De loslaters

Ze waren de ultieme kinderen van de consumptiemaatschappij: goed verdienend en verslingerd aan gadgets, mode en auto's. Maar ze ervoeren de stress die al die spullen met zich meebrachten steeds meer als verstikkend. 'Nu voel ik me vrij.'

DOSSIER LICHTER LEVEN

Na een wereldreis besloot journaliste Angela Wals (26) dat ze niet meer afhankelijk wilde zijn van de kick van het kopen. Ze kocht een jaar lang geen spullen.

‘Op wereldreis merkte ik hoe weinig een mens eigenlijk nodig heeft. Ik leefde acht maanden uit een rugzak en miste niks. Eenmaal terug schoot ik meteen weer in de koopstress. Ik voelde de druk om kleding van de laatste mode aan te schaffen, en knusse interieuropvulling, zoals fotolijstjes. En de nieuwste smartphone, terwijl mijn telefoon nog prima werkte. Tijdens mijn reis had ik die drang geen moment gevoeld.

Ik wilde dat vrije gevoel weer terug. Vandaar dat ik besloot een jaar lang niks te kopen. Ik maakte een lijstje van uitzonderingen, zoals wc-papier, deodorant en tandpasta. Verder kocht ik alleen eten en “ervaringen”, zoals een bioscoopbezoek of etentje.

In het begin moest ik afkicken. Ik hou van scheve winkeltjes met ouwe troep en pittoreske markten die je het gevoel geven alsof je aan het schatzoeken bent. Vooral de eerste twee maanden miste ik de kick van een mooie nieuwe aankoop. Mijn boekverslaving bleek nog groter dan mijn kledingverslaving. Boeken zijn eigenlijk gewoon heel duur behang, want aan de meeste die

ik ooit aanschafte kwam ik nooit toe. Tijdens mijn koopstop leende ik bij de bibliotheek.

Als je niks kunt kopen, word je creatief. Ik heb nog nooit zo veel in de keuken gestaan als in dat jaar, om cadeautjes te bakken als er iemand jarig was. Voor kleding ging ik naar ruilfeestjes, waardoor ik me veel origineler ging kleden. En toen mijn fiets het begaf, was ik genoodzaakt er zelf aan te sleutelen.

Terwijl het als experiment begon, werd ik gedurende het jaar steeds idealistischer. Het ging me meer en meer tegenstaan dat we zo goedkoop mogelijk allerlei spullen kopen, terwijl we weten dat die producten zijn gemaakt door oververmoeide en onderbetaalde mensen. Ik koop nu zoveel mogelijk tweedehands. In een winkelstraat zie je me alleen als ik echt iets nodig heb, zoals een waterkoker. Een aankoop doen is nu een zakelijke transactie voor mij, niet iets emotioneels meer. En als ik iets nieuws koop, ga ik na waar het vandaan komt en of ik er een eerlijke prijs voor betaal.

Ik vind belevenissen tegenwoordig belangrijker dan spullen. Van een mooie belevenis geniet je veel langer. We hebben de vrijheid van alles te kopen, maar het voelt pas echt vrij om niet meer afhankelijk van spullen te zijn.’

Robbert Vesseur (27) nam vorig jaar ontslag en gaf al zijn spullen weg.

‘Eerst zei ik mijn baan bij een bank op en vervolgens mijn huur. Op internet plaatste ik een berichtje dat mensen mijn spullen gratis konden komen ophalen. Lievelingsboeken en dvd’s gaf ik aan vrienden – dat leverde mooie gesprekken op. Ik hield alleen een rugzak met kleding, mijn laptop en mijn telefoon over.

Ik vond het best eng om al mijn zekerheden op te geven. Zou ik wel onderdak hebben? En zou ik geen vrienden verliezen door mijn extreme beslissing? Dat gebeurde inderdaad: sommige vriendschappen verwaterden, waarschijnlijk omdat onze levens te veel gingen verschillen. Maar ik kreeg er ook enorm veel nieuwe vriendschappen bij. Zo kreeg ik talloze aanbiedingen voor onderdak, waardoor ik afwisselend bij mijn ouders en bij kennissen sliep. Daar voelde ik me niet schuldig over, want ik inspireerde mensen weer met mijn keuze.

Via Twitter ontmoette ik vijf maanden geleden de liefde van mijn leven. Ze viel onder meer op mijn grote vertrouwen in het leven. Na drie dagen trok ik bij haar in. Nog steeds is wat kleding, een laptop en een telefoon mijn enige bezit. Als spreker verdien ik weleens geld, zodat ik mee kan betalen aan de huur. Verder steek ik mijn tijd vooral in GEEFeconomie, een stichting waarmee ik acties organiseer die mensen inspireren onvoorwaardelijk te geven.

Het idee voor een geef-economie ontstond toen ik nog bij de bank werkte. Dat winst maken de belangrijkste drijfveer was, ging me tegenstaan. Bij een geef-economie gaat het niet om voor-wat-hoort-wat, niet om hebben en houden, maar om onvoorwaardelijk geven: het beste van jezelf, je talent en je passie. Een economie dus zonder persoonlijk bezit.

Mijn leven is veel simpeler nu. In de tijd van mijn studie en mijn fulltimebaan werd ik geleefd; dat gejaagde gevoel ben ik kwijt. Ik hoef geen to-do-lijstjes af te werken en geen administratie bij te houden. Ik heb minder zorgen, omdat ik niks te verliezen heb. Bovendien leef ik veel intenser. Ik geniet van eenvoudige dingen, zoals een mooie volle maan.

Mensen hebben tegenwoordig zoveel angst, zoals angst voor pensioenverlies en voor de economische crisis. Zekerheid zoeken we in meer bezit – hoe banger je bent, hoe meer spullen je nodig hebt. Dat probeer ik volledig los te laten.’

Petra Hubbeling (52) werd meditatiedocent en leeft zonder huis. Haar hele bezit past in een krat en een tas.

‘”Als je alles in je hebt, kan je zelfs gelukkig zijn als de hemel het dak van je huis is.” Dat komt uit het dagboek van Etty Hillesum, een Joodse vrouw die tijdens de oorlog overleed in Auschwitz. Ik wilde onderzoeken of ik inderdaad het geluk in mezelf kon vinden, dus verkocht ik mijn grote stadsboerderij. Een prettige woning, maar behalve de zorg voor het onderhoud had ik in de beginjaren de angst dat ik de hypotheek niet meer zou kunnen betalen. Daarom hield ik mijn baan als directeur bij een grote uitgeverij twee jaar langer dan ik eigenlijk wilde.

Pas een half jaar na de verkoop was de sleuteloverdracht. Ik had dus de tijd om mijn spullen weg te doen. Ik begon met mijn kledingkast: hup, zo al mijn mantelpakjes in de Zak van Max. Bij de voordeur zette ik een tafel met spullen, iedereen die op bezoek kwam kon dingen uitkiezen. Via Twitter vond ik mensen die meubels nodig hadden. Mijn fotoboeken gingen in de kliko, de sieraden van mijn moeder naar mijn zus.

Soms werd ik badend in het zweet wakker, zo eng vond ik het. Maar teruggaan naar een goedbetaalde baan wilde ik niet. Ik ging ineens dromen over mijn ouders en mijn ex; het loslaten van al die spullen riep veel herinneringen en emoties op. Nu heb ik alleen nog mijn meditatiematten om meditatieles te geven, wat kleding, mijn telefoon, laptop en auto.

Als mobiel burger pas ik op huizen van mensen die op vakantie gaan of werken in het buitenland. Meestal zorg ik voor hun huisdier. Ik zit al volgeboekt tot begin november. In elk huis waar ik kom creëer ik een meditatiehoekje. Dat is mijn thuis. Ik heb bijna geen geld nodig, daarom kan ik veel vrijwilligerswerk doen, zoals marketing via internet voor een hospice.

Mijn vrienden zie ik minder vaak. Maar als ik ze zie, is het intensiever, omdat ik een paar dagen bij ze logeer. Soms is het eenzaam; ik leg geen contacten in de omgeving waar ik tijdelijk verblijf. Of ik altijd zo blijf leven? Geen flauw idee. Ik kan een partner ontmoeten met wie ik wil samenwonen, ik kan fysieke problemen krijgen, overlijden: niemand weet hoe morgen eruitziet. Maar ik weet nu dat ik gelukkig kan zijn met mezelf.’

Interieurarchitect Martijn Baxmeier (37) ging vijf keer zo klein wonen en deed al vier auto’s en een boot weg.

‘Toen mijn relatie vijf jaar geleden uit ging, verhuisde ik van een vijf keer zo grote woning naar dit monumentale pandje van 58 vierkante meter, verdeeld over drie etages. Het was dus noodzakelijk om spullen weg te doen. Ik had er geen moeite mee. De paar keer dat ik in mijn leven verhuisde, moest ik zo veel onzinnige zooi verslepen. Oude fotoalbums, speelgoed van vroeger, ik heb er niet zoveel mee. Mijn moeder zou kwaad worden als ik ze wegdeed, daarom liggen ze bij haar. Een volgestouwde woning vind ik benauwend en deprimerend. Ik hou van ruimte en licht.

We hadden ook een boot en vier auto’s: een jeep, een oldtimer, een ouwetje van mijn opa en eentje voor mijn vriendin. Ik heb tegenwoordig een kleine auto. Het is alleen maar veel gedoe, vanwege alle onderhoud en kosten. Nadat ik ze had weggedaan heb ik ze nooit gemist.

Ik koos deze woning vanwege het licht en het mooie uitzicht op een park en een molen. Met hulp van mijn vader heb ik alles zo verbouwd, dat ik de ruimte efficiënt kon gebruiken. Voor mij als interieurarchitect was het een interessante uitdaging. Zo ontwierp ik een zwevende trap en we maakten ingebouwde kastenwanden.

Bij een ander zouden die kasten waarschijnlijk in no time vol spullen liggen. Maar bij mij is het grootste deel van mijn kasten leeg. Onnodige spullen beschouw ik als ruis. In een overzichtelijke omgeving blijf ik helder. Neem mijn rekeningen, die betaal ik meteen om ervan af te zijn. Als ik het niet op die manier simpel zou houden, zou mijn huis al gauw ontaarden in een klerezooi.

Ik ben geen shopper, er is maar weinig wat ik wil hebben. Zo heb ik geen tv, ik kijk vrijwel nooit en ik vind het lelijk staan. De enkele keer dat ik iets koop, is het van goede kwaliteit. Het moet eeuwigheidswaarde hebben, zoals de Rietveldstoel in mijn atelier.

Maar hoe bewust gekozen ook, ik ben er niet echt aan gehecht. Als ik nu zou emigreren, zou ik alles zo weer wegdoen. Spullen zijn vervangbaar. Als je er te veel van hebt, is dat alleen maar ballast.’

Webdesigner Jannie Spruit (29) werd tijdens haar studie gegrepen door het minimalisme en sleepte haar hele gezin mee.

‘Eigenlijk is het natuurlijk echte luxe, dat je alles kunt hebben en vervolgens besluit dat je het niet wilt. Ik was altijd erg bewaarderig. Ik had bij alles het idee dat ik het vast nog weleens kon gebruiken. Maar op een gegeven moment verdwaal je in al je spullen – al helemaal doordat we drie kinderen hebben, van twee, zeven en negen jaar.

De omslag kwam drie jaar geleden. Voor mijn grafische opleiding deed ik een afstudeeronderzoek naar minimalistische vormgeving. Daarbij is de functie belangrijker dan het uiterlijk, alles is zo sober en praktisch mogelijk. Terwijl ik me verdiepte in minimalisme, zag ik op internet Amerikaanse blogs en filmpjes van mensen die elke week spullen wegdeden. Wat een rust in je huis, dacht ik. En al gauw ging ik zelf spullen wegdoen.

De eerste opruimwoede richtte zich op onze keuken: overbodige schalen, bestek en allerhande keukengerei gingen naar de kringloop. Vervolgens stoorde ik me aan de bergen speelgoed. Elke keer als ik over speelgoed struikelde, pakte ik het op en vroeg me af of de kinderen er wel echt mee speelden. Met bevliegingen trok ik kastjes open om onder handen te nemen. Zo ontstond er steeds weer een berg spullen die naar de kringloop kon. Ik zie het beeld nog voor me van steeds weer een volle achterbak, maar ik heb echt geen idee meer wat voor spullen het allemaal waren. En ik heb ook nooit iets gemist.

Op mijn man werkte het aanstekelijk. Hij ervoer al gauw het voordeel van een opgeruimd huis en ging ook steeds meer wegdoen. De stereotoren, de tv: het bleek allemaal overbodig, als we toch ook op de computer muziek konden luisteren en Uitzending Gemist konden kijken. Uiteindelijk kon ook een aantal kasten naar de kringloop. Toen de auto, de staafmixer en de waterkoker kapotgingen, vervingen we ze niet. We konden prima zonder. Veel typische kinderspullen hebben we nooit aangeschaft, zoals tuitbekers of kinderbestek. De kinderen eten en drinken gewoon met ons bestek en servies.

Ik ben erg chaotisch, maar doordat er weinig spullen in ons huis staan, raak ik niet zo snel iets kwijt. Een opgeruimd huis is een opgeruimd hoofd. Spullen wegdoen geeft een lekker gevoel. Als ik de grip op mijn leven verlies, geeft opruimen me weer een gevoel van controle. Het is dan weleens frustrerend als ik een kastje opentrek en moet vaststellen dat er vrijwel niks meer weg kan.’

auteur

Lilian Roos

Als journalist ben ik gefascineerd door de verhalen van mensen. Wat drijft mensen tot bepaalde keuzes? Wat is de invloed van een grote gebeurtenis op een mensenleven? Hoe gaan mensen hiermee om? Met een open blik en vol verwondering luister ik naar mensen. Verhalen inspireren mij.

» profiel van Lilian Roos

Dit vind je misschien ook interessant

Advies

Ik twijfel over een schaamlipcorrectie

Ik ben een verstandig meisje van 20 jaar en ik twijfel soms om een schaamlipcorrectie te ondergaan. ...
Lees verder
Advies

Ik twijfel over een schaamlipcorrectie

Ik ben een verstandig meisje van 20 jaar en ik twijfel soms om een schaamlipcorrectie te ondergaan. ...
Lees verder
Advies

Hoe word ik beter in mezelf verkopen?

Klinisch psycholoog en HSP-expert Elke van Hoof en Esther Bergsma, onderzoeker, HSP-coach en schrijv...
Lees verder
Advies

Hoe word ik beter in mezelf verkopen?

Klinisch psycholoog en HSP-expert Elke van Hoof en Esther Bergsma, onderzoeker, HSP-coach en schrijv...
Lees verder
Training

Coach worden: de eerste stap

Ontdek de eerste stappen om coach te worden.
Lees verder
Column

Hoofdredacteur Sterre van Leer: Gewoon bijzonder

Herken je dit: dat je soms volschiet om dingen die een ander niet eens ziet – van zielige honden t...
Lees verder
Artikel

Plezier: je bent ervoor gemaakt

Genot is goed voor ons. Als de natuur niet had gewild dat we seks hebben of snoepen, had ze er wel v...
Lees verder
Advies

We hebben een groot verschil in libido

Mijn man en ik zijn al vijf jaar samen, we passen goed bij elkaar en werken aan een toekomst. Het pr...
Lees verder
Video

Tygo Gernandt over de heftige momenten in ‘Tygo in de ...

In deze documentairereeks van de Evangelische Omroep duikt Tygo een maand lang in de complexe wereld...
Bekijk video
Artikel

Leven met hoogsensitiviteit #nofilter

Flauwekul en aanstellerij. Of in het beste geval: een modeterm. Dat is wat vaak gezegd wordt over ho...
Lees verder