Ik was negentien, eerstejaarsstudent psychologie en verdiende wat bij als magazijnmedewerker in een verzorgingstehuis. Geen onaardig baantje, leek me. Tot ik na een ochtend hard werken op de binnenplaats even zat uit te blazen en er op de derde etage een raam openzwaaide. Mijn baas. ‘Hollander, wat denk je dat je aan het doen bent?’ bulderde hij. ‘Mijn werk is af,’ riep ik terug. ‘Dus ik dacht: ik ga even in de zon zit…’ Hij onderbrak me: ‘Jij moet niet denken. Jij moet onmiddellijk naar boven komen.’ Verongelijkt sjokte ik naar zijn kantoor, me voornemend om uit te leggen hoeveel ik gedaan had die ochtend. Maar vanachter zijn dwangmatig opgeruimde bureau, ging de tirade gewoon verder. En toen ik eindelijk ook iets mocht zeggen, kon ik niks anders bedenken dan hem te adviseren maar een ander te zoeken. Tevreden liep ik het gebouw uit, haalde een vriend op en besteedde de rest van de middag voetballend in het park. Ik voelde me geweldig.

Sommige keuzes zijn makkelijk, maar vaak ook zijn ze dat niet. Waar wil ik heen op vakantie? Ben ik wel tevreden met mijn werk? Hoe los ik het conflict met mijn vrouw op? Moet ik een andere energieleverancier nemen? Vooral mensen tussen de 25 en 35 hebben zo veel moeite met de stortvloed van beslissingen die ze moeten nemen, dat sprake is van een heuse crisis: de quarterlife-crisis. Ze hebben het materieel goed, ze hebben een leuke vriendenkring, hun grootste doel is om zichzelf verder te ontwikkelen, maar ze hebben geen idee in welke richting. Omdat ze niet weten wat ze écht willen, zijn ze bang de verkeerde keuzes te maken.

Hoe weet je eigenlijk ‘wat je wilt’? Waarom leer je dat niet op school? De belangrijkste kennis die er is, is zelfkennis, maar dat vak staat nergens op het lesrooster. Op school leer je hoe je de oppervlakte onder een parabool moet uitrekenen, je leert in welke aardlaag olie zich bevindt, maar je leert niks over jezelf. Dat moet je – haha – zelf doen.

Om meer inzicht te krijgen in wie je bent en wat je écht wilt, is er een groot aantal methoden. Een ervan kwam me zomaar aanwaaien. Op een mooie zomeravond belde er een wat morsig geklede heer bij me aan die zich voorstelde als ‘levensadviseur’. Hij zei me dat ik alles zou kunnen bereiken in het leven als ik hem daarvoor in de arm zou nemen. Omdat ik zijn van schoorsteenvegers afgekeken methode om bij wildvreemde mensen aan te bellen niet erg serieus nam, wilde ik me ervan afmaken. ‘Ik wil binnen een jaar tien miljoen op de bank,’ riep ik een beetje flauw. Maar zo werkte het niet. Zijn methode was die van het visualiseren. Ik moest door middel van dagdromen mijn ideale toekomstbeeld schetsen, en dan zou hij een plan maken om dat visioen te verwezenlijken. Omdat ik de man een onprettig type vond, zei ik volkomen gelukkig te zijn, maar nadat hij was vertrokken, probeerde ik zijn methode toch eens uit. Hoe stelde ik mij het ideale leven eigenlijk voor? Ik zag een huis met uitzicht op zee. Ik zag mezelf op een houten veranda, met een glas witte wijn. Ik zag mooi weer en een leeg strand. En ik dacht: tsja, als ik dat echt graag zou willen, dan zou ik dat inderdaad kunnen bereiken. Maar wil ik het écht? Wil ik echt een huis aan zee, of zegt dit beeld iets anders over mezelf? Waarom is dat huis zo groot? Waarom staat er niks anders in de buurt? Waarom ben ik alleen? Waarom drink ik?

Ook Phillip McGraw, beter bekend als de tv-psycholoog Dr. Phil, bedacht een methode om meer inzicht te krijgen in jezelf. Hij raadt ons aan om alles wat we in ons leven hebben meegemaakt, alles wat we hebben gedaan en iedereen die we hebben ontmoet, terug te brengen tot: tien doorslaggevende momenten, zeven cruciale keuzes en vijf centrale personen. Dr. Phil: ‘Als je er goed over nadenkt, is dat niet zo gek als het klinkt. Een piloot van een luchtvaartmaatschappij beschreef me zijn werk eens als uren en uren van volstrekte verveling, onderbroken door momenten van pure paniek. Zit het echte leven niet precies zo in elkaar? Dag na dag routine en monotonie, onderbroken door allesbepalende, cruciale en centrale gebeurtenissen waarvan sommige in een oogwenk plaatsvinden.’

Dus stelt hij voor die doorslaggevende momenten, cruciale keuzes en centrale personen eens op een rijtje te zetten. Hij voorspelt dat een aantal je zelfbeeld en ‘authentieke ik’ versterkt heeft, terwijl andere je authenticiteit vergiftigd hebben en je zelfbeeld aangetast. ‘Maar,’ zegt Dr. Phil, ‘je zult versteld staan van de duidelijke blik die je op het leven krijgt als je er eens van een afstand naar kijkt. Als de alledaagse details wegvallen en alleen de belangrijke gebeurtenissen en mensen naar voren worden gehaald.’

Ik heb ze allemaal op papier gezet: de mensen, de momenten en de keuzes. Een van mijn cruciale keuzes was de beslissing als eerstejaarsstudent om de baas die me uitfoeterde in zijn sop te laten gaarkoken. Nu, jaren later, besef ik waarom dit moment nog altijd zo scherp op mijn netvlies staat. En waarom ik ook in andere situaties voor vrijheid koos boven status, geld of zekerheid. De drang naar vrijheid zegt iets wezenlijks over mij. Als ik die ooit zou onderdrukken, zou ik erg ongelukkig worden. Vandaar dat ik heel lang freelance heb gewerkt, zodat ik zelf kon beslissen welke klussen ik aannam en welke niet. Tot ik bij een uitgeverij op een positie werd aangenomen waarin ik weinig met een baas te maken zou hebben.

Dat vrijheid essentieel is voor me, beïnvloedt ook andere keuzes. Zo zal ik nooit een huis kopen met een hoge hypotheek, omdat ik dan té afhankelijk word van mijn inkomen. Ik hou niet van clubjes die op een vaste avond in de week bijeenkomen. En op welk tijdstip ik van mijn werk thuiskom is voor mijn gezin vaak een verrassing. Dat heb ik moeten bevechten, omdat dat écht belangrijk voor me is. Zo kwam ik waarschijnlijk ook aan het droombeeld van een huis met uitzicht op zee: niet omdat ik dat huis zo graag wil hebben, maar vanwege het gevoel van ruimte en vrijheid dat dit beeld bij me oproept.

Een van mijn centrale personen is mijn jeugdheld: oom Paul. Ik bewonderde hem mateloos omdat hij uitvinder was. Op de fabriek waar hij werkte, was hij fulltime bezig met slimme innovaties, en in zijn vrije tijd eigenlijk ook. Zijn grote passie was het bouwen van een vliegfiets, waarmee hij – zonder motor – een mijl wilde vliegen in de vorm van een acht. Als hem dat als eerste lukte, dan zou hij een miljoen dollar verdienen, uitgeloofd door een excentrieke Japanner. Helaas was iemand hem voor en gingen het geld en de eer zijn neus voorbij.

Dertien jaar geleden overleed oom Paul, maar zijn vernuft en zijn creativiteit inspireren me nog altijd. Mede door oom Paul ben ik wie ik ben, en mede door oom Paul maak ik de keuzes die ik maak.

Dr. Phil voorspelt dat wie eerlijk en grondig aan de slag gaat met zijn belangrijke momenten, keuzes en personen, een duidelijker beeld van zichzelf krijgt. Wie ze overzichtelijk op een paar A-viertjes zet, is een enorme stap verder in de zoektocht naar zijn authentieke ik. En met een duidelijk beeld van je authentieke ik, wordt het een fluitje van een cent om de juiste keuzes te maken. Leidraad daarbij is om te zorgen dat je dingen kiest die passen bij wie je bent. Voor een baan is een goeie ‘person-environment fit’ cruciaal. Volgens arbeids- en organisatiepsychologe Annelies van Vianen is de krachtigste voorspeller of mensen gelukkig zijn in hun werk, dat de waarden van een persoon passen bij de waarden van een bedrijf. Ze onderscheidt bijvoorbeeld adaptieve en innovatieve organisaties en personen. Adaptieven zijn meer sociaal gericht en hechten waarde aan structuur, betrouwbaarheid en vriendelijkheid in de werksfeer. Innovatieven zijn meer inhoudelijk gericht, werken graag onder druk en ervaren vaste structuren eerder als belemmerend. Omdat ik een innovatief persoon ben, voel ik me thuis in een innovatieve functie bij een innovatieve organisatie als een uitgeverij. Terwijl een ander hier misschien doodongelukkig zou zijn. Toch gebeurt het nogal eens dat iemand vastloopt in een baan die objectief gezien hartstikke leuk is, behalve dan dat hij absoluut niet aansluit bij iemands persoonlijkheid.

Ook voor relaties geldt dat mensen gelukkiger zijn naarmate ze beter bij elkaar passen. Dat klinkt simpel, maar dat is het niet. Je weet dat immers pas als je je in jezelf en in elkaar hebt verdiept, en dat is veel werk. Dus gebeurt dat, zeker in het begin van een liefdesrelatie, maar zelden. We lopen liever met een roze bril op. En kijk eens naar hoe we trouwen! We zijn maanden bezig met het plannen van de ceremonie en het feest, een gebeurtenis van een paar uurtjes, maar hebben nauwelijks oog voor wat daarna komt: het huwelijk. We besteden meer tijd aan de trouwkleding, de uitnodiging en de locatie (de buitenkant), dan aan elkaars dromen en verwachtingen. Dus vinden de echte gesprekken meestal pas plaats als het misgaat. In relatietherapie.

De Dalai Lama heeft een goeie vuistregel voor keuzeproblemen. ‘Ik ben echt dol op supermarkten omdat ik er zoveel mooie dingen kan zien,’ meldt de geestelijk leider. ‘Wanneer ik dus naar al die verschillende artikelen kijk, ontwikkel ik een gevoel van verlangen, en ik ben dan misschien geneigd te zeggen: “O, ik wil dit, ik wil dat.— Dan komt er een tweede gedachte bij me naar boven en stel ik mezelf de vraag: “Heb ik dit echt nodig?— Het antwoord luidt meestal: “Nee—.’ De belangrijkste vraag die de Dalai Lama zich dan ook altijd stelt, is: ‘Voegt het iets toe aan mijn geluk?’

Dat laatste deed Clifford Turner waarschijnlijk ook. Turner is een klusjesman uit Massachusetts (usa) die in maart van dit jaar vijftig miljoen dollar won in de loterij. Omdat hij boeddhist is, heeft hij besloten het grootste gedeelte van dit bedrag aan liefdadigheidsinstellingen te schenken. Zichzelf gunt hij 20.000 dollar per jaar. Dat verdiende hij tot nu toe ook en daar is hij gelukkig mee.

Is Clifford Turner gek? Misschien niet. Want wat iemand gelukkig maakt en wat niet, blijkt in het algemeen moeilijk in te schatten. Turner zou echt de eerste loterijwinnaar niet zijn die in een diepe depressie belandt met zoveel geld op zijn bankrekening. Het idee is vaak leuker dan de werkelijkheid. Dus kunt u zich beter vasthouden aan het oude cliché dat het doel minder belangrijk is dan de weg ernaartoe. Wees daarom niet te krampachtig bij de keuzes die u maakt. Probeer ook een beetje ‘zen’ te zijn. Let it be. Of, zoals de Amerikaanse goeroe Byron Katie schrijft: ‘Ik heb gemerkt dat verwarring het enige lijden is. En er ontstaat verwarring als ik me verzet tegen “wat er is—. Als ik volkomen helder ben, is “wat er is— wat ik wil. Dus als ik iets anders wil dan “wat er is—, ben ik erg in de war.’ Picasso zei het nog kernachtiger: ‘Ik zoek niet, ik vind.’

En Picasso had gelijk. Als ik me laat leiden door de rode draad in mijn leven, dan weet ik precies welk van alle mogelijkheden die ik op elk moment weer heb, het best bij me past. Zoeken wordt dan vinden. En met mijn huis aan zee, mijn studentenbaantje en oom Paul voor eeuwig in mijn achterhoofd, komt het met mij wel goed.[/wpgpremiumcontent]