Ze haalt de clip uit haar volle bos haar, schudt haar hoofd, rommelt de boel nog erger door elkaar en propt de clip weer terug. Olga Zuiderhoek (58) praat met grote gebaren, vrij associërend van het ene naar het volgende onderwerp. Ze schuift heen en weer op haar stoel, zoekend naar de juiste woorden. Nog een paar maanden repeteren, dan staat ze in een nieuw toneelstuk, Brak. ‘We spelen twee oude zussen, die hun hele verdere leven tot elkaar veroordeeld zijn. Ze zijn welbespraakt, en willen graag wat kwijt over elkander. Zo gaat dat bij zusters, die durven elkaar de waarheid te zeggen.’

Haar inspiratie haalt ze gedeeltelijk uit de intieme band met haar eigen twee zussen. ‘We kunnen kinderlijke ruzies maken, het gedrag van vroeger kruipt er meteen weer in. Als we samen zijn, vind ik namelijk dat zij het altijd met mij eens moeten zijn. Dat we voor het Zuiderhoek-denken moeten staan. We zijn door onze moeder opgevoed, zonder vader. Daardoor hebben we alledrie heel erg het gedachtegoed van onze moeder overgenomen. Dat gaat over heel normale dingen, hoor, dat je niet tegen homo’s bent en dat je niet naar gehandicapten mag loeren enzo. Maar mijn zussen denken natuurlijk wel eens anders dan ik.’

Ze propt haar handen in de mouwen van haar trui en haast zich te zeggen dat ze er niets ‘zieligs’ mee bedoelt, dat ze zonder vader is opgegroeid. Haar vader was tropenarts in Indonesië, in de tijd dat er net een medicijn tegen lepra was uitgevonden. Hij werkte er al toen Olga in 1946 werd geboren, en haar ouders gingen een paar jaar later uit elkaar. ‘Ik heb daar geen last van gehad, hoor. Geen onverwerkte trauma’s.’

Hoewel? Ze herinnert zich nog wat de psychiater zei, bij wie ze ooit een paar maanden in therapie was. Ze hadden het over haar afwezige vader en haar moeder, die overleed toen ze begin twintig was. De psychiater heeft toen gezegd: ‘Dat is niet de bedoeling voor een kind.’ Die uitspraak heeft ze altijd onthouden.

En als je echt per se dieper wilt graven: ‘Je zou kunnen denken dat ik misschien bij mannen wel een vaderfiguur zoek – maar dat hebben zoveel mensen. Ik hou wel van volwassen mannen, die de boel een beetje doorhebben. Ik wil graag iemand naast me die beter weet hoe het in elkaar steekt dan ik.’ Ze is al 22 jaar samen met musicus Willem Breuker. ‘Hij weet dingen van cultuur, politiek, bankzaken. En hij weet hoe slecht mensen zijn, ik niet.’

Orde in de chaos

We zitten aan tafel in een aangenaam rommelige keuken. Achter haar een prikbord met omgekrulde foto’s, slordig opgeprikte herinneringen aan een heel leven. Olga op het toneel met een grote krullenpruik, Ischa Meijer die in pyjama reikt naar een fles op de bovenste plank. ‘Mensen denken vaak dat ik chaotisch ben. Maar Ischa heeft een keer gezegd – eigenlijk praat ik niet graag over dooien want dat lijkt zo name-dropperig – maar hij zei: “Zeg nooit dat jij chaotisch bent, want dat ben je niet.— En zo is het. Ik lijk misschien slordig omdat ik hardop denk. Ondertussen ben ik de boel voor mezelf aan het ordenen. Dat kun je chaotisch noemen, maar ook volledig: ik haal er alles bij, voordat ik het op een rijtje zet. Daar had Ischa gelijk in.’

Ze gaat nooit naar bed zonder dat de keuken is opgeruimd. En straks, als de tournee beëindigd is, pakt ze een grote bak en gooit alle overtollige rotzooi in haar huis weg. ‘Ik hunker naar netjes.’

Overgevoelig

Maar nu is er geen tijd om veel op te ruimen, want alles staat in het teken van de voorstelling. Ook vrienden en familie moeten ervoor wijken. ‘Vlak voor een première kun je gewoon geen andere afspraken hebben. Het is ook een soort alibi. Ik vind het wel prettig om een hele maand te kunnen zeggen: ik kan niet.’

Tijdens een tournee heeft ze al genoeg contact met de spelers. En ook met hen doet ze nooit alles samen. ‘Ik ga bijvoorbeeld vrijwel nooit met ze eten, dat wordt me te veel. Eerst met elkaar in de bus, dan nog eens het leuk hebben aan táfel, en dan nog het toneel op… Dat red ik gewoon niet. Ik zit alleen in m’n kleedkamer en doe m’n tekst. Anders word ik gek van mezelf. In een gezelschap ben ik druk, vol ideeën. Anderen maken me druk zonder dat ze dat bedoelen. En dan heeft het geen zin om “ssst— tegen me te zeggen. Ik probeer wel stil te blijven als ik ergens binnenkom, hoor, maar al gauw kijkt iedereen me aan van: “En, hoe gaat het met je?— En ja, dan ga ik dat weer uitgebreid vertellen.

Ik doe druk, maar eigenlijk ben ik best verlegen. Daarom ga je juist in zo’n lichtje staan. Dat hebben jullie psychologen toch bewezen, dat acteurs per definitie verlegen zijn? Dat het toneel een noodzaak is om je staande te houden. Omdat je bang bent om anders helemaal niet gezien te worden. Als ik bij de bakker sta, dringt iedereen voor. Terwijl ik toch niet de kleinste ben. Ik kom er dan niet toe om te zeggen dat ík aan de beurt ben.’

Ze maakt zich druk om onbeleefdheid, om wat ze ‘Benidormmeiden’ noemt. Om vrouwen die tegen haar aanbotsen en dan geen sorry zeggen.

Overgevoelig kan ze zijn. ‘Daar word ik zelf wel een beetje gek van. Dat ik zo’n palet heb van gevoelens, en er altijd wel een knopje wordt ingedrukt. Óf heel enthousiast, óf meteen: “Au, wat doe je me nu aan?— Als je wilt, kun je me zo wegblazen.’

Staat ze daarom zo bekend als tobberig? ‘Diezelfde psychiater heeft nog iets opmerkelijks gezegd: “Het lijkt alsof u leeft van ramp naar ramp.— Dat begreep ik wel. Alsof ik altijd zit te wachten tot er iets ergs gebeurt. Dat ik het bijvoorbeeld normaal zou vinden als m’n vriend bij me weg zou gaan. Terwijl je zou denken: God, wat heeft ze een leuk leven, ik zou er dansend doorheen gaan. Maar dat durf ik niet te geloven. Toch leuk, zo’n inzicht van zo’n psychiater.’

Verder valt het best mee met dat tobberige. ‘Dat is misschien een tijdje geweest, en dat sleept zich dan van interview naar interview. Het is ook iets in mijn gezicht. Als ik voor een foto gewoon rechtuit kijk en niet lach, ook al denk ik aan iets moois, dan blijft mijn kop gewoon op tobberig staan.’

Verantwoordelijkheidsgevoel

In de aanloopfase van een voorstelling bemoeit ze zich sterk met de regie. ‘Dan lijkt het me bijvoorbeeld leuk om in een repetitie een fietsband te plakken: twee bladzijden tekst doen terwijl ik zo in dat water rommel en op zoek ben naar het gaatje. En ondertussen zit mijn tegenspeelster Leny Breederveld me van katoen te geven dat ik vroeger ons broertje heb laten verdrinken. Dat wordt spannend.’

Ze werkt het liefst met regisseurs die het kunnen waarderen dat de spelers meedenken. ‘Dan zegt zo’n regisseur: “Je gaat je gang maar. Moeten we al een fiets laten komen?— Trouwens, die bandenplakkerij gaat er bijna altijd weer uit. Maar het heeft tijdens het repeteren zin gehad, er is iets ontstaan. Dan is onze dialoog heel sterk geworden omdat we de hele tijd boven die fiets uit moesten komen. En dan kan de fiets weg.’

Ze gaat ook graag met het rode potlood door een toneelstuk als ze het te lang of onduidelijk vindt. ‘Ik wil het publiek niet wegjagen, dat is mijn verantwoordelijkheidsgevoel.’ Bij een vaste toneelgroep wil ze niet: ‘Ik ben bang dat ik me dan met alles zou gaan bemoeien. Ik vind het heerlijk dat ik na vier maanden weer een nieuwe groep kan kiezen.’

Thuis wordt nooit over het werk gesproken. ‘Je kunt het proces van het repeteren toch niet uitleggen. Dan deed je maandag iets en dan vragen ze dinsdag: hoe is dat gegaan? Maar dan is dat allang naar de prullenbak, niet interessant meer. Willem begrijpt dat, omdat hij ook repeteert.’

Ze zijn al 22 jaar niet getrouwd. ‘Ik ben nog van de generatie die ophield met dat boterbriefje, en heel kinderachtig houden we dat vol. Ik vind trouwen doodeng, dat voelt voor mij te veel als bezit. En ik vind een ring ook iets hebben van: lekker puh, ik heb een man. Terwijl ik het een groot goed vind als je alleen kunt leven, dat moet je in de eerste plaats kunnen. Dat heeft mijn moeder me wel meegegeven.’

Ouder worden

‘Nederland is een prachtland qua toneel. Nergens is de verscheidenheid van het aanbod zo groot als in Amsterdam, en er worden telkens grenzen verlegd. Zolang er leuke dingen worden gemaakt, ga ik door.’

Het enige dat tegenvalt, is dat ze haar teksten tegenwoordig minder makkelijk in haar hoofd krijgt. ‘Dat wordt zwaarder naarmate je ouder wordt. Vóór iedere voorstelling neem ik nog veel tekst door. Voor de zekerheid. Dat zou ik vroeger nooit gedaan hebben.’ Hoewel, relativeert ze weer direct, het is vooral de angst voor het vergeten – in werkelijkheid leert ze toch weer in één dag vijf A-viertjes voor een televisieserie uit haar hoofd. ‘Misschien ook omdat ik de laatste tijd minder drink. Ik dronk ’s avonds altijd wijn, en dan telde ik de glazen niet. Dat doe ik nu wel. Ik geloof wel dat dat goed is voor de harses.’

Brak door toneelgroep mugmetdegoudentand, tournee van oktober t/m december; regie: Michiel van Erp, spel: Olga Zuiderhoek, Leny Breederveld[/wpgpremiumcontent]