Cursus opvoeden – Een steuntje in de rug

Kinderen grootbrengen is niet gemakkelijk: één op de vier ouders zit regelmatig met de handen in het haar. Toch volgen maar weinig ouders in Nederland een opvoedcursus. Zonde, want bijna iedereen kan er iets van opsteken.

Nancy heeft heel wat te stellen met haar dochter van drieëneenhalf. ‘Ze zeurt continu om haar speen. Ik vind het vreselijk als ze de hele dag met dat ding in haar mond loopt; niemand kan haar meer verstaan. Als ik haar naar school breng, trek ik letterlijk de speen eruit. Maar zodra ze uit school komt, begint ze te gillen: “Mama, tutti, tutti!” Achter op de fiets blijft dat de hele tijd doorgaan. Soms kan ik er niet meer tegen, en dan haal ik die speen toch maar weer tevoorschijn.’ De dochter van Sacha kan er ook wat van: ‘Van de week nog, toen ik lag te slapen, heeft ze met viltstift mijn kussensloop ingekleurd. Keurig binnen de lijntjes, dat wel.’

Nancy en Sacha zijn samen met een paar andere moeders samengekomen voor de cursus Opvoeden: zó! Een kamertje boven het consultatie­bureau, een schaal koekjes, wat thermoskannen en een flip-over: meer is er niet nodig voor deze laagdrempelige cursus. De opvoedcursus voor ouders van kinderen van drie tot twaalf wordt overal in het land en op allerlei tijdstippen gegeven. Het zijn vijf bijeenkomsten, die gaan over de thema’s aandacht geven, prijzen, nee zeggen en verbieden, negeren, en

straffen.

Cursusleidster Mariëtte Scholvinck: ‘Het is een doe-cursus waarin mensen huiswerk meekrijgen om te oefenen, en daarnaast kunnen ze hier ervaringen uitwisselen. Dat laatste rem ik soms wel af, omdat anders iedereen de twee uur volkletst.’ Opvoeden: zó! staat bekend als iets simpeler dan de andere opvoedcursus die wijdverbreid wordt gegeven, de Gordoncursus. Scholvinck: ‘Die heeft tien bijeenkomsten en je krijgt er wat meer theorie.’

Puppy’s africhten

Opvoeden is vermoeiend en de verantwoordelijkheid is zwaar, zo zegt één op de tien ouders in een recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Bijna één op de vier zit soms met de handen in het haar. Vooral ouders met meerdere kinderen, ouders van jongens en eenouder­gezinnen vinden het af en toe lastig. Op deze donderdagochtend is de helft van de cursisten alleenstaande moeder. Het gaat niet om probleemgezinnen, maar om gewone ouders die af en toe een klankbord zoeken.

Bij Iris, moeder van een zoontje van vijf, gaat het thuis meestal goed, maar toch: ‘Je gaat telkens door fases. Heb je net het ene probleem opgelost, krijg je weer nieuwe. Ik heb veel in boeken gelezen, maar je leert het hier ook toepassen.’ Conny, die twee jongetjes heeft van vier en acht, vertelt dat de sfeer bij hen in huis al twee jaar niet prettig is: ‘Ik was te veel een politieagent, liep constant te verbieden.’ En Nancy wil leren hoe ze zichzelf beter kan opstellen tegenover haar peuterdochter, ‘want ik heb het gevoel dat ik er niet genoeg over weet.’

Opvoeden wordt er ook niet makkelijker op. Mensen zijn niet meer zoals vroeger opgegroeid met een schare jonge broertjes en zusjes, die ze moesten helpen opvoeden. Ze hebben geen moeders, oma’s en tantes meer in de buurt die advies kunnen geven. Bovendien zijn de gedragscodes en omgangsvormen minder vastomlijnd dan vroeger, waardoor ouders hun eigen stijl van opvoeden moeten uitdenken.

Desondanks schrijven weinig ouders zich in voor een opvoedcursus. Naar schatting volgt hoogstens 10 procent van de ouders zo’n cursus; 15 procent als je thema-avonden meerekent. De ouders die je bij dit soort gelegenheden tegenkomt, zijn vooral hoger opgeleiden, ouders van grotere gezinnen en allochtonen. Deze laatste groep is waarschijnlijk wat groter omdat er veel programma’s speciaal voor hen worden aangeboden.

Ouders hebben wel veel behoefte aan informatie en advies, maar ze halen het liever uit boeken, tijdschriften of brochures: volgens het scp-rapport raadpleegt ongeveer eenvijfde van de mensen meer dan één keer per maand een folder of tijdschrift. Bij het woord ‘opvoedingsondersteuning’ haken Nederlanders af, zo blijkt uit onderzoek. De gedachte heerst dat je dat zelf wel moet kunnen. Anders dan in Zweden, waar 90 procent van de ouders een opvoedcursus volgt, van wie 60 procent in het eerste levensjaar van hun kind.

Eigenlijk zou een opvoedcursus verplicht moeten zijn voor alle ouders, vindt Kees de Hoog, hoogleraar gezinssociologie en gezinsbeleid aan de Universiteit Wageningen. ‘Ik zeg altijd: waarom gaan mensen wel met hun puppy naar een africhtingscursus, maar niet met hun kinderen? Terwijl in de supermarkt mijn hielen worden opengereden door kinderen met kleine winkel-

wagentjes, zonder dat hun ouders er iets van zeggen.’ Het zegt hem niets dat volgens het scp-rapport 90 procent van de ouders heel tevreden is over de eigen opvoedingscapaciteiten. ‘Ouders zeggen altijd: wij hebben het niet nodig, maar daar aan de overkant in die achterstandswijken… Terwijl laatst nog een zeer hoog opgeleide moeder mij vertelde dat ze haar kind onder een koude douche zet als het stout is. Die heeft nog heel wat te leren.’

Complimenten maken

Ouders willen weer meer grenzen stellen in hun opvoeding. ‘Dat past natuurlijk erg in deze tijd,’ zegt cursusleidster Mariëtte Scholvinck. ‘Ik merk dat ouders dat moeten leren. Ze doen het wel, maar vaak niet op de juiste manier. Ze doen het door continu nee te zeggen.’ En een belangrijke regel bij deze bijeenkomst over grenzen stellen is nou juist: zeg niet te vaak nee, want kinderen horen het op den duur niet meer. Dat vinden alle moeders heel herkenbaar. Iris: ‘Het komt vaak vanzelf uit je mond, uit gewoonte. “Mam, mag ik op de fiets naar school?” “Nee!” Nu vraag ik me vaker af: waarom eigenlijk niet?’

Aandacht geven aan de leuke dingen die het kind doet, en niet te veel aandacht geven aan de vervelende, dat is het basisuitgangspunt. De cursus is ontstaan uit de Amerikaanse oudercursus Winning! die begin jaren tachtig door psychologen werd ontwikkeld. Winning! ging net als Opvoeden: zó! uit van de operante leertheorie, die zegt dat mensen leren als positief gedrag beloond wordt, waardoor ze dit gedrag meer gaan vertonen. Zo simpel werkt het ook bij kinderen: beloon het positieve gedrag, negeer het negatieve zo veel mogelijk, en ze zullen zich beter gedragen. Mariëtte Scholvinck: ‘Ouders zeggen vaak: “O, complimenten maken, dat doe ik wel. Ik zeg de hele tijd hoe goed hij alles doet, maar ik wil juist dat hij leert lúísteren.” Maar op deze cursus leer je dat je dat toch bereikt via die positieve aandacht. Je complimenten moeten alleen gerichter zijn. Niet alleen van: “O, wat goed en mooi”, maar: “Wat fijn dat je de deur voor me openhoudt, dan kan mama de boodschappen naar binnen brengen.”’

De kritiek op de cursus is nog wel eens dat niet zo diep ingegaan wordt op de belevingswereld van het kind. De aanpak is eerder Pavloviaans: doet u A, dan doet het kind B. ‘Maar ik merk dat er in vijf keer veel verandert in de gezinnen,’ reageert Scholvinck. ‘Ouders voelden zich vaak machteloos, maar merken nu dat het daadwerkelijk invloed heeft als zij hun gedrag veranderen. En het leuke is dat je ook complimentjes terugkrijgt van je kind. Mijn dochter van zeven was laatst op een partijtje, en had tegen de moeder van dat vriendinnetje gezegd: “Wat een leuke speurtocht is dit!” Dat kun je als ouder goed gebruiken op zo’n moment.’

Natuurlijk zijn er ook bijeenkomsten gereserveerd voor grenzen stellen, verbieden en straffen, want daar ontkomt geen enkele ouder aan. Maar ook hier geldt weer: overdrijf de straf niet, straf niet te vaak en geef het kind steeds aandacht en complimentjes voor de dingen die het goed doet. Op deze donderdagochtend gaat het over iets leuks afpakken. De cursusleidster kijkt vragend de kring langs: ‘Doen jullie dat wel eens?’ Nancy knikt: ‘Mijn dochter is dol op gymnastieken op woensdagmiddag. Als ze schreeuwt of niet luistert, zeg ik: “Als je niet ophoudt, ga je niet naar gym.” Dat werkt direct.’

Er ontstaat een discussie in de groep of de straf wel in verhouding staat met het vergrijp, en wat het verschil eigenlijk is met dreigen. Dreig niet met iets wat je niet kunt waarmaken, is de les. ‘Als je je fiets niet wegzet, geef ik hem morgen mee met de vuilnisman’ is dus niet zo’n handige.

Toegeven uit moeheid

De lessen die de ouders leren, zijn voor de meesten niet per se nieuw. Maar ze blijken niet altijd consequent uitgevoerd te worden. Ouders kunnen het vaak niet opbrengen om eenduidig te zijn, geven toch maar toe uit moeheid, of om van het gezeur af te zijn. Scholvinck benadrukt dat je juist energie terugkrijgt als je even doorzet. ‘Geduld en uitleg betalen zich terug. Als je duidelijk bent, weten kinderen dat het geen zin heeft om door te zeuren. In het begin is het even moeilijk, omdat ze nog lastiger worden. Dan denk je: bij mijn kind werkt het niet, die is zó vasthoudend. Dat hoor ik heel vaak: “Bij mijn dochter helpt niets, die gaat zelfs overgeven als ze haar zin niet krijgt.” Maar als ze op een gegeven moment geleerd hebben dat hun moeder consequent en duidelijk is, houdt het op.’

De effecten van de cursus zijn niet onderzocht. Wel bij de Amerikaanse cursus Winning!. Die had positieve effecten op het opvoedgedrag van de ouders, en er werden positieve gedragsveranderingen gemeten bij de kinderen. De ouders zijn in ieder geval enthousiast over wat ze geleerd hebben. Nancy: ‘Ik hoor hier dingen die niemand me nog verteld heeft; dat van die complimenten bijvoorbeeld.’ Sacha: ‘Ik merk dat er minder ruzie in huis is, nu ik negatief gedrag negeer. Mijn kinderen hebben bijvoorbeeld de neiging om veel over elkaar te klikken. Tot twee weken geleden ging ik dan bemiddelen. Maar nu word ik makkelijker: ik weet dat ik me er niet mee hoef te bemoeien. En dan ga ik weer lekker door met koken.’

Welke taken hebben ouders?

Kinderen ontwikkelen zich, en als ouder moet je telkens meegroeien. Geen wonder dat het soms hoofdbrekens kost. Ontwikkelingspsychologen onderscheiden de volgende ‘opvoedfasen’.

Babytijd: 0-1,5 jaar

In de eerste jaren moet het kind veilig gehecht raken. De ouders staan voor de taak sensitief te reageren op de signalen van het kind, en zo emotionele steun te bieden. In het tweede jaar is het belangrijk dat ouders het kind de kans geven om zelf dingen te ontdekken en te ervaren wat het allemaal zelf kan. Verder wordt het steeds vaker nodig om te structureren en duidelijke grenzen te stellen.

Peutertijd: 2-3 jaar

De taal ontwikkelt zich, evenals het vermogen van het kind zich iets voor te stellen dat er niet is. Leeftijdgenootjes beginnen een rol te spelen. De eerder­genoemde opvoedingsvaardigheden blijven belangrijk in deze periode: emotionele steun bieden, autonomie erkennen, structureren en grenzen stellen. Daarnaast moeten ouders steeds vaker uitleg geven over wat hoort, moet en mag en over hoe dingen in elkaar zitten. Ze moeten duidelijke regels stellen, maar deze wel toelichten.

Kleutertijd: 4-5 jaar

Kinderen leren zich te verplaatsen in anderen. Ze leren zichzelf aan te kleden, te eten en te wassen. Op school leren ze hun aandacht vast te houden. Voor ouders is het van belang hun kinderen de gelegenheid te geven om met andere kinderen te spelen, een stimulerende omgeving aan te bieden en de autonomie van het kind te bevorderen.

Schooltijd: 6-11 jaar

Kinderen leren lezen, schrijven, rekenen, zich langere tijd te concentreren. Acceptatie door leeftijdgenoten is belangrijk. Dit wordt bevorderd als er in het gezin warmte, begrip en wederkerigheid in relaties heersen. De eerder genoemde basisvaardigheden als steun, respect voor autonomie en uitleg geven komen ook hier weer terug. Concentratie en doorzettingsvermogen worden bevorderd als de ouders daarvoor hun waardering laten blijken.

– Uit: Opvoeden in Nederland, ook te vinden op www.opvoedingsondersteuning.info > Startpagina > Achtergronden > Wat is opvoedingsondersteuning? > Opvoeden > Ontwikkelingstaken/opvoedingsopgaven.

• Meer informatie over de cursus Opvoeden: zó! via de plaatselijke jeugdgezondheidszorg (gg&gd) of het Bureau Jeugdzorg in uw woonplaats.[/wpgpremiumcontent]

auteur

Heleen Peverelli

Heleen Peverelli is psycholoog en hoofdredacteur van Yoga Magazine.

» profiel van Heleen Peverelli
  • Meer over

    Opvoeden

    Stevig en ontspannen in de wereld staan: dat wensen we onze kinderen én onszelf toe.

    Bekijk dit thema

Dit vind je misschien ook interessant

Artikel

Ventileer je hart!

Sterre van Leer vergroot haar hartcoherentie
Lees verder
Artikel

Ventileer je hart!

Sterre van Leer vergroot haar hartcoherentie
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Branded content

Mini-cursus: gelukkig door klein geluk

Een lekker stukje chocolade, een compliment van een lieve collega - juist die kleine geluksmomenten ...
Lees verder
Column

Column hoofdredacteur Sterre van Leer: hoe open moet je zijn...

Er zit een scene in het jarenvijftigdrama Revolutionary Road waarin Leonardo di Caprio met de trein ...
Lees verder
Column

Column hoofdredacteur Sterre van Leer: hoe open moet je zijn...

Er zit een scene in het jarenvijftigdrama Revolutionary Road waarin Leonardo di Caprio met de trein ...
Lees verder
Kort

Taalverwerving stap voor stap

Als kinderen leren praten, doen ze dat in een vaste volgorde van mijl­palen.
Lees verder
Interview

Sanny Verhoeven-Ruis over de boeken die haar hebben geraakt

Presentator en YouTuber Sanny Verhoeven-Ruis kiest de boeken uit haar kast die haar het meest hebben...
Lees verder
Artikel

‘Ik kom altijd te laat’

Dominga Blazer (56): ‘Sinds mijn geboorte kom ik al te laat. Ik heet Dominga, maar ik ben geboren ...
Lees verder
Column

Goed advies: waarom we verslaafd zijn aan hoop

Wilt u kleding voor een week kreukloos inpakken in een koffertje? Leg eerst de lange broeken in de k...
Lees verder
Kort

Evolutie verklaart vroege puberteit

Kinderen grootbrengen is niet gemakkelijk: één op de vier ouders zit regelmatig met de handen in h...
Lees verder
Artikel

Gewóón zeggen wat je wilt: op cursus assertief communicere...

Redacteur Manon Sikkel leert assertiever te communiceren. Ze volgt de 2-daagse cursus ­Effectief en...
Lees verder