Natalie Hanssen deed een clownscursus

Om eerlijk te zijn: ik heb het niet zo op clowns. Als ik een circusclown zie, word ik agressief, en als ik Bassie hoor, loopt het angstzweet over mijn rug. Ik vertrouw hem niet, geen enkele clown trouwens. Toch ga ik een clownscursus doen. Ik heb gelezen dat clowns in het moment leven, en dat de cursus gaat over ‘jezelf zijn’. Dat lijkt me wel wat. De clowns neem ik op de koop toe.

Ik word begroet door cursusleider Roelant. Hij oogt vrij serieus en zelfs wat triest voor een clown. Later op de dag zal ik leren dat de clown niet per definitie vrolijk is – wie hard kan lachen, kan ook hard huilen.

We beginnen losjes kletsend in een cirkel. Een aantal mensen moet zich voorstellen. Met een clownsneus op zeg je je naam – maar wel écht zoals je bent. Ik kom niet aan de beurt. Gelukkig maar, denk ik stiekem. Het lijkt me best eng, zo helemaal als jezelf voor anderen te staan. Wel opvallend: de mensen die het lukt, zien er meteen sympathiek uit. Roelant verkondigt dat we elkaar aan het eind van de dag allemaal mooi vinden. Dat belooft wat.

Leren

ja zeggen, daar gaat het vandaag om. Tegen alles wat je hebt en bent, maar ook tegen wat er op je pad komt. We doen een doldwaze oefening waarbij iemand steeds mag roepen wat we gaan doen. Daarna roept iedereen uit volle borst ‘Jaaaaaa!’ en vervolgens gaan we het doen. Bijvoorbeeld springen, elkaar kietelen of staan als een standbeeld. Belangrijk bij deze oefening: ook ja roepen als je – door het enthousiasme van de anderen – iets niet hebt kunnen horen. Het is verrassend leuk om ‘Ja!’ te brullen op ieder voorstel, al is het wat onwennig als je niet weet wat er gezegd is. ‘Net als het leven,’ legt Roelant later uit. ‘Soms weet je ook niet wat er gaat gebeuren als je ja zegt tegen een onverwachte situatie of ontmoeting. Maar juist zulke sprongen in het duister geven kans op mooie dingen. Nee zeggen betekent vaak: controle houden over de situatie.’

Vooral ja zeggen tegen jezelf is belangrijk. Tegen je slechte eigenschappen, je verdriet of je zeurende rugpijn. Ook als je geen idee hebt waar je tranen of controleneigingen vandaan komen. ‘Daar gaat de clown niet over,’ zegt Roelant. ‘Dat is werk voor de therapeut. De clown laat het alleen zien.’ Verfrissend. We gaan in elk geval niet met elkaar lopen zeuren en analyseren wat er allemaal niet deugt.

We gaan ‘lopen vanuit de buik’, om onze emoties beter te voelen. Als je jezelf bent, ben je immers in contact met die emoties. Ik probeer uit alle macht mijn gevoel enorm goed te voelen. Terwijl ik daarmee bezig ben, hoor ik hoe iemand begint te huilen. Als ze vervolgens open en bloot met haar verdriet voor de groep staat, ziet ze er – zoals Roelant al beloofde – inderdaad mooi uit. ‘De clown wil niet speciaal leuk zijn, hij wil vooral zichzelf zijn,’ zegt Roelant later. ‘En dat is soms om te lachen, zoals bij de domme clown, maar het kan ook ontroerend of ontwapenend zijn.’

Na de pauze moet een aantal mensen, onder wie ikzelf, een act doen. Hoewel, act? Mijn opdracht is opkomen vanuit de coulissen, en op het podium juist níét acteren. Ik moet volkomen mezelf zijn. Daarna komt een collega-clown op, en gaan we synchroon bewegen. Spontaan, dus zonder iets af te spreken.

Het zweet breekt me uit. Ik heb vaker op een podium gestaan, zelfs bewogen, maar dan in kostuum of met een groep. Ik stap voorzichtig door het gordijn, en kijk de mensen uit het publiek een voor een aan. Ik onderdruk de opkomende neiging om grappig te doen, en dus een rol te spelen. ‘Hou contact met het publiek!’ zegt Roelant. Niet veel later beweeg ik synchroon met de andere clown naar de buitendeur. Toch een grap. De act is afgelopen, het is tijd om naar huis te gaan.

In de auto terug bedenk ik dat clowns lang niet allemaal eng zijn. Al zal ik sommigen altijd blijven wantrouwen. Spelen die misschien niet zichzelf?[/wpgpremiumcontent]