In Suriname zeggen we: “Alles wat je meemaakt komt misschien niet op jou neer, maar wel op je kind.” Zo is het ook gegaan met mijn zus, mijn broertje en mij. Wat er precies is gebeurd in de oorlog weet ik niet, maar dat er gemoord werd en dat mijn vader daaraan heeft meegedaan, is zeker.

Hij had een litteken in zijn nek. Als ik daar als kind over wreef, haalde hij resoluut mijn hand weg. Later vertelde mijn zus me dat hij zijn beste vriend had willen redden en een kogel hem daarbij had geschampt. Het scheelde weinig of hij had die kogel genomen. Zijn vriend is omgekomen.

Mijn ouders waren net getrouwd toen in 1986 de Binnenlandse Oorlog tussen Desi Bouterse en Ronnie Brunswijk begon. Het was geen oorlog waarbij je als militair tijdig te horen krijgt wanneer je waarheen wordt uitgezonden. Mijn vader kwam en ging, en als hij wegbleef wist mijn moeder hoe laat het was. Dan moest hij een opdracht uitvoeren met zijn eenheid. Mijn vader was een stoere, trotse man, die vond dat je hoorde te vechten voor je vaderland. In Bouterse zag hij een charismatische, sterke leider. Mijn vader was fervent

Log in om verder te lezen.