Zo overwin je je angsten

Is er iets wat je graag zou willen of eigenlijk moet, maar niet durft? Of dat nou waterskiën, je baan opzeggen, een Tinder-profiel aanmaken, alleen op vakantie gaan, een relatie beëindigen of spreken in het openbaar is: deze zomer overwin je je angsten.

‘Weet je het zeker?’ vroeg mijn man me, terwijl hij me bezorgd aankeek. We waren samen op een roadtrip in de Verenigde Staten, nu twee jaar geleden. Door de geopende ramen van onze camper blies hete, droge lucht en de radiozender ving alleen ruis. Ineens stonden ze voor ons: torenhoge, massieve, roodgloeiende rotsen. ‘Daar wil ik heen!’ had ik geroepen – me de lyrische beschrijving over een beroemd wandelpad uit het reisgidsje herinnerend. Mijn man twijfelde toch even voor hij de afslag nam.

Zijn twijfel was begrijpelijk. Hij had het reisgidsje namelijk óók gelezen en daarin stond dat het wandelpad smal was en dat de rotsen naar beide zijden steil en glad afliepen. De wandeling werd dan ook sterk afgeraden voor mensen met hoogtevrees en daar had ik extreem veel last van. Mijn man kende bijvoorbeeld het verhaal van de keer dat een ex-vriendje mij meenam naar een klimhal, voor een romantische date. Viel die even tegen. Op tien meter hoogte, veilig aan een touw hangend, begon ik te hyperventileren, hevig te trillen en werd ik misselijk. Ik was net op tijd beneden om naar het toilet te kunnen rennen en over te geven.

Zwart voor mijn ogen

Mijn man wist ook dat ik sindsdien al jaren probeerde mijn hoogtevrees te overwinnen en dat er weinig schot in de zaak zat – dat vertelde ik hem namelijk elke week zelf, na de zoveelste klimsessie. Want de liefde voor het toenmalige vriendje was niet lang na die rampdate uitgedoofd, maar gek genoeg was de liefde voor het klimmen tijdens die eerste, misselijkmakende kennismaking juist voorgoed opgewekt. Ja, ik vond het doodeng, maar iets aan de sport oefende een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me uit. De combinatie van kracht en balans die je nodig hebt om omhoog te komen, de gezellige sfeer in de klimhal en vooruit, die ene knappe klimmer die ik daar had leren kennen en die later mijn man zou worden.
Het waren genoeg redenen om mezelf op te geven voor een beginnerscursus klimmen. Daarnaast deed ik braaf oefeningen waarvan ik had gelezen of gehoord dat ze me konden ondersteunen bij het wennen aan hoogte. Ademhalingsoefeningen, visualisaties, oefenen met op hoogte zijn en dat vol blijven houden, maar niet ineens te veel van mezelf eisen. Ik wist precies wat er volgens de wetenschap zou kúnnen helpen, alleen was ik er niet van overtuigd dat het bij mij ook werkte. Misschien ben ik gewoon een te ernstig geval, dacht ik meer dan eens.

Ik was in de klimhal niet de enige met hoogtevrees, maar niemand daar had het zo erg als ik. Regelmatig moest ik halverwege een route opgeven, omdat het me zwart voor de ogen werd. Op die momenten knikten mijn knieën oncontroleerbaar, werd mijn mond kurkdroog en mijn handpalmen juist vochtig. Niet handig als je je uit alle macht aan rotsgreepjes probeert vast te houden.
In die tijd dacht ik regelmatig gefrustreerd terug aan een advertentie voor bungeejumpen, die ik ooit in een tijdschrift had zien staan. ‘Het beste gevoel van de wereld? Je angst overwinnen!’ schreeuwde de kop. Op de foto erbij stonden breed-lachende mensen, schijnbaar euforisch nadat ze net die enge sprong in het diepe hebben gewaagd. Maar ik vond mijn angst overwinnen helemaal niet om te lachen. Na een halfjaar regelmatig klimmen werd ik niet langer misselijk, maar wel vocht ik soms nog tegen mijn tranen en lang niet altijd met succes.

Niet bang en niet blij

‘We hóéven niet omhoog,’ zei mijn man. Ik herinnerde me de paniekaanval die ik twee jaar eerder had gehad, tijdens een bergwandeling. Mijn wanhoop, toen ik een jaar daarna tijdens een rotsklimroute ineens niet meer durfde te vertrouwen op de veiligheid van de materialen of op zijn capaciteiten als zekeraar. ‘Het gaat niet lief, ik moet naar beneden!’ had ik die keer geroepen, beschaamd, bang en duizelig. Ook dit keer voelde ik me licht in mijn hoofd als ik naar de top van de rotsen keek. Maar ik voelde ook mijn hart, dat rustig en regelmatig klopte, en een bepaalde nieuwsgierigheid naar de weg omhoog. ‘Nee, maar ik wil graag,’ zei ik naar waarheid.
Twee uur later genoot ik op de top van het mooie uitzicht, poseerde vrolijk voor een foto, at een mueslireep en was tot mijn eigen verbazing helemaal niet bang. Ook niet heel blij, trouwens.

Blijkbaar was het ‘gewoon’ zo ver. Ik had nog steeds hoogtevrees, maar niet langer extreem. Die verschuiving had de afgelopen jaren zo gradueel plaatsgevonden, dat ik me er niet eens bewust van was geweest. Dat is normaal, zou ik later begrijpen: zo overwinnen de meeste mensen hun angsten.
Inmiddels heb ik daar ruime ervaring mee, want ik heb een hoop angsten moeten overwinnen: voor autorijden, vliegen, spreken voor een groep, om mensen teleur te stellen, en ga zo maar door. Toen ik voor mijn werk onderzoek begon te doen naar stressmanagement, leerde ik uit de theorie hoe ik dat zou kunnen doen. Ik sprak met experts, las hun boeken over stressreductie en leerde dat er bewezen-effectieve strategieën bestaan, die je kunnen helpen kalm te blijven onder stress. Ontspanningsoefeningen bijvoorbeeld, maar ook het nemen van kleine, oncomfortabele stapjes om zo je moed te vergroten. Of het vooraf maken van een angst-analyse om inzicht te krijgen in de rationaliteit van je angst.

Geleidelijke verandering

Al die lessen paste ik toe op mijn eigen angsten en zo leerde ik na een bijna-ongeluk op de weg weer met meer vertrouwen autorijden. Ik werd mijn zenuwen de baas tijdens het geven van presentaties. Ik nam een hond en vloog zonder angstzweet de wereld over voor mijn schrijf- en onderzoekswerk. Waarschijnlijk zag het er vanaf de buitenkant uit alsof ik telkens spectaculaire veranderingen doormaakte, maar zo voelde het vanbinnen nooit. Net zoals het geval was bij het overwinnen van de hoogtevrees, verliepen ook deze transities zo gradueel dat ik lang niet altijd merkte dat ze plaatsvonden. Tot ik op een dag ineens achter het stuur zat en merkte dat ik niet meer opzag tegen de rit. En tot ik ineens een grote hond op straat zag en hem zonder aarzelen aaide. Huh? Sinds wanneer was ik niet meer bang? Sinds ik aan mijn angst was gaan wrikken. Dag voor dag, oefening voor oefening. Want zo overwin je angsten.

De meeste mensen moeten ervoor werken, net als ik. Soms weken, soms maanden en soms jaren. En als beloning krijg je geen kortdurende euforie, maar langdurige vrijheid. Het tegenovergestelde van de angst je doen en laten bepalen, is een leven dat geregeerd wordt door verlangen. Hoe een angstenvrij leven eruitziet, verschilt voor iedereen. Maar het bestaat altijd uit dingen die jou nieuwsgierig maken, die aan je trekken – zelfs als je ze spannend vindt. Dat kan van alles zijn: je baan opzeggen en voor jezelf beginnen, de liefde verklaren aan die ene héél leuke persoon, of je moeder zeggen dat je het vanaf nu echt wel zelf kunt.

Vaak voelt het een beetje onprettig als je oefent met dingen die je wel wilt, maar ook eng vindt. Soms is het ietwat saai, vervelend of ben je wanhopig. En dan ineens is er rust: de angst is weg. Die ervaring is niet zo euforisch als de bungeejump-advertentie ons wil doen geloven, maar zéker zo waardevol.

Stel dat je geen angst kende. Misschien zou je dan alleen op vakantie gaan, het woord voeren in een vergadering, die vervelende collega eindelijk van repliek dienen, een klus aannemen die nu te moeilijk lijkt of wél naar dat feest gaan waar je niemand kent. Of wie weet, draai je daar je hand al niet voor om, maar zou je dan gaan parachutespringen, vlieglessen nemen of diepzeeduiken.
Helaas ontbreekt het ons vaak aan voldoende lef om de dingen te doen die we eigenlijk graag zouden willen. En staan we jaloers aan de zijlijn toe te kijken hoe sommige anderen het wél flikken. We missen de lol en de voldoening die zij ervaren en zitten ook nog eens opgescheept met het idee een angsthaas te zijn. Maar alles liever dan het klamme zweet, de rubberen bibberbenen, het op hol geslagen hart en die droge mond die je gegarandeerd krijgt als je zou doen wat je eigenlijk niet durft.

Trucje van je brein

We laten ons hierbij vooral weerhouden door angstgedachten. Dat we zullen struikelen, ons verspreken, knalrood worden of op wat voor andere manier dan ook zullen falen. ‘Feitelijk zijn dit soort gedachten een goedbedoeld trucje van je brein,’ zegt angstexpert, schrijver en antropoloog Roanne van Voorst. ‘Ons brein wil ons veilig houden. Als het klamme zweet je uitbrak toen je laatst op je werk plotseling een presentatie moest houden, slaat je lichaam die stress op en herinnert je brein zich dat spreken voor een groep dus “gevaarlijk” is.’ Dat je collega’s je achteraf complimenteerden omdat je onvoorbereid nog best een goed verhaal hebt gehouden, helpt daarbij nauwelijks. Je brein herinnert zich vooral de stress. ‘Angst is vaak niks meer dan een fysieke reactie op iets wat eerder is gebeurd en die je projecteert op de toekomst,’ aldus Van Voorst, die cum laude promoveerde op het onderwerp.

Maar ook situaties waarmee je nog helemaal geen ervaring hebt, kunnen angst oproepen. Van Voorst: ‘Je weet dan nog niet precies wat er gaat gebeuren of wat je moet doen en ook daar houdt ons brein niet van. Je brein wil kunnen voorspellen hoe je moet reageren om fysiek of geestelijk veilig te blijven en probeert onverwachte, spannende zaken daarom doorgaans te vermijden. Ook als dat betekent dat je doorgaat in een relatie waarin je niet gelukkig bent of een baan waarin je mening niet wordt gehoord. Niet weten waarin je ‘anders’ terechtkomt, is vaak naarder voor ons, dan een bekende, niet-ideale situatie.’

Evolutionair gezien zijn onze angsten functioneel: ze vormen de beste alarmbel voor mogelijk gevaar. Onze angsten hielpen ons te overleven en zitten daarom diep in onze genen geworteld. En niet alleen angst voor wilde beesten en gevaarlijke afgronden. Wie buiten de groep viel, overleefde het ook niet. Vandaar dat we een uitgebreide reeks van sociale angsten hebben en gespitst zijn op elk klein teken van afwijzing, zelfs bij iets ongevaarlijks als een bruiloftsspeech. Overigens heeft niet iedereen daar evenveel last van en ook dat is in elk geval deels genetisch bepaald. Een echte angsthaas zal daardoor dus niet gauw in een waaghals veranderen. Maar we kunnen wél allemaal de angsten overwinnen die ons beperken, in de weg zitten.

Een beetje prikkelen

Is het een kwestie van door die angst heen beuken en ‘gewoon’ de stap te zetten die we almaar niet durven zetten? Doen alsof er niks aan de hand is en gáán? ‘Nee, met dat soort dapperheid bereik je helemaal niks,’ zegt Van Voorst. ‘Integendeel. Je angst uitlachen en tarten is de slechtst denkbare manier om hem te overwinnen. Van een lezing geven voor duizend man als je het woord nemen in een vergadering al eng vindt, word je alleen maar banger. Ook al deed je het misschien best goed, die ervaring zal je presentatie-angst niet doen afnemen omdat je voor je gevoel in “nood” was.’

De enige manier om je moed te vergroten, is door tussen ‘saai’ en ‘paniek’ in te gaan zitten. Dat betekent dus dat je kleine stapjes moet maken in de richting van je doel in plaats van er met zevenmijlslaarzen naartoe te springen. ‘Stel: je bent gevraagd om te speechen op de bruiloft van je beste vriend en zou dat dolgraag doen, maar durft in een gewone maandagochtendvergadering je mening niet te geven,’ zegt Van Voorst. ‘Bedenk dan een tussenoefening die een beetje, maar niet te spannend voor je is. Het mag prikkelen, je mag trillende handen hebben of ander licht discomfort voelen, maar het moet niet doodeng zijn. Informeer bijvoorbeeld bij de eerstvolgende vergadering naar de voortgang van een project. Een kort zinnetje, dat je van tevoren kunt oefenen. Is het toch te eng, maak dan de stap kleiner. Voel je er niet eens een lichte kriebel bij? Daag jezelf dan wat meer uit. Zo ebt de spreekangst langzaam maar zeker weg.’

Bang zijn hoort erbij

Langzaam, kleine stappen nemen, is een gezonde manier van lef ontwikkelen. ‘Maar dat betekent niet dat je niet bang mag zijn,’ benadrukt Van Voorst. ‘Lef is angst voelen en besluiten dat iets anders toch belangrijker is. Er is een groter doel dat zwaarder weegt dan de angst: de beloning van straks datgene doen wat je nu vermijdt. Dat doel geeft je kracht. Bang zijn is net zoiets als honger hebben; het is inherent aan het leven, het hoort erbij. Je kunt die angst hooguit veel minder sturend maken. Dan voel je ’m nog steeds maar word je er niet meer door overspoeld.’
Meer lef krijg je dus door je ‘lefspier’ op een zachte manier te trainen. Gebruik deze zomer om je angst te ontrafelen en zoetjesaan, in kleine stapjes, je lef vergroten. En op een dag besluit je: ik ben bang, maar ik doe het tóch. Ik begin voor mezelf, neem het woord, stap de auto in en rijd naar het zonnige zuiden.

Roanne van voorst is antropoloog en schrijveren deed 12 jaar onderzoek naar angst en moed.
Informatie Meer lezen over lef? Rob Faltin, Plankenkoorts. Overwin je angst voor optredens, presentatie, lezingen en praatjes, Hogrefe uitgevers, € 20,-. Kijk voor een angsttraining van Roanne van Voorst op fearlesslyfearful.com.

 

auteur

Roanne van Voorst

dr. Roanne van Voorst, onderzoeker (Ph.D), schrijver en oprichter van Fearlessly Fearful - een bewezen-effectieve methodologie om moed te vergroten, en onzekerheden en veelvoorkomende angsten te overwinnen.

» profiel van Roanne van Voorst

Dit vind je misschien ook interessant

Interview

Gevoelszaken Sylvana Simons

Lees verder
Branded content

6 onmisbare tips voor een gezond lang leven

Goed eten en genoeg bewegen, iedereen weet dat je daarmee gezond oud kan worden. Maar welke stappen ...

Lees verder
Artikel

Versterk de band met je kind

Wie goed wil omgaan met de angsten en onzekerheden van zijn kind, moet eerst die van zichzelf opruim...

Lees verder
Advies

Ik vind opstijgen en landen zo eng

Lees verder
Artikel

Arne Öhman: ‘Niemand heeft een fobie voor bloemen’

Lees verder
Advies

Onze vriendin vermijdt contact met mannen

Lees verder
Artikel

Genezen door EMDR

Lees verder
Advies

Doodsbang om lesbisch te worden

Lees verder
Interview

Carine Crutzen: ‘Zelfs als ik door de regen fiets geniet ik van de stad’

Lees verder