Biologen zijn zakelijker. Wij weten heel goed dat trouw met een korreltje zout moet worden genomen, zelfs bij dieren die levenslange paren vormen. Konrad Lorenz dacht dat zijn ganzen een uitzondering vormden, totdat een van zijn studenten na waarneming van volop avontuurtjes hem kwam vertellen dat ganzen ‘ook maar mensen’ zijn.

Training

Van single
naar samen

  • Leer wat je valkuilen zijn in de liefde
  • Ontdek welk relatietype je bent
  • Kom erachter wat voor partner bij je past
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

Onlangs hebben twee studies geprobeerd de oorsprong van monogamie te achterhalen. De ene studie ging uit van honderden primatensoorten, de andere van duizenden zoogdieren. Vogels waren weggelaten, omdat bij hen paarvorming tien keer zo vaak voorkomt en dus van een andere orde is.

Er is altijd gedacht dat paarvorming vooral dient om het mannetje te betrekken bij de zorg voor nakomelingen. Dat lijkt goed voor iedereen, maar waarom komt vaderzorg dan zo weinig voor? Beide studies zagen het als bijzaak en keken vooral hoe mannetjes zich aanpassen aan de manier waarop vrouwtjes aan de kost komen.

Vrouwtjes worden vaak de ‘ecologische sekse’ genoemd omdat zij het meest afhankelijk van de omgeving zijn. Ze moeten voldoende te eten krijgen om hun jongen te kunnen grootbrengen. Bij sommige soorten betekent dit dat vrouwtjes verspreid leven, want de concurrentie is te groot voor groepsvorming. Als voedsel moeilijk te vinden is, zoals voor de rode vos of blauwe duiker, een kleine antilope, is een vrouwtje gewoon beter af zonder andere moeders in de buurt.

Mannetjes passen zich daaraan aan. Bij hen draait het erom hoeveel vrouwtjes ze kunnen bevruchten, zodat hun genen de volgende generatie bereiken. Als vrouwtjes groepen vormen, kan één enkel mannetje hen opeisen en andere mannetjes verjagen of domineren. Maar als vrouwtjes verspreid zitten, gaat dat natuurlijk niet. Dan is een mannetje beter af door zich volledig op één vrouwtje te storten, constant bij haar te blijven, en eventueel de jongen te beschermen en mee groot te brengen.

Dat doen bijvoorbeeld de klauwaapjes, kleine Zuid-Amerikaanse primaten: de vaders dragen de jongen nog vaker dan de moeders, en zijn in elk opzicht uitstekende verzorgers van de tweelingen die ze krijgen. En het geldt ook voor de gibbons, waar mannetje en vrouwtje hoog in de bomen duetten zingen – een van de mooiste geluiden in het dierenrijk – om andere gibbons duidelijk te maken hoe onwelkom ze zijn. Hoe langer een paar samen is, hoe beter hun stemmen op elkaar zijn afgestemd.

Basistraining

Versterk je relatie

  • Leer kijken naar de patronen in je relatie
  • Ontdek hoe je negatieve patronen kunt doorbreken
  • Met inspirerende video's en artikelen
bekijk de training
Nu maar
€ 35,-

Om de paarband te zien als een mannelijke aanpassing aan vrouwelijke isolatie is helaas niet erg romantisch. En geeft ook geenszins antwoord op de vraag waar de menselijke monogamie vandaan komt, want vrouwen leven nergens ter wereld geïsoleerd. In feite denken maar weinig biologen dat mensen van nature monogaam zijn. Daarvoor is het verschil tussen mannen en vrouwen te groot; mannen zijn gemiddeld 15 procent zwaarder – en bij echt monogame soorten zijn man en vrouw ongeveer even groot, zoals bij klauwaapjes en gibbons.

Onze gezinsstructuren zijn ook te variabel: ze variëren van een man met meer vrouwen tot het omgekeerde. Het menselijke gezin lijkt eerder een cultureel product, hetgeen verklaart waarom het omgeven is met zulke zware morele regels. Dat zou niet nodig zijn als het allemaal van nature kwam.

Om over trouw nog maar te zwijgen – want wat dat betreft zijn we net ganzen.