‘Ik had zelfs suïcidale gedachten’

Jasmine (32) vertrok voor drie maanden naar Bali. Ze hoopte er rust te vinden, maar raakte in een diep dal.

Training

Training Leer loslaten

  • Leer accepteren in plaats van vechten
  • Leer de controle los te laten
  • Leer te leven volgens je waarden
Bekijk de training
Nu maar
€ 79,-

Ik was overwerkt, voelde me geleefd en op Bali zou ik tot rust komen, hoopte ik. Maar vlak voor vertrek kreeg ik een depressie. Dat was niet de eerste keer: drie jaar eerder was ik er met hulp van therapie en medicatie weer bovenop gekomen.

Voor deze terugslag leek Bali me dé oplossing: warmte, mooie stranden en geen werk. Maar ik had me niet gerealiseerd dat het drukke verkeer, de opdringerige verkopers en een chaotische markt voor zo veel prikkels zouden zorgen. Niet bevorderlijk voor iemand met een aanleg voor paniekaanvallen.

Mijn reisgenoot kende ik nog niet goed en bleek heel extravert te zijn. Ik ben introvert en had constant het gevoel dat ik in haar energie mee moest om niet saai te zijn. Ik had nul fut, maar dwong mezelf mee op stap te gaan en grappen te maken.

Bali was inderdaad een paradijs. Toch bleef ik me leeg en verdrietig voelen. Dat beangstigde me: als dit het niet was, wat dan wel? Ik reageerde schrikkerig op normale dingen en de angsten die ik in Nederland al had, werden met de dag erger.

Ik wilde naar huis, maar durfde niet te vliegen. Toen ik alleen nog maar huilend op bed kon liggen, heb ik skypegesprekken met mijn psycholoog gevoerd.

Een vriendin kwam naar Bali gevlogen met antidepressiva, maar het opbouwen van de medicatie was een hel; alsof al mijn zenuwen in mijn lijf tekeergingen. Ik at niet, sliep niet, klappertandde, kreeg aanvallen van koud zweet en had zelfs suïcidale gedachten.

Na tweeënhalve maand was ik eindelijk klaar voor de terugreis. Eenmaal thuis, kreeg ik mijn leven gelukkig weer op de rit. De les die ik geleerd heb, is dat een verre reis geen medicijn is tegen een mentale dip, integendeel. Als ik me rot voel, moet ik mijn gemak zien te houden en zeker geen grote plannen maken.

Jasmine blogt over haar ervaringen op Daily Dipster.

‘Alles lekte, het stonk er en het beddengoed was beschimmeld’

Evelien (30) zou met haar vriend Rob een paar maanden door Zuid-Amerika reizen. Ze werd overmand door heimwee.

Met een rugzak de wereld zien, dat leek zo’n geweldig idee nadat ik was afgestudeerd. Wel heb ik altijd veel last gehad van heimwee.

Als kind ben ik ontelbare keren opgehaald bij logeerpartijtjes. Maar nu zou het goed gaan, want ik ging samen met mijn grote liefde.

Al na een paar dagen overviel me dat bekende, verdrietige gevoel. Vooral voor het slapengaan leek het alsof mijn keel werd dichtgeknepen.

Ik ben nogal kneuterig: als ik ergens overnacht, zet ik fotolijstjes naast mijn bed, zodat het lijkt alsof mijn vrienden en familie er toch een beetje bij zijn. Maar dit keer hielpen de foto’s niet genoeg.

Mijn vriend Rob was geduldig en lief. Als ik helemaal akelig werd van onze doorreisplannen, stelde hij voor om langer op een plek te blijven.

Toch voelde het alsof ik ook zijn reis verpestte. Ik was constant moe, huilerig en chagrijnig. Het diepste dal beleefde ik in Uruguay.

We verbleven in een horrorhostel: alles lekte, het stonk er en het beddengoed was beschimmeld. Ik at iets verkeerds en moest ’s nachts overgeven in de gore gezamenlijke badkamer.

Ik belde mijn moeder en dat triggerde, net als in mijn kindertijd, mijn verdriet. “Probeer er iets moois van te maken, meisje,” zei ze. “Maar als het niet gaat, dan gaat het niet.”

Vlak voor kerst vlogen we terug naar Nederland. Wat vond ik het heerlijk om de feestdagen met familie te kunnen vieren.

Onlangs ben ik met mijn heimwee aan de slag gegaan met behulp van yoga en gesprekken. Ik schaamde me ervoor, het is toch iets voor kinderen? Ik ben erachter gekomen dat het onderdeel is van wie ik ben en verzet me er niet meer tegen.

Rob en ik gaan al vijf jaar naar dezelfde plek op vakantie, dat vindt hij gelukkig prima. Zo’n wereldreis is duidelijk niets voor mij.

‘Nog voor de Duitse grens reden we onze zijspiegel aan diggelen’

Maanden met man en kind rondtoeren met een camper, dat leek Annemare (38) geweldig. Maar al tijdens de testrit bleken ze daar niet voor in de wieg gelegd.

Het was onze droom: met een camper een paar maanden het avontuur tegemoet, dicht bij de natuur en met het ultieme vrijheidsgevoel. Maar eerst wilden we een ‘testreis’ maken met een gehuurd exemplaar.

Het plan: toeren langs de Moezel. Op de laatste avond zou Yfke, toen drie maanden oud, bij mijn schoonouders logeren, zodat wij naar een festival konden.

Nog voor de Duitse grens reden we onze zijspiegel aan diggelen. Maar we hielden de moed erin: over een paar uur zouden we romantisch met wijn en kaasjes voor de camper zitten.

Eenmaal gestationeerd bleken zelfs onze dikste truien te koud. In de camper hoorden we de vriezer haperen: mijn gekolfde melk zou toch niet verloren gaan?

Met de septic tank wisten we ook al geen raad. Die zou ik wel even legen, dacht ik, al had ik geen idee waar. De hele camping keek toe hoe ik met die luidruchtige rolkoffer richting toiletten liep, waar ik de inhoud maar gewoon in de wc-pot stortte.

Dat heb ik geweten. Nooit zal ik vergeten hoe de Duitse campinghoudster tegen me stond te tieren.

Wat Yfke betreft, die heeft één nacht onbedaarlijk liggen krijsen. Hoe we ook met haar rondhobbelden en hoeveel liedjes we ook zongen, ze was ontroostbaar.

We realiseerden ons dat dit avontuur te ambitieus was met een baby. Met al die spullen die je dan bij je hebt – flesjes, luiers, knuffels, doekjes, billenzalf, wipstoeltje – ga je ook niet even een stadje in. Voordat je alles weer veilig hebt opgeborgen, ben je zo een half uur verder.

Gesloopt arriveerden we bij mijn schoonouders, waar we spontaan gedrieën in huilen uitbarstten, puur van vermoeidheid.

De moedermelk was door de falende vriezer bedorven, het festival hebben we gecanceld. Tegenwoordig schieten we in de lach als we een camper zien. Op ons zestigste nog maar eens een poging.

Verweggistan

Hoe verder en hoe langer we van huis gaan, hoe interessanter. Dat is volgens Ad Vingerhoets, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Tilburg, de norm geworden.

‘Een lange reis wordt geassocieerd met durf en avontuur en is een makkelijke manier om indruk te maken op je omgeving. Onze Hollandse klompendans vinden we boertig, maar een of ander vaag ritueel in Verweggistan beoordelen we als buitengewoon belangwekkend.’

Het lijkt ook heel romantisch: dat langdurige verblijf op een exotische plek waar je eindelijk rust vindt, of die wekenlange trip waarop je jezelf ten diepste leert kennen.

Maar dan blijkt het ter plaatse te stikken van de muggen, en word je na twee dagen al gek van de stilte. En wat als die gedroomde campertrip door Europa in de praktijk veel stressvoller blijkt dan je eigenlijk aankunt?

Vingerhoets stelt dat mensen niet uitblinken in affective forecasting: het vermogen om te voorspellen hoe gelukkig of ongelukkig ze ergens van worden.

‘Tal van studies tonen aan dat we ons in het algemeen minder slecht voelen dan verwacht na een negatieve gebeurtenis, maar ook dat we ons minder goed voelen dan verwacht wanneer er iets positiefs gebeurt.

Te hoge verwachtingen leggen veel druk op een reis – we staren ons blind op het ideale plaatje, waardoor we de realiteit uit het oog verliezen.’

Het gevolg: die schitterende bergtocht is in werkelijkheid veel te ruig voor ons en die maand op dat afgelegen eiland is niet meditatief, maar gewoon oersaai.

Dat je in den vreemde per definitie tot rust en jezelf zult komen, is een misverstand, aldus Vingerhoets. ‘Je hebt er bepaalde psychologische kenmerken voor nodig, zoals openstaan voor ervaringen. Ook is het handig als je redelijk extravert bent, zodat je makkelijk contact maakt met nieuwe mensen.

Volgens de klassieke stresstheorie is controleverlies een belangrijke factor bij het ontstaan van stress. Ben je het type dat de touwtjes altijd graag stevig in handen heeft, dan kun je op reis, in een land waar je de taal en de gebruiken niet kent, weleens doodongelukkig worden.’

Ook heimwee kan roet in het eten gooien als we ver op reis gaan. Deze combinatie van eenzaamheid, droefheid en angst veroorzaakt fysieke klachten zoals buikpijn, hoofdpijn en misselijkheid.

Reizigers met heimwee adviseert Vingerhoets huiswaarts te keren, waar de klachten meestal als sneeuw voor de zon verdwijnen. En mensen die ernstige persoonlijke problemen hebben, raadt hij aan helemaal niet weg te gaan.

‘Het idee dat je op reis bijvoorbeeld van je depressie zult herstellen, is geheel onterecht, en zelfs gevaarlijk. Want je neemt je problemen gewoon mee het vliegtuig in, terwijl je netwerk in Nederland zit.’

Kijk voor je op een verre reis gaat dus eerst eens in de spiegel. Zit je goed in je vel? Ben je écht het type om maandenlang van huis te zijn? Of dat het leuk vindt zich een weg door de jungle te kappen? Wat verwacht je eruit te halen? Hoe reëel is dat?

Vingerhoets: ‘Vaak krijgen mensen het advies om op reis te gaan nadenken over wat ze eigenlijk willen. Middelbare scholieren die net eindexamen hebben gedaan, bijvoorbeeld. Terwijl het misschien net zo’n goed idee kan zijn om in eigen land te gaan stagelopen.

Maar mocht je wel gaan, op zoek naar inzichten of een levenveranderende ervaring, en bleek je toch niet geschikt voor een lange reis, dan is het nog steeds geen mislukking, vindt de hoogleraar.

‘Voor zo’n ervaring hebben we het mooie woord “loutering”. Je hebt het geprobeerd, het was geen succes, maar je hebt ervan geleerd en ontdekt dat het niets voor jou is. En dat is dan weer een prima inzicht op zich.’