Wat voelde u toen Portugal tijdens het wk voetbal uitgeschakeld werd door Frankrijk? Waarschijnlijk kon u een glimlach niet onderdrukken. Al was het maar om de aanstellerij waarmee de Portugese ploeg de Nederlandse spelers had uitgedaagd, om Oranje na een regen van gele kaarten te verslaan en zo de kans op de wereldtitel te ontnemen. Ook de pers gniffelde om het verlies van de Portugezen. ‘Zidane knikkert Portugese aanstellers uit wk’, schreef de Telegraaf. ‘Komedie ten einde’.

Leedvermaak: het plezier om het ongeluk van de Portugese ploeg is er een typisch geval van. En er zijn genoeg televisieprogramma’s die drijven op deze emotie. De makers van Idols weten volgens leedvermaak-expert Wilco van Dijk van de Vrije Universiteit feilloos dat er geen beter vermaak bestaat dan leedvermaak. ‘Die miljoenen mensen die naar de auditierondes van Idols keken, deden dat waarschijnlijk niet omdat de zangkwaliteiten van de kandidaten zo uitmuntend waren. Ze zullen vooral hebben gekeken omdat er zo veel te lachen viel. Omdat de meeste kandidaten zichzelf met een slechte auditie voor schut zetten, waarna ze door de jury met bijtend sarcasme werden afgeserveerd. Zoals we vroeger naar openbare executies keken, zo kijken we nu naar tv-programma’s zoals Idols.’

Een van de fascinerende dingen van leedvermaak vindt Van Dijk dat het indruist tegen de sociale conventies. Lachen om andermans ellende mag eigenlijk niet. Filosofen als Aristoteles en Socrates spraken zich al negatief uit over leedvermaak, schrijft hij in De sociale psychologie van emoties. Socrates vond leedvermaak een onwenselijke en immorele emotie, die indruist tegen de norm goed te zijn. Schopenhauer noemde leedvermaak ‘duivels’ en zou mensen die plezier maakten om andermans verdriet het liefst uit de maatschappij verbannen. Kant was daarentegen weer wat soepeler: volgens hem was leedvermaak acceptabel wanneer het leed iemand overkwam die hooghartig, rijk of egoïstisch was.

Geen sadisme

Kern van leedvermaak is dat je het leed niet zelf veroorzaakt. Daarmee onderscheidt het zich van wreedheid of sadisme. Het is een positieve emotie, legt Van Dijk uit: ‘Negatieve emoties geven aan dat onze belangen worden geschaad, positieve dat onze belangen worden gediend.’ Maar wat levert leedvermaak ons dan op? Mensen denken graag positief over zichzelf, legt Van Dijk uit. Wanneer je wordt aangetast in je zelfvertrouwen, zoek je een manier om je weer beter te voelen. Dat kan door je te verkneukelen over andermans ongeluk.

De invloed van zelfvertrouwen blijkt uit een experiment dat Van Dijk deed met onderzoekers Myrke Nieweg en Jaap Ouwerkerk. Eerst lieten ze studenten een test maken, waarvan ze direct de uitslag kregen. De resultaten waren alleen zo gemanipuleerd dat de proefpersonen boven- of benedengemiddeld scoorden. Hierdoor werd hun gevoel van zelfwaardering aangetast of kreeg het juist een oppepper. Na de test zagen de proefpersonen een fragment uit Idols. In dit fragment vertelde een genadeloze jury een Idols-deelneemster dat zij haar droom om zangeres te worden, beter kon vergeten. Na afloop van het fragment maten de onderzoekers hoeveel leedvermaak de proefpersonen voelden. Ze reageerden bijvoorbeeld op stellingen als: ‘Tijdens het fragment kon ik een kleine glimlach niet onderdrukken’ en ‘Tijdens het fragment voelde ik leedvermaak’.

Uit het onderzoek bleek dat mensen die negatieve feedback hadden gehad, meer leedvermaak ervoeren dan mensen die positieve feedback hadden gekregen. Dit gold overigens alleen voor vrouwelijke proefpersonen – volgens de onderzoekers omdat zij zichzelf met de Idols-deelneemster konden identificeren.

Wielklem

Ook afgunst kan leedvermaak veroorzaken. Zijn we bijvoorbeeld afgunstig omdat een collega een auto heeft die we zelf niet kunnen betalen, dan lachen we er stiekem om wanneer hij een wielklem krijgt. Benijden we de buurvrouw om haar perfecte relatie, dan gniffelen we achter haar rug als blijkt dat haar partner vreemdgaat.

Om de invloed van afgunst op leedvermaak te onderzoeken, deden onderzoekers van de Vrije Universiteit een experiment met studenten. De studenten kregen een beschrijving te lezen van een collega-student genaamd Marleen of Mark, die al dan niet uitmuntend presteerde en na zijn studie kans maakte op een goede baan. De studenten moesten aangeven hoe jaloers ze op Marleen of Mark waren, door op stellingen te reageren als ‘ik zou in zijn/haar schoenen willen staan’ en ‘ik voel me minder goed als ik mijn resultaten vergelijk met die van Marleen/Mark’. Daarna lazen ze een interview met de mentor van de student, die schreef dat Mark of Marleen betrapt was bij het stelen van een laptop of delen van de eindscriptie moest herschrijven.

Uit de resultaten bleek dat hoe jaloerser iemand aanvankelijk was, hoe meer leedvermaak hij of zij had. Maar ook hier gold: alleen als de proef­persoon van hetzelfde geslacht was als de onfortuinlijke student, en zich dus met hem of haar kon vergelijken.

Boontje komt om zijn loontje

Maar het zijn niet alleen negatieve zaken als afgunst die bepalen hoeveel leedvermaak we ervaren. Er speelt ook een nobeler motief, namelijk onze voorliefde voor rechtvaardigheid. Mensen die onverdiend tegenslag voor hun kiezen krijgen, kunnen rekenen op sympathie, in tegenstelling tot degenen van wie we vinden dat ze ongeluk verdienen. Zo speelden proefpersonen bijvoorbeeld een geldspel waarbij een ‘rotte appel’ het spel saboteerde door maar weinig munten in te zetten. Wanneer deze rotte appel uit de groep werd gestemd, ervoeren de proefpersonen leedvermaak. Maar wanneer een gulle ‘toffe peer’ werd buitengesloten, voelden ze mededogen. Boontje komt om zijn loontje, aldus de proefpersonen.

Volgens Van Dijk herstellen mensen met leedvermaak de balans. Het is dan ook niet zozeer het leed van de ander dat ons vermaakt, als wel de wetenschap dat gerechtigheid is gediend. We vinden het fijn wanneer iemand van zijn voetstuk valt die daar volgens ons onterecht op terecht is gekomen. In De sociale psychologie van emoties wordt als voorbeeld het leedvermaak om de gemiste strafschoppen van Clarence Seedorf genoemd. Dat zou grotendeels worden veroorzaakt doordat deze voetballer volgens veel mensen een misplaatste arrogante houding heeft.

Een laatste belangrijke factor die volgens Wilco van Dijk een rol speelt bij de hoeveelheid leedvermaak die we voelen, is de mate waarin we iemand aardig vinden.

Superioriteit

Maar waarom lacht de een als iemand met zijn voorwiel in de tramrails rijdt, en rent de ander ernaartoe om te helpen? Volgens Van Dijk hangt dit onder andere samen met de mate waarin je je in een ander kunt verplaatsen en met hem of haar kunt meevoelen. ‘Hoe empathischer je bent, hoe minder leedvermaak je ervaart.’

Verder blijkt dat mensen die weinig zelfvertrouwen hebben, over het algemeen sneller plezier voelen als een ander faalt. Dat betekent overigens niet dat alle mensen die vaak leedvermaak ervaren, onzeker zijn. ‘Uit het onderzoek dat we nu aan het doen zijn, blijkt ook dat juist mensen met veel zelfvertrouwen vaak leedvermaak ervaren. We denken dat dat komt doordat het hun superioriteit benadrukt.’

Hoeveel leedvermaak je voelt, hangt verder af van je sekse. Van Dijk merkt op dat mannen in onderzoek vaker zeggen leedvermaak te ervaren dan vrouwen. Die resultaten stroken met onderzoek dat dit jaar werd gepubliceerd in het tijdschrift Nature. Proefpersonen speelden een spelletje waarbij ze een acteur tegenover zich hadden die eerlijk of oneerlijk speelde. Na het spelletje werden de proefpersonen in een scan gelegd, terwijl ze toekeken hoe de acteurs elektrische schokken kregen toegediend. Wanneer ze iemand pijn zagen lijden die ze sympathiek vonden, werden ‘medelijdengebiedjes’ in de hersenen actief. Maar wanneer ze zagen dat partners die oneerlijk speelden werden gestraft, kwam er een sekseverschil aan het licht. Terwijl vrouwenhersenen nog steeds sympathie voelden, lichtte bij mannen het pleziergebied in de hersenen op. ‘Maar dat wil niet zeggen dat vrouwen allemaal lieverdjes zijn,’ waarschuwt Wilco van Dijk. ‘Misschien zijn de juiste situaties nog niet onderzocht en straffen vrouwen bijvoorbeeld liever niet door middel van fysieke pijn.’

Te erg om te lachen

Is leedvermaak al een vrij ongepaste emotie, echt gênant wordt het als we stiekem plezier voelen als een van onze intimi iets naars overkomt. Wanneer de promotie van je beste vriend niet doorgaat bijvoorbeeld. Of de briljante kinderen van je zus niet de cijfers op hun rapport krijgen waarop zij hoopte. Toch komt ook leedvermaak om de sores van naasten regelmatig voor, weet Van Dijk. ‘Je ervaart het meeste leedvermaak als iemand die dicht bij je staat faalt op een gebied dat voor jou relevant is. Neem het verhaal van twee vriendinnen die allebei heel graag een paar schoenen wilden hebben. Alleen paste de ene vriendin de schoenen wel, en de ander niet. De vriendin die de schoenen kocht, liep er vervolgens mee te pronken en brak haar hak. Tot groot vermaak van de ander natuurlijk. Maar als die schoenen de ene vriendin niets zouden kunnen schelen, had ze het alleen maar vervelend gevonden dat die hak kapot was.’

Ook ernstiger zaken kunnen voor plezier zorgen. Zo analyseerden onderzoekers Yong Wang en Carl Roberts de reacties van een aantal ­Chinese studenten op de gebeurtenissen van 11 september. Die varieerden van ‘Hahaha’ tot ‘Hoewel ik terrorisme niet ondersteun, klap ik in mijn handen.’

Kan het leed dan niet te erg zijn om leedvermaak te voelen? Jazeker, zegt Van Dijk. Het moet wel in verhouding staan tot wat het slachtoffer heeft ‘misdaan’. ‘Stel: je wilt als wetenschapper publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift. Dat lukt jou niet, maar een collega heeft een onderzoek waarmee het wel kan lukken. Dan vind je het fijn als zijn artikel wordt afgekeurd. Je zult echter geen plezier voelen als hij onder een auto loopt.’

Hij vertelt over iemand die leedvermaak ervoer nadat het zesjarige dochtertje van een verkrachter werd doodgebeten door de honden van de verkrachter zelf – ondanks het besef dat het dochtertje onschuldig was. ‘We kunnen dus zelfs plezier ervaren om zaken van leven of dood als we een pesthekel aan iemand hebben, of als iemand vreselijke dingen heeft gedaan. Het leedvermaak om 11 september zou je ook zo kunnen verklaren. De onderzochte Chinezen vonden waarschijnlijk dat Amerika deze ramp verdiende. Al denk ik dat als mensen worden geconfronteerd met het persoonlijke leed, ze zich een stuk minder plezierig zullen voelen.’

Umpf

‘Een klasgenoot van de middelbare school was altijd erg trots op haar turnprestaties. Ze liep elegant en wrong haar slanke lijfje in de meest onmogelijke bochten, zodat de rest van de klas zich een stel lompe koeien voelde. Zoals altijd mocht ze die middag bij gymnastiek de ‘voordoe-oefening’ doen op de brug. Na een serie meer dan volmaakte zwaaien, kwam ze bij de laatste zwaai ongelukkig terecht en landde met de pijler van de brug tussen haar benen. Ze maakte een ‘umpf’-geluidje en viel toen naar de zijkant van de mat. Een paar meisjes renden bezorgd op haar af. Ik niet, ik lag bijna te hyperventileren van het lachen. Ik krijg nog steeds giechelaanvallen als ik aan dat “umpf” denk.’

Boekhouding

‘Op de basisschool was er een jongen die mij constant pestte. Toen ik zag dat hij zelf geslagen werd door een oudere jongen, voelde ik leedvermaak. Ik dacht: de wereld is rechtvaardig. Ik geloofde weer in een toeziend oog dat de slechte­riken straft en de goeden beloont. De boekhouding was weer bijgewerkt.’

Poep

‘We waren op schoolreis en hadden net een museum bezocht. We liepen alweer naar een andere bezienswaardigheid, toen een vogel plotseling precies midden op het hoofd van een meisje poepte. Ik kende haar niet goed, maar het was iemand die veel tijd besteedde aan haar uiterlijk, dus ook aan haar kapsel. Ik lachte niet hardop, maar kon een glimlach niet onderdrukken.’

Eigen schuld

‘Het was op mijn verjaardag. Ik kreeg toen iets met een jongen. Na een paar weken ging het uit en toen begon mijn vriendin iets met hem. Zij had me al vaker gekwetst. Toen ging zij op vakantie en die jongen had geen zin om te wachten totdat zij terug was. Hij begon toen iets met een andere vriendin van me. Dat vond ik op zich best leuk.’

Uit: onderzoek Wilco van Dijk, Vrije Universiteit

Meer lezen

– ‘Leedvermaak’, W.W. van Dijk e.a., in De sociale psychologie van emoties, B. Doosje en A. H. Fischer (red.), Scriptum 2005

– When bad things happen to other people, J. Portmann, Routledge 2000[/wpgpremiumcontent]