Het is in dit licht dan ook geen verrassing dat in de jaren zeventig van de bestseller The Exorcist wereldwijd twintig miljoen exemplaren zijn verkocht. De auteur William Peter Blatty voert in dit boek een achtjarig meisje op met een meervoudige persoonlijkheid. De geraadpleegde psychiaters bijten er hun tanden op stuk en kunnen geen bevredigende verklaring vinden. Alleen de conclusie dat sprake is van bezetenheid door de duivel blijft over en er vindt een schokkende duiveluitdrijving plaats die het meisje redt, maar de exorcist het leven kost.

Blatty’s impliciete boodschap is dat er zaken zijn waar de wetenschap geen raad mee weet. Het boek mag dan gewaardeerd worden om de ‘ontspannende spanning’, als we in het dagelijks leven geconfronteerd worden met een buurman die ineens drie verschillende persoonlijkheden blijkt te bezitten, is een nuchtere psychologische verklaring toch aantrekkelijker.

De Franse fysioloog en latere Nobelprijswinnaar Charles Richet onderkende dit al in 1880: ‘Wanneer men een dergelijk spektakel waarneemt, is het niet verwonderijk dat de naïeve, bijgelovige mensen uit de Middeleeuwen hierin de interventie zagen van een kwade geest, (…) maar ook al lijkt deze stoornis vreemd en verrassend, toch kan bevestigd worden dat zij beantwoordt aan de wetten van de natuur en níet aan de fantasie van 7.405.926 duivels uit de hel.’

Richet en de psychologen na hem gaan er vanuit dat wat men vroeger duivelsbezetenheid noemde, een verkeerde interpretatie was van een psychologisch proces. De Belgische seksuoloog en theoloog Stefaan Baeten laat in 1998 in zijn proefschrift aan de hand van literatuuronderzoek zien dat het onderscheid niet altijd even scherp is als men zou wensen. Volgens hem vertoont het exorcistisch ritueel duidelijke parallellen met de moderne behandelingstechniek voor de meervoudige persoonlijkheidsstoornis (mps).

Alter ego

De kenmerken van mps zijn op z’n minst verbazingwekkend te noemen. De eerste beschrijvingen van deze stoornis werden wederom regelrechte bestsellers. Het meest opvallende van mps is het bestaan van twee of meer persoonlijkheidstoestanden, die scherp van elkaar te onderscheiden zijn. Delen van de persoon leiden als het ware een afzonderlijk leven, met een eigen voorgeschiedenis, zelfbeeld en (geslachts)identiteit, en vaak ook een eigen naam. Deze verschillende identiteiten, ook wel ‘alters’ genoemd, kunnen zich van elkaar onderscheiden door verschillen in spraak, gedrag, handschrift en kleedgewoonten. Zelfs wisselingen in links- en rechtshandigheid komen voor. Verschillen tussen de alters zijn niet alleen met het blote oog, maar ook objectief vast te stellen. Met behulp van fysiologische meetapparatuur wordt duidelijk dat zij verschillend reageren op medicatie, alcohol en voedsel.

Het aantal deelpersoonlijkheden kan sterk variëren. Twintig alters binnen een persoon zijn geen zeldzaamheid, en in uitzonderlijke gevallen kan dit aantal oplopen tot meer dan honderd. Volgens diverse auteurs zijn er binnen deze veelheid van alters wel verschillende prototypes te onderscheiden. De belangrijkste daarvan zijn de kind-alters, de agressieve alters, de helpers en beschermers, de suïcidale alters en de promiscue alters. Soms zijn alters zich bewust zijn van het bestaan van andere alters, maar vaak ook niet.

Een ander duidelijk kenmerk van mps is dat cliënten zich belangrijke persoonlijke gegevens vaak niet kunnen herinneren. Het is dan voor de therapeut onmogelijk om een volledig en samenhangend beeld te krijgen, omdat er informatie ontbreekt in het verhaal van de cliënt en omdat hij of zij soms tegenstrijdige dingen vertelt. Deze lacunes in het geheugen worden ook wel omschreven als ‘amnesie’.

Trauma en dissociatie

Het verhaal van Jeanne Fery, dat beschreven is in een document uit 1586, laat zien dat de begrippen alter en duivel tot op zekere hoogte overeenkomsten vertonen. Stephen Baeten vat haar verhaal als volgt samen:

Op vierjarige leeftijd wordt Jeanne door haar vader overgeleverd aan de macht van de duivel. Deze laatste stelt zich voor in de gedaante van een jongeman die vraagt om haar vader te worden. Jeanne bezwijkt voor de duivel en al snel komen er meer duivels opdagen, die haar aansporen haar geloof op te geven en zich over te geven aan allerlei wereldlijke genoegens. Op veertienjarige leeftijd treedt zij binnen bij de kloosterorde van de ‘zwarte zusters’. Twee jaar later maakt een hele reeks duivels zich meester van haar lichaam en haar zintuigen. Deze duivels spreken door haar mond, doen haar vlees eten op onthoudingsdagen, halen haar over haar religieus gewaad uit te trekken en allerlei zondige handelingen te verrichten. Een eerste reeks exorcismen brengt geen oplossing. De crisissen worden alleen maar erger. Jeanne vertoont verstijvingen, convulsies (toevallen), geheugenverlies, gebrek aan eetlust en ze onderneemt een poging tot zelfmoord. Tijdens een van de exorcismen komt Jeanne, na de uitdrijving van een van de duivels, in een toestand waarin ze praat en redeneert als een klein kind. Na de verjaging van alle duivels en uiteindelijk ook van de duivel-vader die haar als eerste verleidde, komt Jeanne tot rust.

Het ligt voor de hand om dit verhaal te interpreteren in de termen van een meervoudige persoonlijkheid. Als Jeanne spreekt als een kind, is niet de duivel, maar haar kindalter aan het woord. Ook andere klinische kenmerken van mps zijn in haar verhaal aanwezig: amnesie, suïcidaliteit, slaap- en eetstoornissen en lichamelijke klachten. Een middeleeuws mysterie wordt zo herleid tot een ziektebeeld uit de DSM-IV, het diagnostisch handboek voor psychiaters.

Exorcisme in de praktijk

De oorzaak van de bezetenheid van Jeanne laat zich aan de hand van de theoretische kennis over mps eveneens goed duiden. Tegenwoordig wordt in bijna alle onderzoeken verwezen naar trauma’s als een van de belangrijkste oorzaken van het ontstaan van mps. Meestal gaat het dan om zwaar seksueel misbruik en/of mishandeling, en incestslachtoffers nemen binnen deze groep een belangrijke plaats in. Als een slachtoffer het trauma niet kan verwerken, wordt het afgesplitst uit het dagelijks bewustzijn. Dit afweerproces noemt men dissociatie. Men duidt de meervoudige persoonlijkheidsstoornis daarom tegenwoordig ook wel aan als een dissociatieve identiteitsstoornis, omdat dit benadrukt dat de persoon er niet in slaagt de verschillende gebeurtenissen in zijn leven in één verhaal onder te brengen. Jeanne Fery had waarschijnlijk ook genoeg redenen om te dissociëren. Er zijn verschillende aanwijzingen voor lichamelijke mishandeling en seksueel misbruik. Zo hielp de duivel ‘Garga’ Jeanne het slaan niet te voelen en ook de link tussen seksueel misbruik door haar vader en Jeanne Fery’s verleiding door de duivel ‘Corneau’ is vervolgens gelegd.

De middeleeuwse bezetenheid en de twintigste-eeuwse meervoudige persoonlijkheidsstoornis hebben dus vergelijkbare verschijningsvormen, maar gelukkig is de behandeling tegenwoordig heel wat beter geregeld. De exorcistische rituelen die in vroegere tijden dienden om de duivel uit te drijven, bezorgen ons nu koude rillingen. De weliswaar gewijde, maar toch brandende kaars die in het vlees van de bezetene werd gedrukt, een lichaam dat protesteerde met hevige stuiptrekkingen en vervolgens begon te zweven – niets van dat alles herkennen we terug in de huidige praktijk. Dat lijkt een geruststellende gedachte, maar Baeten somt daarnaast toch onrustbarend veel overeenkomsten op.

Zo diende de exorcist zich te houden aan strikte regels en volgde hij welbewust een bepaalde procedure, die onmiddellijk doet denken aan de hedendaagse werkwijze. Voor de exorcist was het zaak eerst te achterhalen of er sprake was van één duivel of van meerdere duivels. Het was belangrijk te weten welke plaats de afzonderlijke duivels hadden in de rangorde en met welke naam zij aangesproken wilden worden. Ook informeerde de exorcist wanneer de duivels bezit hadden genomen van het lichaam en hoe zij konden worden uitgedreven. Daarbij was het belangrijk dat de exorcist omzichtig te werk ging. Het beste was het om de duivel te charmeren, en nooit direct te spreken over het lijden dat hij veroorzaakte. Rechtstreekse confrontatie met de wortels van het kwaad was uit den boze.

De sacrale symbolen en heilige plaatsen zijn inmiddels vervangen door de hypnosetechniek en moderne therapieruimten, maar veel psychotherapeuten proberen ook nu nog als eerste uit te vinden hoeveel alters opgeroepen kunnen worden. Wanneer tijdens de behandeling een nieuwe alter verschijnt, wordt eerst de naam gevraagd en informeert de therapeut naar de plaats die de alter inneemt in de hiërarchie. Ook hij vraagt vervolgens naar het tijdstip waarop deze alter ontstaan is. Zoals de exorcist de duivels charmeert, zo probeert de therapeut een goede relatie met de alters op te bouwen. Juist omdat de alters zijn gevormd om het slachtoffer tegen pijnlijke herinneringen te beschermen, zal harde confrontatie met het trauma alleen averechts werken. De verwerking van de trauma’s geschiedt in fasen, en het spectaculaire uitdrijven van de duivels uit zich nu door het op een ‘democratische’ wijze fuseren van de alters tot een geheel.

Een tijdgebonden diagnose

Leden door de duivel bezetenen in wezen aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis? Of, en dat klinkt veel mysterieuzer, zijn mensen die de diagnose ‘meervoudige persoonlijkheidsstoornis’ hebben gekregen door demonen bezeten? Na bestudering van de geschiedenis op dit terrein, blijkt de heersende tijdgeest te bepalen wat daarop het antwoord is. Want tussen de bezetenheid en meervoudige persoonlijkheid, ligt nog een reeks andere ziektebeelden. In de vorige eeuw deelde Richet de bezetenheid in bij de hysterie, enkele decennia later heette het schizofrenie, daarna weer manische-depressiviteit, vervolgens borderline en ten slotte wordt het als een meervoudige persoonlijkheidsstoornis bestempeld. Het ziektebeeld lijkt zich probleemloos te voegen naar het heersende denkmodel in een bepaald tijdperk. Of, zoals Baeten zegt: ‘Wetenschappers verklaren niet zozeer de werkelijkheid, alswel hun ideologische beeld daarvan.’

Het is dan ook maar de vraag of de diagnose ‘meervoudige persoonlijkheidsstoornis’ definitief is. In een nieuw tijdperk zullen wetenschappers de subjectieve werkelijkheid waarschijnlijk ook inrichten naar hun eigen inzicht. Zoals religie op sommige gebieden heeft plaatsgemaakt voor psychologie, zo zal misschien een volgende generatie de huidige psychologische verklaringen terugplaatsen in de geschiedenisboeken.

De meervoudige persoonlijkheidsstoornis is pas kort geleden als ziektebeeld in de diagnostische handboeken opgenomen, maar heeft een lange voorgeschiedenis onder de noemer bezetenheid. Deze godsdienstige interpretatie heeft inmiddels plaats moeten maken voor een psychologische, maar het raadsel is hiermee allerminst opgelost.[/wpgpremiumcontent]