Net zoals een baby soms luid krijsend van alles begint rond te gooien – z’n eten, de lepel, z’n speelgoed – zijn er bazen die met slaande deur een vergaderzaal uit lopen of een ondergeschikte eerst afsnauwen en dan ook nog een koffiekop nagooien.

Een baby kunnen we zulk gedrag vergeven, maar waarom pikken we driftbuien van vol­wassenen? Is het omdat we de onmacht van de machtigen eigenlijk gênant vinden?

Van hooggeplaatste apen ken ik de terugval naar infantiele patronen ook. De alfaman van wie de positie in twijfel getrokken wordt, reageert aanvankelijk door te doen alsof zijn uitdager niet bestaat. Deze loopt stoer rond met al zijn haren overeind, zoekt bonje met iedereen – behalve met de alfa zelf – en maakt dus iedereen doodzenuwachtig. Dan, op een dag (want dit soort zaken duurt maanden), stapt hij over op rechtstreekse provocaties. Ineens is de alfaman niet zo zeker meer. Als zijn leiderspositie echt begint te wankelen, meestal na een handgemeen tussen de twee, krijgt de alfaman zijn eerste driftaanval. Luid krijsend rolt hij over de grond. Dit is een manier om sympathie te wekken. En net als de voetballer die op het ene moment nog ligt te kermen, maar even vrolijk weer opspringt als het spel wordt hervat, zo staakt ook de alfaman zijn heisa zodra de rest hem aandacht schenkt en zich tegen de aspirant-leider keert. Want dat is waar het hem om gaat: bevestiging door zijn aanhang.

Als hij dan uiteindelijk toch verliest, hetgeen onvermijdelijk een keer gebeurt, is hij ontroostbaar. Hij krijst en krijst, maar nu heeft iedereen alleen nog maar oog voor de nieuwe machthebber. Die oude vent moet nou maar eens ophouden. Ze willen hem niet meer horen.

Er zijn treffende vergelijkingen met onze eigen soort. Richard Nixon rolde letterlijk over de grond en sloeg met zijn vuisten op het tapijt toen duidelijk werd dat hij zijn presidentschap ging verliezen. Van George Bush wordt beweerd dat hij iedereen op het Witte Huis begon uit te kafferen toen zijn populariteit zonk als een baksteen. En toen Steve Ballmer, hoofd van Microsoft, hoorde dat een paar van zijn grootste talenten voor de concurrent wilden gaan werken, greep hij een stoel en smeet deze door zijn kantoor. In een scheldpartij doorspekt met het bekende f-word, zwoer hij dat hij die snotneuzen van Google eigenhandig om zeep zou helpen.

Machtsverlies is een emotionele zaak. We omgeven macht graag met eufemismen, zoals ‘verantwoordelijkheid’ en ‘leiderschap’, maar het is niet zomaar een eigenschap. Het is iets waar mannen – ook al geven ze dit zelden toe – naar verlangen en streven. Vrouwen soms ook. Maar alleen voor mannen is macht een obsessie die zo dicht bij die andere grote obsessie ligt, dat het werkt als een afrodisiacum.

Er wordt weleens beweerd – zoals dit voorjaar nog bij Silvio Berlusconi, die een maand lang koppig weigerde de waarheid onder ogen te zien – dat leiders van hun macht gespeend worden. Gezien de infantiele reacties, is dit in elk opzicht een treffende vergelijking.[/wpgpremiumcontent]