Vol verwachting gingen drieduizend Utrechtse ambtenaren medio oktober naar hun werk. Die dag zouden ze kennismaken met het nieuwe markante stadskantoor, en bovendien met het ‘nieuwe werken’ dat de gemeente meteen had ingevoerd.

Het geheim van een gelukkig werkleven

Hoe floreer je in je baan en blijf je uit de buurt van een burn-out? Lange jaren van onderzoek leerd...

Lees verder

Al snel sloeg de euforie om in teleurstelling. Niet voor iedereen was een bureau beschikbaar, de paar kasten die er stonden waren volgepropt, en zowel bij de kantine als de toiletten stonden lange rijen. Wat nu? Moesten ze voortaan ‘handdoekjes’ gaan neerleggen zodat ze verzekerd zouden zijn van een werkplek?

Weg met bureaus, weg met vaste werktijden, bij het ‘nieuwe werken’ doe je je werk waar en wanneer je dat zelf wilt. Al 20 procent van de Nederlandse bedrijven doet aan het nieuwe werken; de helft van hun personeel heeft flexibele werktijden en een derde werkt minstens één keer per week thuis.

Maar om het nieuwe werken echt te laten slagen is meer nodig. ‘Werknemers krijgen een laptop, een flexplek en het verzoek meer thuis te werken. Alleen ben je er dan nog niet,’ zegt ‘het nieuwe werken’-adviseur Saskia Langenberg: ‘Zolang de menselijke mindset hetzelfde blijft, verandert er in de praktijk weinig.’

In haar boek Je nieuwe werkleven vergelijkt Langenberg de moderne werknemer met een vogel die lang in een kooi heeft gezeten. ‘Zelfs als het deurtje opengaat, vliegt hij niet uit.’ De baas zijn over je werk en je werktijden vergt volgens haar een nieuwe manier van denken. ‘Zoveel vrijheid vraagt om zelfkennis: wat heb je nodig om effectief en prettig te kunnen werken en leven?’ Een zelfonderzoek in zeven stappen.

1 Wanneer werk je níét?

Een grote valkuil van het nieuwe werken is dat je altijd en overal aan het werk bent. Zoals tno-onderzoek verrassend uitwees: mensen die geregeld thuis- of telewerken komen vaker in de knel met hun tijd dan traditionele werknemers. Hun gezin en sociale activiteiten lijden méér onder het werk in plaats van minder.

Wie vasthoudt aan de mores van het oude werken en dat mixt met verworvenheden van het nieuwe werken – zoals overal en altijd aan de slag kunnen zijn – loopt inderdaad dit risico. Onderzoek door de Radboud Universiteit lijkt dat te bewijzen: hogeropgeleiden die flexibel mogen werken, zijn bereid tot 35 procent meer te werken.

Het is dus noodzaak om prioriteiten te stellen, en wat daarbij helpt is doelen formuleren, zowel in je werk als privé. In dat laatste zit de crux, zegt ‘het nieuwe werken’-adviseur Saskia Langenberg: vraag je vooral ook af wat je belangrijk vindt in andere delen van het leven.

Begin je lekker aan de dag als je eerst een uurtje hebt gesport of de kinderen rustig naar school hebt gebracht? Krijg je er energie van om zondagavond met vrienden in de kroeg te hangen en op maandag uit te slapen? Het gaat erom zowel in het werk als privé het beste uit jezelf te halen.

Heb je je prioriteiten duidelijk voor ogen, licht dan ook collega’s en thuisfront erover in. Niet om verantwoording af te leggen, maar om te zorgen dat je trouw blijft aan je eigen belofte. Zodat gezinsleden kunnen zeggen: ‘Hé, je was toch van plan om op zaterdag niet zakelijk te bellen?’

2 Wat is je bioritme?

Iedereen kent de after lunch dip, een inzinking die acht uur na het ontwaken optreedt en die wordt versterkt doordat veel energie naar de spijsvertering gaat. Niet bepaald een geschikt moment voor ingewikkeld denkwerk of een brainstorm. Wel voor een wandeling met een collega om een project te bespreken.

Omdat de biologische klok niet voor iedereen gelijkloopt, raadt Langenberg aan een ‘energiedagboek’ bij te houden. Noteer wanneer het goed lukt je te concentreren en veel gedaan te krijgen. Op welk moment voel je je fit? Wanneer komt er weinig uit je vingers? Dan volgt de vertaling naar de praktijk: wat zijn de taken of de afspraken die veel concentratie en energie vergen? Wat zijn routineklussen? Wanneer verwerk je e-mails? Op welk moment ben je onbereikbaar omdat je geconcentreerd wilt werken?

3 Waar werk je het beste?

Bij het ‘oude werken’ ga je ’s ochtends naar kantoor, je gaat zitten op je vaste plek, naast een vaste collega, je zet de computer aan en vraagt jezelf af: wat gaan we vandaag doen? Het nieuwe werken werkt precies andersom. ‘Ik kijk ’s ochtends eerst wat ik ga doen, met wie, en wat daarvoor de beste plek is,’ zegt inkoopadviseur Edith Brandt.

Haar werkgever, de provincie Noord-Holland, ging twee jaar geleden over op het nieuwe werken. Korte afspraken plant Brandt nu in de ontmoetingsruimte op kantoor; samenwerken met collega’s doet ze in de ‘huiskamer’ van hun team. Is concentratie vereist, dan werkt ze thuis. En met een collega die in de buurt woont, werkt ze soms samen op een ‘steunpunt’ van de provincie. ‘Dat scheelt reistijd en het geeft ons de kans andere collega’s te ontmoeten.’

Dat het belangrijk is om verder te denken dan je kantoor merkte ook Jason Fried, auteur van Rework. Jarenlang inventariseerde hij waar mensen wilden zijn als ze echt iets gedaan wilden krijgen. Ze noemden een plek, zoals thuis of een koffiebar, een voertuig, zoals de trein of het vliegtuig, of een tijdstip: vaak vroeg in de ochtend, laat in de avond of in het weekend.

Het kantoor en de uren tussen negen en vijf werden nauwelijks genoemd. Echt werken gebeurt niet op kantoor, concludeert Fried. Mensen voelen zich op kantoor te veel gestoord om zich langere tijd op iets te kunnen concentreren.

4 Waar word je blij van?

Het nieuwe werken draait niet meer om aanwezigheid, maar om het resultaat van je werk. De tijd dat de baas dicteert wat je gaat doen, is voorbij; je spreekt samen af welke persoonlijke werkdoelen je gaat halen en wanneer. Een mooie kans om te zorgen dat je zoveel mogelijk kunt doen wat je leuk vindt. Bedenk dus waar je zelf blij van wordt en wat je in je werk wilt bereiken.

‘Maak een lijstje met momenten in je werkleven waarin je in je element was,’ adviseert Langenberg. Dat kan een overleg met collega’s zijn, of een bepaald project. Schrijf op wat je aan het doen was, wat het je opleverde en waarom het je voldoening gaf. Welke talenten gebruikte je daarbij? ‘Als je weet wat je wilt, kun je makkelijker keuzes maken en energie stoppen in de werkzaamheden die je iets opleveren.’

5 Hoeveel structuur heb je nodig?

Mensen die hechten aan structuur raken niet extra gemotiveerd wanneer ze zelf hun werk en werktijden mogen bepalen, stelde organisatiepsycholoog Marjette Slijkhuis in een onderzoek vast, en ze worden er ook niet creatiever door. Ga daarom na hoe groot je eigen behoefte aan structuur is.

Ben je een gewoontedier met een voorkeur voor een stabiele werkomgeving, bedenk dan hoe je opnieuw duidelijkheid kunt scheppen. Ga bijvoorbeeld een vaste ochtend in de week naar kantoor. Of spreek met een collega een vaste dag af om samen thuis te werken. En bespreek met je leidinggevende hoe je de ondersteuning krijgt die je nodig hebt.

6 Hoe houd je contact?

Een onvermijdelijk gevolg van minder op kantoor zijn is dat je je collega’s minder vaak ziet. ‘En juist op de werkvloer prikkel je elkaar,’ zegt Daniel Possenriede, die aan de Universiteit van Utrecht de effecten van flexwerken onderzocht. ‘Collega’s kunnen van elkaar leren, of proberen elkaar te overtreffen.’

Het is een basisbehoefte van mensen om ‘erbij’ te horen, zegt Langenberg, om verbinding te voelen met anderen. ‘Spreek daarom af hoe je contact houdt, wanneer je elkaar ziet en wat je met verjaardagen doet.’ Ze kent teams die wekelijks op een vast moment samen lunchen. Andere afdelingen hebben een maandelijks inspiratieontbijt of beginnen elke vergadering met een ‘persoonlijke drie minuten’ om te voorkomen dat het alleen over werk gaat als ze elkaar zien.

7 Experimenteer

De beste manier om nieuw te leren werken, zegt Langenberg, is experimenteren. ‘Doe eens iets op een tijdstip waarvan je tot nu toe dacht dat het niet de bedoeling was: midden op de dag sporten of een dutje doen.’ Voel je je schuldig? Dat is precies de bedoeling. ‘Uit je comfort zone komen is cruciaal als je iets nieuws wilt leren.’

Bronnen o.a.: D. Pink, Drive, de verrassende waarheid over wat ons motiveert, Business Contact, 2010 / M. Tims e.a., The impact of job crafting on job demands, job resources, and well-being, Journal of Occupational Health Psychology, 2013