‘Bij de ezels is mijn hoofd leeg’

Dewy (19) heeft PDD-NOS, ook wel ASS genoemd. Als ze op ezel Oeps (12) ligt, wordt het stiller in haar hoofd.

‘Doe mij maar een hond’

Kinderen zijn blijer met een huisdier dan met hun broer of zus.

Lees verder

Dewy: ‘Vijf jaar geleden kwam ik bij zorgboerderij Ezelkunsten terecht als stage voor mijn opleiding dierenverzorging. Ik vond het er meteen fijn en nu voelt het als thuis. Ik ben hier zo vaak mogelijk, maar woon in een andere zorginstelling. Daar kwam ik terecht toen het heel slecht met me ging.

Ik had geen zin meer om te leven, niets kon me nog schelen. Het enige wat ik wilde, was weg zijn van alles en iedereen. Dat gevoel heb ik nog weleens, maar nooit als ik hier ben. Hier kan ik mezelf zijn, mijn gang gaan.

Het is voor mij heel lastig om met mensen om te gaan. Bij dieren voel ik me veel prettiger. Ze praten niet, tenminste niet zoals wij. En het maakt ze niet uit hoe je eruit ziet en wat je doet. Ze hebben geen oordeel over je. Als ik bij de ezels ben, raakt mijn hoofd leeg en word ik rustig.

Het is moeilijk om uit te leggen wat er met me gebeurt als ik op de rug van Oeps lig. Ik word heel rustig en kom in een soort roes. Ik voel zijn lichaamswarmte, zijn ademhaling, elke beweging. Na zo’n sessie leun ik nog even tegen Oeps aan en word ik weer langzaam wakker. Daarna is het stiller in mijn hoofd.

Maar gewoon bij de ezels zijn en ze aaien en borstelen is ook al goed. Ik praat met ze in mezelf, nooit hardop. Of zij ook een band hebben met mij, weet ik niet. Ik denk altijd dat niemand mij mag, ook dieren niet. Dus als ik hoor dat ze me missen, geloof ik dat niet zo.’

ezelkunsten.nl

‘Een vrolijk masker werkt niet bij dieren’

Catelijne (46) is de moeder van Nikki (zie onderaan). Ze heeft een burn-out en leert belangrijke lessen van pony Madelief (18).

Catelijne: ‘Van de psycholoog kregen mijn dochter en ik de opdracht om met pionnen een rechthoek te maken in het gras en pony Madelief daar midden in te laten staan. Da’s een makkie, dacht ik nog. Maar Madelief keerde haar kont naar ons toe en wilde absoluut niet meewerken.

We smeekten, duwden, trokken aan haar halster, niets hielp. Wat het idee achter de oefening was, wist ik op dat moment niet. Na drie kwartier gaven we het op. “Het is mislukt, we kunnen het niet,” zei ik tegen de psycholoog. “Het is nooit mislukt, het is altijd ergens goed voor,” antwoordde ze. “Denk erover na en dan proberen we het over drie weken nog een keer.”

De keer erna was het kwartje gevallen. Ik liep naar Madelief toe en zei: “Ik ben er klaar mee, ik ben de baas en je loopt nu gewoon mee.” Ze keek me aan en liep zo de rechthoek in. Heel bijzonder vond ik dat. Wat ik ervan heb geleerd? Madelief liet me zien dat ik te veel ruimte laat voor discussie. Ik wilde graag een overlegmoeder zijn, maar dat werkte gewoon niet.

Van die oefening leerde ik duidelijker communiceren met Nikki en gaat het veel beter tussen ons. Maar het was meer dan dat. Ik wilde iedereen gelukkig maken: Nikki, mijn ex, mijn collega’s. Dat lukte niet en heeft ervoor gezorgd dat ik nu een burn-out heb. Het is allemaal mislukt en ik ben er zelf aan onderdoor gegaan.

Ik had altijd een vrolijk masker op. Bij dieren werkt dat niet en uiteindelijk bij mensen ook niet. En het gekke is dat ik nooit iets met dieren had. Ik weet nog dat ooit iemand tegen mij zei: “Als je niet van dieren houdt, kun je ook niet van jezelf houden.”

Ik was toen zwaar beledigd, maar nu snap ik het. Ik heb nog een lange weg te gaan, maar weet wel waar ik naartoe wil: echt zijn en echt contact maken.’

‘Het is alsof hij mijn stress overneemt’

Ex-militair Inno (50) kreeg een posttraumatische stressstoornis (PTSS) door zijn werk in Afghanistan en Irak. Met hulphond Henk (2) voelt hij zich veiliger op straat.

Training

Omgaan met autisme

  • Concrete adviezen over communicatie
  • In samenwerking met autisme-expert Annelies Spek
  • Inspirerende sessies met video en achtergrondartikelen
Bekijk de training
Nu maar
€ 45,-

Inno: ‘Ik was 24 jaar lang militair, vloog onder andere met een Chinook-helikopter naar oorlogsgebieden. Er was een tekort aan mankracht, daarom werd ik acht keer achter elkaar uitgezonden, onder andere naar Afghanistan en Irak.

Daar leefde ik als een soort robot: superscherp en gefocust. En vooral niet te veel stilstaan bij wat ik zag en meemaakte. Onderling praatten we er ook nauwelijks over. Praten paste niet bij die machocultuur.

Thuis lukte het me niet meer om uit die oorlogsmodus te komen. Ik bleef heel alert en gespannen. Als mijn kinderen schreeuwden werd ik woest. In oorlogsgebieden had ik kinderen om heel wat ergere dingen horen schreeuwen. Omdat ik bang was dat ik mijn gezin iets zou aandoen, trok ik me steeds meer terug. Op een gegeven moment ging ik zelfs in het bos slapen. Mijn huwelijk ging eraan kapot.

Mijn toenmalige commandant had totaal geen begrip voor mijn PTSS. Uiteindelijk ben ik ontslagen en daarna heb ik nooit meer wat van defensie gehoord. Dat doet me nog altijd veel pijn, het leger was mijn leven.

Toen ik mijn huidige vrouw ontmoette, zag ik het helemaal niet meer zitten. Zij is echt mijn reddende engel geweest. Ze zocht contact met Hulphond Nederland en zo kwam Henk in mijn leven. Door Henk ga ik weer makkelijker de deur uit.

Henk voelt het eerder dan ik als mijn stressniveau omhoogschiet. Hij is getraind om me dan af te leiden, bijvoorbeeld door aan de riem te trekken of zijn kop op mijn schoot te leggen. Als er te veel prikkels in mijn omgeving zijn, gaat hij tegen me aan staan. Het is alsof hij mijn stress overneemt en letterlijk van zich afschudt.

Hij creëert ruimte om me heen en voorkomt dat mensen me van achteren naderen – dat voelt nog altijd bedreigend. De PTSS blijft, ik zal nooit meer de oude worden. Maar ik heb een tweede kans gekregen, mede door Henk. Onze band groeit nog steeds. Ik zou hem niet meer kunnen missen.’

hulphond.nl

‘Dan kijkt ze met een blik van: ik troost je wel’

Tamara  vertelt wat autismegeleidehond Noortje (6) betekent voor haar zoon Djamilo (12). Hij heeft MCDD, een vorm van autisme waarbij extreem veel fantasie hoort.

Tamara  over Djamilo en Noortje: ‘Mijn zoon zette geen stap zonder mij. En elke nacht zat ik naast zijn bed of sliep hij bij mij. Zo bang was hij voor zijn fantasieën. Een klein geluidje werd in zijn hoofd een draak die met z’n nagels over de vloer kraste.

Vierenhalf jaar geleden kregen we Noortje en zij gaat sindsdien met hem mee naar bed. Ze legt haar poot op hem als hij bang is, waardoor hij weer durft te slapen. Overdag roept hij: “Noortje, touch!” als hij zich angstig voelt en dan komt ze aanrennen en duwt haar neus tegen zijn hand.

De laatste tijd gaat het beter, maar Djamilo kon heel boos zijn, de stoelen vlogen nogal eens door de kamer. In het begin vond Noortje dat te spannend en wachtte ze tot het weer over was. Nu gaat ze naast hem zitten en kijkt ze naar hem met een blik van: ik ben er voor je, ik troost je wel.

Vroeger waren we allebei bang voor honden. Dus toen ik over autismegeleidehonden hoorde en aan Djamilo vroeg of hij dat zou willen, had ik niet verwacht dat hij direct enthousiast zou zijn.

Zelf moest ik even wennen, ik vond het best veel verantwoordelijkheid. Het voelde alsof ik er nog een kind bij had. Maar al snel was ik helemaal om. Djamilo is echt verliefd op haar en ik sta er niet meer alleen voor. Als hij bang is en om mij roept, kan ik zeggen: “Roep Noortje maar.”

Het mooiste vind ik nog dat hij door Noor zijn schaamte over zijn autisme kwijt is. Vroeger werd hij al boos als ik het woord uitsprak, nu vertelt hij aan iedereen: “Ik heb een autismegeleidehond, want ik heb autisme en dat is leuk.”

De hele buurt is dol op Noor en sommige kinderen zijn een beetje jaloers. “Ik wil ook autisme,” zeggen ze dan. Door zijn trots op Noortje is Djamilo zichzelf meer gaan accepteren.’

geleidehond.nl

‘Paniekaanvallen heb ik niet meer’

Nikki (14) durfde lange tijd niet naar buiten, maar kreeg hulp van onder andere Poezurd (6 maanden).

Nikki: ‘Ik zat in de klas en ineens begonnen mijn benen en armen te trillen. Mijn hart klopte veel te snel en ik voelde me helemaal niet goed. Dat gebeurde niet één keer, maar meerdere keren per dag.

Er was geen speciale reden voor, het gebeurde gewoon. Telkens als ik het voelde opkomen, zei ik tegen de leraar dat ik naar de wc moest en vluchtte naar huis. Na een maand zei de school dat het beter was dat ik helemaal niet meer kwam.

Ik was eerst opgelucht dat ik niet meer naar school hoefde, maar thuis werd het nog erger. Mijn ouders zijn gescheiden en toen ik een keer bij mijn vader was, durfde ik niet meer terug naar mijn moeder. Dat heeft langer dan een half jaar geduurd.

Ik zag mijn moeder wel als ze langskwam en wilde heel graag met haar mee, maar ik durfde de straat niet op. Samen met mijn moeder en een maatschappelijk werkster is het uiteindelijk toch gelukt om naar mijn moeders huis te gaan. Over het autoritje van tien minuten deden we twee uur doordat ik steeds paniekaanvallen kreeg.

Mijn schoolwerk maak ik nu in De Klimop, dat is een centrum voor therapie met dieren. Ik ben daar vijf dagen per week. Poezurd is mijn favoriete dier. Zodra zij doorheeft dat ik er ben, komt ze naar me toe rennen en gaat bij me zitten. Vaak likt ze mijn handen. Ik word rustig van haar. Paniekaanvallen heb ik nu bijna niet meer.

Sinds een jaar heb ik thuis ook twee poezen die me helpen. Doordat ze met me meegingen, durfde ik weer naar buiten te gaan. Ik liet ze kiezen waar we heen gingen en dan volgde ik ze. Nu durf ik ook alleen naar buiten en heb ik een paar vrienden in de buurt, daarmee skate ik.

Binnenkort ga ik naar een nieuwe school. Eerst een uurtje en dan langzaam steeds langer. Ik hoop Poezurd te blijven zien, en anders heb ik gelukkig thuis nog mijn poezen.’

aaicentrumdeklimop.nl

Een dier als therapeut

Een dier is natuurlijk geen therapeut, maar het kan een therapie wel goed ondersteunen,’ vertelt Petra van Benten, hoofd behandeling Therapie & Coaching bij Hulphond Nederland.

‘Zo had ik eens een jongen met ernstige ADHD. Hij maakte met iedereen ruzie en kon niet meer naar school. De eerste sessies deed ik met een hond die – in zijn woorden – “focking druk” was, net als hijzelf. Al snel viel het kwartje en vroeg hij: “Ben ik ook zo irritant?”

Waarop ik antwoordde dat hij niet irritant wás, maar soms wel irritant dééd. Zo werkten we met wel tien honden die allemaal verschillend reageerden. Hij leerde daarvan wat voor effect zijn manier van communiceren had en hoe hij dat kon reguleren. Aan het einde van de therapie kon hij weer naar school.’

Antrozoölogie, de wetenschap over de interactie tussen mens en dier, is een vrij nieuw vakgebied. We weten nog niet precies hoe we de effecten kunnen verklaren, zegt Marie-José Enders, hoogleraar antrozoölogie aan de Open Universiteit.

‘Wel is wetenschappelijk bewezen dat een therapiehond goed werkt bij jonge kinderen met autisme. En op dit moment doet een van mijn promovendi onderzoek naar de effecten van therapiehonden bij volwassenen met autisme – ook dat lijkt zeer hoopgevend.’

Dat huisdieren meer in het algemeen een positieve invloed hebben op de stemming van hun baasjes, staat al langer vast. Door het aaien van een dier gaat de hartslag omlaag en neemt stress af. En zeker een hond zorgt voor structuur en beweging, wat onder andere helpt tegen depressies.

Hoe kunnen dieren helpen bij psychische problemen? Eigenlijk is dat heel simpel: ze reageren altijd puur. Wat je ziet is wat je krijgt. Marie-José Enders: ‘Wij mensen communiceren nogal eens een dubbele boodschap. Dan zeggen we met woorden iets heel anders dan met onze lichaamstaal. Mensen met een autistische stoornis kunnen die tegenstrijdige signalen vaak niet goed lezen. Dieren communiceren altijd eenduidig.’

Daarnaast biedt een hulphond bescherming als je bang bent. En maken autistische kinderen via een hulphond makkelijker vriendjes doordat de hond andere kinderen aantrekt.

Honden, maar ook paarden, ezels en katten kunnen onze stemming feilloos aanvoelen en daarop reageren. Marie-José Enders: ‘Als therapeut kun je dit gebruiken om iets te benoemen. Dan zeg je bijvoorbeeld: “Ik zie dat het paard onrustig van je wordt en wegloopt, waarom is dat denk je?”’

Als je heel kwetsbaar bent, kan therapie met paarden en ezels soms te confronterend zijn omdat ze ook hun kont naar je toe kunnen keren.

‘Met name kinderen met ernstige gedragsproblemen hebben het vertrouwen in mensen soms verloren. Zij zijn gebaat bij een therapievorm waarin zij samen met een dier positieve ervaringen opdoen,’ zegt Petra van Benten.

Zelf werkt ze met speciaal opgeleide honden. ‘Bij Hulphond Nederland hebben we er nu 67, van wilde stuiterballen tot rustige types.’

Het welzijn van het dier mag natuurlijk niet lijden onder zijn ‘therapiewerk’. Petra van Benten: ‘Onze therapiehulphonden wonen bij speciale gastgezinnen, waar ze gewoon huishond zijn. Ze werken niet meer dan twee dagen per week en zien dan maximaal twee cliënten. Zeker na een sessie met iemand die depressief is, merk je dat de hond moe is of zich wil ontladen.’

En als bijvoorbeeld een PTSS-hulphond bij een cliënt wordt geplaatst, moet hij dagelijks de gelegenheid krijgen om vrij te bewegen en te spelen.

Marie-José Enders: ‘Het is geweldig om te zien hoe getrainde honden veranderen zodra ze hun hesje aanhebben. Dan weten ze: nu heb ik een belangrijke taak. Veel honden vinden dat heel leuk, maar niet 24 uur per dag.’