Apen en mensen zijn op een vergelijkbare manier uit elkaar gegroeid: niet in één klap, maar uitgestrekt over een lange periode. Dat is althans de conclusie die onlangs werd getrokken uit een vergelijking tussen het DNA van mens en chimpansee. Niet alleen zijn mens en chimpansee genetisch meer dan 98 procent identiek, een gedetailleerde DNA-vergelijking leidde zelfs tot de speculatie dat er lange tijd genetische vermenging is geweest. Met andere woorden, niet alleen kwamen mens en aap elkaar af en toe nog tegen – ze gingen zelfs met elkaar naar bed! Twee miljoen jaar lang, om precies te zijn.

Vroeger leerden we dat onze voorouders, nadat ze uit de bomen waren neergedaald, al snel de scepter zwaaiden over de savanne. De beschrijvingen van Australopithecus logen er niet om: het was een agressieve, jagende soort die levend haar prooien verslond. Geen dier kon tegen dit tweebenige ras op.

Dit is pure geschiedvervalsing. De savanne barstte in die tijd van de roofdieren, waarvan sommige forser dan de huidige leeuw, hyena of krokodil. Onze voorouders waren klein van stuk met kleine tandjes. Ze deden het vrijwel zeker in hun broek.

Ze mochten dan rechtop lopen, maar bezaten nog steeds een grote teen waarmee ze takken konden grijpen – waarschijnlijk omdat ze, net als de apen, liever in bomen sliepen dan op de grond.

Nu komt daar dus nog bij dat ze regelmatig terugkeerden naar het bos. Het is bijna komisch te bedenken hoe dat gegaan moet zijn. Waren ze misschien bekaf van al dat rechtop lopen? Verlangden ze naar een veilig nest in de bomen? Of verlangden ze naar een vrijpartij met zo’n lekkere aap?

Dat we op zeemeerminnen vallen, is een mythe; dat we het soms met schapen doen, is uit eenzaamheid – maar om te sugge­reren dat de mannen van onze soort aanzaten achter apenvrouwen, met die grote roze toeters op hun achterwerk, of dat de vrouwen van onze soort graag een paar harige armen om zich heen hadden, dát is de grootste belediging die wetenschappers onze soort konden aandoen. De paleontologen gingen dan ook direct op hun achterste benen staan, zoals dat heet: voor hen zijn we mens geworden door de aap definitief achter ons te laten.

Toch zijn er voorbeelden genoeg van liefde die geen grenzen kent. Onlangs werd er in Canada een zeldzame bastaard gevonden tussen ijsbeer en grizzlybeer. Als soorten dicht bij elkaar staan, verwacht je dit soort gevallen. Nu wordt er dus gedacht dat eeuwenlang kruisen met apen een bijdrage aan onze soortvorming heeft geleverd, en verklaart waarom we genetisch zo weinig van ze verschillen.

We zijn kinderen van ouders die met de grootste aarzeling uit elkaar zijn gegaan.[/wpgpremiumcontent]