Op zijn 26ste had Andreas Waltz een baan waarvan menig jonge bedrijfskundige droomt. Hij gaf leiding aan een flink team in een van de grootste bedrijven van het land. Hij bepaalde de koers van het bedrijf en met succes: het prijkte jaar na jaar boven aan de lijstjes van succesvolle ondernemingen.

Training

In 3 stappen naar je droombaan

  • Ontdek wat je passie is
  • Krijg meer energie en inspiratie
  • Verdien geld met wat je leuk vindt
bekijk de training
Nu maar
€ 95,-

Maar toen hij op zijn 37ste het leven doornam met zijn goede vriend Remo Largo, moest hij constateren dat hij eigenlijk niet gelukkig was. Hij was eenzaam op zijn werk. Zijn dagen voelden leeg aan. Hij mocht dan aanzien hebben en veel geld verdienen; het werk dat hij deed vervulde hem niet. Al pratend drong tot hem door dat hij veel liever ménsen vooruit zou helpen in plaats van een bedrijf. Dat zorgen en helpen feitelijk altijd in zijn aard hadden gelegen, terwijl hij nu de hele dag vanuit een ivoren toren strategische beslissingen zat te nemen.

Waar Waltz in beland was, wordt een misfit-situatie genoemd. Zijn vriend, kinderarts en onderzoeker Remo Largo, moest het woord er destijds nog voor uitvinden. Maar wat de vrienden bespraken was het concept dat Largo’s aandacht veertig jaar lang zou gaan vasthouden: de match tussen onze basisbehoeften, vaardigheden en ideeën over het leven enerzijds, en de omgeving waar we in verkeren anderzijds. En de problemen die ontstaan als die zaken niet op elkaar aansluiten. Onlangs verscheen over dit ‘fitprincipe’ Largo’s boek Individu. Wat ons maakt tot wie we zijn, in het Duits uitgegeven onder de titel Das passende Leben.

Fitprincipe

‘Veel mensen voelen zich tegenwoordig een speelbal van hun omgeving,’ vertelt Largo aan de telefoon vanuit Zwitserland. ‘Ik denk dat dat voor een belangrijk deel komt doordat mensen totaal geen zicht meer hebben op hun behoeften. En niet altijd keuzes maken, of kunnen maken, die passen bij de dingen waar ze goed in zijn, die ze nodig hebben en waar ze voldoening uit halen.’
En juist die kennis van je behoeften en competenties, dat is waar het om draait bij het fitprincipe. Largo, die dertig jaar lang hoofd was van de afdeling Groei en Ontwikkeling van het academische kinderziekenhuis in Zürich en auteur van bestsellers over de ontwikkeling van kinderen, onderscheidt deze zes basisbehoeften:

  • fysiek welzijn (goed in je vel zitten, voeding, sport, seks)
  • geborgenheid (nabijheid, affectie)
  • sociale erkenning en status (hechte onderlinge banden, wederzijdse afhankelijkheid, aanzien)
  • zelfontplooiing (het ontwikkelen van vaardigheden)
  • persoonlijk succes (je vaardigheden inzetten om succesvol prestaties te leveren)
  • bestaanszekerheid (een regelmatig inkomen, je veilig voelen)

Deze behoeften zijn grotendeels aangeboren, maar worden ook gevormd door ervaringen: als je vroeger thuis elk dubbeltje moest omdraaien, kan de drive om als volwassene een vast en goed inkomen te hebben extra groot zijn.
Ieder mens heeft zijn eigen behoefteprofiel. De een komt uit een sportief gezin, heeft altijd ervaren hoe sport ontspant, en hecht er veel waarde aan om vier keer per week lekker te kunnen bewegen. De ander heeft totaal geen sportieve aanleg en beweegt het liefst minimaal. De een wil het liefst elke dag gezelschap en gezelligheid; de ander voelt zich lekkerder in zijn eentje. En terwijl sommigen behoefte hebben aan status, is voor anderen een anonieme rol op het werk juist fijner.

Smalle ontwikkeling

Kinderen zijn nog heel puur gericht op het bevredigen van die basisbehoeften. Ze rennen en klimmen om aan hun fysieke behoeften te voldoen, kruipen bij je op schoot als ze geborgenheid zoeken, gaan tekenen, bouwen of klussen om zichzelf te ontplooien. ‘Maar zodra ze naar school moeten, begint de vernauwing van deze ontwikkeling,’ vindt Largo. ‘Ons onderwijssysteem is vrij smal gericht op presteren, competitie, vooruitgang en voornamelijk cognitieve zaken, en het werkende leven dat daarna volgt al helemaal. Voor fysieke behoeften, en behoeften als geborgenheid en ontplooiing op allerlei gebieden, is weinig ruimte.’

En niet alleen op school en het werk komen zo behoeften in de knel, ook in de manier waarop we samenleven. De behoefte aan sociale erkenning bijvoorbeeld, om onderdeel van een kleine groep te zijn en elkaar te helpen, werd in vroeger tijden veel makkelijker vervuld dan in de geïndustrialiseerde, anonieme samenleving waarin we nu leven. ‘Als je net kinderen hebt gekregen, kan dat behoorlijke problemen opleveren,’ betoogt Largo. ‘Je relatie komt onder druk te staan, want alles moet uit jou en je partner komen. Terwijl je daar in een leefgemeenschap met andere ouders misschien veel minder last van zou hebben.’

Het tij keren

Lukt het mensen een omgeving voor zichzelf te creëren die aansluit op hun basisbehoeften, dan voelen ze zich fysiek en psychisch gezond, stelt Largo. Voor de een is dat makkelijker dan voor de ander, merkte hij in de Zürcher Longitudinalstudien die hij decennia lang leidde. In deze onderzoeken werden negenhonderd Zwitserse kinderen van geboorte tot volwassenheid gevolgd – Largo heeft er een groot deel van zijn kennis aan te danken.

TEST
Doe de test »

Veranderen – hoe doe je dat?

De ene behoefte is namelijk eenvoudiger te vervullen dan de andere, en in de ene levensfase gaat het makkelijker dan in de andere. Tanja bijvoorbeeld kwam als kind met haar grote behoefte aan geborgenheid in de knel toen haar ouders uit elkaar gingen. Haar vader zag ze niet meer en haar moeder moest altijd werken om in hun levensonderhoud te voorzien. Ze voelde zich ongelukkig, maar wist niet precies waarom en ook niet hoe ze iets aan haar situatie kon veranderen.

Later in haar leven dreigde die mismatch opnieuw, toen ze als jongvolwassene alleen in een nieuwe stad ging wonen. Maar omdat ze nu volwassen was had ze de mogelijkheid om hulp te zoeken: een psycholoog hielp haar inzicht te krijgen in haar grote behoefte aan hechte banden met mensen. Ze zocht contact met een oude vriendin die in de buurt woonde en besteedde veel aandacht aan het opbouwen van vriendschappen in haar nieuwe woonplaats. Zo kon ze het tij keren.

Ander voorbeeld van Largo: ‘Bij oudere mensen met een grote behoefte aan bestaanszekerheid en status kan het verlies van een baan leiden tot een levenscrisis – omdat de kans dat ze opnieuw werk vinden niet zo groot is. Terwijl een jongvolwassene daar misschien veel minder last van heeft, omdat de arbeidsmarkt voldoende alternatieven biedt.’

Kennis van je basisbehoeften is noodzakelijk om niet te lang in een niet-passend leven te blijven hangen. Soms is daar zelfonderzoek voor nodig. Bedrijfsdirecteur Andreas Waltz genoot aan de oppervlakte een enorme sociale erkenning en aanzien. Maar in het gesprek met Largo merkte hij pas dat deze basisbehoefte voor hem niet zoveel waarde had. Veel meer hechtte hij aan het betekenisvol zijn voor anderen. Wat Waltz te doen stond om die behoefte te vervullen, was zijn competenties in een nieuw licht bezien. Want naast zicht op je basisbehoeften is het ‘kloppend’ inzetten van je competenties volgens Largo een voorwaarde voor tevredenheid.

Beweeglijke natuurkundige

Waar ben je goed in? Welke vaardigheden gaan je makkelijk af? Dat zijn je competenties, en die zijn voor een groot deel aangeboren (een lijstje met alle competenties vind je op pagina 26). Voor Andreas Waltz lagen zijn competenties duidelijk in de omgang met mensen. Hij kon zich makkelijk verplaatsen in wat anderen nodig hebben, knoopte met iedereen een praatje aan, wist anderen een goed gevoel te geven. Deze sociale vaardigheden kwamen hem in zijn werk uitstekend van pas, hij kreeg ermee van de grond wat hij beoogde. Maar hij kwam pas in een ‘passend leven’ terecht toen hij huisarts werd, het beroep dat Waltz na een opleiding geneeskunde op zijn 37ste ging uitoefenen. Vanaf dat moment hielpen zijn competenties ook zijn basisbehoeften te vervullen.

Ook het verhaal van Berend Bouman, die Largo leerde kennen tijdens zijn jarenlange onderzoek, is een sprekend voorbeeld. Bouman, vertelt Largo, had als kind al uitstekende logisch-wiskundige competenties. En ook in figuraal-ruimtelijke vaardigheden blonk hij uit. Hij werd ervoor gecomplimenteerd, in aangemoedigd, en het was dan ook goed te volgen dat hij theoretische natuurkunde ging studeren. Maar toen hij zijn studie had voltooid en bij elke universiteit aan de slag kon, schoof hij bij Largo aan met een compleet ander plan. ‘Hij wilde meubelmaker worden. Ja, hij had het abstracte denkwerk allemaal in huis, maar het werken op de universiteit had hem gefrustreerd. Hij was in een misfit-situatie beland. Hij zat alleen maar in zijn hoofd, terwijl hij zijn handen wilde gebruiken. Hij wilde iets máken. Iets wat bestond in de echte wereld en een concrete functie had voor anderen. Zijn logisch-wiskundige en figuraal-ruimtelijke competenties zou hij er evengoed voor nodig hebben, maar een totaal andere basisbehoefte zou met zijn werk als meubelmaker vervuld worden, namelijk fysiek bezig zijn.’

Paplepel

Hoe komt het nou dat veel mensen pas als ze volwassen zijn ontdekken dat ze hun competenties niet op een passende manier inzetten? ‘Of zelfs kiezen voor paden die helemaal niet passen bij hun behoeften of competenties?’ vult Largo aan. ‘Ik heb ze in hele stoeten zien voorbijtrekken: verpleegkundigen die, omdat loopbaanontwikkeling nou eenmaal gericht is op “steeds hoger”, doorstroomden naar leidinggevende functies. Mannen die een gezin stichtten, maar het eigenlijk nooit leuk vonden om met kinderen om te gaan. Enzovoorts.’

Een mogelijke oorzaak van zo’n mismatch heeft volgens Largo te maken met de ideeën die we over dat leven hebben. De overtuigingen die we van huis uit hebben meegekregen. Is het leven pas compleet als je een gezin hebt? Mag je pas ontspannen als al het werk gedaan is? ‘Waltz bijvoorbeeld, had een vader die voorzitter was van de raad van bestuur van een groot Zwitsers bedrijf,’ vertelt Largo. ‘Opstomen naar boven werd hem met de paplepel ingegoten. Hetzelfde kan gelden voor iemand die eindeloos in een ongezonde relatie blijft hangen. Die kreeg misschien van huis uit mee dat het huwelijk voor het leven is, en scheiden dus geen optie. Mijn onderzoek laat zien dat mensen zich maar moeilijk van die overtuigingen in het gezin bevrijden.’

Maar Largo denkt dat mismatches vooral ontstaan door de manier waarop ons onderwijs en onze maatschappij zijn ingericht. ‘We zijn zo gebrand op wat de economie vraagt, en het steeds verder vooruitbrengen van die economie. Van muzikale vaardigheden bijvoorbeeld, zeggen we: leuk hoor als je die hebt, maar slechts een enkeling is in staat om daar geld mee te verdienen. Zorg liever dat je goed kunt rekenen, programmeren of schrijven, en in een bedrijf aan de slag kunt – het overgrote deel van alle banen is inmiddels een kantoorbaan. Maar wij hebben 200.000 jaar lang totaal anders geleefd! Lang niet ieders basisbehoeften en competenties zijn zo dat een kantoorbaan bij hem past. Eeuwig zonde: heel veel mensen die nu “vastzitten” op kantoor, zouden veel beter uit de verf komen in fysieke banen.’

Ken jezelf

Daarbij komt nog dit: we overschatten vaak de mogelijkheden om aan onze competenties te werken. ‘Niet iedereen heeft een groot talig talent,’ zegt Largo, ‘niet iedereen is een rekenwonder. Je kunt cursussen volgen tot je een ons weegt, maar wie zich als kind al gebrekkig uitdrukte, zal zich nooit echt op zijn plek voelen op de communicatieafdeling. Of een goede prater worden in de relaties. Ondertussen leven we wel in een competitieve maatschappij, waarin je voortdurend ingeruild kunt worden. Is het niet op je werk, dan wel in de liefde. De basisbehoeften aan bestaanszekerheid en nauwe onderlinge banden komen zo verder en verder in het gedrang.’

Hoe kun je nu tóch zorgen dat je een leven leidt dat bij je past? ‘Onderwerp jezelf aan een onderzoek,’ zegt Largo. ‘Ook, of misschien wel juist, als je op dit moment niet in een misfit-situatie zit. Door te begrijpen in welke omstandigheden je opbloeit en in welke je wegkwijnt, door te weten waar je behoeften en competenties liggen, en door welke overtuigingen je je laat leiden, ben je veel beter in staat om stappen te zetten die ervoor zorgen dat je goed in je vel zit.’

Andreas Waltz en Berend Bouman hebben in werkelijkheid een andere naam.
Een uitgebreide versie van dit zelfonderzoek vind je terug in het boek Individu. Wat ons maakt tot wie we zijn van Remo Largo, uitgeverij De Bezige Bij.

Jaap van der Sar (42) weet pas sinds kort dat zijn behoefte om lichamelijk bezig te zijn groot is.

Behoefte: lichamelijk welzijn
Competentie: motorisch-kinesthetisch

‘Ik begon met rennen omdat ik de somberte in de winter wilde verdrijven. Voor sport had ik me nooit speciaal geïnteresseerd, mensen kenden mij vooral met een biertje in m’n hand. Toen ik steeds langer kon rennen, wilde ik niet meer zonder. Ik viel af, werd fitter, vrolijker en ik vond rust.

Als kind was ik veel buiten en in beweging – maar dat was gewoon vanzelfsprekend. Zeepkisten bouwen in de tuin van vriendjes, van de dijk af racen. Ik zat op trampolinespringen en kon hard fietsen. Maar het was bepaald niet zo dat ik voor de sport leefde. Wel had ik een enorme basisconditie. Reden we als twintigers een rondje over de hei, dan zat de rest met rode konen op die fiets terwijl ik fluitend vooropging.

Toch had ik nooit gedacht dat hardlopen voor mij zo belangrijk zou worden. Zodra ik wakker word, trek ik mijn renkleren aan. Een kop thee, een banaan, en dan hup, de duinen in. Tussen de wegspringende konijnen voel ik mijn spieren langzaam op gang komen. Over zandpaden ren ik kilometers lang in totale stilte over benevelde duintoppen. Ik denk niet meer na. Helemaal ingetuned op mijn lijf en de beweging voel en ruik ik alles beter. En dan aan het eind: een duik. Die ijskoude zee op je gloeiende huid – dan is de dag begonnen. De somberte is verleden tijd. Elke dag minstens een uur bewegen vind ik nu net zo normaal als eten en slapen.’

Sophie Hulstijn (33) ontdekte dat zzp’en niks voor haar was. Haar behoefte aan sociaal contact werd niet bevredigd.

Behoefte: sociale erkenning en status
Competentie: sociaal

‘Ik wilde vóór mijn 30ste zelfstandige zijn. Ik was altijd ondernemend, vloog als eerste uit naar de grote stad vanuit het veilige Zeeland. Op mijn 29ste schreef ik me als loopbaancoach in bij de Kamer van Koophandel. Ik ging mijn eigen koers varen, wilde zelf mijn missie opstellen, zelf mijn manier van werken bepalen en geen verantwoording hoeven afleggen.

Maar ik zat wel moederziel alleen in mijn huiskamer, terwijl iedereen de straat uit reed om te gaan werken. En als een coachingsgesprek succesvol was verlopen, had ik niemand om dat mee te vieren. Ik merkte dat ik me had blindgestaard op die zelfstandigheid, dat ik voorbij was gegaan aan een minstens zo belangrijke behoefte: ervaringen delen. Was ik niet altijd samen met anderen aan het studeren geweest? Had ik niet altijd anderen opgezocht voor borrels, etentjes en vakanties? Ik was eigenlijk verbaasd dat ik mijn sociale kant zo over het hoofd had gezien. Misschien had ik er ook wel te veel aanzien in gezocht, in dat hebben van een eigen bedrijf.
Na anderhalf jaar ben ik gestopt en als senior recruiter weer in loondienst gegaan – op een plek waar ik wél veel verantwoordelijkheid draag. Het is heerlijk om weer reuring om me heen te hebben en met anderen te kunnen brainstormen. Om ’s morgens bij de koffie de peuterpuberdriftbuien van onze kinderen door te nemen. Toch ben ik blij dat ik het wel geprobeerd heb als zelfstandige. Want soms moet je er al doende achter komen wat voor jou belangrijk is.’

MarieLouise Bosch (42) vervulde haar behoefte aan ontwikkeling door een nieuwe opleiding te beginnen.

Behoefte: zelfontplooiing
Competentie: sociaal

‘Jarenlang heb ik met plezier voor mijn dochters gezorgd en werkte ik twee dagen in de week als leerkracht. Toch denk ik achteraf dat ik mezelf in die periode een beetje te veel heb weggecijferd. Want uiteindelijk begon het te knagen: is dit echt wat ik wil doen tot mijn 67ste? Haal ik er wel genoeg voldoening uit? In het onderwijs zag ik de een na de ander uitvallen door de hoge werkdruk, ik voelde dat ik iets moest ondernemen.
Ik gaf mezelf het beste cadeau ooit: een opleiding tot therapeut. Sinds anderhalf jaar ga ik een weekend per maand studeren en kom ik opgeladen, vol energie weer thuis. Logisch eigenlijk, want ook voordat we kinderen kregen verdiepte ik me graag in menselijk gedrag. Ik las alles wat los en vast zat en deed aanvullende cursussen om steeds meer inzicht in mijn vak te krijgen. Deze opleiding voldeed aan mijn behoefte aan ontwikkeling en gaf me een nieuwe boost. Ook had ik nog nooit zo diepgaand naar mijn éígen gedrag en drijfveren gekeken.
Ik heb nog altijd een sociaal beroep, maar de opleiding heeft ervoor gezorgd dat ik veel steviger in mijn schoenen sta, mijn grenzen duidelijker afbaken en met een nieuwe blik naar kinderen kijk. Dat kan ik doorgeven aan de studenten die ik coach. Het plezier is honderd procent terug.’

Ontdek wat je nodig hebt voor een tevreden leven

Met dit zelfonderzoek, opgesteld door Remo Largo, ga je op zoek naar de ‘fits’ en ‘misfits’ in je leven. Wat zijn je basisbehoeften en competenties, en onder welke omstandigheden sluit je leven daar het beste op aan?

Stap 1: onderzoek je basisbehoeften

Geef achter elke afzonderlijke behoefte aan hoe belangrijk deze is, op een schaal van 1 (zeer onbelangrijk) tot 7 (zeer belangrijk).

  • Lichamelijk welzijn:
    Vragen die kunnen helpen: Vond ik het als kind fijn om veel te bewegen? Welke rol hadden en hebben sport en beweging in mijn leven? Kan ik omgaan met fysieke beperkingen?
  • Geborgenheid:
    Hulpvragen: Genoot ik van de geborgenheid van het gezin, tussen vrienden en op school? Krijg ik nu voldoende aandacht en affectie van mijn partner en vrienden? Heb ik er veel last van als de sfeer thuis even niet goed is?
  • Sociale erkenning en status:
    Was ik als kind vaak op zoek naar erkenning van mijn ouders en leraren? Hoe ging en ga ik om met afwijzing? Wat was en is mijn positie in de klas, in vrienden- of sportgroepen, ben ik bijvoorbeeld graag de leider, of ben ik liever vrij onzichtbaar? Hoe belangrijk vind ik het om erkenning te krijgen voor mijn werk?
  • Zelfontplooiing:
    Hoe heb ik me altijd ontwikkeld in vergelijking met anderen, en hoeveel ben ik daarmee bezig? Hoe belangrijk vind ik het om mijzelf te blijven ontwikkelen?
  • Persoonlijk succes:
    Hoe belangrijk was het voor mij als kind om persoonlijk succes – denk aan hoge cijfers, een beker winnen, complimenten krijgen – te ervaren? Ben ik op dit moment tevreden met mijn successen? Streef ik voortdurend succes na?
  • Bestaanszekerheid:
    Hoe zeker waren we vroeger thuis van een goed bestaan? Zijn er angsten en zorgen op dit gebied die ik heb overgenomen van mijn ouders? Hoe belangrijk vind ik een zeker inkomen en voldoende bezit?

Stap 2: onderzoek je competenties

Onderzoek nu je competenties: in welke mate bezit je onderstaande vaardigheden, op een schaal van 1 (laag) tot 7 (zeer hoog)? Het helpt om jezelf te vergelijken met anderen en ook het oordeel van je ouders, studiegenoten, partner, collega’s of vrienden hierbij mee te wegen.

  • Sociaal:
    Hulpvragen: Hoe handig was ik als kind in de omgang met anderen, en hoe gaat dat nu? Hoe goed kan ik me inleven in anderen? Hoe onderhoud ik mijn vriendschappen?
  • Talig:
    Hoe goed kon ik me als kind uitdrukken – in woorden en op schrift? Schrijf ik makkelijk, vertel ik graag?
  • Muzikaal:
    Hield ik als kind van muziek, zingen of dansen? Wat doe ik daar tegenwoordig mee?
  • Figuraal-ruimtelijk:
    Hoe graag tekende of knutselde ik als kind? Hoe goed is mijn oriënteringsvermogen, bijvoorbeeld in een vreemde stad?
  • Temporeel-planmatig:
    Kon ik als kind goed mijn huiswerk plannen en op tijd vertrekken? Ben ik tegenwoordig in staat om op tijd te komen, planningen te maken en me daaraan te houden?
  • Motorisch-kinesthetisch:
    Klom ik als kind graag in een boom, deed ik graag balspelletjes? Hoe zijn mijn grove en fijne motoriek ontwikkeld?
  • Fysieke verschijning:
    Kreeg ik vroeger veel aandacht of werd ik vaak over het hoofd gezien? Hoe reageren mensen tegenwoordig op mijn verschijning? Zit ik lekker in mijn vel? Besteed ik veel aandacht aan mijn uiterlijk?

Stap 3: herken fit- en misfit-situaties

Neem een slechte periode uit je leven in gedachten – zoals een vervelende schooltijd, periode van ziekte, een baan waarin je ongelukkig was – en stel jezelf de volgende vragen: welke basisbehoeften bleven onvervuld? Welke competenties waren ontoereikend? Welke overtuigingen zaten mij misschien in de weg? (Denk aan gedachten als: je doet het pas goed als je minimaal achten haalt. Of: je moet doorzetten, altijd!) Wat hielp me om deze periode te overwinnen of achter me te laten?

Neem nu een heel fijne periode uit je leven in gedachten – een fijne baan, een leuke studietijd, een reis – en stel jezelf de volgende vragen: welke basisbehoeften kon ik in deze goede periode vervullen? En welke competenties hebben daar in het bijzonder aan bijgedragen? Hoe sloot deze fase aan op mijn overtuigingen? Welke rol speelde ik zelf, welke rol speelde de omgeving?

Stap 4: onderzoek nu de match tussen jou en je omgeving

In hoeverre zijn mijn basisbehoeften en competenties, mijn verwachtingen en overtuigingen in harmonie met mijn (gezins)leven?
In hoeverre zijn mijn basisbehoeften en competenties in harmonie met het werk dat ik doe? Krijg ik voldoende erkenning? Kan ik de prestaties leveren die van mij worden verwacht? Of werk ik juist onder mijn niveau? Worden niet alleen mijn competenties benut, maar ook mijn basisbehoeften vervuld?

Serieus aan de slag met je competenties? Volg de online training ‘In drie stappen naar je droombaan

Hoe herken je een mismatch?

Natuurlijk kun je niet de hele tijd in harmonie met je behoeften en omgeving leven. Sterker nog, in ieders leven doen zich aan de lopende band kleine misfit-problemen voor. Niks mis mee, zegt kinderarts Remo Largo, want die geven ‘eustress’: positieve stress die je ertoe aanzet om dingen te veranderen. Als de administratie bijvoorbeeld te lang blijft liggen, krijg je vanzelf een onbehaaglijk gevoel waardoor je er uiteindelijk even goed voor gaat zitten. En de behoefte aan bestaanszekerheid weer vervuld is.
‘Maar soms gaat eustress over in distress, negatieve stress, en dat gaat gepaard met heel andere alarmsignalen: terugkerende hoofdpijn, slapeloosheid, soms zelfs een depressie. Distress ontstaat vooral wanneer er prestaties van ons worden verlangd die voorbijgaan aan onze competenties en botsen met onze behoeften. Vaak op het gebied van werk, maar een misfit-situatie kan betrekking hebben op elke basisbehoefte. Te weinig affectie thuis, te weinig erkenning van je partner, te weinig geld op de bankrekening…

Van misfit naar fit

Wie zichzelf beter begrijpt, krijgt meer grip op het leven en zet een grote stap op weg naar een tevreden leven. Naast inzicht zijn vervolgens ervaringen nodig: hoe is het als ik mijn werk net iets anders inricht, zodat mijn competenties beter uit de verf komen? Wat verandert er als ik twee avonden in de week Chinees ga leren in plaats van Netflixen, en zo mijn behoefte aan zelfontplooiing meer aan bod laat komen? Met positieve nieuwe ervaringen kun je ongelukkig makende situaties ombuigen naar omstandigheden die bij je passen.