De oudste sporen van de mensheid liggen in Oost- en Centraal-Afrika, in savanne-achtige gebieden. Nog verder terug waren we primaten die leefden van vruchten, bladeren en af en toe wat zelfgevangen vlees. Als we voor het gemak de nogal speculatieve aquatic ape-theorie overslaan – die stelt dat onze voorouders zich aanpasten aan ondiep water door op twee benen te gaan lopen – is er in ons verre verleden weinig water te bekennen.

Zijn vis en zeevruchten dus onnatuurlijk voor ons? Of behoren ze tot ons paleodieet, het dieet van onze voorouders? Er zijn theorieën dat zo’n 160.000 jaar geleden, toen het ineens kouder werd en het land minder voedsel opbracht, onze voorouders zichzelf redden door over te gaan op maaltijden uit de zee. Deze bevatten veel eiwitten en meervoudig onverzadigde vetzuren, die mogelijk de enorme groei van onze hersenen mogelijk maakten. Aan dat idee wordt meestal toegevoegd dat wij als enige primaten deze ommezwaai hebben gemaakt: een bewijs van onze flexibiliteit.

Maar op het Japanse eiland Koshima zit een populatie Japanse makaken die vissen

en octopussen aanneemt van menselijke vissers, en die zelf soms schelpdieren loswrikt om te eten. De zeevruchtencultuur van de langstaartmakaken in Thailand is nog verder ontwikkeld. Deze apen gebruiken grote en kleine stenen om oesters los te slaan en kreeften te vermorzelen. Hoogst ongebruikelijk gedrag, want makaken staan niet bekend om hun handigheid met werktuigen. Onderzoekers denken dat deze populatie vastzat op een klein eiland, waar de combinatie van rotsen, stenen en schelpdieren het gebruik van werktuigen stimuleerde, met goed eten als beloning.

Het zijn culturele verschillen, net zoals Nederlanders bijna-rauwe haring eten en Japanners volledig rauwe vis, terwijl veel omringende culturen dit soort voedsel verafschuwen. Bij dieren zien we ook zulke verschillen. Zo is laatst een hele populatie wolven in Alaska ontdekt waarvan het dieet voor 85 procent uit vis bestaat. Dat is niet iets wat we met wolven in verband brengen, maar de jonge wolven daar overleven beter dan elders vanwege de hoeveelheden zalm die ze vlak voor aanvang van de winter verorberen.

Onder de orka’s in de noordelijke Pacifische Oceaan zien we ook gescheiden culturen. De ene populatie specialiseert zich in vis, de andere in zeezoogdieren, zoals zeehonden en zeeleeuwen. De twee populaties mengen onderling vrijwel niet, alhoewel ze van dezelfde soort zijn en in hetzelfde gebied leven. Ze verschillen niet alleen in gedrag, maar ook in geluidssignalen en huidpatroon.
Verschil in voeding kan dus uitgroeien tot een onoverbrugbare kloof. Dat is vast de reden dat de Engelsen de Eurostar-trein van Londen naar Parijs de garlic express noemen. En ook vanwege die kloof verwachten we niet dat Aziaten ineens melk en boter gaan verdragen. Doordat zij van oudsher geen melk consumeren ontbreekt bij hen het lactase-gen dat juist wél evolueerde bij veehouders, zoals de Europeanen.

Resten van schelpdieren ontdekt bij opgravingen in Spanje tonen aan dat ook de Neanderthalers weleens zeevoedsel aten. En een onderzoek uit Leiden stelt dat Homo erectus anderhalf miljoen jaar geleden op Java mogelijk leefde van mosselen en vis. Kortom, door van rauwe oesters te genieten volg ik een enorm lange traditie van menselijke overleving.[/wpgpremiumcontent]