Als je jonge baby’s uiteenlopende figuren toont, kijken ze het eerst en het langst naar wat lijkt op een gezicht. Je zou het instinct kunnen noemen, want kinderen zijn geprogrammeerd om contact te maken. Kijken naar de ogen is een appèl op de ouders om te reageren; om te praten met en te lachen tegen de baby. Ontwijkt de moeder het oogcontact, bijvoorbeeld omdat ze depressief is, dan gaat ook de baby vaak depressieve verschijnselen vertonen. De ontwikkeling van de babyhersenen blokkeert dan.

Naar gezichten kijken doen jonge baby’s ook als oefening. Zo leren ze gezichten herkennen. Jonge baby’s zien nog niet scherp. Ze signaleren vooral de contrasten en contouren van het gezicht. En juist dat is een groot voordeel. Zo raken ze vertrouwd met de verhoudingen van ogen, neus, mond, kin en wangen, terwijl ze nog niet worden afgeleid door moedervlekken en rimpeltjes. Baby’s die bij de geboorte niet kunnen zien, houden – ook als het probleem na een paar maanden wordt verholpen – hun hele leven moeite met gezichtsherkenning.

Mark Mieras is wetenschapsjournalist en schrijver van de breinboeken Liefde en Ben ik dat?

Heeft u ook een vraag voor Mark? Mail ‘m aan kortsluiting@psychologiemagazine.nl