Mijn eerste en scherpste herinnering aan een verkeerde zoninschatting dateert van rond mijn zesde. Het was slecht – maar voor mij dus goed – weer; de regen stroomde met bakken uit de lucht. Mijn ouders besloten me een dagje mee te nemen naar Ameland, om lekker uit te waaien. Alleen: toen we daar eenmaal waren aangekomen, begon de zon te schijnen. Ik had handschoenen aan, maar daar had de zon maling aan. Acht weken lang heb ik met paarse, gezwollen handjes rondgelopen. Mijn vingers waren zo dik als mijn vaders duim. Ik kon nog geen lepel vasthouden. Tot op de dag van vandaag heb ik een hekel aan eilanden.’

Suzanne Talens (19) is allergisch voor daglicht. Hoe feller het licht, des te heftiger reageert haar lichaam. Waagt ze zich in de lentezon, al is het maar een paar minuutjes, dan pakken jeukende blaren zich samen op haar armen, gezicht en andere onbedekte lichaamsdelen. Met een beetje pech ligt ze de rest van de week op bed met brandende, stekende pijn in haar huid. Een zomerse picknick zit er voor haar niet in. Zélfs niet onder een boom.

‘Ik ben niet alleen allergisch voor direct daglicht, maar ook voor indirect. Ook onder een

Log in om verder te lezen.