Sociaal psycholoog John Drury van de University of Sussex ondervroeg mensen die een rampsituatie hebben meegemaakt, zoals een treinongeluk of een bomexplosie. Massapaniek komt vrij weinig voor, blijkt uit zijn onderzoek.

Gevoel van saamhorigheid

Mensen die een ramp hebben overleefd, zijn vaak verrast over hoe kalm en hulpvaardig anderen waren. Dat gevoel van saamhorigheid ontstaat wanneer mensen het gevoel hebben dat ze in hetzelfde schuitje zitten. De ondervraagden in het onderzoek van Dury die tijdens een ramp meer een wij-gevoel ervoeren, rapporteerden meer onderling hulpgedrag. Ook was er in die gevallen meer ordelijkheid – mensen gingen bijvoorbeeld netjes in de rij staan om te kunnen ontsnappen.

Na de klap was het stil

Een aantal jaar geleden beschreef de Nederlandse schrijfster Marente de Moor in een column in Vrij Nederland hoe ze ooit verzeild raakte in een treinongeluk. ‘Ik zat in de intercity van Amsterdam naar Groningen, die ergens in de leegte voorbij Meppel een veetransport ramde. In mijn herinnering reden we na de aanrijding nog enkele minuten door (…). De intercom zweeg.

Wij, medepassagiers in een ongeluk, staarden elkaar alleen maar aan, over dichtgeslagen boeken en vastgegrepen tassen, terwijl het hooi in dichte wolken voorbij de ramen zweefde.’ Ze schreef dat vooral de stilte haar bijbleef. De klap van de aanrijding was enorm, maar niemand ging gillen. Die stilte is ook bekend uit de getuigenissen die Dury verzamelde.

Zo verwerk je een ramp

De impact van zo’n ramp is soms lastig uit te leggen aan de omgeving, ervoer een Nederlands stel dat met hun twee kinderen betrokken was geraakt bij een ernstig busongeluk in Spanje. Hun kinderen raakten gewond, zelf bleven ze ongedeerd. ‘In het begin leefde iedereen mee, en was er volop hulp. Maar toen hield het op. Dat deed me pijn, want we zaten nog midden in de verwerking. We kregen dooddoeners te horen als: “Wees blij dat je nog leeft.” Ik voelde me dan zo onderuitgehaald.’

Teruggaan naar de rampplek hielp ze bij de verwerking van het ongeluk. ‘Het was bij daglicht allemaal heel anders: de schampplek, en die vangrail waar we uren tegenaan hebben gezeten. Bij die bijeenkomst was ook de chauffeur van de bus. Hij voelde zich schuldig, want hij had de verkeerde afslag genomen en een ruimere bocht voor ogen gehad. Mijn man vertelde hem dat we niet boos op hem waren, en we omhelsden hem.’

Grip terugkrijgen op de wereld

Dat teruggaan naar de rampplek nuttig kan zijn voor slechtoffers zegt ook Erik de Soir, die een boek voor hulpverleners schreef: Redders in nood. ‘Het is belangrijk dat we een heftige ervaring leren begrijpen, dat geeft een gevoel van grip op de wereld. Tijdens een plotseling bedreigende situatie vallen we eerst terug op een lager niveau van functioneren.

Onze geest filtert alles weg wat niet onmiddellijk nodig is. We beleven iets daardoor maar half. Zijn we eenmaal buiten levensgevaar, dan willen we snappen wat er is gebeurd. Bij natuurrampen gaat dat makkelijker dan bij menselijk geweld. In dat eerste geval is er geen aanwijsbare schuldige. Mede daardoor kunnen we het sneller accepteren.’

Verwerking

Een van de belangrijkste factoren die een rol spelen bij de verwerking is hoe slachtoffers er vlak voor de gebeurtenis psychisch aan toe waren. Heb je nooit eerder een zwaar ongeluk meegemaakt, dan is de kans groter dat je van dit ongeluk mentaal herstelt. Hoe vaker iemand een traumatische ervaring meemaakt, hoe moeilijker het is een volgende te verwerken.

Wat vervolgens medebepalend is voor het herstel: ‘Het is niet alleen belangrijk dat slachtoffers hun emoties kunnen uiten, maar ook dat ze een samenhangend verhaal kunnen maken van wat ze hebben beleefd.’ Daarom helpt het als ze hun ervaringen kunnen delen met medeslachtoffers, waarbij iedereen details aanvult.

Veel mensen hebben er behoefte aan op de plek des onheils een ritueel uit te voeren. De Soir: ‘Het leven van de mens is opgebouwd uit mijlpalen zoals geboorten, huwelijken en begrafenissen. Rituelen geven vorm aan onze emoties op dat soort momenten. Als er geen woorden meer zijn, is er nog de muziek, de kunst of het gebaar. Dat geeft troost.’ Dat is ook de reden waarom je langs de kant van de weg vaak bloemen, kaarsen en teddyberen ziet. Het verwerken van een ramp, zoals een trein- of busongeluk, brengt mensen samen, zowel in hulp voor elkaar als in de verwerking.

Bronnen: Marloes Zevenhuizen, Ramp zonder paniek – het kan, Psychologie Magazine, november 2009.
Erik de Soir, Redders in nood. Opvang van mensen in crisis, Lannoo (2013)
Inge Schilperoord, Anouk Tulner, Rampvakanties, Psychologie Magazine, juli 2014
Marente de Moor, Doodsangst is stil, paniek maakt herrie, Vrij Nederland mei 2010. Beeld: iStock.