Aziatische olifanten zijn bosbewoners, dus met een auto kom je niet bij ze in de buurt; dat moet te voet. De meeste Thaise olifanten zijn niet wild en hebben dus een zogenaamde mahout bij zich, die hen berijdt, traint en wast. Maar doorgaans ligt zo’n mahout in de schaduw te maffen. Dan ben je op jezelf aangewezen als er, geluidloos lopend op fluwelen kussens, een dikhuid achter je opduikt.

Samenwerking tussen olifanten is niet moeilijk te zien. Wanneer een kleintje in paniek raakt omdat het een slang zag of gevallen is, wordt het meteen omringd door volwassen wijfjes. De vorming van zo’n nauwe cirkel moet van oorsprong een antiroofdierreactie zijn: olifanten mogen dan groot en sterk zijn, hun kalveren vormen een mooie hap voor een tijger.

Ik zag frappante staaltjes van samenwerking in een bezoekerscentrum waar men demonstreerde hoe olifanten vroeger in de houtindustrie werden gebruikt. Twee stieren tilden met hun grote slagtanden een boomstam op. Terwijl die rustte op het ivoor legden ze hun slurf over de stam om wegrollen te voorkomen. De twee stonden ieder aan een eind van de boomstam, dus op afstand van elkaar. Ze liepen met gelijke tred naar een andere plek, de stam tussen hen in. Dit vereiste nauwkeurige coördinatie, maar die kwam niet van de twee mahouts die op hun nekken zaten. Ze keken rond en grapten met elkaar en waren dus duidelijk niet bezig elke stap te orkestreren. De olifanten zelf gingen perfect synchroon te werk. Uiteindelijk legden ze de stam heel langzaam neer. Je hoorde niks, zo zachtjes deden ze het.

Zoiets kun je dieren niet leren als ze niet al van nature samenwerken. Probeer twee honden dit maar eens te laten doen – om nog maar te zwijgen van twee katten. Dieren leren het best de dingen waar ze in feite al een spontane neiging toe hebben.

Een heel ander geval van samenwerking ontdekte ik in een van de parken bij een blinde olifant die steeds met een vriendin rondliep. Ook al waren ze niet verwant, de twee waren onafscheidelijk. De blinde olifant was afhankelijk en de ander leek dit te begrijpen. Zodra de laatste zich verwijderde, begonnen beide diepe geluiden te produceren, soms zelfs te trompetteren, hetgeen voor de blinde olifant aangaf waar haar vriendin uithing. Dit ging dan door totdat ze weer bij elkaar kwamen. De intensieve begroeting ging meestal gepaard met veel oorgeflapper en poepen en plassen. Het was allemaal heel emotioneel, zoals olifanten nu eenmaal zijn.

Er bestaan honderden studies naar apen, vogels en dolfijnen, maar naar deze machtige dieren is het onderzoek vrijwel nihil. Ze kunnen ons ongetwijfeld veel vertellen over bandvorming en samenwerking, en ook over dierlijke intelligentie. Zolang de onderzoeker maar op z’n hachje let.[/wpgpremiumcontent]