Nancy Segals boek is Engels talig, 400 pagina’s dik en is de neerslag van haar levenswerk als hoogleraar ontwikkelingspsychologie en directeur van het Twins Studies Center van de California State University. Het boek leest als een trein.

Basistraining

Versterk je relatie

  • Leer kijken naar de patronen in je relatie
  • Ontdek hoe je negatieve patronen kunt doorbreken
  • Met inspirerende video's en artikelen
bekijk de training
Nu maar
€ 35,-

Het Nederlandstalige werk Over tweelingen gesproken van Frits de Waard telt 200 pagina’s en is geschreven toen hij met emeritaat was na zijn hoogleraarschap in de epidemiologie, met name van kanker. Tweelingen zijn dus niet zijn vakspecialisme. Het boek van De Waard leest iets minder snel, vanwege de soms wat formele, houterige schrijfstijl.

Een overeenkomst tussen beide auteurs is dat ze deel van een tweeling zijn: Nancy Segal heeft Anne, en Frits de Waard heeft Ad. Het is duidelijk dat ervaringsdeskundigen aan het woord zijn: ze kennen het thema van hun werk van binnenuit, herkennen zich in de literatuur en doorspekken hun boek met eigen ervaringen en leuke anekdotes.

De onderzoeksoverzichten van Segal en De Waard vertonen veel overlap. De genetica komt bij beide auteurs uitgebreid aan de orde, de ontwikkeling tot een- of twee-eiige tweeling, tweelingonderzoek als methode om het nature/nurture- debat te ontrafelen, de biologische en psychologische verschillen tussen tweelingen en eenlingen.

Verdere overeenkomsten vertonen de auteurs in hun beschrijving van de ‘andere kant van het tweeling-zijn’. Beiden zijn daarin zeer summier, omdat er weinig literatuur over is; in feite maar één belangrijke bron. Het werk van de Zweedse psycholoog Torsten Hus‚n (uit 1959) dat De Waard als bron noemt, is sterk geïnspireerd door het werk uit de jaren dertig van een pionier uit het tweelingonderzoek, de Duitse hoogleraar Helmut von Bracken die door Segal wordt aangehaald.

Von Bracken schreef over de onderlinge verhouding van en strijd tussen tweelingen en vond in zijn onderzoek dat een eiigen veel meer aan elkaar gehecht zijn dan twee-eiigen. Ze vinden elkaar aardiger en hebben een grotere behoefte zaken harmonieus op te lossen. Ze kunnen daardoor veel beter met elkaar samenwerken dan twee-eiigen, die elkaar vaak minder goed kunnen uitstaan en een sterke behoefte hebben om de strijd met elkaar aan te binden en elkaar af te troeven.

Nancy Segal deed Von Brackens onderzoek dunnetjes over en liet identieke en twee-eiige tweelingen puzzels oplossen. ‘The identical twins demonstrated greater cooperation during this activity than the fraternal twins, as expected,’ aldus Segal. Bovendien losten de eeneiige tweelingen de puzzels vaker succesvol op dan de twee-eiigen. Haar conclusie uit deze en andere onderzoeken luidt dat tweelingen in het algemeen net zo zelf-gericht zijn als eenlingen, maar dat identieke tweelingen in de samenwerking met de ander beter hun op zichzelf gerichte gedrag kunnen afremmen dan twee-eiigen en eenlingen.

De ‘andere kant van het tweeling-zijn’ komt ook tot uitdrukking in het leed van de twinless twin: de tweelinghelft die zijn broer of zuster heeft verloren. De Waard stipt dit onderwerp slechts zijdelings aan, maar Segal wijdt er een apart hoofdstuk aan. Zij heeft daar met haar collega’s uitgebreid onderzoek naar gedaan en geeft deels gevalsbeschrijvingen en deels onderzoeksresultaten. Haar concluderende beschrijving overstijgt daarbij het pure tweelingonderzoek, omdat ze het in een breder – evolutionair – perspectief plaatst. ‘In evolutionaire termen uitgedrukt is de intrigerende kern van de zaak bij het verlies van een tweelinghelft, dat identieke tweelingen dichter bij elkaar staan dan bij hun eigen kinderen

– met andere woorden het verlies van een kind is verwoestend, maar het verlies van een tweelinghelft is voor hen nog traumatischer. Twee-eiige tweelingen daarentegen hebben ongeveer even veel verbondenheid met hun kinderen als met hun tweelinghelft, dus het verlies van een kind en van een tweelinghelft moet voor hen even ingrijpend zijn. Ik wil hiermee niet suggereren dat twee-eiige tweelingen meer lijden onder het verlies van hun kinderen dan eeneiige tweelingen, maar dat het lijden na het verlies van je identieke tweelinghelft het lijden overstijgt van de meeste, ja zelfs alle andere verliezen.’ Dit citaat onderstreept dat Segals boek niet alleen over tweelingen gaat, maar ook over de wortels van ons gedrag. Het boek draagt dan ook de terechte ondertitel: Twins and what they tell us about human behaviour.

Segal, N.L. (1999) Entwined lives. Twins and what they tell us about human behavior. New York: Dutton Books – Penguin.

De Waard, F. (2000) Over tweelingen gesproken. Soesterberg: Aspekt.[/wpgpremiumcontent]