Grensgevallen

‘Het ergste wat je vroeger kon doen, was een patiënt een “borderliner” noemen,’ zegt de Amerikaanse psychiater Antonia New. Borderline stond tot eind vorige eeuw te boek als een vrijwel onbehandelbare persoonlijkheidsstoornis waar weinig over bekend was. Dat bleek al uit de benaming: de term ‘grens’ was niet voor niets gekozen.

Borderline behandelen met schematherapie

Borderline behandelen met schematherapie

Jarenlang werden mensen met borderline beschouwd als onbehandelbare gevallen, zelfdestructieve zorgv...

Lees verder

Eind jaren dertig verdeelde de wetenschap psychische stoornissen onder in psychoses (verwardheid) en neuroses (angst- en stemmingsstoornissen). Borderline werd gebruikt voor mensen die eigenlijk in beide categorieën waren in te delen.

Ze werden beschouwd als grensgevallen waarmee nauwelijks iets was aan te vangen. Cliënten hadden door hun extreme stemmingswisselingen de reputatie lastig te zijn, ook voor de therapeut.

Succesvolle behandeling van borderline?

De afgelopen jaren zijn er andere inzichten ontwikkeld in de oorzaak van borderline én in de behandeling ervan. Nu blijkt dat deze aandoening veel beter te behandelen is dan lang werd verondersteld.

De klassieke therapieën hebben weinig effect bij patiënten met een persoonlijkheidsstoornis. Dreiging met zelfdoding en snel wisselende symptomen maken bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie lastig. In elke behandelsessie lijken ­mensen met borderline weer een ander probleem te hebben.

Bovendien is hun emotionele toestand zo wisselvallig, dat ze moeilijk te begrijpen zijn. Pas in de jaren negentig werden de eerste succesvolle therapieën ontwikkeld speciaal voor mensen met borderline. In eerste instantie slaagden deze methoden er vooral in het aantal zelfdodingen terug te dringen, maar lukte het niet om de stoornis aan te pakken.

Schematherapie

Rond die tijd ontwikkelde de Amerikaanse psycholoog Jeffrey Young zijn schematherapie. Young gaat ervan uit dat iedereen in zijn jeugd overtuigingen – schema’s – vormt over de werkelijkheid.

Een schema is eigenlijk je gevoelige snaar: zo’n negatieve overtuiging beïnvloedt je gedrag op een manier die telkens tot problemen leidt. De meeste mensen hebben verschillende gevoelige snaren die ook nog eens tegelijkertijd kunnen opspelen.

Wanneer een of meer van die schema’s geraakt worden, kun je in een bepaalde gemoedstoestand komen. Veel van deze schema’s en gemoedstoestanden zijn in de (vroege) jeugd ontwikkeld in contact met andere mensen.

Borderline test
TEST
Doe de test »

Borderline test

Het doel van de therapie is het veranderen van schema’s. Hierdoor verandert ook de manier van denken, voelen en het gedrag dat bij die schema’s hoort.

Uit een Nederlands onderzoek bleek dat ruim de helft van de borderlinepatiënten die schematherapie hadden gevolgd na vier jaar was hersteld, en dat bij in totaal twee derde een flinke verbetering van de symptomen meetbaar was. Groepstherapie blijkt zelfs nog effectiever als behandeling van borderline dan de individuele schematherapie.

Volgens Amerikaanse onderzoekers voldeed 94 procent van de deelnemers na acht maanden groepstherapie niet meer aan de criteria van borderlinepersoonlijkheidsstoornis.

Aan de Universiteit van Maastricht vond een groot onderzoek plaats naar het effect van groeps-schematherapie als behandeling bij borderlinepersoonlijkheidsstoornis, onder leiding van hoogleraar Arnoud Arntz.

De resultaten van deze groepsbehandeling bij de riagg Maastricht zijn al even hoopgevend. Herkenning, van elkaar leren en onderlinge steun dragen volgens de onderzoekers bij aan het ­succes. Doordat de deelnemers elkaars problemen herkennen, voelen ze zich sneller veilig.

De Linehan-methode als behandeling van borderline

Een andere effectieve therapie is specifiek gericht op de behandeling van de ernstigste borderlinesymptomen, zoals zelfbeschadiging en suïcidaal gedrag.

Vrijwel alle mensen met borderline denken weleens aan zelfmoord. Een aanzienlijk deel doet zelfmoordpogingen of houdt zich bezig met automutilatie. En een op de tien overlijdt zelfs door zelfmoord.

De Amerikaanse hoogleraar psychologie Marsha Linehan ontwikkelde daarom dialectische gedragstherapie (DGT), een methode die de cliënt wil laten inzien dat het leven de moeite waard is. Mindfulness en acceptatie vormen een belangrijk onderdeel.

Vind een betrouwbare coach via Coachfinder
Coachfinder

Vind een betrouwbare coach via Coachfinder

Coaching is een belangrijke stap in zelfontwikkeling. Maar de juiste coach vinden blijkt nog niet zo eenvoudig. Coachfinder helpt je in je zoektocht naar een coach die bij je past.

Vind je ideale coach

Daarnaast leert de cliënt allerlei communicatievaardigheden en technieken om met acute crisissituaties om te gaan. ‘Radicale acceptatie van het leven zoals het is, niet zoals het zou moeten zijn,’ zo omschrijft Linehan haar methode.

Een van de dingen die patiënten leren tijdens de behandeling van borderline, zo vertelde Linehan op het borderlinecongres in Amsterdam, is dat ze emotionele uitbarstingen kunnen voorkomen door het toepassen van plotselinge temperatuurwisselingen. Bijvoorbeeld door hun handen afwisselend onder heet en koud stromend water te houden.

Het effect is volgens haar groot, al werkt het alleen op de korte termijn. ‘Door plotselinge temperatuurverschillen kun je ineens even helder denken en beter nadenken over je emoties,’ zegt Linehan. Ook leren cliënten hun emoties te beschrijven: ‘Alleen al het benoemen van een emotie werkt regulerend.’

Opvallend detail: pas in 2011 maakte Linehan op 67-jarige leeftijd bekend dat ze zelf borderlinepatiënt was, en als 17-jarige in een kliniek was opgenomen na zelfmoordpogingen en automutilatie.

Na een behandeling met elektroshocks en zware medicijnen beloofde ze zichzelf een manier te vinden waardoor andere mensen met deze stempel niet door dezelfde hel hoefden te gaan als zij. De Linehan-methode brengt het aantal zelfmoordpogingen en gevallen van automutilatie tot de helft terug.

Bronnen

  • 2nd International Congress on Borderline Personality Disorder and Allied Disorders, Amsterdam, 27-29 september 2012
  • Eric Lis e.a., Neuroimaging and genetics of borderline personality disorder: a review, Journal of Psychiatry & Neuroscience, 2007
  • H. van Genderen en A. Arntz, Schematherapie bij borderline-persoonlijkheidsstoornis, Uitgeverij Nieuwezijds, 2010
  • A. New e.a., Neuroimaging and borderline personality disorder, Psychiatric Annals, 2012