Tablets, mobieltjes: zeker nu we allemaal meer thuis zitten, is het moeilijk grip te houden op de beeldschermtijd van je kind. Maak je je veel zorgen, of wil je een leidraad bij het opstellen van een plan? Houd dan deze vijf dingen in je achterhoofd.

Training

Ontspannen opvoeden

  • Ontdek hoe je als ouder positief en relaxed blijft
  • Omgaan met de emoties van je kind
  • Speciaal ontwikkeld om te volgen op mobiel
bekijk de training
Nu maar
€ 75,-

1. Je bent niet de enige die zich zorgen maakt

Doordat ouders van nu zelf zonder internet zijn opgegroeid, kunnen ze niet teruggrijpen op eigen ervaring om te bepalen of het beeldschermgebruik van hun kind wel normaal is. Het gevolg is dat ze zich op dit terrein massaal onzeker voelen.

Dat bleek uit twee onderzoeken. In het eerste werd aan ouders van basisschoolkinderen gevraagd hoe vaak ze aanliepen tegen een reeks potentieel lastige opvoedsituaties. Van alle mogelijke antwoorden scoorden internet-gerelateerde kwesties het hoogst. Zo gaf meer dan de helft van de ondervraagde ouders aan geregeld te maken te hebben met kinderen die te lang achtereen bezig zijn met diverse media, en zich zonder beeldscherm stierlijk vervelen.
Uit het tweede onderzoek, onder ouders van pubers, kwam de conclusie dat mediagebruik in die leeftijdscategorie nóg meer opvoedstress veroorzaakt. Driekwart van de ouders maakte zich er zorgen over, 63 procent had er geregeld ruzie over, en bijna de helft van de ondervraagden vroeg zich af of hun kind een internetjunkie was.

2. De meeste kinderen zijn niet beeldschermverslaafd

Hoeveel tijd een kind ook aan het wifi-infuus hangt: verslaving is in de meeste gevallen een te sterk woord. Die geruststellende boodschap valt te lezen in het boek Internetverslaving, waarin Nederlandse en Vlaamse deskundigen een helder en leesbaar overzicht geven van dit onderzoeksgebied.

Volgens de auteurs is pas sprake van internetverslaving als mensen de controle over hun beeldschermgedrag helemaal kwijt zijn, waardoor hun dagelijks leven geheel ontwricht is. Minder dan 1 procent van de algehele Nederlandse bevolking zou zover heen zijn.
Daarnaast zou 1 tot 5 procent van de Nederlandse bevolking een problematische gebruiker zijn. Zij hebben te kampen met een gebrekkige controle over hun mediagebruik en slapen slecht, functioneren minder op school of werk, zien hun sociale leven verarmen of ontwikkelen zich – als ze nog jong zijn – sociaal gezien eenzijdig. Dat is natuurlijk zorgelijk.

Maar volgens de auteurs behoort 95 procent van de bevolking tot de ‘normale gebruikers’. Daar valt dus ook het overgrote deel van Neerlands gretig gamende en appende pubers onder. Ze doen gewoon op hun eigen, nieuwe manier wat hun ouders op die leeftijd ook graag deden: eindeloos over ‘niets’ communiceren. Vergeet niet hoe belangrijk het voor pubers is erbij te horen. Het gevoel buitengesloten te zijn kan regelrecht levensbedreigend lijken.

TEST
Doe de test »

Krijgt je kind te veel schermtijd?

3. Het scheelt als je snapt wat je kind doet

Veel ouders hebben geen idee wat hun kinderen op internet uitspoken. Vaak wíllen ze het ook niet weten, is de indruk van psycholoog Tony van Rooij, een van de auteurs van het boek Internetverslaving en onderzoeker bij verslavingsinstelling ivo. ‘Jammer, want als ze zich gewoon eens verdiepten in wat hun kind op internet deed, zouden ze waarschijnlijk minder ongerust zijn. En meer begrip hebben.’

Een voorbeeld van het begrip waar Van Rooij voor pleit: een wedstrijd op internet die uitloopt. ‘Dat kan gewoon gebeuren, daar heeft zo’n kind geen invloed op. Als je dat als ouder weet en er een beetje rekening mee wilt houden, scheelt het al een boel strijd. Maar ben je van de “nu is het klaar”-aanpak en zet je de wifi uit, dan heb je een heel boos kind dat zich niet begrepen voelt. En er zijn aanwijzingen dat zulke keiharde confrontaties het probleem eerder versterken.’

Wat volgens Van Rooij in zo’n geval beter zou werken: ‘Maak duidelijke afspraken, waarin ook ruimte is voor de behoeften van je kind. Bijvoorbeeld: één avond in de week mag je doorgamen, ook als je daarna uit de magnetron moet eten. Maar de andere dagen eet je met ons.’

4. Soms is er wel degelijk reden tot zorg

Oké, je toont begrip, je maakt redelijke afspraken. Wat als je puber die dan stelselmatig overschrijdt? En zijn schoolwerk verwaarloost, niet meer sport, geen vrienden ziet? Misschien wordt het dan toch tijd eens te checken of er wél sprake is van een verslaving. Bijvoorbeeld op gameadviesopmaat.nl. Mocht de uitslag op probleemgedrag wijzen, dan verwijst de site ook door naar hulpverleners in de buurt.

Psycholoog Van Rooij weet dat tijdens de hulpverlening vaak blijkt dat er achter de internetverslaving iets anders schuilgaat. ‘Dan is zo’n kind bijvoorbeeld depressief of heeft het een sociale fobie, autisme of adhd. Ontspoord internetgedrag is soms een coping-strategie; het lijkt de problemen te verlichten.’ En inderdaad, de vraag is dan: wat moet er dan behandeld worden, het probleemgedrag of die achterliggende aandoening?

5. Ook ‘normaal’ mediagedrag behoeft correctie

Dat er in de meeste gevallen geen reden tot zorg is, betekent niet dat je het mediagedrag van je puber verder onbesproken kunt laten. Even op het ding gluren is voor de meeste mensen gewoonweg zó belonend dat ze de verleiding slecht kunnen weerstaan – en dus doen ze het eindeloos.

En als er één leeftijdsgroep gevoelig is voor snelle beloningen, dan is het de puber wel. Hun hersenen zijn nog minder dan die van veel volwassenen in staat tot impulsbeheersing. Dat leidt dus tot slingerend op de fiets whatsappen en de telefoon ’s nachts bij zich houden en reageren op ieder bericht.

Dus houd toch een beetje in de gaten hoe je kind met al die apparaatjes omgaat. Leg op een rustig moment uit waarom sommig gedrag echt onverantwoord is, en spreek duidelijke regels af. Paniek is niet nodig, wat meer gezond verstand wel.

Bronnen o.a.: Behoefte aan opvoedingsondersteuning en de rol van internet daarin, onderzoek door H&S Consult, 2014 / Opvoeden met media, onderzoek van het Nederlands Jeugd Instituut, 2014 / R. van den Eijnden, A. van Rooij e.a., Compulsive internet use among adolescents, Journal of Abnormal Child Psychology, 2010 / N. van der Aa, R. van den Eijnden e.a., Daily and compulsive internet use and well-being in adolescence, Journal of Youth and Adolescence, 2009

Zo help je een kind met oefenen

Pogingen om schermen helemaal weg te houden bij kinderen zijn niet alleen zinloos maar ook schadelijk. Zo kunnen ze immers nooit vaardige cyber-burgers worden, zegt de Amerikaanse kinderpsychiater Jodi Gold.
In een post verwoordt ze het aldus: ‘Een 5-jarige die van zijn fiets valt, pak je ook zijn fiets niet af. Die moedig je aan om weer op het zadel te gaan zitten en te oefenen met balans en coördinatie.’

Ouders die kinderen in deze digitale wereld moeten grootbrengen, hebben last van angst, wantrouwen en onwetendheid. Maar angst, zegt Gold, is een slechte raadgever. Vandaar dat ze een boek publiceerde over de digitale opvoeding van kinderen, Screen smart parenting.

Enkele digitale opvoedtips uit haar boek

  • Verbied je kinderen niet wat je zelf wél doet. Je kind heeft natuurlijk helemaal gelijk als hij boos wordt omdat hij maar een uur beeldschermtijd per dag krijgt, terwijl je zelf uren achter elkaar zit te chatten of gamen.
  • Kijk af en toe mee met wat je kind online doet. Stel je daarbij constructief op: maak complimenten voor een leuke post, bespreek wat er beter had gekund als de toon of een foto minder geslaagd is. Zo leert je kind wat werkt en wat niet.
  • Benadruk het belang van goed gedrag op internet: niet pesten, geen sexting (seksueel getinte boodschappen), geen irreëel beeld van jezelf neerzetten. Bespreek anderzijds de mogelijkheid dat anderen die dingen wél doen. Hoe kan je kind een foute tekst of opgeblazen profiel herkennen?

Laat je kind weten dat hij bij je terechtkan als hij nare dingen meemaakt op internet. Als hij in de problemen komt door foute foto’s, pestgedrag of sexting moet hij erop kunnen vertrouwen dat hij met je kan praten zonder dat er straf volgt.

Stel samen met je huisgenoten digitale regels op en prik ze op een prominente plek aan de wand. Voorbeelden van zinnige afspraken:

  • eerst het huiswerk af, dan pas gamen
  • geen mobieltjes of tablets bij het huiswerk maken
  • naar buiten gaan houdt ook een plek in het dagschema
  • apparaten gaan ’s avonds na negen uur aan de oplader in de keuken; slapen doe je wifi-vrij
  • wachtwoorden deel je niet met anderen, persoonlijke gegevens gaan nooit online