‘Ik wil wat drinken,’ piept Joris van vijf, terwijl hij in zijn pyjama de huiskamer binnenkomt. Je slaakt een diepe zucht: het is al de vierde avond op rij dat je zoon uit zijn bed komt. De eerste avond was je nog vol begrip, en stopte je hem weer in met een extra knuffel. Maar zo langzamerhand begin je het aardig zat te worden.

TEST
Doe de test »

Wat is je opvoedstijl?

Plichtmatig geef je hem een glaasje water, en loopt mee naar boven om het instopritueel te herhalen. Als Joris voor de derde keer huilend naar beneden komt, dit keer omdat hij zegt dat hij bang is, ga je maar naast hem liggen totdat hij in slaap gevallen is. Je avond ben je kwijt. Hoe lang zal dit nog zo doorgaan?

Macht maakt ongelukkig

Nee zeggen tegen kinderen is moeilijk, want het is nooit leuk om vervelend te moeten zijn tegen iemand van wie je houdt. Bovendien is vaak niet duidelijk wat de beste aanpak is voor grenzen stellen in de opvoeding. Bent je harteloos als je je zoontje weer naar boven stuurt, terwijl hij zegt dat hij bang is? Doe je je kind tekort als het als enige van de klas geen Playstation heeft? Kun je je dochtertje haar toetje ontzeggen, terwijl dat het enige is wat ze wél opeet?

Volgens pedagoge Marjam Djajadiningrat van het Psychologisch Pedagogisch Adviesbureau Houten is het probleem met grenzen stellen in de opvoeding iets van deze tijd. Steeds vaker ziet ze kinderen in haar praktijk die slecht luisteren, en ouders die te weinig grenzen stellen in de opvoeding.

‘Kinderen staan steeds meer centraal. Hun ouders hebben heel bewust voor ze gekozen. Ze willen het graag goed doen, en zijn daarom bang om hun kind tekort te doen.’ En dat alles in een tijd waar de verleidingen op elke straathoek liggen, van de strategisch opgestelde koekjes bij de kassa tot de gele M van McDonald’s die al mijlenver vanuit de auto te zien is.

Zeuren loont

Veel ouders weten op dit soort momenten niet precies wat ze willen. Maar als ze zich telkens laten overhalen om Happy Meals te gaan eten en koekjes te kopen, geven ze de regie aan hun kinderen. Want die voelen feilloos aan dat hun ouders onzeker zijn, en merken al snel hoe effectief negatief gedrag kan zijn. Djajadiningrat: ‘Als ouders toegeven, leert het kind dat zeuren loont en wordt het nog erger. Je hoeft maar een uurtje in de supermarkt rond te lopen om te zien hoe dat gaat.’

Training

Ontspannen opvoeden

  • Ontdek hoe je als ouder positief en relaxed blijft
  • Omgaan met de emoties van je kind
  • Speciaal ontwikkeld om te volgen op mobiel
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Maar hoewel ouders misschien denken dat ze hun kroost een plezier doen door toe te geven aan al hun wensen, blijkt het tegenovergestelde waar: het schept juist verwarring en onzekerheid. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die te weinig grenzen krijgen, impulsief zijn en bovendien weinig zelfvertrouwen hebben. Djajadiningrat: ‘Ouders geven hun kinderen te veel inspraak, terwijl ze veel dingen nog niet zelf kúnnen bepalen.’ Ze kunnen bijvoorbeeld nog niet overzien dat ze de volgende dag moe en hangerig zullen zijn als ze niet gaan slapen, of dat worteltjes een stuk gezonder zijn dan friet.

Nog belangrijker: kinderen vinden het helemaal niet fijn om de regie in handen te hebben. Dat is duidelijk te zien in de opvoedprogramma’s op televisie, waarin kleine krengetjes met grote willetjes hun ouders tot wanhoop drijven. Ondanks dat deze kinderen met succes hun zin weten door te drijven, zien ze er boos en ontevreden uit. Djajadiningrat: ‘Kinderen willen helemaal niet lastig zijn. Ze willen het hun ouders juist graag naar de zin maken, en lief gevonden worden. Maar zonder grenzen is het niet duidelijk wanneer ze het goed of fout doen. Vervelend gedrag betekent vaak dat kinderen aan hun ouders vragen: waar ligt de grens?’

Duidelijk grenzen stellen in de opvoeding

Hoe kunnen we dan duidelijke grenzen stellen in de opvoeding? Daarvoor zijn twee basisvoorwaarden, schrijft psychologe Annette Kast in haar boek Ieder kind heeft grenzen nodig. Ten eerste moet je goed letten op wat wél goed gaat, en dat ook aan je kind vertellen. Je aan­moedigingen, complimenten en liefde bieden zo tegenwicht tegen vervelende eisen en regels.

Ten tweede moet je nagaan welke grenzen je echt ­belangrijk vindt, en waarom dat zo is. Als je het essentieel vindt om de avond voor jezelf en je partner te hebben, kies je bijvoorbeeld voor de regel: ‘Voor het slapengaan lezen we één verhaaltje. Daarna gaat papa of mama de kamer uit, en blijf jij op je kamer en ben je stil.’ Als je kind avond aan avond stampij maakt bij het eten, stel je de regel in: ‘Ik beslis wat er gegeten wordt. Jij mag beslissen of je dat wilt eten en hoe veel je ervan eet.’ Pas als je weet wat je wilt bereiken, kun je zinvolle grenzen stellen en je er resoluut en consequent aan houden.

Er is één terrein waarop bijna alle ouders zich zeker voelen in het stellen van grenzen in de opvoeding, zegt Kast: als het gaat om bescherming tegen gevaar. Dat kinderen niet met stopcontacten mogen spelen, en niet zomaar een drukke straat over kunnen rennen, staat buiten discussie. Of ze tegensputteren of huilen, dan durven we opeens wél resoluut te zijn: het mag niet, of dat nu leuk is of niet. Voor kinderen zijn dit soort regels heel duidelijk: hun ouders zijn heel zeker van hun zaak, de regels staan vast en het kind weet wat er gebeurt als het zich er niet aan houdt. Eigenlijk zouden alle regels zo duidelijk gesteld moeten worden.

Positief formuleren

Bij het invoeren en bewaken van regels is het bovendien belangrijk dat je het in duidelijke, positieve bewoordingen doet. ‘Ik wil dat je de computer uitzet’ is bijvoorbeeld een stuk duidelijker dan: ‘Volgens mij krijg je vierkante ogen van die computer,’ hoewel dat misschien leuker klinkt.

Positieve formuleringen werken daarnaast beter dan negatieve. In plaats van: ‘Niet op de straat lopen!’ kun je beter zeggen: ‘Op de stoep lopen.’ Laat je niet overhalen om in discussie te gaan, maar pas de methode van de ‘kapotte grammofoonplaat’ toe: herhaal telkens rustig je (heldere) opdracht, zonder in te gaan op de tegenwerpingen van je kind.

Bovendien zul je logische gevolgen moeten verbinden aan zijn gedrag, zegt Kast. Hoe duidelijker het verband is tussen ongewenst gedrag en de gevolgen daarvan, hoe beter hij leert om zelf de verantwoordelijkheid voor zijn daden te dragen. Wanneer je zoon in een woedeaanval zijn autootje kapotmaakt, is het logische gevolg dat hij geen autootje meer heeft: je geeft hem namelijk geen nieuwe. En als je dochter haar beker melk omgooit, dan is de consequentie dat ze de tafel moet schoonmaken.

Hoe moeilijk het misschien in het begin ook is om consequent te zijn, één ding is zeker: het geeft rust en duidelijkheid. Voor ouders én kinderen. Djajadiningrat: ‘Je ziet aan de gezichtjes van de kinderen hoe blij ze zijn als ouders ze meer structuur geven.’

Meer lezen? Ieder kind heeft grenzen nodig, Annette Kast, Scriptum, € 18,95

De meest voorkomende fouten bij grenzen stellen in de opvoeding

Grenzen stellen in de opvoeding kan ook op een verkeerde manier. Psychologe Annette Kast somt de fouten op die ouders het vaakst maken.

  • Terechtwijzen. Bijvoorbeeld: ‘Je hangt de hele dag maar voor de televisie!’ Dit is alleen een constatering, die niet aanzet tot beter gedrag.
  • Waarom-vragen stellen. Bijvoorbeeld: ‘Waarom ruim je je kamer niet op?’ Hier krijg je geen zinnig antwoord op, en je kind zal ook niet opeens zijn kamer gaan opruimen.
  • Vragen en smeken. Bijvoorbeeld: ‘Wil je nu alsjeblieft eindelijk je kamer eens opruimen?’ Met een verzoek geef je het kind de keuze of hij het wel of niet doet. Wanneer je kind echt moet gehoorzamen, is een verzoek dus niet geschikt.
  • Eisen stellen zonder daar gevolgen aan te verbinden. Je zegt vijf keer dat je dochter de tv moet uitzetten en haar huiswerk moet maken, zonder dat ze reageert. Dan laat je het erbij. Maar iets eisen zonder in te grijpen, maakt dat je kind je niet serieus neemt en niet gehoorzaamt.
  • Dreigen zonder gevolgen. Bijvoorbeeld: ‘Als je nu de televisie niet uitzet, dan mag je nooit meer kijken.’ Daarvan leert je kind: wat mijn ouders zeggen, doen ze toch niet. Dus hoef ik ook niet te luisteren.
  • Je kind als persoon negeren. Als je zoon voor de zoveelste keer ’s avonds uit bed komt, besluit je net te doen alsof hij lucht is. Fout: vervelend gedrag mag je wel negeren, maar je kind als persoon niet. Dat kan een gevecht om aandacht tot gevolg hebben, en zelfs nadelige gevolgen hebben voor de relatie met je kind.