me heeft gedaan.’

Jessica Stern vertelt dat het pas iets van de laatste tien jaar is dat haar gevoelsleven een beetje op orde begint te komen. Want na maandagavond 1 oktober 1973 – de avond die haar voorgoed een ander mens zou maken – was ze zichzelf dertig jaar lang kwijt.

Pistool

Het duurde een uur. Zij was 15, haar zus Sara 14. Die avond waren ze met z’n tweeën thuis, in hun huis in het stadje Concord in Massachusetts – hun vader en stiefmoeder waren de deur uit. Ineens stond hij voor ze, met een pistool in zijn hand: een vreemde man, broodmager, stinkend naar een mengsel van oud zweet en

te sterke eau de cologne. Hij had een short aan, lichtbruin haar op zijn benen, korte witte sokken, sneakers; zijn helblauwe ogen dreigden. Hij zei: ‘Niet gaan gillen, jullie. Naar­ beneden kijken. Het zal maar vijf of tien minuten ­duren. Ik zal jullie geen pijn doen. Als jullie één woord uitbrengen, gaan jullie eraan.’

Ze moesten naar boven lopen, zijn pistool priemend in hun rug. Ze dachten dat ze naar hun ­executie werden geleid, probeerden naar elkaar te seinen dat ze stil moesten zijn. Boven moesten ze de gordijnen dichtdoen, zich voor hem uitkleden, voorover op bed gaan zitten, elkaars haar borstelen. Hij beval ze de te kleine jurkjes van hun jongere zusje te passen, en ook de jurken van hun stiefmoeder aan en uit te doen. Daarna vergreep hij zich aan hen – eerst aan haar, vervolgens aan haar zus, daarna weer aan haar. Toen hij klaar was, moesten ze voorover op bed gaan liggen – de deken prikte in hun wangen. ‘Dit gaat jullie boos maken,’ zei hij, en ze hoorden het klikken van zijn pistool. Ze dacht dat hij hen zou doden, of anders misschien een van hen. Het gekke was: ze rees op dat moment niet op als een Medusa met vuurspuwende ogen en slangen in het haar die hem wel even dood zouden bijten – nee, ze voelde alleen maar een kalme trance, die haar verlamde. Ze had geen kracht om weg te lopen en haar gedachte was: ik wil niet dat hij me van achteren neerschiet. Gewoon wachten tot de moord voorbij zou zijn, dat was het enige wat ze nog wilde – de dood voelde nu verleidelijk.

Maar er kwam geen schot. ‘Het is maar een klappertjespistool,’ zei hij. En toen: ‘Niet de politie bellen, anders krijgen jullie moeilijkheden met me.’ Ze hoorden hem de trap aflopen, de voordeur dichtslaan. Kort daarna klonk het geluid van een startende auto, die de straat uit reed.

‘Kijk liever vooruit’

Jessica en Sara Stern gingen wél naar de politie. Die maakte een rapport op en deed er verder niets mee – verkrachting werd in die tijd niet zo serieus genomen als nu. Ze moesten het hele gebeuren maar vergeten, zeiden ook hun vader en stiefmoeder. ‘Blijf niet in het verleden hangen, kijk liever vooruit,’ was de reactie van hun vader, die als Joodse jongen ternauwernood de nazi’s had overleefd en als stelregel had aangenomen dat het verleden beter het verleden kon blijven. En zo geschiedde: ze spraken nooit meer over de verkrachting.

Als de gedachte in haar opkwam dat de verkrachter misschien zou terugkomen, ging Jessica fanatiek huiswerk maken. Scheikundige formules en reactievergelijkingen werden haar favoriete tijdsbesteding: daar kon ze helemaal in verdwijnen. Vanaf haar 18de stortte ze zich vol overgave op haar universitaire studie scheikunde. Na een proefschrift over chemische wapens werd ze expert op het gebied van terrorisme. Vreemd genoeg was ze – zonder dat ze het zich bewust was – via een omweg toch weer uitgekomen bij het onderwerp dat ze zo diep had weggestopt: gewelddadige mannen. ‘Ik voelde een intense nieuwsgierigheid naar de motivatie van terroristen,’ zegt ze, ‘maar een verband met mijn verkrachting legde ik niet. In die tijd zou ik je heel nuchter hebben verteld dat ik als meisje was verkracht, maar ik voelde er verder niets bij. Ik kon er gewoon over praten, maar beschouwde het als een droog feit, meer niet.’

Hol van de leeuw

Sterns werk bracht haar naar de gevaarlijkste gebieden in de wereld. Als adviseur van de Amerikaanse regering stapte ze zonder blikken of blozen op het vliegtuig naar plekken als Beiroet en Lahore om daar terroristen te interviewen over hun motivatie. Vond ze het niet eng, als Amerikaanse vrouw in haar eentje naar het hol van de leeuw gaan? ‘Nee, toen niet, maar achteraf zeg ik: ik was eigenlijk doodsbang. Als ik op zo’n hoofdkantoor van een jihadstrijder kwam, gierde er van alles door mijn lijf waarvan ik nu weet: dat was pure angst. Maar toen was ik ervan overtuigd dat het gezonde spanning was die bij mijn werk hoorde.’

Haar carrière verliep voortvarend: ze schreef boeken over terrorisme, ging lesgeven aan Harvard. Inmiddels is ze hoofd terrorisme aan Harvard Law School en geldt ze al jaren als een van ’s werelds belangrijkste deskundigen op dat terrein. ‘Zodra ik tegenover een terrorist zat, raakte ik in trance: hyper­alert, gefocust op de ander. Daardoor kon ik denk ik zo goed tot ze doordringen en zo veel informatie loskrijgen.’

Maar de angst wist haar toch te vinden, zij het op onverwacht terrein. Situaties waarop de meeste mensen doodkalm reageren, maakten haar vaak compleet overstuur. Ze kon bijvoorbeeld niet tegen menigtes, vooral ’s avonds niet, wanneer er een seksueel sfeertje in de lucht leek te hangen. Ook plotselinge geluiden en bewegingen, het geklik van een richtingaanwijzer of het tikken van een klok vond ze ondraaglijk verontrustend. Net als de aanblik van vette vingers en de geur van eau de cologne.

‘Maar nog steeds had ik niet door dat het allemaal op mijn verkrachting was terug te voeren. Waar ik vooral mee zat, was dat mijn werk er zo onder leed.’ Ze besloot in therapie te gaan. ‘Mijn wens aan de therapeut was dat ik minder wilde leren voelen. Ik had het idee dat die overgevoeligheid mij in de weg zat.’

Te weinig emotie of juist te veel

De therapeut maakte haar duidelijk dat haar ­gevoelshuishouding totaal overhoop lag. Op momenten dat ze dingen hoorde te voelen, voelde ze te weinig – of het nu ging om boosheid, blijdschap of verdriet. En als er helemaal niks aan de hand was, voelde ze juist te veel alarmbellen afgaan. De diagnose: een onbehandelde posttraumatische stressstoornis, opgelopen door de verkrachting. ‘Ik kon het amper geloven: ptss, dat was toch iets voor militairen en slachtoffers van terroristische aanslagen?’

Uiteindelijk was het Sterns uitgever die haar overhaalde de film van haar verkrachting nu eens helemaal voor zichzelf af te draaien en er een boek over te schrijven. Het was 2003, dertig jaar na de verkrachting. Ze besloot de politie in het stadje van haar jeugd te bellen. Die bleek haar dossier nog in de kast te hebben staan. ‘Toen ik de details teruglas, kreeg ik het vooral koud. Mijn gezicht schoot in een kramp – echt voelen was nog steeds moeilijk.’

De inspecteur die haar hielp, verbaasde zich erover dat deze brute verkrachting indertijd onopgelost was gebleven en heropende de zaak. Hij ontdekte dat de dader een serieverkrachter was geweest die zich aan 44 meisjes had vergrepen – bij allemaal was hij op dezelfde wijze te werk gegaan. Tien dagen na de verkrachting van Jessica en haar zusje was hij gearresteerd voor drie andere verkrachtingen, waarvoor hij achttien jaar in de cel had gezeten. Enige tijd na zijn vrijlating had hij zelfmoord gepleegd.

Obsessieve onderzoekster

Toen de politie de naam van haar verkrachter noemde, wilde Stern tot ieders verbijstering per se zijn levensverhaal achterhalen. ‘De obsessieve onderzoekster in me kwam naar boven. Ik móést gewoon weten hoe hij zo geworden was.’

Ze ging praten met zijn vrienden en familieleden, en dan kwam ze weer in die hyperwaakzame, ge­focuste staat, die ze zo goed kende van haar ontmoetingen met terroristen. Ze maakte prachtige interviews, maar veel gevoel had ze er niet bij. ‘Van mijn therapeut hoorde ik dat dat een vorm van dissociatie was, en dat het een bekend symptoom is van ptss. Doordat ik weer zo in mijn trauma dook, verhevigden mijn symptomen ook. Ik raakte zomaar de weg kwijt in buurten waar ik bekend was, had last van duizeligheid, vergat ­allerlei dagelijkse dingen. Maar nu ik eenmaal aan dat boek was begonnen, wilde ik alles tot op de bodem uitzoeken.’

Haar verkrachter bleek een zwaar getraumatiseerde man te zijn geweest. Als kind was hij misbruikt door priesters. ‘Ik begon te begrijpen waarom hij later al die meisjes is gaan verkrachten. Net als alle andere slachtoffers van verkrachting voelde hij zich beschaamd en vernederd – wat volgens mij de sterkste emoties zijn die je voelt als je bent verkracht. Je schaamt je, omdat je je bezoedeld en vies voelt en je voelt je vernederd, omdat je als object bent gebruikt.’

In haar boek vertelt Stern over de teleurstelling die ze voelde toen ze hoorde dat haar verkrachter was overleden. ‘Het liefst had ik hem met de elektriciteit van mijn ogen willen doden.’ Haar zus, die dankzij Jessica’s speurtocht voor het eerst weer over de verkrachting was gaan praten, vond het onverstandig dat ze dat in haar boek had opgeschreven. ‘Omdat het zo gewelddadig klinkt. Maar ik vind het juist belangrijk te laten zien hoe dit soort dingen werkt: hoe diepe vernedering leidt tot gewelddadige gedachten. Niet dat ik zelf tot daden zou zijn overgegaan, maar veel mensen die als kind zijn verkracht, doen anderen later wél de vreselijkste dingen aan. Zo blijft de geweldscyclus in stand.’

Geen robot, maar een mens

Door al het schrijven en praten voelt ze zich nu ‘mens in plaats van robot,’ zegt ze. ‘Ik voel weer wanneer ik bang ben. In mijn eentje op terroristen afgaan doe ik dan ook niet meer – ik wil mezelf niet langer geweld aandoen. Terrorisme is nog wel steeds mijn specialiteit, maar ik bestudeer het nu meer van een afstand.’

Het gaat beter met haar, maar helemaal verlost van haar verleden is ze niet. Zo bleef ze laatst bijvoorbeeld plotseling midden op het zebrapad stokstijf staan voor een vrachtwagen die een rood verkeerslicht had genegeerd en op haar af denderde – haar man wist haar net op tijd weg te sleuren. ‘Opeens was ik weer in de greep van die trance. Mijn trauma kan me dus nog op de raarste momenten overvallen. Maar dat gebeurt gelukkig niet zo vaak meer. Vooropstaat dat ik weer dingen kan voelen. Mijn man zegt het ook: “Je bent nu vaker blij én vaker verdrietig.”’

Laatst stond ze te stofzuigen en begon ze spontaan te huilen, om haar stiefmoeder die vorig jaar is overleden. ‘Het klinkt misschien gek, maar ik vind het heerlijk eindelijk verdriet te kunnen voelen. Als je voelt, maak je het leven echt mee, in plaats van op een afstandje staan toekijken.’

Ze heeft zich dertig jaar voor zichzelf afgesloten, zegt ze, dat draai je niet binnen een paar jaar terug. ‘Ik zal voor altijd beschadigd blijven; zonder die verkrachting was ik waarschijnlijk een leuker, minder gecompliceerd mens geweest. Maar gedane zaken nemen geen keer. Het beste van die beschadigde persoon zien te maken, dat is waar ik voor wil leven.’n

Jessica Stern, Ontkenning, Nieuw Amsterdam, € 19,95

auteur

Edwin Oden

Ik schrijf heel graag. Het liefst mooie interviews waarin je de geïnterviewde ten diepste leert kennen. Daarnaast ben ik erg geïnteresseerd in de ontdekkingen die worden gedaan in de psychologie. Neem bijvoorbeeld het breinonderzoek, waar revolutionaire technieken de laatste jaren geweldige inzichten hebben opgeleverd.

» profiel van Edwin Oden

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Helpt EMDR nu zelfs tegen liefdesverdriet?

De therapie die je met oogbeweging van nare gevoelens afhelpt, wordt al jaren toepast bij trauma’s...
Lees verder
Artikel

Helpt EMDR nu zelfs tegen liefdesverdriet?

De therapie die je met oogbeweging van nare gevoelens afhelpt, wordt al jaren toepast bij trauma’s...
Lees verder
Branded content

Echt ontspannen op vakantie

Weten we nog wel wat ervoor nodig is om goed uitgerust thuis te komen van vakantie? Auteur Peggy van...
Lees verder
Branded content

Echt ontspannen op vakantie

Weten we nog wel wat ervoor nodig is om goed uitgerust thuis te komen van vakantie? Auteur Peggy van...
Lees verder
Artikel

Hoe nieuwe rituelen ons verbinden

De laatste jaren heb ik steeds meer zin om zogenoemde kantelmomenten samen met anderen te vieren, of...
Lees verder
Artikel

Hoe nieuwe rituelen ons verbinden

De laatste jaren heb ik steeds meer zin om zogenoemde kantelmomenten samen met anderen te vieren, of...
Lees verder
Verhaal

‘Zolang dat lampje brandde, had ik hoop’

Tweeënhalf uur dreef hij in het barre zeewater na de crash met zijn vliegtuigje. Tweeënhalf uur ba...
Lees verder
Advies

Mijn dochter wordt gepest, net zoals ik vroeger

Dertig jaar lang zweeg de Amerikaanse terrorismedeskundige Jessica Stern (56) over haar verkrachting...
Lees verder
Advies

Waarom heeft hij mij verlaten?

Dertig jaar lang zweeg de Amerikaanse terrorismedeskundige Jessica Stern (56) over haar verkrachting...
Lees verder
Artikel

Het is mijn schuld dat de baby kapot is

Een kind baren is voor veel vrouwen de ultieme confrontatie met zichzelf. Zesduizend Nederlandse moe...
Lees verder
Interview

‘Je moet je fysiek veilig voelen om te kunnen helen’

Praten met getraumatiseerde mensen? Totaal zinloos, stelt de Nederlands-Amerikaanse PTSS-deskundige ...
Lees verder
Recensie

Na een verkrachting

Vrouwen die verkracht zijn, hebben vaak nog lange tijd last van gespannenheid, flashbacks, prikkelb...
Lees verder