Miljoenen mensen hebben inmiddels op YouTube de korte video gezien van een hond op een snelweg in Chili. Het filmpje is maar op één manier uit te leggen: de hond neemt grote risico’s om zijn of haar kameraadje te helpen. De andere hond is net aangereden door een auto en ligt er voor dood bij. De hondenredder is de weg op gegaan, heeft de voorpoten over het slachtoffer heengeslagen en loopt moeizaam achteruit de weg af, de ander met zich meeslepend. Hij of zij pauzeert nu en dan, zwaar hijgend, nerveus om zich heen kijkend. Allerlei auto’s razen langs en wijken uit. Een ongelooflijk moedige operatie, toevallig opgenomen door een beveiligingscamera. Het slachtoffer is naderhand dood langs de weg aangetroffen.

Ik kan me nog de tijd herinneren dat zulke verhalen werden afgedaan als aardige verhaaltjes, niet de moeite om serieus te nemen. Maar nu alles op video wordt vastgelegd, wordt het steeds moeilijker om observaties zo af te doen. Videobeelden kunnen eindeloos worden herhaald om er zeker van te zijn dat we ons niet hebben vergist.

Het internet biedt nog meer reddingsacties, zoals buffels die leeuwen op de hoorn nemen om een kalf te bevrijden, of een nijlpaard dat een krokodil verjaagt die een gazelle heeft gegrepen. Nu weet ik niet altijd wat ik van deze beelden moet denken zonder meer van de omstandigheden af te weten, maar het is onmiskenbaar dat dieren geregeld gevaar trotseren om een ander uit een dodelijk parket te halen.

Soms redden ze mensen. Er zijn verhalen bekend van dolfijnen rond Australië die zwemmers te hulp schieten en hen omringen totdat ze de haaien hebben verdreven die op hen loerden. Of het verhaal van een zwarte labrador in Californië die tussen zijn baasje, een zesjarig jongetje, en een ratelslang sprong, waarna de ouders duizenden dollars overhadden voor bloedtransfusies om de hond in leven te houden.

Daarom was ik verbaasd over wat verscheidene sprekers onlangs zeiden op een conferentie over de vraag wat ons ‘menselijk’ maakt. Volgens hen is dat het feit dat we iets om elkaar geven, dat we voor elkaar opkomen. Een beroemde hersenwetenschapper beweerde zelfs doodleuk dat wij mensen elkaar vaak ‘het beste’ wensen, hetgeen men natuurlijk nooit kan verwachten van een dier. Nou is het inderdaad niet mogelijk voor dieren om zo’n wens uit te spreken, maar is het gevoel dat erachter steekt echt uniek menselijk? Wat een vreemde gedachte, vooral voor iemand die weet dat de hersendelen die zijn betrokken bij het vormen van banden en aanhankelijkheid net zo oud zijn als de zoogdieren. Het evolutionaire succes van zoogdieren is tenslotte geheel gebaseerd op verzorging van de jongen.

Dat alleen wij in staat zouden zijn tot empathie en zelfopoffering is mogelijk de grootste illusie van de mensheid. We geven onszelf graag een klopje op de schouders, maar staan er niet bij stil dat het altruïsme waar we zo sterk in zijn, ouder is dan onze soort. De meeste dierenliefhebbers weten dat al lang, hetgeen verklaart waarom duizenden mensen de hondenredder uit Chili wilden adopteren. Maar zoals elke grote held is hij of zij stil verder gegaan en nooit meer gezien.[/wpgpremiumcontent]