Een succesvolle therapie kan delen van het brein doen krimpen.
Dat stelden Zweedse onderzoekers vast bij patiënten met een sociale fobie die negen weken cognitieve gedragstherapie via internet hadden gekregen. De proefpersonen ervoeren daarna niet alleen minder angst, maar hadden ook minder zenuwcellen in hun amygdala. Dat hersengebied is overactief bij angststoornissen. Ook reageerde hun amygdala minder heftig op situaties die hun voorheen veel angst aanjoegen, zoals spreken voor publiek.

Neuroplasticity in response to cognitive behavior therapy for social anxiety disorder, Translational Psychiatry, februari 2016