Je zal maar blind zijn, naar de dokter gaan en te horen krijgen dat je blindheid ‘tussen de oren zit’. Dat je alleen maar niks ziet omdat je dénkt dat je niks kunt zien.

Dit voorbeeld is minder bizar dan het misschien lijkt. Naar schatting 10 procent van de mensen die zich bij een arts melden met neurologische klachten, blijkt last te hebben van een conversie. Ze zijn verlamd, hebben epileptische aanvallen of lijden aan parkinson zonder dat daar een fysieke oorzaak voor aan te wijzen is.

Kees Hoogduin, psychiater en hoogleraar psycho­pathologie, ziet in zijn praktijk dagelijks mensen die ziek zijn terwijl de artsen niets kunnen vinden. Hoog­duin: ‘Een veel voorkomende conversie is afonie: mensen kunnen dan van het ene op het andere moment écht geen geluid meer maken, of hebben een piepklein fluisterstemmetje. Ook gevoelsstoornissen van de hand komen vaak voor. Dat er fysiek niets aan de hand is, blijkt wel uit het feit dat patiënten ook even kunnen “vergeten” dat ze een conversie hebben. Ik had bijvoorbeeld eens een dame op mijn spreekuur die dacht dat ze blind was. Tijdens de therapie raakte die vrouw opeens geëmotioneerd,

pakte haar jas, liep de kamer uit en ging naar huis. Halverwege de reis realiseerde ze zich dat het helemaal niet kon wat ze deed: ze was toch blind? Hoe kon ze dan op het verkeer letten? Acuut gingen haar ogen weer op zwart en moest ze onbeholpen verder.’

Kortstondige conversies komen vrij vaak voor. Allicht hebt u er zelf ook weleens een gehad. Kon u bijvoorbeeld geen woord uitbrengen nadat u iets vervelends had gehoord? Er was natuurlijk niks mis met uw stembanden, maar van schrik kon u ze niet gebruiken. Uit onderzoek blijkt dat de helft van de vrouwen die verkracht worden, zich tijdens de daad niet kan bewegen. Ook dieren overkomt het. Denk aan lieveheersbeestjes die ‘zich dood houden’, of een ‘koppige’ ezel die niet van zijn plaats wil wijken. Conversiestoornissen kun je zien als korte conversies waarin het slachtoffer is ‘blijven hangen’.

Het Seedorf-effect

Wat is er aan de hand met mensen die een chronische conversie ontwikkelen? Conversies zijn het ­gevolg van stress. Dat kan eenmalige stress zijn, bij bijvoorbeeld plotseling overlijden van een geliefde, maar ook stress over een langere periode (een nare jeugd). Eigenlijk is een conversie vergelijkbaar met spanningshoofdpijn, maar dan op het niveau van bewust aanstuurbare functies zoals praten, kijken en bewegen. Het is belangrijk om te beseffen dat een conversiestoornis geen aanstellerij is. Mensen met een conversie hebben wel degelijk een echt probleem. De oorzaak ligt alleen anders dan bij neurologische aandoeningen niet in de hardware (het brein), maar in de software. Er is niets kapot in het brein van een conversiepatiënt: de gebiedjes voor beweging of spraak zijn gewoon intact. Wel hebben conversie­patiënten een afwijkend patroon van hersenactiviteit.

Floris de Lange, hersenonderzoeker bij het F.C. Donders Centrum: ‘Je kunt aan het brein zien dat conversiepatiënten niet meer genoeg op de auto­matische piloot functioneren. Wanneer patiënten hun “verlamde” ledemaat proberen te bewegen, wordt een hersengebiedje voor zelfgerichte aandacht in de prefrontale cortex actief. Zelfgerichte aandacht is het verschijnsel dat je als een soort buitenstaander naar jezelf kijkt. Bij gezonde mensen is dat alleen het geval in uitzonderlijke situaties, zoals het nemen van een belangrijke strafschop – makkelijk zolang er niemand kijkt, maar moeilijk als je er te veel over nadenkt. Conversiepatiënten zijn eigenlijk een soort Seedorfjes die te bewust bezig zijn met het functioneren van hun lichaam.’

Symbolische betekenis

Conversies lijken vaak een symbolische boodschap te hebben: iemand met conversieblindheid kan zijn problemen letterlijk ‘niet onder ogen zien’. Wetenschappelijk gezien is het lastig om die symboliek te bewijzen. Ook om die te ontkrachten, trouwens. Op wetenschappelijke grond kun je wel correlaties aantonen: conversies houden vaak verband met de aard van het probleem. Iemand die gestrest is omdat hij voortdurend van hot naar her rent, krijgt eerder een conversieverlamming dan een conversieblindheid. Ook is er een verband tussen conversies en de bekendheid met een bepaalde ziekte. Parkinsonconversies komen bijna uitsluitend voor bij mensen die in hun directe omgeving ook te maken hebben met parkinsonlijders.

Waarom krijgen mensen een conversiestoornis? Oneerbiedig gezegd: wat levert het op? De belangrijkste ‘ziektewinst’ is ongetwijfeld aandacht. Aandacht voor de patiënt zelf, én aandacht voor het probleem. Iemand die al jaren roept dat hij tot over zijn oren in het werk zit, loopt de kans niet gehoord te worden. Maar als hij opeens verlamd op de bank ligt, krijgt hij die aandacht waarschijnlijk wél. Bovendien is de kans dan groter dat er daadwerkelijk iets aan de werkdruk gedaan wordt.

De neuroloog en de kassajuffrouw

Hoe weet een arts nu dat hij te maken heeft met een conversie en niet met een ‘echte’ neurologische aandoening? Het stellen van een conversiediagnose is in de praktijk niet zo moeilijk, weet Kees Hoogduin. ‘Het voordeel van een conversie is dat de stoornis zich niet aan fysieke wetmatigheden houdt. Neurologische aandoeningen verlopen altijd volgens een ingewikkeld, maar wel vast en voorspelbaar patroon. Een verlamming van de hand volgt bijvoorbeeld de zenuw tot in de arm, en houdt niet zomaar op bij de pols. Een conversie-handverlamming stopt soms wél keurig netjes bij de rand van de hand. Mensen met een conversie “beelden uit” wat ze weten van een bepaalde aandoening. De meeste mensen weten dat parkinson gepaard gaat met schudden en beven, maar minder bekend is dat parkinsonpatiënten ook verstijfde spieren hebben. Een conversie-parkinson is voor een kenner dan ook makkelijk te herkennen aan de afwezigheid van rigiditeit.’ Hoe meer iemand weet van een bepaalde aandoening, hoe meer zijn conversie lijkt op de échte stoornis. Een neuroloog met een conversie is dus moeilijker te herkennen dan een kassajuffrouw met dezelfde aandoening.

Een ander kenmerk van conversies is dat onbewuste bewegingen en onbewuste waarnemingen nog prima werken. Bij een conversieblindheid rapporteren de patiënten bijvoorbeeld dat ze niets zien, maar ze botsen bijna nergens tegenop.

Kleine stapjes

Als eenmaal helder is dat er sprake is van een conversie, zijn er verschillende behandelopties. Bij mensen die niet meer kunnen praten, is shaping het devies. ‘De truc van deze behandeling zit hem in het nemen van kleine stapjes,’ legt Hoogduin uit. ‘In het begin laat ik mensen bijvoorbeeld hoesten en applaudisseer ik luid als ik maar een klein zuchtje geluid hoor. Dit bouwen we dan op naar steeds hardere en complexere geluiden. Shaping is wonderlijk doeltreffend: het succespercentage ligt in de buurt van 100 procent. Een gemiddelde afoon is binnen twee uur van zijn conversie af.’

Bij verlammingen is hypnose effectief. Hoogduin: ‘Conversiepatiënten zijn over het algemeen suggestibele mensen en daardoor ook goed hypnotiseerbaar. Je zou zelfs kunnen zeggen dat conversie een soort autohypnose is: mensen suggereren zichzelf een beeld van hun ziekte. Door patiënten te hypnotiseren, kun je dit beeld veranderen.’

Bij trillen en beven werkt katalepsie-inductie goed. Hierbij beïnvloed je de spieren door ze eerst volledig te ontspannen. Vervolgens zijn de spieren vormbaar als was, en kun je ze in elke willekeurige stand ‘op slot zetten’. Als je maar goed genoeg oefent kun je jezelf volledig stilzetten – net als een levend standbeeld. Hoogduin: ‘Ik had ooit een patiënte die al twee jaar lang non-stop een trillende arm had. Ze had al verschillende behandelingen ondergaan, maar niets hielp. Om de situatie minder beladen te maken, begon ik met het op slot zetten van de arm van haar moeder. Vervolgens deed ik het bij haar goede arm en ten slotte pakte ik haar trilarm aan. Na twee uur begon het beven al een beetje af te nemen. Na acht sessies was ze volledig trilvrij.’

Meer informatie: COLK, tel. 088 4050600, www.degroterivieren.nl[/wpgpremiumcontent]